nieuws

Het wereldschokkende en onweerstaanbaar lekkere verhaal van Tony’s Chocolonely

Als drie journalisten iets willen doen aan de hartverscheurende situatie van twee miljoen kindslaven op Afrikaanse cacaoplantages, besluiten ze zélf slaafvrije chocolade te maken. In 2005 ligt de eerste reep van Tony’’s Chocolonely in de winkel, anno 2018 is het een internationaal verkoopsucces. Maak kennis met Het wereldschokkende en onweerstaanbaar lekkere verhaal van Tony’s Chocolonely!

Bron: Tony Chocolonely, YouTube

Leesfragment

‘Politie Amsterdam, goeiemiddag.’
Weer zo’n spannende uitzending van televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde. Vrijdagavond 23 mei 2003, halftien. Achter een bureau, de hoorn van zijn telefoon geklemd tussen oor en schouder, zit de jonge televisiejournalist Teun van de Keuken. Gekleed in een winterse coltrui, signaalrood van kleur. Zijn blik is alert, hij is op zijn hoede. Van onder hem komt een ritselend geluid. Op het bureaublad: een berg chocoladeproducten. Verkade, Milka, Toblerone, KitKat, hij woelt door opengetrokken papieren wikkels. Aan de voet van de snoepberg de uitlopers, repen waarvan is geknabbeld. In stukken gebroken Côte d’Or, luchtige brokjes Bros, als lava druipt karamel uit de scherven van een aangebroken Mars. Voor de mensen thuis moet het lijken alsof hier de onstuimige schranspartij van een chocoladefreak heeft plaatsgevonden, iemand met een serieus probleem, maar in werkelijkheid is de overdaad niet echt aan Teun besteed. Dit kan hem niet bevredigen. Hij houdt niet eens van chocola. Niet van deze zoete melkchocola in elk geval. Puur kan hij nog wel waarderen, zo op zijn tijd. Donkere chocola, bitter en streng, in flinterdunne plakken. Maar voor de goede zaak doet hij graag even alsof. Zijn hand gaat van de chocola naar een mok, van de mok naar het script. De camera draait. De redactieruimte is schaars verlicht.

‘Politie Amsterdam, goeiemiddag.’

Ze hebben opgenomen. Nu komt het erop aan. Hij heeft het scenario eindeloos doorgenomen, hij kent de tekst uit zijn hoofd. Hoe absurd het verhaal dat hij de politie te vertellen heeft ook is, het is van belang dat hij ongekunsteld klinkt. Echt, als een grootgebruiker die er met zijn handen maar niet van af kan blijven maar, als hij diep bij zichzelf naar binnen kijkt, hier eigenlijk niet zo’n goed gevoel over heeft.

‘Goeiemiddag. Ik heb een eh… ik zit eigenlijk ergens mee. Ik heb wat gedaan en vroeg me af of ik mezelf zou moeten aangeven.’

‘Nou, vertel.’

De waakzaamheid die in de stem van de agente doorklinkt doet hem een moment verstarren. Hier had hij niet op gerekend. Plotseling bevindt hij zich in een sfeer van orde en handhaving, deze agente is écht. De tucht ook die doorklinkt in haar stem, hij krijgt er het gevoel van werkelijk schuldig te zijn. Terug. Hij is een journalist. Een met een sociale missie. Die eigenlijk niet zoveel verkeerd heeft gedaan, maar wel een maatschappelijke kwestie onder de aandacht wil brengen en daartoe een ondeugend belletje pleegt naar de politie. Hij wil een relletje schoppen. Relletjes doen het nu eenmaal goed op tv. Alles voor publieke aandacht.

Hij bekent. Hij is een chocoladecrimineel.

‘Eigenlijk financier ik de kindslavernij.’

Hij zegt het. Hij heeft het gedaan. Op van de zenuwen zet hij andermaal de lege mok aan zijn mond. Hij heeft zichzelf aangegeven. Nu is het officieel. Openbaar. Hij staat te boek als iemand die zich willens en wetens schuldig maakt aan het eten van chocolade, gemaakt van cacaobonen geplukt door weerloze kindslaven in weerzinwekkende omstandigheden.

‘Hoezo?’

Het ijzige in haar verwatert iets, maakt plaats voor een korzelig soort argwaan, maar ze ontdooit nog niet. Een kwajongensstreek, zozo.

‘Alle grote chocolademerken maken gebruik van kindslaven.’

‘U eet veel chocola?’

‘Juist.’

Zijn hand gaat weer door de wikkels. Het krassend geluid van het zilverpapier, hij waadt door gevallen boomblaadjes waar nachtvorst op is neergedaald.

‘Nou, ik zou me daar geen zorgen om maken, meneer. Dat is geen… Nee hoor, we eten allemaal chocola. Ik wens u nog een prettige middag.’

Hij heeft de hoorn nog niet neergelegd of hij zoekt ondeugend grijnzend de blik van zijn collega’s. Tv-producent Maurice en eindredacteur en cameraman Roland houden zich op in het donker. Maurice, die zich vanaf het begin van de scène heeft opgesteld achter Roland, waar hij de apenstreek ademloos kon volgen, steekt gniffelend een duimpje naar hem op.

 

Vier jaar later. Tientallen uitzendingen van Keuringsdienst verder, en evenzoveel wervelende avonturen van Teun en zijn maten. In een woonkamer ergens in Amstelveen knipt een man zijn televisietoestel uit. Hij is een trouw volger van het programma. Een groot chocoladeliefhebber bovendien. Het is laat. Boven slaapt zijn vrouw. Hij dimt de lichten, zet een voet op de onderste tree van de trap, maar hij weet al dat hij vannacht geen oog dicht zal doen. Hij keert om, scharrelt terug de gang in. In de keuken staat hij voor de tafel.

Op de tafel: de rev2. Een echte, vandaag op de kop getikt. Het ding is niet groter dan een schoenendoos. Boven op de tempereermachine bevindt zich een ronde uitsparing voor vloeibare chocola, er zitten een temperatuurmetertje op en wat knoppen. Hij stopt de stekker in de muur. Een rood lampje licht op.

Boven de keukentafel, in een speciaal ingericht kastje, vindt hij wat hij nog meer nodig heeft. Zijn digitale weegschaal. Een zak reeds getempereerde chocoladecallets, die het kristalliseren van de gesmolten chocolade wat vereenvoudigen. Volgen zakjes noten, gedroogd fruit en andere bijzondere ingrediënten die hij bij de toko vond. Terwijl hij alles op een rij naast de machine zet, spelen door zijn hoofd flarden afleveringen van Keuringsdienst.

Hij is een merkenbouwer. En hij is stapelgek op chocola. Hij ziet dan ook grote mogelijkheden voor de reep van Teun en Maurice.
Vanaf het moment dat de chocoladerebellen in hun strijd tegen de conservatieve chocolade-industrie besloten zelf een reep te maken, zat hij aan de buis gekluisterd. Ze wilden een unieke reep maken. De eerste reep ter wereld waarvoor geen cacaobonen zijn gebruikt die door kindslaven zijn geoogst. Maar dat bleek nog niet mee te vallen. Het leverde dan ook vele spannende afleveringen op, al boeide het sociale motief hem, als hij eerlijk was, iets minder.

Natuurlijk boezemden de omstandigheden op de plantages ook hem afschuw in. Maar hij is geen wereldverbeteraar. Hij is een merkenbouwer. En hij is stapelgek op chocola. Hij ziet dan ook grote mogelijkheden voor de reep van Teun en Maurice. Tony’s Chocolonely doet hem denken aan Ben & Jerry’s, het ijsje dat met zijn sociale, duurzame en vooral vrolijk stemmende manier van ijs maken een hele industrie op zijn kop zette. Als de reep van hem zou zijn, zou hij er de Ben & Jerry’s van de chocola van maken. Laatst op de radio hoorde hij dat de vraag naar chocola booming is, maar dat het aanbod achterblijft. Over de chocoladerepen die hij in de winkelschappen aantreft, lijkt een laag stof te liggen. De ontwikkeling staat stil. Maar de mensen zijn toe aan iets nieuws. Iets sympathieks.

Afgelopen zaterdag zat de auteur, Jeroen Siebelink, bij Interne keuken. Het fragment luister je hier terug.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief