nieuws

‘Retour de France’ Over de route nostalgique naar het Frankrijk van nu

Al decennialang is Frankrijk favoriet als vakantieland. Journalist Peter Giesen ging op zoek naar de ziel van het land: hij schrijft over het Parijs van Haussmann, de islam, de hofcultuur van Versailles, alsook over de kunst, auto-industrie en de beroemde gastronomie. Een hernieuwde kennismaking met een land waar volgens sommigen zelfs God een zomerhuis zou willen hebben!

Proloog

Ontelbare keren reed ik naar Zuid-Frankrijk over de Autoroute du Soleil
Ontelbare keren reed ik naar Zuid-Frankrijk over de Autoroute du Soleil, een ongezellige snelweg met irritante tolpoorten en karakterloze wegrestaurants. Langzamer, maar een stuk leuker is de Route Nationale 7, de bijna duizend kilometer lange tweebaansweg tussen Parijs en Menton. Je rijdt door plaatsen die je alleen kent van de borden boven de snelweg: Valence, Montélimar, Orange. Op een warme zomeravond vind je jezelf terug op een pleintje in de oude stad van Montélimar bij restaurant Aux Gourmands, waar de ober vertelt dat de pistachenoten bij de tarte tatin afkomstig zijn van een lokale producent die slechts twee bomen heeft.
Veel sterker dan op de snelweg ervaar je hoe het land langzaam van kleur verschiet, van het sappige groen van de Bourgogne naar het azuurblauw van de Méditerranée, via het droge geel van de Provence. Tegenwoordig is het rijden van de Route slow driving, maar vroeger was de Nationale 7 de levensader van Frankrijk. Elke dag denderden de vrachtwagens met groente, fruit en wijn van het Zuiden naar Parijs, de vraatzuchtige metropool. In de jaren vijftig en zestig was de Nationale 7 de vrolijkste weg van Frankrijk: Route des vacances voor miljoenen Fransen die voor het eerst geld hadden om naar het Zuiden te rijden, in hun net aangeschafte 2CV, Renault Dauphine of Simca Aronde – een decennium later misschien in een Renault 16, een Peugeot 404 of zelfs een Citroën DS.
De Nationale 7 is een Franse Route 66, symbool van naoorlogs optimisme. Een weg die geluk bracht, die Parijs en zijn grijze industriële voorsteden verbond met de zon, de zee en het strand van de Middellandse Zee. ‘Parijs wordt een buitenwijk van Valence, een voorstad van Saint-Paul-de-Vence,’ zong Charles Trenet in zijn klassieke chanson Route Nationale 7 uit 1955. ‘De blauwe lucht van de zomer verjoeg het zuur van de grote stad, we zingen en feesten onder de blauwe olijfbomen. On est heureux, Nationale 7.Wij zijn gelukkig dankzij de Nationale 7.’
In de zomer van 2014 begon ik over de Route Nationale 7 te schrijven.
In de zomer van 2014 begon ik over de Route Nationale 7 te schrijven. Aan de hand van een klassieke route wilde ik schrijven over de hedendaagse problemen van Frankrijk, maar vooral ook over zijn geschiedenis en zijn cultuur. Ik had een romantisch boek in gedachten. Over de route nostalgique, die herinnert aan gelukzalige tijden toen Frankrijk even het modernste land ter wereld leek met zijn kerncentrales en het supersonische vliegtuig Concorde. Over de wijngaarden van het Rhônedal en de goktempels van Monte Carlo. Over Brigitte Bardot, die op blote voeten op het strand van Saint-Tropez danste.
En toen werd het 7 januari 2015. Radicale moslims slachtten de redactie van Charlie Hebdo af en schoten mensen dood in een joodse supermarkt. Het leek de gebeurtenis van het jaar te worden, totdat op 13 november nog eens 130 mensen om het leven kwamen bij een reeks aanslagen, onder meer op de concertzaal Bataclan. Het was afgelopen met de romantiek. Opeens bevond ik me in de frontlinie van de mondiale strijd tussen de radicale islam en de liberale democratie.
Een hedendaagse chansonnier zou een zwarte versie van Route Nationale 7 kunnen schrijven, waarin de opgewekte zang van Charles Trenet is vervangen door grimmige rap of meedogenloze metal. Van Parijs, waar terroristen het publiek van de Bataclan afslachtten naar Menton, waar Afrikaanse migranten wanhopig over de rotsen klauteren om het land binnen te komen. Via Fréjus met zijn burgemeester van het Front National langs de boerkinistranden van de Côte d’Azur naar Nice, waar een gestoorde moslim met een vrachtwagen op het publiek inreed.
Ik heb overwogen om mijn boek over de Route Nationale 7 af te blazen. Wie wil nog een romantisch boek lezen? Zou ik me niet beter kunnen concentreren op de duistere kant van Frankrijk, die sinds 2015 zo veel relevanter lijkt dan de herinnering aan Brigitte Bardot of Serge Gainsbourg?
Toch besloot ik vast te houden aan mijn oorspronkelijke plan. Natuurlijk zal de ‘oorlog’ tussen islam en democratie ruimschoots aan de orde komen. De Nationale 7 voert langs plaatsen waar jihadi’s opgroeiden en hun slachtoffers stierven. Maar ik wilde geen terreurboek schrijven. Frankrijk is een land met een rijke cultuur en een fascinerende geschiedenis, dat niet versmald mag worden tot de strijd tussen het Westen en het islamisme.
Ik had ook een principiële reden om over de romantische kant van Frankrijk te blijven schrijven
Ik had ook een principiële reden om over de romantische kant van Frankrijk te blijven schrijven, al klinkt dat misschien een beetje zwaarwichtig. De terreurgolf van november 2015 was een aanslag op het plezier, gericht tegen de jeugd die naar een concert gaat, een restaurant bezoekt, een biertje drinkt met vrienden op het terras. De westerse cultuur is leeg en zonder spiritualiteit, zeiden sommige mensen na de aanslagen. Maar als je geconfronteerd wordt met jihadi’s die hun vreugdeloze ‘spirituele’ model proberen op te leggen, merk je hoe waardevol die ‘leegte’ is. We blijven naar het terras gaan, zeiden de Parijzenaars, anders hebben ‘zij’ gewonnen.
Daarom moeten we doorgaan met plezier maken, Camus lezen, vakantie vieren, genieten van kastelen, kathedralen en de betonpoëzie van Le Corbusier, een glas pastis nemen onder een plataan op een pleintje in Zuid-Frankrijk. De Route Nationale 7 rijden. Zoals president Hollande zei bij een herdenking van de aanslagen, het beste antwoord op terreur is: Aimez la vie, aimez profondément la vie. ‘Houd van het leven, houd intens van het leven.’
Na de aanslagen van 2015 kende mijn correspondentschap een tweede scharnierpunt, de verkiezing van Emmanuel Macron tot president in mei 2017. Voor die tijd was het gebruikelijk om Frankrijk in meewarige termen te beschrijven als een hopeloos ouderwets land dat niet in staat was zichzelf te veranderen. Dat regenachtige beeld is vervangen door een spannende vraag: zal Macron in staat zijn Frankrijk te veranderen?
Tijdens mijn reis over de Route Nationale 7 zag ik hoe groot de problemen zijn waarvoor de president staat. Het was een tocht langs diepe breuklijnen, tussen de grandeur van Parijs en de verwaarlozing van de banlieue, tussen de dynamiek van de grote steden en de stilstand van het platteland, tussen een diepgeworteld secularisme en een opkomende islam.
De kerken en kathedralen voerden me terug naar de diepere aardlagen van het land, naar de monarchie, het katholicisme, de Revolutie, de staat. Het oude Frankrijk voelt zich slecht op zijn gemak in de moderne wereld. Zijn hiërarchische cultuur botst op het dominante liberalisme, de staat waar de Fransen zo dol op zijn heeft in een tijdperk van globalisering steeds minder te vertellen.
Macron heeft zichzelf een historische missie toebedeeld.
Zoals president De Gaulle in de jaren zestig het agrarische Frankrijk verzoende met de industriële wereld, zo wil Macron een van oudsher antiliberaal land verzoenen met een liberale wereldorde. Het is een enorme opgave, juist omdat zo’n aanpassing de Franse identiteit raakt. Maar de inzet is hoog, voor Frankrijk en Europa. Als Macron faalt, zullen antiliberale en anti-Europese krachten een nieuwe kans krijgen.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief