Verschoppelingen

Suzanne Wouda

Verschoppelingen

Verschoppelingen
Het is donker. Alleen de plek waar het vuur was, licht zwak op. Daniel is nog wakker. De enige, aan al het gesnurk te horen. Steeds als hij zijn ogen sluit, spookt Saartje in zijn hoofd rond. Hij voelt hoe ze haar pop plagerig tegen zijn wang drukt. 'Geef Jet eens een kusje.' Hij hóórt het haar zeggen. Dan hoort hij vader: 'Je hebt het beloofd, je hebt het beloofd.' Daniel draait zich om. De ketting rammelt. Waar is Saartje? Leeft ze nog? 1664. De elfjarige Daniel woont in een van de armste buurten van Amsterdam als de pest uitbreekt. Binnen een paar weken is Daniel iedereen van wie hij houdt kwijt, behalve Saartje, zijn zusje. Maar waar zij is, weet niemand. Hij verlaat Amsterdam om haar te zoeken en trekt naar Haarlem. Tevergeefs. Saartje is nergens te vinden. Wel stuit hij op een bende verschoppelingen onder leiding van een duivelse man. Vanaf dat moment lijkt de kans om zijn zusje te vinden kleiner dan ooit. Gelukkig ontmoet Daniel ook nieuwe vrienden. En als hij Saartje dan eindelijk op het spoor is, komt er hulp uit onverwachte hoek.