nieuws

Ayan Mohamud Yusuf en haar 40ste verjaardag

Ayan Mohamud Yusuf kwam in 1980 op de wereld in Mogadishu in Somalië, als de op één na jongste in een gezin met negen kinderen. Nadat een oorlog uitbarstte, vluchtte het gezin naar verschillende buurlanden, waar Ayan in tal van onwerkelijke situaties terechtkwamen. Ze schreef haar verhaal neer in Op zoek naar vaste grond. Vandaag viert ze haar 40ste verjaardag en ze schreef daarvoor een bijzondere boodschap neer:

 

Exact veertig jaar geleden werd ik geboren in Mogadishu, de hoofdstad van Somalië. Mijn vader was professor aan de universiteit. Mijn moeder zorgde voor de kinderen en werkte daarna als zakenvrouw. In ons huis klonk altijd muziek, de hits van de jaren ’70 en 80. Mijn zussen en ik dansten op Saturday Night Fever.

Ik was 10  jaar toen de burgeroorlog uitbrak. We moesten vluchten met de hele familie. Bij de grens met Kenia en Ethiopië werden we overvallen, mijn oom raakte hierbij gewond en stierf.

Mijn familie stuurde me naar Ethiopië om op consult te gaan bij een oogarts, waardoor ik van mijn moeder gescheiden werd. Het was de treurigste dag van m’n leven. Toen ik bijna zeventien was reisde ik met een familielid mee naar het Westen, naar Amerika, dacht ik, het land van Whitney Houston en Madonna. Maar de stad waar we onder een bewolkte, grijze hemel in landden, bleek Brussel te heten. Voor het eerst zag ik een tram, at ik Franse kaas, had ik het écht koud.

Op mijn 23e reisde ik terug naar Somalië. Ik zag m’n ouders, maar het geluk was van korte duur, want niet veel later, stierf mijn vader. Ik was hierdoor enorm emotioneel. Het geschenk dat ik had gekregen werd me terug afgenomen. Ik verloor ook mijn job. Maar ik bleef niet bij de pakken neerzitten en ik ging op zoek naar een nieuwe uitdaging.

Ik solliciteerde een Brussels kabinet. Ze stuurden mijn cv door naar het kabinet van de Vlaamse minister president die zijn nieuwe kabinet aan het samenstellen was en op zoek was naar medewerkers. Uiteindelijk werd ik voor een gesprek uitgenodigd op het kabinet van Yves Leterme. Ik herinner me nog hoe ik voor m’n sollicitatiegesprek op het Martelaarsplein opdaagde, gekleed in een jeansbroek met olifantenpijpen… Me totaal niet bewust van de kledingetiquette.  Ik werd aangenomen. Na Yves Leterme zou ik gaan werken voor Herman Van Rompuy, daarna Geert Bourgeois en sinds vorig jaar voor Jan Jambon.

Enkele jaren geleden werd mijn moeder ziek. De gedachte dat ik haar opnieuw zou verliezen kon ik niet verdragen. Ik reisde naar Ethiopië en bracht haar terug mee naar hier. Sindsdien blijft ze bij mij.

Mijn doel is om de hoop niet op te geven in mensen, en dat ik bij leven en welzijn nog 40 jaar met positieve energie en hoop verder mag leven.

Ondertussen had ik ook mijn man, Peter, ontmoet. In Somalië is het de gewoonte dat een partner officieel aan de familie wordt voorgesteld, dus reisde ik samen met mijn moeder en met Peter naar Bonn, waar mijn tante en grootmoeder woonden. Ik herinner me nog levendig zijn gezicht toen ze hem een bruidsschat van honderd kamelen vroegen. Bij ons volgende bezoek had hij een koker vol afgedrukte foto’s van kamelen bij. ‘Je had niet gezegd dat ze levend moesten zijn’ zei hij lachend. Tot op vandaag wordt dat verhaal verteld, tot in Somalië.

Peter en ik gingen in Diest wonen. Ik had eindelijk rust gevonden, maar Afrika bleef aan me trekken. Ik begon een jaarlijks benefiet te organiseren en bouwde/renoveerde een school voor de kinderen die geen toegang hadden tot onderwijs in Garissa en Somalië in de Hoorn van Afrika. En hier in Vlaanderen geef ik intussen infosessies om de kinderen bewust te maken van wat ze hier hebben en van wat dat ze kunnen worden, terwijl andere kinderen zulke mogelijkheden niet hebben.

Vandaag vier ik m’n 40e verjaardag. Door de coronamaatregelen is een feest niet mogelijk. Het doet me denken aan de vele verjaardagen die ik door de oorlog en het vluchten heb moeten missen… Als ik me de stranden van Somalië herinner, de mooiste kustlijn van de wereld, en de geur van de Somalische regen, en het dansen op Saturday Night Fever in het huis van mijn ouders in Mogadishu, dan mis ik mijn geboorteland en mijn kindertijd. Maar ik herinner me ook de vele mensen die me in die veertig jaar geholpen hebben. Mijn doel, en de sleutel voor mijn toekomst, is om positief te blijven.

Een toekomst zonder die lieve mensen rond me is geen toekomst. Ik hoop dat achter elke deur waarop ik klop aangename mensen staan. Zeker na me zoveel jaren eenzaam gevoeld te hebben en geen liefde gevoeld hebben. Elke deur heeft een passende sleutel nodig om ze te openen. Ik blijf zoeken naar die passende combinatie, en ik blijf geloven dat er goede mensen achter elke deur staan.

Mijn doel is om de hoop niet op te geven in mensen, en dat ik bij leven en welzijn nog 40 jaar met positieve energie en hoop verder mag leven. Ik ben ook de mensen dankbaar die zo vaak gezegd hebben dat ik het niet kan, en die daarna de deur voor me dichtgooiden. Ze dachten me kapot te maken maar ze hebben me juist sterker gemaakt.

Ik ben geworden wie ik ben door hun negatieve energie. Voor elke negatief ingesteld persoon die jouw pad kruist zijn er minstens twee positieve personen. Die er voor me waren en in me geloofden. Familie, vrienden, kennissen, collega’s, ex- collega’s teveel om allemaal op te sommen. Maar ze weten over wie ik het heb. Dan voel ik me dankbaar voor die geweldige ontmoetingen en ben ik blij omdat ik weet dat ik omringd ben door mensen die van me houden. En ik hou van Vlaanderen! Ook al is het hier te koud in de winter. Geef elkaar een kans, zorg voor elkaar en blijf gezond en veilig.

 

Wil je Ayan in haar eigen woorden horen vertellen waar haar boek over gaat? Herbekijk dan hier haar interview met Tom De Cock tijdens de Boekenmarathon:

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief