Tel met WPG mee af naar het nieuwe jaar met onze digitale adventskalender! Iedere dag van december krijg je van ons een kleine verrassing. Vandaag geven we je een leesfragment uit Verboden verleiding, het vervolg op de succesvolle film Verborgen verlangen. Het gaat Louise Elsschot voor de wind: haar boek is een immens succes, ze heeft een eigen schoenenzaak, vormt een gelukkig koppel met uitgever Vincent Van Brakel en verwacht haar eerste kindje. Maar al snel blijkt dat een leven in de schijnwerpers ook een schaduwkant heeft.

Een stomp recht in het kruis. Niet meer, maar zeker ook niet minder. Dat was wat een vent te wachten stond als hij tegenover Louise zou beweren dat een kind op de wereld zetten toch niet zo pijnlijk kon zijn. Dat het uiteindelijk allemaal wel meevalt. Een goed gemikte stoot dus. Niet zozeer omdat ze vanwege die opmerking razend zou worden. Dat was niet meteen haar stijl. Wel om een vent met zo’n belachelijke overtuiging iets te laten ervaren wat heel misschien (en ook maar heel even) in de buurt zou komen van wat zij op dat moment gevoeld had. Já, een bevalling is pijnlijk. En néé, het valt niet mee.

Heftig dus, die bevalling. Maar wat je ervoor in de plaats krijgt, is… haast onbeschrijfelijk.

Het is het soort uitspraak dat in dezelfde categorie kan worden ondergebracht als de pogingen tot humor die haar sindsdien om de oren vlogen. In het genre: ‘Wat was nu de zwaarste bevalling: het kind of toch het boek?’ Het type grap waarbij Louise nog wel een grimas kon forceren bij de eerste keer. Maar bij de zevende variatie op het thema was de lol er wel af. Niet in de laatste plaats omdat ze zo graag had geantwoord dat ze de bevalling wél zelf tot een goed einde had gebracht. Maar dat kon ze niet, want dan zou ze natuurlijk verraden dat haar boek door iemand anders werd geschreven. Dan maar gewoon zwijgen en vriendelijk lachen, ook bij het zoveelste grapje.

Heftig dus, die bevalling. Maar wat je ervoor in de plaats krijgt, is… haast onbeschrijfelijk. Na het gevecht van je leven zit je daar ineens met een onooglijk klein en fragiel schepseltje op je schoot dat amper uit zijn oogjes kan kijken. Dat ongecontroleerd en hulpeloos ligt te zwaaien met armpjes en beentjes, en meer rimpels telt dan haarsprietjes. Tegelijk beslis je vanaf de eerste seconde: er komt nooit iemand tussen jou en mij. Dit is voor altijd.

Het was liefde op het eerste gezicht. Puur en onvoorwaardelijk. Alsof haar hele leven en alles wat ze tot nu gedaan had uiteindelijk maar een opstapje naar dit punt was geweest. Alsof het opeens allemaal zin kreeg, enkel en alleen omdat zij er nu was. En zij, dat was Ellis. 51 centimeter, 3,243 kilogram, zonder noemenswaardige gebreken. Enkel dat laatste stond niet op het geboortekaartje.

Op dat vlak had Vincent zichzelf onmiskenbaar overtroffen. Het geboortekaartje dat hij achter Louises rug in elkaar had gezet, was van een creativiteit die ze nooit in hem had durven vermoeden. Maar een kleine week voor de uitgerekende datum, op een moment dat Louise op de rand van een prenatale zenuwinzinking stond vanwege een eindeloze to-dolijst, toverde hij het tevoorschijn. En het moet gezegd: het woord ‘geboortekaartje’ deed het prachtige kunstwerk simpelweg te weinig eer aan. Het viel nog het best te omschrijven als een miniboekje, inclusief een hardcover van hoogwaardig vilt en een aanzienlijk aantal bladzijden. Al leek dat laatste alleen maar zo: bij het openen van het boekje, merkte je algauw dat het enkel in het midden openviel. Daar stond in sierlijke letters de naam van hun mooie meisje, met daaronder haar geboortedatum, de eerder aangehaalde technische gegevens en ten slotte de wondermooie ondertitel: ‘Een nieuw verhaal van Louise en Vincent’.

Toegegeven, de opspelende hormonen zullen er ook mee te maken hebben gehad, maar Louise kreeg door de daaropvolgende tranen amper nog gezegd hoe prachtig ze het vond. Vincent besloot dan maar evengoed de kraan open te draaien en ze vielen elkaar jankend in de armen. Alsof ze toen pas beseften voor welk karwei ze samen stonden. Of beter: elkaar vonden in het besef dat ze geen flauw benul hadden van wat er op hen afkwam. Of zoiets.

Ze keek naar de test, haalde haar schouders op en besloot: dit gaat gebeuren.

Het is allemaal erg snel gegaan. Het leek nog maar een paar dagen geleden dat Vincent met zijn bloemen en blinkende schoenen in haar nieuwe winkel had gestaan. En haar vol op de mond had gekust. Sindsdien was het één dolle rit geweest. Halte 1: fantastische seks op de waanzinnigste plaatsen (zodanig dat Ellis evengoed in een New Yorkse taxi als in de trappenhal van een concertzaal en in de schmink-ruimte van de populairste talkshow van het land verwekt kon zijn. Wie zei dat Vincent saai was?) Halte 2: een klein maar bijzonder fijn villaatje net buiten de stad. Een liefdesnest waar de oude Louise zelfs nooit van had durven dromen, maar waar ze nu elke ochtend wakker werd. En ten slotte halte 3: de nooit uitgesproken, maar daarom niet minder aanwezige kinderwens, die in vervulling zou gaan. In tegenstelling tot Vincent was Louise er tot op dat moment nog geen seconde mee bezig geweest. Ze wist heel goed dat ze het op een dag eens grondig zou overpeinzen. Maar enkel en alleen als alle andere puntjes op haar bucketlist netjes waren afgevinkt. Want dat besef was er ten volle: zodra dat kind er zou zijn, zou de rest van die lijst meteen on hold worden gezet. En ze eigende zich het recht toe daar voorlopig nog geen zin in te hebben. Maar dat was buiten Vincent gerekend.

En zijn efficiënte zaadcellen. Wie echter verwacht had dat Louise in paniek de zwangerschapstest door het raam had gegooid en gillend was weggelopen, kent haar duidelijk nog niet. Haar reactie was compleet het tegenovergestelde. Ze keek naar de test, haalde haar schouders op en besloot: dit gaat gebeuren. Een kind, met deze vent en in dit huis. Laat maar komen.

Lees méér van Standaard Uitgeverij