leesfragment

‘Thuis in muziek’ van Alicja Gescinska

Maakt muziek mens en maatschappij beter? Alicja Gescinska is ervan overtuigd dat muziek een grote rol kan spelen in onze persoonlijke en morele ontwikkeling. Ze vertelt erover in haar heldere essay Thuis in muziek. Lees hier alvast de eerste pagina’s!

Alicja Gescinska sprak al in diverse kranten over haar nieuwste boek. De interviews lees je terug op:
www.standaard.be
www.tijd.be
www.hvbl.be

Klanken uit mijn kindertijd

Een mens is zijn herinneringen. Meer nog dan door de dingen die ons overkomen, worden we gevormd door de afdruk die ze in ons achterlaten. Elke herinnering is een stip in het pointillistisch portret van onze persoonlijkheid, door onze zintuigen geschilderd op het canvas van ons geheugen. We herinneren met al onze zintuigen; geuren, beelden, smaken, aanrakingen nestelen zich in ons hart en hoofd. En ook klanken.

Ik heb een scherpe cesuur in mijn geheugen: dat wat voor onze vlucht naar België in 1988 plaatsvond, en dat wat erna gebeurde. De herinneringen aan mijn eerste zeven levensjaren in Warschau zijn schaars, niet altijd heel concreet, maar wel erg voelbaar. Zo zie ik mijn kleuterschool nog voor me, de speelplaats waar ijzeren speeltuig stond. Ik weet nog dat de tekeningen van de kleuters opgehangen werden in de entreehal waar onze moeders ons kwamen ophalen. Ik was meestal erg trots op mijn werkjes en in het bijzonder op een tekening van een olielamp. Ik tekende vaak bloemen die tot aan de hemel reikten, ze ontsproten uit een dun strookje groen gras en raakten met hun kleurrijke blaadjes de blauwe lucht aan de bovenkant van het papier. Die tekeningen zijn enkele van de weinige tastbare dingen die uit onze jaren in Polen zijn overgebleven.

Ik was vier toen de ramp in Tsjernobyl plaatsvond.
Een van de auditieve herinneringen die me altijd zijn bijgebleven dateert uit 1986. Ik was vier toen de ramp in Tsjernobyl plaatsvond. Mijn klasgenootjes en ik moesten buiten in de rij aanschuiven voor een drankje met jodium. Ik meen zelfs vaag de smaak ervan onthouden te hebben. Enkele weken na de kernramp stierf Pixi, de hond van mijn grootmoeder. We waren toen bij mijn grootouders thuis. Ze woonden in de Żeromskistraat; voor hun venster staat nu een grote metrohalte die ook naar de Poolse schrijver is vernoemd. Mijn oma was ervan overtuigd dat haar hond overleden was door de radioactieve stoffen die uit de toenmalige Sovjet-Unie naar Polen waren overgewaaid. Ik herinner me nog scherp het schrille gepiep van Pixi vlak voor haar dood. Mijn grootouders hadden zich samen met Pixi in de badkamer opgesloten, waarschijnlijk om hun kleinkinderen niet bloot te stellen aan de aanblik van de stervende hond. Het beeld konden ze ons besparen, maar niet het geluid. Ik weet nog hoe mijn oma’s verdriet klonk, het geluid van haar tranen. Ik hoor nog steeds de jammerklacht van de hond, met de stromende regen en de donderslagen van het zomeronweer op de achtergrond. En ik hoor ook nog de koude en schrale woorden van mijn grootvader. Die vond dat mijn oma zich niet zo moest aanstellen. Het was tenslotte maar een hond.

Tot de klanken uit mijn kindertijd behoort ook het geruzie van dronkenlappen in het trappenhuis van het blok in Bielany, de noordwestelijke uithoek van Warschau, waar we in een flat van vier bij zes woonden. Die was ons door de communistische autoriteiten toegewezen. De tram die wat verderop van en naar het stadscentrum reed had zijn eigen geluid; heel anders dan hoe de tram in Gent of Amsterdam klinkt. Ook de woorden ‘This is BBC…’ maken deel uit van die klanken van vroeger die in mijn geheugen zijn blijven hangen. Ik weet niet meer precies waar en hoe, maar mijn vader luisterde soms naar de BBC. Hij deed het stiekem, omdat het verboden was. Ik herinner me vaag de stem van een presentator en het Britse accent. Tot de dag van vandaag is mijn vader op een vreemde manier aanwezig als ik die woorden op de radio hoor.

Sommige muziekstukken zijn nu zo’n vertrouwd deel van mijn bestaan geworden dat het goede vrienden lijken; companions de route op mijn levensweg.
Er was ook de licht krakende radio die bij mijn grootouders stond, waarop af en toe de middeleeuwse melodie van de Hejnał te horen was, of Chopin. Maar muziek speelde in de eerste jaren van mijn leven nauwelijks een rol van betekenis. Ik kan me niet herinneren dat mijn ouders ooit plaatjes draaiden; een instrument spelen of zingen deden ze niet. Van de eerste jaren van mijn leven heb ik veel auditieve herinneringen, maar bijna geen muzikale. De afwezigheid van muziek in mijn kindertijd contrasteert sterk met de centrale rol die muziek later is gaan spelen in mijn leven. Als tiener luisterde ik ook wel naar muziek, en meer dan eens zong ik mijn stembanden schor met een of ander rocklied. Maar ik dacht wel dat klassieke muziek iets van een andere wereld en voor andere mensen was. Tot ik een meisje van een jaar of zeventien Chopin hoorde spelen. Ik volgde woordkunst aan de plaatselijke toneelschool en tijdens de afstudeervoorstelling mochten ook de leerlingen muziek hun kunnen tonen. Ik zat in de zaal en werd op mijn stoel vastgepind, niet enkel door de muziek van Chopin maar ook en vooral door het besef dat gewone mensen zulke prachtige klanken konden voortbrengen; dat je geen concertpianist hoefde te zijn om je aan een vleugel te zetten. Twee maanden later schreef ik me in voor muzieklessen en kocht ik een digitale piano. Ook al speelde ik in het begin liedjes die hooguit uit vier noten bestonden, ik ervaarde iedere keer een onwezenlijke vreugde wanneer mijn handen het klavier aanraakten. Sindsdien probeer ik elke dag met muziek te vullen. Sommige muziekstukken zijn nu zo’n vertrouwd deel van mijn bestaan geworden dat het goede vrienden lijken; companions de route op mijn levensweg. Misschien ben ik juist door dat contrast en door die gapende leegte die de afwezigheid van muziek in mijn jeugd heeft achtergelaten, zo sterk doordrongen van het besef dat muziek van het allergrootste belang is in onze levens. Soms moet je iets ontbeerd hebben, om echt de waarde en betekenis ervan te kennen.

Als ik nadenk over herinneringen uit mijn kindertijd, blijkt hoe sterk klanken, geuren en beelden met elkaar verbonden zijn. Hoe ze me hebben gevormd tot wie ik nu ben. Een stem, een accent, een gepiep kan in een fractie van een seconde een hele keten van gedachten en gevoelens oproepen. Dat besef houdt me de laatste tijd steeds vaker bezig. Nu ik zelf moeder ben, denk ik vaak aan wat mijn zonen zullen onthouden. Mensen vragen zich af of hun jonge kinderen het weekendje aan zee of de reis tijdens de zomervakantie zullen onthouden en ik merk dat ik me afvraag welke geluiden ze levenslang zullen meedragen op de onzichtbare plaat in hun hoofd. We hebben drie jaar in Amerika gewoond, en als ik aan ons Amerikaanse avontuur denk, denk ik aan onze eerste avond aan de andere kant van de oceaan. Een zwoele avond in augustus, die voor ons Europeanen zo drukkend was dat we alle vensters van ons huisje in Kingston, New Jersey, moesten openzetten in de hoop dat met het vorderen van de avond wat meer zuurstof en minder klamheid in het huis zou hangen. Maar wat vooral naar binnen woei en alsmaar verhevigde was het getjirp van de krekels; een onwerkelijk geluid dat langs alle ramen op ons toe kwam. Zouden de kinderen dat ook onthouden hebben? Of zal hun eerder het eigenaardige geluid van de cicadas bijblijven, dat we twee jaar later in Amherst in onze tuin konden horen en waarover ze zich elke keer verbaasden?

Ook de verhalen van anderen verscherpen dat vermoeden, zoals die onder meer in neurowetenschappelijk onderzoek naar klank en muziek zijn opgetekend.
Het lijkt misschien een triviale zorg. Je kunt je terecht afvragen wat het in godsnaam uitmaakt of ze al dan niet het geluid van een insect onthouden. Ben ik mezelf niet nodeloos tot last door me te  buigen over de vraag welke muziek ik het best kan spelen tijdens het koken of in de auto? Doet het ertoe aan welke klanken ik mijn kinderen blootstel? Het zijn echter niet enkel mijn herinneringen uit de vroege kindertijd die me doen vermoeden dat dit wel degelijk van belang is. Ook de verhalen van anderen verscherpen dat vermoeden, zoals die onder meer in neurowetenschappelijk onderzoek naar klank en muziek zijn opgetekend. Dat onderzoek staat eigenlijk nog in zijn kinderschoenen en wie hoopt in het brein het antwoord te vinden op de grote levensvragen, zal bedrogen uitkomen. Het brein is niet de machine die het hele mysterie van ons menszijn kan decoderen, ook niet het mysterie van muziek. Dat neemt niet weg dat neurowetenschappelijk onderzoek naar onze muzikale ervaringen geen bijzondere inkijk in de rol van muziek in onze levens kan geven.

In zijn boek Musicophilia beschrijft de Britse neuroloog en bestsellerauteur Oliver Sacks verschillende gevallen waarbij mensen klanken en liedjes horen uit hun kinderjaren, en hoe die soms, en soms heel plots, weer een centrale plaats innemen in hun leven en persoonlijkheid. Zo bespreekt hij de casus van een Siciliaanse vrouw die toevallen krijgt wanneer ze Napolitaanse liedjes hoort. Zomaar uit het niets begint ze buitengewoon heftig te reageren op die muziek en de liedjes die ze al sinds haar kindertijd kent en waar talloze herinneringen aan vastgeklonken zitten. Ook het onderzoek naar muzikale herinnering en dementie toont aan hoe diep de klanken uit onze kindertijd verankerd zijn in onze persoonlijkheid. Muziek heeft bij patiënten met dementie een aantoonbaar therapeutisch effect. Maar wat misschien nog opvallender is, is het feit dat muzikale herinneringen nog redelijk intact kunnen zijn wanneer het geheugen voor verbale informatie reeds erg toegetakeld is, en dat muziek ook schijnbaar lang vergeten herinneringen weer kan doen opflakkeren in een brein dat langzaam in de mist verdwijnt.

Talloos zijn de grote filosofen en grote musici die benadrukt hebben dat de betekenis of essentie van muziek niet in woorden te vatten is.
Wat via onze oren ons bewustzijn en ons geheugen binnendringt, maakt ons voor een belangrijk deel tot wie we zijn. Dat geldt voor de toevallige en constante klanken die deel uitmaken van ons dagelijks leven, en ook voor de muziek waarnaar we luisteren. Daarover wil ik het in dit essay hebben. Over muziek schrijven is haast bij voorbaat gedoemd om onbevredigend te zijn. Talloos zijn de grote filosofen en grote musici die benadrukt hebben dat de betekenis of essentie van muziek niet in woorden te vatten is. Muziek is zo’n fascinerend fenomeen en zulk een ongrijpbaar onderwerp, dat ze niet enkel een thema, maar een onderzoeksgebied in de filosofie op zich is. Alleen al rond de schijnbaar simpele vraag wat muziek is, zijn genoeg boeken geschreven om hele bibliotheken mee te vullen. Een essay kan het mysterie van muziek niet ophelderen, maar wel een klein stukje ervan ontrafelen. Het kleine – en toch immense – stukje dat in dit essay centraal staat is de rol van muziek in onze persoonlijke en morele ontwikkeling.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief