In onze rubriek De Schrijver Dicteert vuren we telkens tien vragen af op een van onze auteurs. Vandaag neemt Rudi Hermans, auteur van De Troonpretendent, het woord.

Rudi Hermans wordt alom geprezen voor de ambachtelijke liefde waarmee hij het Nederlands naar zijn hand zet, en voor de eerlijkheid waarmee hij, boek na boek, terugkeert naar dat vreemde en complexe fenomeen: familie.

Ook daarover gaat zijn roman uit 1983, Terug naar Törökbálint. Kort na de Eerste Wereldoorlog wordt in Boedapest een meisje van twaalf door haar ouders in een trein naar Vlaanderen gezet, samen met honderden andere kinderen. Hongarije lijdt honger als gevolg van de oorlog en enkele maanden in het buitenland moet de kinderen doen aansterken. Veertig jaar later keert het meisje als vrouw van middelbare leeftijd, samen met haar zoontje voor het eerst terug naar haar geboortedorp.

Met De Troonpretendent schrijft Rudi Hermans nu het vervolg op dit boek. Een halve eeuw later reist de zoon terug naar het land van zijn moeder, gedreven door een krantenknipsel dat hij vond in haar nalatenschap. Er is sprake van een schat die bestemd is voor zijn moeder, de erfgename van een heuse koningin. De zoon wordt troonpretendent. Het boek ligt vanaf 14 maart in de boekhandel, maar hier kan je al proeven van het derde hoofdstuk.

Met welke schrijver of schrijfster zou je willen dineren?

Met Daniel Klein, auteur van De wijsheid van een tandeloze glimlach. (Hoewel de lust me wellicht zou vergaan, als ik zijn tandeloze glimlach zie.)

Wat is het gekste boek dat je ooit kocht?

Jonathan Black – De geheime geschiedenis van de wereld (over geheime genootschappen van 3000 v.c. tot nu)

Jouw favoriete schrijfplaats?

Bij gebrek aan beter: mijn werkkamer, de enige kamer in huis die ik echt de mijne mag noemen.

Het mooiste personage volgens jou?

De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha.

Een boek dat je zelf had willen schrijven?

Mijn volgende boek, zodat dat alvast weer geschreven zou zijn.

Hoe belangrijk is de setting van een verhaal voor jou?

Setting = decor = achtergrond, mag dus niet ontbreken, maar hoeft niet op de voorgrond te treden.

Wat is de openingszin die je het beste bijbleef?

Die ik nu overschrijf uit De vanger in het graan van J.D. Salinger, zodat ik hem juist citeer:
‘Als je het echt allemaal wilt horen, dan wil je waarschijnlijk eerst weten waar ik geboren ben en wat een waardeloze jeugd ik heb gehad en wat mijn ouders allemaal gedaan hebben voordat ze mij kregen en meer van dat sentimentele gelul, maar eerlijk gezegd heb ik geen zin om het daarover te hebben.’

En de beste slotzin?

Uit De kolonel krijgt nooit post van Gabriel García Márquez:
‘Stront.’

Welke niet-schrijver zou ooit een boek moeten schrijven en wat zou de titel moeten zijn?

– Guido Belcanto (maar misschien doe je hem sinds de Nobelprijs van Dylan tekort door hem bij de niet-schrijvers te rangschikken).
– Titel: Plastic rozen verwelken niet.

Je kan één overleden schrijver terug tot leven wekken. Wie kies je?

Goethe. Het licht verdween te vroeg uit zijn ogen.

Dankjewel!

Lees méér van Standaard Uitgeverij