interview

Alexis Schaitkin over wat ze wel – en niet- ondernam voor het schrijven van ‘Saint X’

Wat heeft schrijfster Alexis Schaitkin wel – en niet- ondernomen voor het schrijven van haar debuutroman Saint X? Ze vertelt het in dit interview. Zo praat ze onder meer heeft over het vermijden van waargebeurde verhalen die het plot konden beïnvloeden, en dat ze persoonlijk naar de Cariben afreisde voor het afnemen van interviews met lokale bewoners. Veel leesplezier!

Het verhaal

Wanneer Claire nietsvermoedend in een taxi stapt, gebeurt het ondenkbare. De chauffeur, Clive Richardson, is een van de mannen die jaren terug verdacht werd van de moord op haar oudere zus Alison op het vakantie-eiland Saint X. Vanaf dat moment raakt Claire geobsedeerd door de vraag wie haar zus nu eigenlijk was en wat er met haar is gebeurd. Terwijl ze Clives vertrouwen probeert te winnen om hem te kunnen ontmaskeren, raakt ze juist steeds meer aan hem gehecht, verbonden door het drama dat ze beiden hebben meegemaakt.

Saint X blijft je echt bij: een fascinerend en raak verhaal over rouw, obsessie en verlies.

Het interview

Wat is de inspiratiebron voor je verhaal geweest?

De setting van een tropisch resort. Ik wilde een verhaal vertellen waarin de lezer zou kennismaken met de levens van de toeristen die daar vakantie vieren, met die van de eilandbewoners en die van de mensen die in het resort werken. Ik vind het Caribische resort zo’n vruchtbare en interessante setting, omdat die besloten omgeving gedeeld wordt door mensen met een heel verschillende achtergrond, die soms een toch redelijk intieme omgang met elkaar hebben. Vlak onder dat mooie, serene oppervlak huist een complexe dynamiek en spanning. Alison is er vanaf het eerste moment bij: het tienermeisje dat in Indigo Bay neerstrijkt en direct op zoek gaat naar de barsten in dat oppervlak, omdat ze erlangs, eronder en erachter wil kunnen kijken.

 

Heeft de zaak van Natalee Holloway je beïnvloed, het meisje dat in 2005 verdween tijdens een vakantie op Aruba?

Ik kende die zaak natuurlijk, maar toen ik eenmaal wist dat ik een verhaal wilde schrijven over een mooi Amerikaans meisje dat tijdens haar vakantie in de Cariben verdwijnt, heb ik ervoor gewaakt te dicht tegen het Holloway-verhaal aan te schuren. Mensen die haar zaak destijds gevolgd hebben, zullen het wellicht interessant vinden de overeenkomsten en verschillen tussen haar verhaal en dat van Alison te zoeken, maar ik denk dat Natalees verhaal, op een paar overlappingen op algemeen niveau na, weinig overeenkomsten met Saint X vertoont.

Van veel grotere invloed is de JonBenét Ramsey-zaak geweest, die speelde toen ik elf was en die heb ik nauwgezet gevolgd. Die heeft me al op jonge leeftijd geconfronteerd met het feit dat de samenleving heel heftig reageert op de dood van sommige meisjes, en zich het lot van anderen nauwelijks aantrekt. Het boek ademt de obsessies die onze samenleving aan de dag kan leggen met meisjes als Natalee Holloway, JonBenét Ramsey en Hannah Graham.

 

Je hebt in dit boek voor meerdere vertelperspectieven gekozen. Hoe lang heb je aan ieder personage geschaafd?

Ik heb ze allemaal gelijktijdig bedacht; ik heb ze niet een voor een uitgewerkt. Personages maken voor mij deel uit van een ecosysteem – ze zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Ook heb ik de opzet om de hoofdpersonages paarsgewijs aan elkaar te koppelen – Alison aan Claire, en Edwin aan Clive – van meet af aan heel duidelijk voor ogen gehad. Elk paar is opgebouwd uit een krachtig, charismatische personage dat het andere personage overschaduwt. Een groot deel van het boek gaat over de vraag hoe deze passieve personages, Claire en Clive, erin slagen (of juist niet) hun bruut verstoorde levens onafhankelijk van elkaar weer op de rails te krijgen.

 

Kun je iets vertellen over het schrijfproces – hoe ben je op Saint X gekomen, een fictief eiland in de Cariben?

Ik wist vanaf het begin dat ik het verhaal niet op een werkelijk bestaand eiland wilde situeren. Dat zag ik mezelf niet doen. Het scheppen van een fictief naamloos eiland is een ironische knipoog naar de manier waarop toeristen de interactie met dit soort eilanden aangaan – als een uitspatting op een paradijs zonder context, een ‘zalig nergens’ zoals ik het aan het begin van de roman noem. Maar tegelijk wist ik dat ik Saint X evenveel details en nuance wilde meegeven als de straten van Flatbush – ik wilde niet New York haarfijn beschrijven en daarnaast Saint X neerzetten als een schimmig tropisch droomlandschap. Ik wilde specificaties, beelden, en details die de personages op beide locaties houvast geven.

Ik ben begonnen met het lezen van geschiedenisboeken, reisgidsen en hedendaagse fictie uit het Caribisch gebied. Taalgidsen over Caribische dialecten en mengtalen. Boeken over flora en fauna. Kookboeken en boeken over religieuze gebruiken. Ik ben naar Anguilla gegaan en heb mensen geïnterviewd. Een van mijn lezers, die in het Caribische gebied is opgegroeid maar inmiddels in de Verenigde Staten woont, heeft alles wat enigszins onwaarschijnlijk leek aangestipt. Tot in de kleinste details zijn we alles nagegaan, zo hebben we eens uit drie namen de beste gekozen voor een gerecht dat in het boek slechts één keer genoemd wordt.

 

Is het beeld over Saint X dat je bij de eerste kladversie had veranderd ten opzichte van het afgeronde eindresultaat?

De grootste verandering was om Saint X niet te beschouwen als een statische plek, maar als een plaats die in de loop van het boek verandert. In de eerste versies bleef Saint X onveranderlijk, vanaf het moment dat Clive en Edwin nog klein waren, tot aan het moment dat ze als twintigers het eiland verlaten. De resorts waren er altijd al geweest. De toeristen waren er altijd al geweest. Maar toen ik voor mijn achtergrondonderzoek in Anguilla was, kreeg ik de mogelijkheid een aantal mannen te spreken die ongeveer Edwin en Clives leeftijd waren. Ik ontdekte dat elektriciteit op het eiland pas gemeengoed was geworden toen die mannen tien of twaalf jaren oud waren, en dat ze opgegroeid waren zonder koelkasten. De eerste grote resorts openden pas hun deuren toen zij al tieners waren. Ik besloot dat basale gegeven in Saint X trouw te blijven.

Het verhaal over de intense en snelle transformatie van Saint X bleek een krachtige parallel met Clive en Claires omgeving in Brooklyn: allebei werelden waar de invloed van geld en rijke mensen alles heeft veranderd.

 

Je verweeft in het verhaal korte herinneringen van een aantal bijfiguren dat op het eiland of in de Verenigde Staten het pad van een van de hoofdpersonages heeft gekruist. Waarom heb je die toegevoegd?

Het is interessant dat je het woord ‘toevoegen’ gebruikt, want zo heb ik het inderdaad letterlijk gedaan. De korte herinneringen ontbraken in de eerste versies van het boek. Zo af en toe slopen er een paar pagina’s met herinneringen in, met name via Sara, de moeder van Clives kind, en haar moeder, Agatha. Ik heb ze op een zeker moment geschrapt omdat ik ze te vreemd vond, en omdat ik het ook verwarrend vond om zo zonder enige aankondiging van de verhaallijn af te wijken.

Maar hoewel Sara en Agatha geen hoofdpersonages zijn, bleven die geschrapte passages me achtervolgen. Die kleine inkijkjes in de gevolgen van al die ontwikkelingen op hun leven leken me cruciaal voor het verhaal. Ook vond ik de opdringerige aard van hun stemmen geslaagd – hun eis om gehoord te worden. Zo is het idee geboren om het boek te doorspekken met korte herinneringen van vele verschillende personages. Toen ik het eenmaal had bedacht, vond ik het heel logisch.

 

Ben je nieuwsgierig geworden naar Saint X? Je kan hier een fragment lezen en via onderstaande link jouw exemplaar bestellen.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief