nieuws

21 juni 1919. Het einde van de Duitse vloot

14-’18 in 100 dagen overspant de hele duur van de Grote Oorlog en biedt een helder inzicht in de impact ervan op onze samenleving. Elk van de honderd hoofdstukken vertrekt van een welbepaalde gebeurtenis op een bepaalde dag en plaatst die in haar context: hoe kon het zover komen, en wat gebeurde er achteraf? Mark De Geest wisselt in dit beklijvende boek grote oorlogsfeiten af met persoonlijke verhalen van soldaten.

Vandaag. 21 juni 1919

De hele winter en lente blijven de Duitse schepen in Scapa Flow liggen. De bemanning baalt. Het eten dat hen om de twee weken vanuit Duitsland wordt aangeleverd, is eentonig en slecht van kwaliteit. Gelukkig kunnen de manschappen hun rantsoen aanvullen met verse vis, die zij ter plaatse aan de haak slaan. In tegenstelling tot hun Britse collega’s zijn de Duitse manschappen het niet gewend om zo lang aan boord te blijven. Wanneer hun schepen aangemeerd zijn, verblijven zij meestal aan wal. Om die reden zijn hun verblijven eerder spartaans ingericht. De Britten verbieden de Duitsers om hun vrienden op de andere schepen op te zoeken. Dat wordt slechts toegestaan aan officieren en aan de Duitse dokters (tandartsen zijn op de schepen niet aanwezig). En uiteraard moet de Duitse post van en naar de Heimat verplicht voorbij de Britse censuur.

Samen met zijn officieren beraamt hij een plan om zelf de Duitse schepen tot zinken te brengen. Aanvankelijk wordt de bemanning niet ingelicht.

Op de vredesconferentie die ondertussen in Parijs wordt gehouden, is het lot van de schepen voer voor discussie. Fransen en Italianen vinden dat een deel van de schepen hen toekomt. Dat is niet naar de zin van de Britten, zo’n deal zou immers hun hegemonie op zee verminderen. Het is maar een van de talloze punten waarover in Parijs onderhandeld wordt. Terwijl die onderhandelingen aanslepen, blijven in Scapa Flow de Duitse schepen week na week voor anker liggen. Sommige officieren krijgen het moeilijk om de tucht onder de bemanning te handhaven. Bevelhebber von Reuter ziet zich zelfs verplicht zijn commando naar de lichte kruiser Emden over te brengen.

In juni 1919 verplichten de Britten de Duitsers hun bemanning verder in te krimpen. Op de grote slagschepen mogen zestig tot vijfenzeventig bemanningsleden gestationeerd blijven, op de kleinere slechts een dertigtal. In totaal gaat het nog om 1700 matrozen en officieren. Von Reuter maakt zich ondertussen grote zorgen. Hij vreest dat de Britten de Duitse schepen in beslag zullen nemen en toevoegen aan hun Grand Fleet. Dat wil hij tot elke prijs vermijden. Samen met zijn officieren beraamt hij een plan om zelf de Duitse schepen tot zinken te brengen. Aanvankelijk wordt de bemanning niet ingelicht, maar wanneer zij merken welke voorbereidingen er getroffen worden, beseffen ook zij wat er te gebeuren staat.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief