nieuws

Het nieuwe boek van Mark Manson

Alles is f*cked is het nieuwe boek van Mark Manson, auteur van de bestseller De edele kunst van not giving a f*ck. Waar het in zijn eerste boek vooral ging over de onvermijdelijke fouten in ieder individu, gaat het in Alles is f*cked, zijn tweede boek, over de eindeloze rampen in de wereld om ons heen.

Het boek is nu in de (online) boekhandel te vinden, maar jij kan hier al beginnen met het lezen van de eerste pagina’s!

1 De pijnlijke waarheid

Op een klein stukje grond op het eentonige platteland van Midden-Europa zou te midden van de depots van een voormalige legerkazerne een kluwen van geografisch geconcentreerd kwaad de kop opsteken, dat dichter en duisterder was dan de wereld ooit eerder had meegemaakt. In amper vier jaar tijd zouden hier meer dan 1,3 miljoen mensen stelselmatig van elkaar worden gescheiden, worden onderworpen, gemarteld en vermoord; en dat allemaal in een gebied dat iets groter was dan, pak ’m beet, Central Park in Manhattan. En niemand zou iets doen om het te stoppen.

Op één man na.

Het is net een sprookje of een comic: een held stampt regelrecht de brandende poorten van de hel door om aan een of andere grote manifestatie van het kwaad het hoofd te bieden. Hij maakt natuurlijk geen schijn van kans. Het is gewoon lachwekkend wat hij van plan is. Toch aarzelt onze fantastische held geen moment, hij geeft geen krimp. Hij recht zijn rug en slacht de draak af, vermorzelt de duivelse binnendringers, redt de planeet en misschien zelfs een prinses of twee.

Dit verhaal gaat over dat alles compleet en volslagen fucked is.
En heel even gloort er hoop.

Maar dit verhaal gaat dus niet over hoop. Dit verhaal gaat over dat alles compleet en volslagen fucked is. En wel zo fucked dat jij en ik, met de gemakken van onze gratis wifi en oversized fleecedekens, ons er nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.

 

 

Witold Pilecki was al een oorlogsheld voordat hij besloot om Auschwitz binnen te glippen. Als jongeman had hij in de Pools-Russische Oorlog van 1918 als officier een onderscheiding ontvangen. Hij had de communisten in de ballen geschopt voordat de meeste mensen zelfs maar wisten wat een rooie communistische klootzak was. Na de oorlog verhuisde Pilecki naar het Poolse platteland, waar hij met een schooljuf trouwde en twee kinderen kreeg. Hij hield van paardrijden, droeg graag mooie hoeden en rookte sigaren. Het leven was eenvoudig en mooi.

Toen begon Hitler met zijn gedoe, en nog voordat Polen zijn gevechtslaarzen aan kon trekken, hadden de nazi’s zich al door het land geblitzkriegd. In iets meer dan een maand verloor Polen zijn gehele grondgebied. Het was niet echt een eerlijke strijd: terwijl de nazi’s vanuit het westen binnentrokken, deden de Sovjets dat vanuit het oosten. Het was alsof ze tussen twee vuren zaten: het ene was een massamoordenaar met grootheidswaan die de wereld wilde veroveren en het andere een woeste, gevoelloze genocide. Ik weet nog steeds niet wat nou eigenlijk wat was.

In het begin waren de Sovjets eigenlijk veel wreder dan de nazi’s. Zij hadden dit al eens eerder gedaan, moet je weten: dat hele ‘werp een regering omver en onderwerp een bevolking aan jouw foute ideologie’-gedoe. De nazi’s waren nog steeds een beetje imperialistische maagden (wat, als je naar foto’s van Hitlers snorretje kijkt, niet zo moeilijk voor te stellen is). In die eerste maanden van de oorlog dreven de Sovjets naar schatting 1 miljoen Poolse burgers bijeen en stuurden hen oostwaarts. Laat dat eens even tot je doordringen: 1 miljoen mensen, in slechts enkele maanden, gewoon verdwenen. Sommigen eindigden helemaal in de goelags in Siberië; anderen werden tientallen jaren later gevonden in massagraven. Veel van hen worden tot op de dag van vandaag nog vermist.

Ze noemden zichzelf het Geheime Poolse Leger.
Pilecki vocht in die oorlogen, tegen zowel de Duitsers als de Sovjets. En na hun nederlaag begonnen hij en collega-officieren van het Poolse leger in Warschau een ondergrondse verzetsgroep. Ze noemden zichzelf het Geheime Poolse Leger.

In het voorjaar van 1940 kreeg het Geheime Poolse Leger lucht van het feit dat de Duitsers in de buurt van een of ander gehucht in het zuiden van het land een enorm gevangeniscomplex aan het bouwen waren. De Duitsers noemden dit nieuwe complex Auschwitz. In de zomer van 1940 waren duizenden legerofficieren en vooraanstaande Poolse burgers uit West-Polen verdwenen. Onder het verzet groeide de angst dat dezelfde massadetentie die in het oosten was voorgevallen nu in het westen op het menu stond. Pilecki en zijn groep vermoedden dat Auschwitz, een gevangenis zo groot als een heel dorp, mogelijk betrokken was bij de verdwijningen en dat het al weleens duizenden voormalige Poolse soldaten zou kunnen huisvesten.

Op dat moment bood Pilecki zich vrijwillig aan om Auschwitz binnen te dringen. Het begon als een reddingsmissie; hij zou zich laten arresteren en eenmaal binnen zou hij zich met andere Poolse soldaten verenigen, een muiterij coördineren en uit het gevangeniskamp breken.

Het was zo’n suïcidale missie dat hij zijn commandant net zo goed toestemming had kunnen vragen om een emmer bleekmiddel leeg te drinken. Zijn superieuren dachten dat hij gek was, en dat zeiden ze ook tegen hem.

Maar naarmate de weken verstreken, werd het probleem alleen maar erger: duizenden selecte Polen verdwenen, en Auschwitz was nog steeds een blinde vlek in het inlichtingennetwerk van de geallieerden. De geallieerden hadden geen idee wat zich daar afspeelde en weinig kans om erachter te komen. Uiteindelijk lieten Pilecki’s superieuren zich ompraten. Op een avond liet Pilecki zich bij een controlepost in Warschau door de ss aanhouden voor overtreding van de avondklok. En kort daarna was hij op weg naar Auschwitz; hij was voor zover bekend de enige die vrijwillig een concentratiekamp van de nazi’s betrad.

Toch had Pilecki, onze superheld, een spionageoperatie weten op te zetten.
Eenmaal binnen zag hij dat de werkelijkheid van Auschwitz veel erger was dan iedereen had vermoed. Gevangenen werden bij naamafroeping opgesteld en geëxecuteerd voor onbeduidende overtredingen als niet stil kunnen zitten of niet rechtop staan. De fysieke arbeid was slopend en eindeloos. Mannen werkten zich letterlijk dood, vaak met het uitvoeren van zinloze of betekenisloze taken. Gedurende de eerste maand dat Pilecki daar zat, stierf een derde van de mannen in zijn barak aan uitputting of een longontsteking, of ze werden doodgeschoten. Toch had Pilecki, onze superheld, tegen het eind van 1940 op een of andere manier een spionageoperatie weten op te zetten.

O, Pilecki – jij titaan, jij kampioen, vliegend boven de afgrond – hoe wist jij een inlichtingennetwerk te vormen door berichten in wasmanden te verstoppen? Hoe bouwde jij zelf een transistorradio met reserveonderdelen en gestolen batterijen, à la MacGyver, en slaagde je er vervolgens in om plannen voor een aanval op het gevangenenkamp te verzenden naar het Geheime Poolse Leger in Warschau? Hoe vormde je smokkelbendes om voedsel, medicijnen en kleding voor gevangenen binnen te krijgen, en wist je zo talloze levens te redden en hoop te verschaffen in het meest verlaten plekje van het menselijk hart? Wat had deze wereld gedaan om jou te verdienen?

In de loop van twee jaar bouwde Pilecki binnen Auschwitz een hele verzetseenheid op. Er waren een commandostructuur, compleet met rangen en officieren, een logistiek netwerk en verbindingslijnen naar de buitenwereld. En dit alles bleef bijna twee jaar lang onopgemerkt door de ss-bewaking. Pilecki’s uiteindelijke doel was om binnen het kamp een opstand te ontketenen. Met hulp en coördinatie van buiten meende hij een uitbraak te kunnen opstoken, de onderbezette ss-bewaking te overlopen en tienduizenden goed getrainde Poolse guerrillastrijders los te laten. Hij stuurde zijn plannen en rapporten naar Warschau. Maandenlang wachtte hij. Maandenlang overleefde hij.

 

Maar toen kwamen de Joden. Eerst in bussen. Daarna opeengepakt in treinwagons. Al snel arriveerden ze met tienduizenden, een golvende stroom mensen drijvend in een oceaan van dood en wanhoop. Beroofd van al hun familiebezittingen en hun waardigheid schuifelden ze mechanisch de vernieuwde ‘douchebarakken’ in, waar ze werden vergast en hun lichamen werden verbrand.

In de verste uithoeken van hun gedachten kon niets zo fucked zijn. Niets.
Pilecki’s rapporten naar buiten werden wanhopig. Ze vermoorden hier dagelijks tienduizenden mensen. Voornamelijk Joden. Het dodental zou weleens in de miljoenen kunnen lopen. Hij verzocht het Geheime Poolse Leger dringend om het kamp direct te bevrijden. Als dat niet lukt, zei hij, bombardeer het dan ten minste. In godsnaam, vernietig op z’n minst de gaskamers. Op z’n minst.

Het Geheime Poolse Leger ontving zijn berichten, maar ze dachten dat hij overdreef. In de verste uithoeken van hun gedachten kon niets zo fucked zijn. Niets.

Pilecki was de allereerste die de wereld waarschuwde voor de Holocaust. Zijn informatie werd doorgestuurd naar de verschillende verzetsgroeperingen in Polen, daarna naar de Poolse regering in ballingschap in het Verenigd Koninkrijk, die zijn rapporten vervolgens overdroeg aan het geallieerde commando in Londen. Uiteindelijk bereikte de informatie zelfs Eisenhower en Churchill.

Ook zij dachten dat Pilecki overdreef.

In 1943 besefte Pilecki dat zijn plannen voor een muiterij en uitbraak nooit zouden worden uitgevoerd: het Geheime Poolse Leger kwam niet. De Amerikanen en Britten al evenmin. En naar alle waarschijnlijkheid zouden de Sovjets wel komen; en dat zou erger zijn. Pilecki besloot dat in het kamp blijven te riskant was. Het was tijd om te ontsnappen.

Uiteraard liet hij het er eenvoudig uitzien. Eerst deed hij alsof hij ziek was en liet hij zich opnemen in het hospitaal van het kamp. Daar loog hij tegen de artsen over naar welke arbeidsgroep hij diende terug te keren; hij had nachtdienst in de bakkerij, zei hij, en die stond aan de rand van het kamp, vlak bij de rivier. Toen de artsen hem ontsloegen, begaf hij zich naar de bakkerij, waar hij tot twee uur in de nacht ‘aan het werk was’ totdat de laatste broden waren gebakken. Daarna was het gewoon een kwestie van de telefoonlijn doorknippen, stilletjes de achterdeur forceren, zich omkleden in gestolen burgerkleren zonder dat de ss-bewakers het zagen, naar de rivier ruim anderhalve kilometer verderop sprinten terwijl hij werd beschoten, om ten slotte aan de hand van de sterren zijn weg terug naar de beschaving te vinden.

 

Tegenwoordig lijkt veel in onze wereld fucked te zijn.
Tegenwoordig lijkt veel in onze wereld fucked te zijn. Niet op het niveau van de naziholocaust (bij lange na niet), maar toch behoorlijk fucked.

Verhalen zoals die van Pilecki inspireren ons. Ze geven ons hoop. Ze maken dat we zeggen: ‘Shit, het was toen véél erger, en díé gast ontsteeg alles. Wat heb ík nou gedaan de afgelopen tijd?’ En dat zouden we ons in deze tijd van betweterig op de bank hangen, Twitter-stormen en geweldsporno vermoedelijk moeten afvragen. Als we een beetje uitzoomen en alles in de juiste verhoudingen bekijken, beseffen we dat terwijl helden als Pilecki de wereld redden, wij naar muggen slaan en klagen dat de airco niet hoog genoeg staat.

Pilecki’s verhaal is het meest heldhaftige dat ik ooit in mijn leven ben tegengekomen. Omdat heldhaftigheid niet alleen maar moed of lef of gehaaid manoeuvreren is. Dit zijn alledaagse kenmerken die ook vaak op niet-heldhaftige manieren worden gebruikt. Nee, heldhaftig zijn is het vermogen om hoop op te roepen waar die er helemaal niet is. Om een lucifer aan te strijken om de leegte te verlichten. Om ons de mogelijkheid te laten zien voor een betere wereld – niet een betere wereld zoals we wíllen dat die bestaat, maar een betere wereld waarvan we niet wisten dat die kón bestaan. Om een situatie te nemen waarin alles volslagen fucked lijkt te zijn en deze toch op een of andere manier goed te maken.

Moed is alledaags. Veerkracht is alledaags. Maar heldhaftigheid heeft iets filosofisch. Er bestaat een groot ‘Waarom?’ dat helden op tafel leggen, een ongelofelijke reden of overtuiging die onwrikbaar is, hoe dan ook. En dít is de reden waarom we, als een cultuur, zo’n behoefte hebben aan helden: niet omdat dingen per se zo slecht zijn, maar omdat we het heldere ‘Waarom?’ kwijt zijn dat de generaties vóór ons altijd dreef.

Wij zijn een cultuur die geen behoefte heeft aan vrede of voorspoed of nieuwe motorkapversieringen voor onze elektrische auto. Dat hebben we allemaal al. We zijn een cultuur die behoefte heeft aan iets wat veel onzekerder is. We zijn een cultuur en een volk dat hoop nodig heeft.

[…]

De paradox van vooruitgang

Een irrationeel gevoel van uitzichtloosheid verspreidt zich over de rijke, ontwikkelde wereld.
We leven in een interessante tijd, in de zin dat alles materieel gezien aantoonbaar beter is dan het ooit is geweest, en toch lijken we allemaal ons verstand te verliezen en denken we dat de wereld een gigantische wc-pot is die op het punt staat te worden doorgespoeld. Een irrationeel gevoel van uitzichtloosheid verspreidt zich over de rijke, ontwikkelde wereld. Het is een paradox van vooruitgang: hoe beter het gaat, hoe angstiger en wanhopiger we ons allemaal lijken te voelen. In de afgelopen jaren hebben schrijvers als Steven Pinker en Hans Rosling gepleit dat we ons onterecht zo pessimistisch voelen, dat het in feite nog nooit zo goed is gegaan en dat het waarschijnlijk zelfs nog beter zal worden.

Beide mannen hebben dikke, zware pillen geschreven met tal van kaarten en grafieken die in een hoek beginnen en altijd op een of andere manier in de tegenoverliggende hoek lijken te eindigen.  Beide mannen hebben al onze vooroordelen en onjuiste aannamen, die ons het gevoel geven dat dingen veel erger zijn dan vroeger, wijdlopig uitgelegd. Gedurende onze moderne geschiedenis is ononderbroken vooruitgang geboekt, zo beweren ze. Mensen zijn beter opgeleid en meer geletterd dan ooit. Geweldpleging vertoont al decennialang, mogelijk eeuwenlang, een neerwaartse trend. Er is in de hele geschiedenis niet zo weinig racisme, seksisme, discriminatie en geweld tegen vrouwen geweest. We hebben meer rechten dan ooit tevoren. De halve planeet heeft toegang tot het internet. Extreme armoede is wereldwijd nog nooit zo laag geweest. Oorlogen zijn kleinschaliger en komen minder vaak voor dan op elk ander moment in de geschiedenis. Er is minder kindersterfte en mensen leven langer. Er is meer rijkdom dan ooit. We hebben zeg maar een zootje ziektes en zo genezen.

En ze hebben gelijk. Het is van belang om deze feiten te weten. Maar deze boeken lezen is ook een beetje alsof je naar je oom Henk luistert die maar blijft zwammen over hoeveel erger alles was toen hij zo oud was als jij. Ook al heeft hij gelijk, het zorgt er niet voor dat jij je beter voelt over jóúw problemen.

Ook al heeft hij gelijk, het zorgt er niet voor dat jij je beter voelt over jóúw problemen.
Want ondanks al het goede nieuws dat vandaag wordt gepubliceerd, volgt hier een aantal andere verrassende statistieken: in de Verenigde Staten nemen de symptomen van depressie en angststoornissen onder jongeren al tachtig jaar toe en onder de volwassen populatie sinds twintig jaar. Niet alleen kampen steeds meer mensen met een depressie, maar met elke generatie ook op steeds jongere leeftijd. Sinds 1985 zeggen mannen en vrouwen lagere niveaus van levensgeluk te hebben. Dat komt waarschijnlijk doordat stressniveaus de afgelopen dertig jaar zijn gestegen. Drugsoverdoses hebben onlangs een historisch hoogtepunt bereikt, terwijl de opiatencrisis veel van de Verenigde Staten en Canada heeft verwoest. Onder de Amerikaanse bevolking stijgen gevoelens van eenzaamheid en sociaal isolement. Bijna de helft van de Amerikanen zegt zich geïsoleerd, buitengesloten of eenzaam te voelen. Ook neemt het maatschappelijk vertrouwen in de ontwikkelde landen niet alleen af, het stort met een rotgang in, wat inhoudt dat steeds minder mensen nog vertrouwen hebben in hun regering, de media of elkaar. Toen onderzoekers in de jaren tachtig in een enquête vroegen met hoeveel mensen de respondenten in het halfjaar daarvoor belangrijke persoonlijke zaken hadden besproken, was het meest voorkomende antwoord ‘drie’. In 2006 was dat ‘nul’.

Intussen is ons milieu volslagen fucked. Idioten hebben toegang tot kernwapens of ze zijn daar nog maar een hink-stapsprong van verwijderd. Wereldwijd neemt het extremisme toe: in alle gedaanten, en zowel links als rechts, zowel religieus als seculier. Complottheoretici, burgermilities, survivalists en preppers (mensen die zich op het einde der tijden voorbereiden) worden allemaal steeds populairdere subculturen, tot het punt dat ze bijna mainstream worden.

Eigenlijk zijn we de veiligste en meest welvarende mensen in de geschiedenis en toch voelen we ons wanhopiger dan ooit tevoren. Hoe beter de dingen worden, hoe meer we lijken te wanhopen. Het is de paradox van vooruitgang. En misschien kan het worden samengevat in een schokkend feit: hoe rijker en veiliger de plek waar je woont, hoe groter de kans dat je zelfmoord pleegt.

 

Hoe beter de dingen worden, hoe meer we lijken te wanhopen.
De ongelofelijke vooruitgang op het gebied van gezondheid, veiligheid en materiële rijkdom in de afgelopen paar eeuwen valt niet te ontkennen. Maar dit zijn cijfers over het verleden, niet over de toekomst.

En daar moet hoop onvermijdelijk worden gevonden: in onze visioenen van de toekomst. Omdat hoop niet gebaseerd is op statistieken. Hoop geeft geen fuck om de neerwaartse trend van het aantal doodgeschoten mensen of fatale auto-ongelukken. Het geeft geen fuck om het feit dat er het afgelopen jaar nauwelijks vliegtuigen zijn gecrasht of dat het alfabetisme in Mongolië een absoluut hoogtepunt beleefde (nou ja, tenzij je Mongools bent).

Hoop geeft geen fuck om problemen die al opgelost zijn. Hoop geeft alleen om problemen die nog opgelost moeten worden. Want hoe beter de wereld wordt, des te meer we te verliezen hebben. En hoe meer we te verliezen hebben, des te minder we te hopen hebben.

Om hoop op te bouwen en te behouden hebben we drie dingen nodig: een gevoel van controle, een geloof in de waarde van iets en een gemeenschap. ‘Controle’ wil zeggen dat we het gevoel hebben dat we ons eigen leven in de hand hebben, dat we ons lot kunnen beïnvloeden. ‘Waarden’ wil zeggen dat we iets belangrijk genoeg vinden om naartoe te werken, iets beters, wat het waard is om ons best voor te doen. En ‘gemeenschap’ wil zeggen dat we deel uitmaken van een groep die dezelfde dingen waardeert als wij en die ernaar streeft om die dingen te realiseren. Zonder een gemeenschap voelen we ons geïsoleerd, en houden onze waarden op iets te betekenen. Zonder waarden lijkt niets het waard om na te streven. En zonder controle voelen we ons machteloos om iets na te streven. Verlies een van de drie, en je verliest de andere twee ook. Verlies een van de drie, en je verliest hoop.

Het antwoord zou je weleens kunnen verrassen.
Om te begrijpen waarom we tegenwoordig onder zo’n crisis van hoop lijden, moeten we de werking van hoop begrijpen, hoe die wordt opgewekt en behouden. De volgende drie hoofdstukken gaan over hoe we deze drie punten van ons leven ontwikkelen: ons gevoel van controle (hoofdstuk 2), onze waarden (hoofdstuk 3) en onze gemeenschappen (hoofdstuk 4).

Daarna keren we terug naar de oorspronkelijke vraag: wat gebeurt er in onze wereld waardoor we ons slechter voelen ondanks het feit dat alles voortdurend beter wordt?

Het antwoord zou je weleens kunnen verrassen.

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief