interview

10 vragen aan C Pam Zhang

0

Onlangs is Al wat goud op de bergen is van C Pam Zhang verschenen, een overweldigend avonturenverhaal dat de stereotypen van de klassieke western op zijn kop zet. Een onvergetelijk verhaal over het verlangen van een immigrantenkind naar een thuis, en een opmerkelijke roman over familieleden die door herinneringen en geheimen verbonden zijn.

Uitgeverij Signatuur stelden tien vragen aan de auteur over haar bijzondere roman.

Waardoor raakte je voor het eerst geïnspireerd om dit bijzondere verhaal te schrijven?
Ik werd op een ochtend wakker met de beelden van twee zilveren dollars, twee zusjes, droge hitte en een avontuurlijke reis in mijn hoofd. Elk fictioneel element uit het boek heeft zich zo ongevraagd aan me opgedrongen: via beelden, via een stem of vanuit een soort emotionele noodzaak.

Hoe zou je het begrip ‘thuis’ definiëren?
Thuis is meer een gevoel dan geografische plek, een gevoel van je letterlijk op je plaats voelen. Voor mij, als vrouw en als Amerikaanse van Aziatische afkomst, is het zeldzaam dat ik ergens ben waar ik me niet hyperbewust ben van hoe mensen me zien. Op dit moment is ‘thuis’ voor mij meestal de plek waar de mensen zijn van wie ik hou, maar het kan ook een landschap zijn, een moment van rust in een vertrouwde kamer of een bepaalde lichtinval waardoor ik me blij voel.

Welk boek maakte je voor het laatst aan het lachen?
The Changeling van Joy Williams.

De natuur en het landschap in het Amerikaanse Westen spelen een belangrijke rol in je boek. Wat is jouw relatie tot de natuur − hoe verhoud je je daartoe?
O, ik ben doodsbang voor de natuur! Maar dat wil niet zeggen dat ik er niet van hou. Sterker nog, ik zou zeggen dat ik meer respect heb voor het geweldige, woeste en ontzagwekkende Amerikaanse Wilde Westen dan de gemiddelde mens. Maar het is net zo als met wilde dieren. Je observeert het, maar het is niet de bedoeling dat je ermee knuffelt, want het heeft scherpe tanden. Ik ben me ervan bewust hoe weinig ik weet over overleven in de natuur. De natuur houdt zich niet aan de menselijke regels, en daarom bewonder ik haar vanaf een veilige afstand: via documentaires, goed onderhouden wandelpaden, et cetera.

Heb je een ochtendroutine of een andere specifieke routine in deze coronatijd?
Ik word wakker, vecht tegen existentiële angst, was mijn gezicht, smeer het rijkelijk in met een vitamine C-serum en vochtinbrengende crème en zonnebrandcrème. Dan geef ik toe aan mijn drang om het nieuws en mijn sociale media een paar minuten te checken. Vervolgens trek ik fatsoenlijke kleding aan en zet ik een modieus (?) mondkapje op om met mijn hond te wandelen. Want ik heb besloten dat het belangrijk is om ook in deze tijd echte kleding te dragen, en dan voel ik me zo langzaamaan weer mens worden en probeer ik te lezen of te schrijven.

Hoe ziet jouw huidige baan eruit?
Ik werk als creatief directeur bij een start-up op het gebied van huidverzorging. Gedurende dat deel van de dag richt ik me volledig op één specifieke en bevredigende taak, en ben ik heel gefocust. Dat is zo anders dan bij het schrijven van fictie, wanneer ik ben overgeleverd aan een wervelende, hulpeloze chaos!

Zijn er verhalen of boeken die jouw manier van denken over verdriet hebben veranderd of gevormd?
Beminde van Toni Morrison en het verhaal ‘In the Cemetery Where Al Jolson Is Buried’ van Amy Hempel zijn geweldig omdat ze verdriet om weten te zetten in iets onverwachts en wonderlijks. Bij Beminde gebeurt dat in de belichaming van een spook-baby-vrouw en ‘In the Cemetery’ vanwege de bondige, ongrijpbare structuur die zich rondom de kern van de pijn beweegt. Beide werken onderzoeken de minder gebruikelijke manieren waarop mensen hun verdriet verdringen, en bespreken vormen van rouw die we niet vaak krijgen te zien in de media voor het grote publiek. De H van havik van Helen Macdonald doet iets vergelijkbaars.

In welk restaurant ga je als eerste eten als het weer opengaat, en wat eet je dan?
Dit is misschien wel de beste vraag die mij is gesteld in mijn hele boektournee! Waarschijnlijk ga ik dan naar My Tofu House, voor een borrelende pot soondubu jjigae en, nog belangrijker, voor een eindeloze hoeveelheid banchan– en gerstthee. Ik mis die ervaring bijna meer dan het eten zelf: het wuiven van de obers, het gekletter van servies, het gevoel van een overvloed aan eten dat iemand anders voor je heeft gekookt. Of waterpijp en verse pitabroodjes met knoflooksaus op de geheime patio van Arabian Nights, nog zo’n onverklaarbare ervaring.

Welk immigrantenverhaal zouden meer mensen moeten kennen of lezen volgens jou?
Lucy van Jamaica Kincaid.

Welke schrijver bewonder je?
Toni Morrison, Jamaica Kincaid, Michael Ondaatje, Angela Carter en Anne Carson zijn veruit mijn echte helden, vanwege hun lyrische toon en diepere wijsheden. Daisy Johnson en Ottessa Moshfegh schrijven spetterende zinnen. Alexander Chee, R.O. Kwon, Lauren Groff, Garth Greenwell en Brandon Taylor schrijven prachtig, naast het feit dat ze ook bekende literaire personen zijn. Dat laatste klinkt misschien saai, maar deze schrijvers zijn zo belangrijk om de diversiteit in onze literatuur hoog te houden. En ik sta te springen om bij meer mensen een aantal nieuwe schitterende schrijvers onder de aandacht te brengen van wie het debuut nog moeten verschijnen, onder wie dat van Mai Nardone, Raven Leilani en Alice Sola Kim.

Meer weten over Al wat goud op de bergen is of de roman bestellen? Dat kan via onderstaande link.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief