Op een avond meldt de nieuwslezer plompverloren dat er geen morgen meer zal zijn. Niemand begrijpt hoe het kon gebeuren, maar het is zover: het einde van alles. De negenjarige Jonathan glipt naar buiten. Het donker is zo dik dat hij het bijna aan kan raken. De stad draait dol. Alleen in het straatje van meneer Jules is het stil. Jonathan blijft staan bij het huis van die geheimzinnige man. Hij vraagt zich af waar de rare sprieten op het dak voor dienen. En de hoge, smalle schoorsteen. Achter de gordijnen ontdekt hij een reusachtige machine. Dat is het begin van een nachtelijk avontuur. Een spannende race tegen de allesverslindende duisternis.

Storm

Het begon met de man van het weer. Geen mens die het aan zag komen. Het viel uit de lucht. Als sneeuw in augustus.
‘En dan nu naar Storm, voor het weer van morgen,’ zei de nieuwslezer aan het eind van het journaal, zoals elke dag.
En zoals elke dag zei Jonathans vader, zonder op te kij­ken van zijn krant: ‘Grappige naam voor iemand die het weerbericht voorleest.’
Hij luisterde naar de televisie terwijl hij de krant las. Om tijd te winnen. Tijd kwam hij namelijk altijd tekort.
Toen verscheen Storm in beeld. Zoals elke dag. En toch anders.

Hij stond voor een grote kaart. Meestal zag je daar zon­netjes op. Of wolkjes met streepjes die regen voorstelden. Pijltjes. Letters. Nu was de kaart helemaal leeg.
Storm stond er verloren bij. Hij leek op een jongetje aan de schoolpoort, dat was vergeten door zijn moeder.
Zijn schouders hingen nog meer dan gewoonlijk. Ook zijn gezicht hing. Zijn ogen, zijn wangen, alles was slap­per dan slappe was aan de waslijn. Zelfs zijn oren hingen, en de strepen van zijn paarse trui.
Storm haalde diep adem.
‘Morgen is er geen weer,’ zei hij.
Stilte.

Opeens en overal. Op de televisie: stilte. In Jonathans hoofd: stilte. In heel het huis: stilte. Het ritselen van de krant was gestopt. Ook in de keuken, waar net nog geklin­gel van lepels en vorken klonk, was het stil.

Storm deed zijn wenkbrauwen omhoog. Hij haalde kort zijn schouders op. Het leek of hij zelf niet begreep wat hij net had gezegd.
‘Morgen zal er geen weer zijn,’ herhaalde hij. Hij sprak luider nu.
Hij gooide zijn armen een eind in de lucht en liet ze als lamme vleugels tegen zijn lijf ploffen.
‘Morgen geen weer.’
Hij sprak de woorden één voor één uit, met kleine beet­jes niks ertussen. Weer wat luider. Hij riep ze al bijna.
‘Denkt hij dat we doof zijn?’ zei Jonathans vader. ‘Ziet hij ons soms zitten, hier? Met onze vingers in onze oren? Of een emmer over ons hoofd?’
Dat kon natuurlijk niet, wist Jonathan. Zij zagen hém. Storm zag alleen de camera. En de man achter de camera, die nu net zo verbaasd naar hem moest kijken als zij.
‘Géén weer.’
Storm schudde zijn hoofd en trok een gek gezicht. Een gezicht dat hij waarschijnlijk vond passen bij zijn vreem­de mededeling.
‘Dat was het,’ zei hij opgelucht. ‘Terug naar jou, Filip.’

De nieuwslezer was druk aan het zoeken in de papieren die voor hem lagen. Toen hij doorhad dat hij in beeld was, trok hij vlug zijn stropdas recht. Hij veegde een pluk haar uit zijn gezicht.
‘Tsja,’ zei hij. ‘Eh.’
Zijn stem klonk anders dan daarstraks. Hoger. Met meer lucht.
‘Ik wilde nog even met u vooruitkijken naar morgen.’ Hij rommelde weer in zijn papieren.
‘Blijkbaar is er over morgen niets bekend. Niets. Nee.’ Hij keek in de camera en krabde op zijn hoofd. Jo­nathan had nog nooit een nieuwslezer op zijn hoofd zien krabben. Er moest wel iets heel ongewoons aan de hand zijn.

‘We komen hier op terug in het late journaal. Misschien weten we dan meer over morgen.’
Even gebeurde er helemaal niets. De nieuwslezer zat heel stil en raar rechtop, als iemand die op de foto moet. Hij knipperde niet eens met zijn ogen. Overal in het hele land zaten er nu mensen zwijgend naar de televisie te kijken. Naar een nieuwslezer die zonder knipperen te­rugkeek. In de hoofden van al die mensen piepten en kraakten er hersens. Toen begon er een reclame voor limonade.

Herman van de Wijdeven leest voor uit ‘Meneer Jules’

Collega Riens over ‘Meneer Jules’:

Lees méér van Standaard Uitgeverij