Deze zomer trakteert WPG Uitgevers je wekelijks op een literaire cocktail in de vorm van een wekelijks leesfragment. Als vieruurtje, voor het slapengaan of gewoon tussendoor. Vandaag: Jan Van der Cruysse met Bling Bling 2. De Zaventemmers

Antwerpen – Sint-Jozefkerk
Beerke Wagenmaker vraagt zich af hoeveel aanwezigen iets begrijpen van wat de priester vooraan staat te prevelen. Zelf praat ze alvast geen woord Russisch. Achteraan in de Sint-Jozefkerk zijn enkele stoelen gereserveerd voor bejaarden: een goede plek om de andere aanwezigen te observeren.

Wie gezond is van lijf en leden volgt de uitvaartdienst staand, vooraan. De linkerzijde is voorbehouden voor dames. Een viertal vrouwen met sjaal. Ze houden een brandende kaars vast en friemelen met rozenkransen. Rechts vooraan staan de heren. Hooguit een man of twaalf. De meesten keurig in het zwart, enkelen in trainingspak. Zelfs een met een camouflagebroek en een zwart jasje eroverheen. Weinig respectvol, doch overtuigd gelovig: op zijn achterhoofd staat een crucifix getatoeëerd. Hij is trouwens niet de enige van het heterogene groepje die ongegeneerd zijn groepskleuren op de huid draagt. Zij bidden en zingen sereen mee met het canticum, maar het blijft ruig volk. Wat er met de betreurde Sergei zelf en zijn arme vriendin Ingrid gebeurd is, maakt elke kanttekening op dat vlak overbodig.
Inmiddels heeft Beerke discreet de kerk verlaten. Ze leunt met haar rug tegen de afgeschilferde stam van een forse plataan. De schaduw van het dichte bladerdek is welkom op hondsdagen als deze. Terwijl ze in de kerk was, heeft het blijkbaar kort geregend. De drukkende zomerlucht draagt de zoele geur van natgeregend warm asfalt. Het moeten dikke droppels zijn geweest, dat ziet ze nog op het voetpad.
Als politierechercheur laat ze zich het liefst zo weinig mogelijk opmerken bij deze aanwezigen. Het lijdt geen twijfel dat enkelen behoren tot de Georgische maffia. Hoewel de hele clan na de moord op Sergei zo grondig mogelijk in kaart is gebracht, herkende Beerke in de kerk slechts drie van de aanwezigen.

Viktor Gogua, een zestiger met een brede kin en zilvergrijs haar in Mozart-stijl. Een karakterkop met daaronder een stoer streepjespak en een keurige zwarte mantel. Viktor is eigenaar van Medusa, een grote zaak die zich specialiseert in de internationale handel in gekleurde diamant. Daarnaast is hij eigenaar van enkele kleinere winkels in de buurt van het Centraal Station. Zijn business verloopt via schimmige bedrijfjes in zijn thuisland Georgië en geld op de Kaaimaneilanden, Panama en Luxemburg. Op zich niet strafbaar maar wel troebel. De betreurde hoofdpersoon van deze begrafenis werkte voor hem: Sergei vloog voor Medusa als koerier de wereld rond met koffertjes diamant. Tot hij op 29 mei plots onwel werd op een vlucht naar India. Waarschijnlijk vergiftigd aan boord. De Indiase politie slaagde er nooit in om dat vermoeden hard te maken. Wat na de landing in Delhi gebeurde, is wel duidelijk. Toen hij in de luchthaventerminal nogmaals misselijk werd en soelaas ging zoeken in de toiletten, werd hij er hard aangepakt. Toen de politie hem uren later terugvond, was hij half in coma en om zijn pols restte slechts de helft van de stalen ketting waarmee het koffertje met zijn kostbare lading aan zijn lijf was vastgeklonken. Noch van de diamanten, noch van de daders, bleef daarna enig spoor.
Beerke kent ook Jozef Merels. Ze heeft hem bij herhaling ondervraagd over hetzelfde dossier. Eerst toen Sergei overvallen was in Delhi en nog eens enkele weken later toen hij teruggevonden werd in de haven van Zeebrugge. Eerst was een van zijn combat shoes gevonden in het kruisnet van twee kinderen die visten naar krab en garnaal. Toen bleek dat daar nog een voet in zat, klopten ze aan bij de politie. Duikers kamden de hele voorhaven uit.

Tot op vandaag is niet precies duidelijk hoe en waar Sergei en Ingrid de dood gevonden hebben. Intussen is wel duidelijk wie de daders waren: Boris Darsadze en Mate Dvali. Aartsmoeilijke namen die inmiddels iedereen kent van het tv-nieuws.
Ze hadden sporadische banden met Viktor Gogua en waarschijnlijk met Sergei zelf. De persoonlijke betrokkenheid van Viktor kan tot op heden op geen enkele manier worden hardgemaakt. Anderzijds is zijn rol als opdrachtgever van Sergei in een schimmige koerieropdracht een uitgemaakte zaak. Beerke is er vast van overtuigd dat Viktor veel meer weet dan wat hij tot dusver tijdens zijn ondervragingen toegaf. Hij gedraagt zich als een grofgebekte bullebak maar is veel doortrapter dan hij laat blijken.
Jozef Merels is voor Beerke dus de tweede bekende in de kerk. Een grijze muis van een jaar of vijftig in een goedkoop uitziend bruingroen pak. Met de veel te brede das in gifgroen en kastanje heeft hij wat van een boswachter op zondag. Hij is directeur van Dia-Securis, een Antwerps bedrijf dat de beveiliging en de verzekering van belangrijke diamantzendingen voor zijn rekening neemt. De noodlottige zending waarmee Sergei van Antwerpen naar Delhi reisde, werd door zijn diensten bewaakt en verzekerd. Zeer degelijk verzekerd, bleek achteraf. De politie vernam dat het integrale bedrag, van pakweg 4 miljoen, werd uitgekeerd aan Viktor Gogua.
Minstens een van de drie Georgische maffiosi die de Antwerpse politie nu met alle macht probeert terug te vinden, is herkend als dader van een brutale moordpartij in Parijs: Elisabed Medvedev. Het dossier bevat voldoende bewijsmateriaal om zeker te zijn dat dezelfde daders ook Sergei en Ingrid vermoordden. En dat is wat Beerke vanmorgen hier brengt, op de uitvaartplechtigheid van een Georgische koerier – zonder twijfel ook zelf een maffiaman – in een Russisch-orthodoxe kerk in het hart van de Antwerpse jodenbuurt.
Beerke verwacht niet dat het gezochte drietal zich zal laten opmerken op de uitvaartmis van hun slachtoffer. Hoewel sommige misdadigers echt wel zo stom zijn. Dit is een buitenkans om verder in kaart te brengen wie mogelijke vrienden en bekenden waren van Sergei Tokar. In het appartementsblok aan de overkant van de straat zit een fotograaf van de politie om met een sterk teleobjectief iedereen te digitaliseren die aan het einde van deze mis de kerk verlaat.
Haar aanwezigheid onder de plataan, waaruit de resten van de eerdere regenvlaag nu dik neerdruppen, heeft nog een andere reden. Een van de gesluierde vrouwen vooraan in de kerk is Albertien Van der Valk. Ze was bij Dia-Securis tot begin juni verantwoordelijk voor de beveiliging. Dus ook van de gestolen zending. Daarom werd ze meteen na de diamantroof door Jozef Merels ontslagen. Onder druk van Viktor Gogua, zo wordt gefluisterd. Toen Beerke haar ontmoette in het kader van het onderzoek, bleken ze ex-studiegenoten. Ze dronken samen een kop koffie en beleefden kort daarna een onstuimige nacht in Parijs. Onstuimig en verwarrend. Beerke deelde nooit eerder het bed met een andere vrouw. Ze verzocht Albertien om wat ademruimte om dit allemaal een plaats te geven en die heeft Albertien haar gegund. Ze zagen elkaar enkel in juli nog even kort in de gang bij de recherche op de Noordersingel toen Albertien er kwam getuigen over de gestolen zending. Buiten snel oogcontact en een glimlach gaf geen van beiden ook maar enige blijk van wat er in Parijs tussen hen gebeurd was. Hun geheimpje blijft duidelijk hun geheimpje.
En nu staat Albertien hier vooraan in de kerk, in grijze broek en – ondanks de hitte – in een lang gebreid vest in grijze wol, tot net boven de enkels. Haar lange blonde lokken zijn opgestoken onder een donkerrode sjaal. Die draagt ze met zwier. Zelfs in rouwkleding ziet ze er pittiger uit dan de meesten op een trouwfeest.
Beerke voelt haar telefoon trillen in de zak van haar jasje. Het geluid was afgezet voor de kerkdienst. Ze bekijkt het scherm. Piet Stroobrandt. Haar chef.
‘Commissaris?’
‘Hé Wagenmaker, ben je nog op de begrafenis van Tokar?’
‘Ik sta op straat, voor de deur. De uitvaartmis loopt op haar eind, vermoed ik. Waarom bel je?’
‘De auto van Boris Darsadze is teruggevonden. Die oude Mercedes.’
Ze neemt haar notitieboekje terwijl ze haar iPhone tussen oor en schouder klemt. ‘Hier? In Antwerpen?’
‘In Nederland. Op de luchthaven van Eindhoven. Passagiersparking. Ik stuurde je zonet een tekstbericht met het nummer van de officier die ons op de hoogte bracht. Kijk of je er vandaag nog langs kan gaan.’
‘Sporen van het trio zelf?’
‘Nope. Bel Eindhoven.’ Klik.
‘Ingehaakt. Ook een fijne voormiddag, Piet’, mompelt ze in zichzelf. Haar auto staat aan de overkant van de straat, op de dienstparking van het politiekantoor aan de Quinten Matsijslei. Terwijl ze het zebrapad oversteekt, zoekt ze het nummer van de Nederlandse collega in haar berichtenbox.
De babbel met Albertien houdt ze te goed voor een volgende keer.

Antwerpen – Sint-Jozefkerk
Wanneer Albertien uit de kerk komt, is er volop zon. Het contrast met de donkere droevige ruimte die ze verlaat, vraagt om een zonnebril. Die vergat ze mee te nemen. Terwijl ze de sjaal van haar hoofd verwijdert, zorgvuldig oprolt en in haar handtasje opbergt, kijkt ze rond. Bij het aanvangen van de mis had ze Beerke toch gezien? Omdat ze zich niet kan voorstellen dat ze verdwenen is zonder dag te zeggen, blijft ze nog even rondhangen bij de uitgang van de kerk. Is ze misschien toch binnen?
Twee mannen stappen uit het kerkportaal. Beiden dertigers met een gemillimeterd kapsel, beiden gekleed in een outfit die hun moeder echt niet zou goedkeuren voor een begrafenis. Ze overleggen kort en de ene, in een onfris uitziend paars trainingspak, wijst Albertien aan. Dan stapt de andere kerel met forse pas op haar af. De onderkant van zijn camouflagebroek is ingestopt in stevig schoeisel, daarboven draagt hij een zwart nylon bomber jacket. Een potige vent met een oorring die onderaan een tand mist. Nu dat weer. Fout lid van een motorbende of buitenwipper in een striptent. Stormtrooper bij extreemrechts of podiumbouwer bij een heavymetalgroep. Of dat allemaal tegelijk. In elk geval geen koorknaap.
Heel even probeert ze zich voor te stellen hoe ze haar aikido-ervaring in de praktijk kan brengen zonder haar nieuw gebreid gilet in de vernieling te werken.
‘U bent securitybaas voor Medusa?’ Een warme, vriendelijke stem met een vet Russisch accent.
Ze kijkt hem verwonderd aan. Kent ze hem ergens van? Ze twijfelt. ‘Nee, ik werkte bij Dia-Securis. Medusa was een van mijn klanten. Ik werk er niet meer.’
‘Kende je Sergei Tokar?’
Ze blijft hem aanstaren. Ze kent hem. Ze heeft hem nog nooit ontmoet, maar ze kent hem. De gelijkenis. ‘Jij bent zijn broer! Roman? Roman Tokar?’
Heel even verschijnt er een glimp van een glimlach op zijn sombere gezicht. Hij knikt bevestigend. ‘Kan je me helpen? Kunnen we praten?’
‘Niet hier. Steek de straat over en wacht in het midden van het park. De vijver maakt een bocht, daar staan zitbanken. Ik loop even om en zie je daar over tien minuten.’
De Georgiër zegt niets. Knikt niet ja of nee. Draait zijn gespierde lichaam honderdtachtig graden om zijn as en zet een strakke mars in naar de plek die ze heeft aangegeven.

Antwerpen – Stadspark
Albertien is helemaal door de Plantin en Moretuslei gewandeld tot bij de spoorwegbrug. Vervolgens links, helemaal het blok om. Het lange wollen gilet heeft ze uitgetrokken en draagt ze over haar arm. Ze houdt even halt voor het uitstalraam van een slager. Halal lamsvlees. Niets of niemand te zien in de weerspiegeling van het glas. Bij elke geparkeerde auto die ze voorbijwandelt, gluurt ze onopvallend even in de zijspiegel. Ze wordt niet gevolgd.
Roman Tokar zit inderdaad precies in het midden van het park, op een bank bij het brugje. Zonder hem aan te kijken gaat ze zitten aan het andere uiteinde van het bankje. Ze doet alsof ze haar mailberichten controleert. Ze gunt Roman geen enkele blijk van herkenning.
‘Wil je niet samen met mij gezien worden?’ vraagt hij met rustige, gedempte stem.
‘Niet voor ik weet waarom je mij wil zien.’
‘Ik ben hier voor Sergei.’
‘Het is mooi dat je naar België gekomen bent om afscheid te nemen. Hoe wist je dat hij vandaag begraven wordt? Zijn lichaam is pas gisteren vrijgegeven door de politie.’
‘Ik wist niet dat het vandaag zou zijn. Ik ben hier al sinds eind juni, toen ze hem gevonden hebben. Ik ben op zoek naar meer informatie over wat er met hem gebeurd is.’
‘Heb je al aangeklopt bij de politie?’
‘De politie is niet te vertrouwen. Sergei was niet met alles in orde. Je weet wat ik bedoel. Hij deelde soms meppen uit, gebruikte weleens wat. De politie houdt niet van zulke mensen. En wij niet van de politie.’
‘Onze politie is er voor iedereen. Je hoeft echt geen modelburger te zijn om bescherming te genieten. Dat is toch het belangrijkste dat we van de overheid verlangen: onze veiligheid en die van onze kinderen? Ze willen precies uitzoeken wat er met Sergei gebeurd is, en waarom. Alle stukjes informatie kunnen helpen. Het zal hen interesseren om je te ontmoeten’, verzekert ze hem.
Roman windt er geen doekjes om. ‘Mijn broer is vermoord, in stukken gehakt en als visvoer in de zee geworpen, dat stond in de krant.’
Over de hele breedte van haar voorhoofd verschijnt een rimpel. ‘Ik zag Sergei regelmatig voor het werk. Hij was koerier voor een diamantmaatschappij, Medusa. We konden het goed met elkaar vinden, maar echt nauw contact hadden we niet. Ik weet niets van zijn privéleven. Ik zie wel dat je sterk op hem lijkt. Zijn jullie tweelingbroers?’
‘Ja.’
Ze fluistert bijna. ‘De politie weet wat er met hem gebeurd is – en met zijn vriendin. Ze hebben sterke vermoedens wie de daders zijn, maar hebben voorlopig geen sluitend bewijs.’
‘Ik hoor dat drie Georgiërs hem vermoord hebben, nadat hij bestolen werd van een zending met diamant die hij moest bewaken.’
Ze blijft verder prutsen aan haar iPhone terwijl ze praat. ‘Het verhaal van die diamantroof klopt. Hij kon pas dagen later terugkomen uit Delhi. De politie heeft hem een tijdje verhoord. Toen hij in Zaventem aankwam, is hij meteen verdwenen. De politie weet precies wanneer hij op de luchthaven is aangekomen, maar daarna ontbreekt elk spoor. Tot ze hem terugvonden in de haven van Zeebrugge.’
‘Georgiërs hebben hem vermoord, dat stond in de krant.’
‘Je moet niet alles geloven wat in de krant staat. Soms hebben ze iets horen waaien bij een of andere bron bij gerecht of politie, en dat blijkt achteraf niet te kloppen. De politie stelde in een opsporingsbericht dat ze in verband gebracht worden met de moord. Dat betekent dat ze sterke aanwijzingen hebben, maar geen sluitend bewijs. Er zijn drie verdachten. Ze werkten onrechtstreeks voor de baas van Medusa, Viktor Gogua. Na de moord op Sergei zijn ze verdwenen.’
‘Ze hebben ook een familie vermoord in Parijs.’
‘Daar is in elk geval minstens de vrouw – Elisabed Medvedev – verantwoordelijk voor. Maar waarom die Fransen vermoord zijn, en waarom Sergei vermoord is, blijft voorlopig onduidelijk.’
Roman praat zonder haar aan te kijken. ‘Je moet me helpen. Tot nu toe vond ik niemand die me iets kon vertellen dat al niet eerder in de krant stond. Ik wil met zekerheid weten wie Sergei vermoord heeft, en waarom. En waar hij of zij zich bevindt.’
‘Niet hier en niet nu. Hoe kan ik je bereiken?’
‘E-mail. Wolf punt Tokar apenstaart gmail punt com.’
Ze kijkt op van haar iPhone en staart hem aan. ‘Wolf?’
‘Sergei had een groot doodshoofd met een kraai op zijn rug, ik heb een wolfskop. Die lieten we tegelijk plaatsen toen we zeventien werden. Dezelfde artiest. Zijn codenaam in het leger was Kraai.’
‘En jij bent Wolf… Waarom wil je details over de daders?’
‘Als het Georgiërs zijn, maakt jullie politie geen kans om ze te vinden. Ik wel.’
Ze kijkt hem niet aan, maar haar stem verraadt twijfel. ‘Jij wel?’
Hij kijkt strak in haar richting. ‘Wanneer kan je me meer vertellen?’
‘Kijk voor je uit: niet naar mij. Ik heb je alles verteld wat ik weet. Maar als je het goed vindt, geef ik je e-mail door aan iemand die je misschien wel kan helpen.’
‘Geen politie!’
Albertien denkt even na. ‘Je maakt het jezelf nodeloos moeilijk. Alhoewel… zolang het onderzoek loopt, zullen ze je toch niets vertellen, broer of geen broer. Ik ken iemand die je mis¬schien wel kan helpen. Geef me tot morgen.’
‘Zie ik je terug?’
‘Dat hoeft niet. Ik wil je helpen, maar hou mij hier verder buiten.’ Ze steekt haar iPhone even omhoog. Ik stuurde je zonet een mailtje, zo houden we contact. Heb je onderdak?’
‘Ja.’
‘Geld om te overleven?’
‘Ja.’
‘Kan ik je ergens anders mee helpen?’
‘Ik wil alleen weten wie Sergei kapotgemaakt heeft, en die vrouw die hij beminde.’
‘Blijf nog enkele minuten zitten nadat ik vertrokken ben en wandel weg in de andere richting. En mijn medeleven met het verlies van Sergei. Hij was een taaie rakker, maar ik mocht hem wel.’
Ze staat op, stopt de iPhone in haar broekzak en slentert in de richting van de tramhalte.

Lees méér van Standaard Uitgeverij