leesfragment

’48 uur’ van James Patterson

Een onmogelijke missie, een dodelijk ultimatum, een gevecht tegen de tijd. Lees hier alvast het eerste hoofdstuk van  48 uur, de nieuwste thriller van James Patterson!

48 uur

Als Amerikaans inlichtingenofficier heeft Amy Cornwall al het nodige meegemaakt. Maar wat ze op een dag aantreft bij thuiskomst doet zelfs haar verstijven. Het huis is leeg, geen stemmen van dochter of man, geen geuren van een wachtende maaltijd. Slechts een onbekende telefoon op de eettafel, via welke ze een vreselijk ultimatum doorkrijgt. Binnen 48 uur moet ze een naamloze gevangene vinden en bevrijden. Lukt dit haar niet, dan zal haar gezin het niet overleven.

Leesfragment

Hoofdstuk 1

Binnen drieëndertig seconden nadat ik de voordeur heb geopend weet ik dat mijn huis leeg is en dat mijn man en dochter weg zijn.

Als kapitein in het Amerikaanse leger, werkzaam bij de militaire inlichtingendienst, heb ik jaren van training en ervaring in oorlogsgebieden als Irak en Afghanistan achter de rug met het doorgronden van patronen, het werken met flarden informatie en brokjes communicatie.

Deze expertise komt goed van pas als ik ons prettige kleine huis in het provinciale Kingstowne, Virginia, heb bereikt dat op zo’n zestien kilometer van mijn huidige werkplek Fort Belvoir ligt. Onze lichtblauwe Honda cr-v staat op de oprit, en de school is al uren uit. Als ik naar binnen loop staat de tv niet aan, noch ruik ik het avondeten – dat volgens Tom, mijn man, klaar zou staan omdat ik weer eens later was – en wat het vreemdste is: ik hoor geen achtergrondgeluiden of wat dan ook van onze tienjarige Denise, die je doorgaans hoort zingen, aan de telefoon hoort of die in de gang aan het tapdansen is. Hoe moet je het zeggen, vanaf het moment dat ik de deur openduw weet ik dat het huis leeg is en dat mijn geliefden in gevaar verkeren.

Vanaf het moment dat ik de deur openduw weet ik dat het huis leeg is en dat mijn geliefden in gevaar verkeren.
Ik zet mijn zwarte handtas en mijn zachtleren aktetas behoedzaam op de vloer. Roepen heeft geen zin. In plaats daarvan loop ik naar de muur, waar een ingelijste foto van een vuurtoren in Maine aan hangt die ik eraf neem – om een ingebouwde kluis te onthullen met een combinatieslot ernaast. Ik toets 9999 in (om in een noodgeval als dit een moeilijkere code te hebben is vragen om ellende), trek aan de hendel en pak er een geladen roestvrijstalen Ruger .357 revolver uit.

Die is altijd geladen. Altijd. Toen we hier tien jaar geleden naartoe verhuisden plaagde Tom me altijd met mijn paranoia, maar daar hield hij mee op toen een inbraak een van mijn collega’s van de inlichtingendienst fataal werd. Er werd niets meegenomen bij deze zogenaamde inbraak, maar ze hadden mijn collega met tien centimeter lange spijkers aan de slaapkamermuur genageld.

Ik trek mijn zwarte schoenen uit en loop door de korte gang. Er is niemand in de keuken. Er is ook niemand in Toms rommelige werkkamer. Sinds hij vorig jaar met zijn journalistieke werk is gestopt, heeft Tom hier vele uren aan een boek zitten schrijven – ik weet niet waarover het gaat – en het schiet me te binnen dat hij over twee dagen een bron zou interviewen.

Ik loop door naar de eveneens lege woonkamer, waar een ovale eettafel met zes stoelen staat en een vitrinekast met ons mooiste porselein erin. Midden op de tafel staat een rank glazen vaasje met één enkele roos erin. Die had Tom me gisteravond gegeven.

Dan de woonkamer. Een ligstoel, twee banken, boekenkasten en een flatscreen­tv met Denises dvd­collectie eronder.

Ook niemand.

Ik open de kelderdeur, stap opzij en knip snel het licht aan.

De verwarmingsketel, verhuisdozen, Denises oude fietsje, de crosstrainer waar Tom ooit nog eens aan zou beginnen naast de bestofte loopband waar ík ooit nog eens aan zou beginnen.

Niets.

Ik begin nu aan de trap die naar de eerste etage leidt en sluip in gebogen houding naar boven, zo dicht mogelijk tegen de muur aan zodat mijn zachte voetstappen zo min mogelijk gekraak veroorzaken.

Ik heb de basistraining gekregen, daarna de uitgebreide versie en twee uitzendingen naar Irak, en ik was een van de eerste vrouwen die de US Army Ranger­training heeft doorlopen. Ik heb tegenover een paar van de gevaarlijkste mannen – altijd mannen! – ter wereld gezeten toen ik leden van Al­Qaida, is en de Taliban ondervroeg, wier bruine en zwarte ogen zó’n haat uitstraalden dat ik er ’s nachts nachtmerries van kreeg en me overdag paranoïde voelde; ik kijk altijd over mijn schouder.

Maar er is niets wat me zo bang maakt als het bestijgen van deze veertien doodgewone traptreden
Maar er is niets wat me zo bang maakt als het bestijgen van deze veertien doodgewone traptreden in een doodgewoon Amerikaans huis in een doodgewone voorstad in Virginia. Bij de vele vaardigheden die een inlichtingenofficier moet hebben hoort een actief en ruim voorstellingsvermogen, en zo stel ik me voor dat…

Tom op het echtelijke bed ligt, de achterkant van zijn hoofd is door het schot in een bloederige massa veranderd.

Denise, die met een doorgesneden keel in een hoek van haar slaapkamer ligt. Haar verstijfde armen omklemmen een pluchen Mickey Mouse, het Frozen­t­shirt dat ze verleden jaar in Disneyland had gekregen is doorweekt van het bloed.

Tom en Denise, hun verminkte lichamen liggen in de badkuip en iemand heeft met hun bloed een gruwelijk bericht op de badkamerspiegel geschreven.

Mijn gezin, mijn geliefden; ze zijn dood vanwege de plekken waar ik ben geweest, de mensen die ik heb bevochten, en de zonden die ik heb begaan in dienst van mijn land.

Ik ben nooit bijzonder gelovig geweest, maar als ik de laatste trede heb bereikt zijn mijn gebeden aan welke god dan ook daarboven van ‘Alsjeblieft, God, laat mijn gezin in veiligheid zijn’ gereduceerd tot ‘Alsjeblieft, God’, en na één stap op de overloop fluister ik alleen nog maar: ‘Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft.’

Mijn moederinstinct komt naar boven en ik loop Denises kamer in.

Rommelig, maar veilig.

Onze slaapkamer, die ertegenover ligt.

Veel netter, maar ook veilig.

De badkamer.

De deur is dicht.

Ik haal diep adem en knipper met mijn ogen tegen de tranen. Ik draai aan de deurknop en trek de deur open.

De badmat ligt er vreemd geplooid bij, alsof er iets is gebeurd.

Kleren van Denise – haar voetbaltenue – liggen in een hoop op de vloer.

De kamer van mijn meisje mag dan wel rommelig zijn, ze weet dat ze haar vuile kleren in de wasmand moet doen.

Foute boel.

Met een ruk trek ik het douchegordijn opzij.

Niets.

Maar nog steeds, foute boel.

 

Terwijl ik mijn pistool met beide handen vasthoud, blijf ik de situatie beoordelen en speur verder.
Ik ben weer terug op de begane grond. Terwijl ik mijn pistool met beide handen vasthoud, blijf ik de situatie beoordelen en speur verder. Er hangt een geur die ik nog niet eerder heb geroken.

Een geur van angst, van zweet, van ontzetting.

Als ik langs de eetkamer loop, merk ik iets op wat ik daarnet over het hoofd heb gezien omdat het gedeeltelijk door de vaas met de enkele roos uit het zicht wordt genomen. Ik loop de kamer in en probeer alle fijne herinneringen die ik aan de ze tafel heb opzij te zetten – de maaltijden met het gezin, Denise helpen bij haar wiskundehuiswerk, de kerstochtenden en Thanksgiving­middagen, etentjes met collega­militairen van Fort Belvoir – prettige gedachten die nu hun glans hebben verloren.

Er ligt een velletje papier op de tafel.

Met een mobieltje ernaast dat ik niet herken. Het mijne zit in mijn handtas, en zowel Tom als Denise hebben een iPhone.

Deze telefoon is vierkant, hij heeft een klein scherm met een toetsenbord eronder.

Ik loop naar de tafel.

En lees wat erop staat.

Het witte papier heeft een standaard blocnoteformaat en de woorden zijn gecentreerd, ze zien eruit alsof ze met een inkjetprinter zijn afgedrukt.

Doodgewoon allemaal, behalve dat deze tekst niet zo gewoon is.

WE HEBBEN JE MAN EN DOCHTER, GEEN FBI, STATE POLICE
CID, MILITAIRE POLITIE, JIJ EN NIEMAND ANDERS
VOLG DE INSTRUCTIES NAAR DE LETTER EN VOLBRENG
JE TAAK BINNEN 48 UUR, OF ZE ZULLEN BEIDEN STERVEN

Ik lees en herlees het bericht – dat niets te raden overlaat – en ik ben het net voor de derde keer aan het lezen als de vreemde telefoon klinkt, wat me zo’n schok bezorgt dat ik bijna mijn wapen uit mijn handen laat vallen.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief