leesfragment

‘Vrede en oorlog’ van Jonathan Holslag

In Vrede en oorloog presenteert Jonathan Holslag een drieduizend jaar tellende wereldgeschiedenis over de oorzaken van oorlog en de zoektocht naar vrede. In een tijd waarin nucleair conflict opnieuw een reële dreiging is, biedt Vrede en oorlog de context voor iedereen die nadenkt over internationale betrekkingen en politiek.

Lees hier alvast de eerste pagina’s!

Inleiding

Het belang van de geschiedenis

Op enkele kilometers van de Hongaarse hoofdstad Boedapest hebben archeologen een bijzondere ontdekking gedaan. In een graf uit de zesde eeuw BCE* vonden ze de stoffelijke resten van een Scythische vrouw en een jongen. De vrouw en de jongen waren niet rijk. Niettemin hadden hun verwanten hen prachtig aangekleed en hen te ruste gelegd in een innige omhelzing. Moeder en zoon waren oorlogsslachtoffers, omgekomen tijdens een van de vele conflicten die de Scythische stammen met elkaar uitvochten. Toen ik hen zag, kwamen er allerlei vragen bij me op. Hoe was het mogelijk dat deze mensen zo liefdevol en zorgzaam voor hun familieleden waren, terwijl ze herhaaldelijk het ene bloedbad na het andere aanrichtten? Hoe is het mogelijk dat landen zich vandaag de dag nog tot de tanden blijven bewapenen, dat oorlogen nog altijd zoveel liefhebbende families uiteenrijten, en dat de diplomatie zo jammerlijk faalt in het voorkomen van militaire rivaliteit? Waarom is het een planeet die altijd naar vrede heeft verlangd nooit gelukt om die te bewaren?

Hoe was het mogelijk dat deze mensen zo liefdevol en zorgzaam voor hun familieleden waren, terwijl ze herhaaldelijk het ene bloedbad na het andere aanrichtten?
Vrede en oorlog zijn de kernactiviteiten van de wereldpolitiek, aldus de beroemde Amerikaanse staatsman Henry Kissinger. Tegenwoordig staan ook milieukwesties en zelfs triviale zaken als de kromming van bananen op de internationale agenda, maar er rust nog altijd een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van de diplomatie wanneer zich risicovolle situaties voordoen. Dat verklaart waarom diplomatie zo’n gewichtige, bijna mystieke aangelegenheid is gebleven, opgeluisterd door protocol en gehuld in geheimzinnigheid. Het verklaart ook waarom jonge mensen nog altijd belangstelling hebben voor het vak van diplomaat. Elk jaar doen tal van jonge academici overal ter wereld mee aan veeleisende examens om toegelaten te worden tot het corps diplomatique. Nog veel meer jongelui trachten vanaf de zijlijn een rol in de internationale politiek te spelen. Ik heb dit boek vooral voor hen geschreven, voor de mannen en vrouwen die de wereldpolitiek willen bestuderen, verslaan of vormgeven, hetzij als politicus, diplomaat, legerofficier of hoogleraar, hetzij als journalist.

Wederom is de wereldpolitiek gevaarlijk dicht bij een keerpunt. Aan de ene kant van de schaal staat een grote groep kosmopolieten, de elite die zich per vliegtuig van de ene stad naar de andere verplaatst en meent dat diplomatiek succes afgemeten wordt aan het aantal tot stand gebrachte dialogen en de zwerm cameralieden bij internationale conferenties. Die elite houdt staande dat het bloederige verleden van de grote machtspolitiek voorbij is en dat de kans op omvangrijke oorlogen nu veel kleiner is. Rivaliteit, zo gaat de redenering verder, zal vanwege de onderlinge economische afhankelijkheid minder snel tot grote oorlogen leiden. Deze visie was in de politiek vooral dominant na de val van de Sovjet­Unie in 1991; in Europa, dat een voorbeeldfunctie wil vervullen en geweld schuwt; in China, waar de doctrine van de vreedzame opkomst werd bedacht; en in de Verenigde Staten, waar conservatieven én progressieven zich hard hebben gemaakt voor een buitenlandse politiek op basis van liberale waarden. 

Aan de andere kant staan de vele mensen die vinden dat de vrije en open wereld hun niets heeft gebracht, dat de globalisering verantwoordelijk is voor economische onrust, en dat zowel migranten als multinationals een bedreiging vormen. Ze zijn boos en scharen zich achter sterke nationalistische leiders. Ze willen beschermd worden tegen een onrechtvaardige en onveilige wereld. Terwijl de kosmopolieten zich verloren in hun platte, grenzeloze wereld, is deze groep in omvang toegenomen en beperkt nu de ruimte voor internationale compromissen en gematigdheid in ernstige mate. 

Deze verschuiving komt op een moment dat de militaire uitgaven wereldwijd weer hoger zijn dan tijdens de donkerste uren van de Koude Oorlog.
Deze verschuiving komt op een moment dat de militaire uitgaven wereldwijd weer hoger zijn dan tijdens de donkerste uren van de Koude Oorlog. Ook neemt het aantal gewapende conflicten toe en lopen de spanningen bij andere internationale geschillen hoger op. In deze verwarrende wereld zal een nieuwe generatie haar koers moeten bepalen en de kennis moeten vergaren die nodig is om de belangrijke besluiten te nemen waarvoor ze wordt geplaatst. Die leiders van morgen zouden zich moeten laten leiden door een goed inzicht in het welzijn van mensen, in de economie, in de ethiek – en in de geschiedenis. Om met de staatsman Marcus Tullius Cicero uit het oude Rome te spreken: ‘Niet op de hoogte zijn van wat zich voor je geboorte heeft afgespeeld, is altijd een kind blijven.’

Je zou kunnen stellen dat theorieën en ideologieën je een uitzicht op de wereld bieden alsof je in een helikopter zit, maar dat de geschiedenis je pas na een lange en inspannende bergtocht op hetzelfde punt brengt. Een reis door de geschiedenis versterkt de geest zoals een expeditie in de natuur goed is voor lichaam en ziel. Je moet beschikken over doorzettingsvermogen en je goed kunnen concentreren om de vele gebeurtenissen onderweg te duiden. Tijdens de reis ontwikkel je de scherpzinnigheid en het bewustzijn die nodig zijn om hindernissen te onderscheiden en te overwinnen. En uiteindelijk voert de tocht naar grote hoogtes, waar je de kans krijgt om terug te kijken, conclusies te trekken en te zien wat de best mogelijke route naar de horizon in de verte is. 

Je kunt deze reis niet inkorten. Je kunt vertrouwen hebben in de nauwkeurigheid van theorieën en de helderheid van ideologieën, maar als je de uitdaging om je in de geschiedenis te verdiepen niet aanneemt, dan is dat net zoiets als beweren dat je gelovig bent zonder dat je één heilige tekst hebt gelezen. Vergeleken met ideologieën kan de geschiedenis een matigende kracht zijn. Ze laat niet alleen zien hoeveel voor uitgang er is geboekt waar het gaat om de leefomstandigheden, maar ook hoeveel moeite die vooruitgang – en het behoud ervan – heeft gekost. Zo bezien kan de wereldgeschiedenis worden beschouwd als een opwaartse curve; maar ze heeft onderweg dramatische tegenslagen meegemaakt, die moeten worden begrepen om nieuwe crises in de toekomst te voorkomen – of ten minste op te lossen. 

Als we ons bij de bestudering van de geschiedenis beperken tot bepaalde geografische regio’s, leidt dat onvermijdelijk tot misvattingen en onenigheid.
Het bestuderen van de geschiedenis is in het curriculum van scholen en universiteiten echter steeds meer op de achtergrond geraakt. Wat rest, is vaak een samenvatting van de geschiedenis ter ondersteuning van theorieën of vooropgezette ideeën. Zo is in collegereeksen over internationale politiek het vak geschiedenis hoogstens beperkt tot een handjevol casestudies, bijvoorbeeld van de Peloponnesische Oorlog, de opkomst van het oude Rome of het functioneren van het negentiende­eeuwse congresstelsel. In één oogopslag wordt duidelijk dat de onderwerpen waarmee men zich bezighoudt betrekking hebben op een klein deel van de aardbol: Europa. Dat heeft ertoe geleid dat wetenschappers buiten Europa vaak stellen dat de strategische cultuur van hun land fundamenteel anders is en zich onderscheidt van de kwaadaardige Europese machtspolitiek. Ik heb dit argument vele malen gehoord: van Chinese collega’s en diplomaten die verwijzen naar een vermeende traditie van harmonie die het Rijk van het Midden eigen is; en van Indiase overheidsfunctionarissen die van mening zijn dat hun natie is gegrondvest op Gandhi’s vreedzame principes. Als we ons bij de bestudering van de geschiedenis beperken tot bepaalde geografische regio’s, leidt dat onvermijdelijk tot misvattingen en onenigheid.

* Het grootste deel van de wereld hanteert een in Europa bedachte tijdrekening, die uitgaat van het geboortejaar van Christus, dus v.Chr. en n.Chr. Veel mensen hangen een ander geloof of geen geloof aan, zijn wel bereid dezelfde indeling te hanteren, maar willen niet v.Chr. en n.Chr. gebruiken, omdat die uitgaan van een exclusief christelijke visie of die in elk geval erkennen. Ze geven de voorkeur aan een neutrale term die sinds het eind van de negentiende eeuw sterk aan populariteit heeft gewonnen en in de wetenschap tegenwoordig algemeen in gebruik is: Common Era. Daarbij wordt de christelijke chronologie aangehouden. De jaartelling begint dus bij het jaar waarin hij naar verluidt geboren is, alleen staat er nu BCE (Before Common Era) of CE bij. (vert.)

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief