leesfragment

[Boekenweek] Peter Wohlleben. Europa’s bekendste boswachter

De Boekenweek 2018 staat in het teken van ‘natuur’ en dan mag onze favoriete boswachter, Peter Wohlleben, natuurlijk niet ontbreken! Ken jij zijn boeken al?

Peter Wohlleben is bekend van bestsellers als Het verborgen leven van bomen en Het innerlijke leven van dieren, waarmee hij uitgroeide tot Europa’s bekendste boswachter. Hij werkte meer dan 20 jaar bij bosbeheer en werd daarna boswachter. Met zijn boeken inspireert hij mensen over de hele wereld: hij geeft lezingen en seminars, was gast in tal van tv-programma’s en is al drie jaar op rij de best verkopende non-fictieauteur in Duitsland. Waar zijn passie voor het bos en de natuur vandaan komt? Lees dan snel verder!

Vriendschappen

Geen enkel wezen op onze planeet houdt een vastenkuur van een paar eeuwen vol, en dat geldt ook voor overblijfselen van bomen.
Jaren geleden stuitte ik in een van de oude beukenreservaten van mijn district op een vreemde, bemoste steen. Achteraf is me duidelijk geworden dat ik er al heel wat keren achteloos aan voorbij was gegaan, maar op een dag bleef ik staan en bukte me. Hij had een eigenaardige, licht gebogen vorm met holtes en toen ik er wat mos afhaalde, ontdekte ik dat er boomschors onder zat. Het was dus toch geen steen, maar oud hout. En omdat beukenhout op vochtige grond binnen een paar jaar verrot, was ik verbaasd hoe hard het was. Bovendien kon ik het niet optillen, want het was duidelijk stevig met de aarde verbonden. Met mijn zakmes schraapte ik voorzichtig wat van de schors weg, tot ik op een dunne laag stuitte. Groen? Die kleurstof is er alleen in de vorm van chlorofyl, dat in verse blaadjes voorkomt en als voorraad in de stammen van levende bomen wordt opgeslagen. Dat kon maar één ding betekenen: dit stuk hout was toch niet dood! De andere ‘stenen’ leverden al snel een logisch beeld op, aangezien ze in een kring met een doorsnede van anderhalve meter stonden. Het ging om de knoestige resten van een reusachtige, eeuwenoude boomstronk. Van de vroegere rand waren alleen nog resten over, het binnenste was allang volledig tot humus vergaan – een duidelijke aanwijzing voor het feit dat de boom al vier- tot vijfhonderd jaar geleden was gekapt. Maar hoe kon het dat de resten ervan zo lang in leven waren gebleven? De cellen hadden immers voeding in de vorm van suiker nodig, ze moesten ademen en in elk geval een beetje groeien. Zonder bladeren en dus zonder fotosynthese is dat echter onmogelijk. Geen enkel wezen op onze planeet houdt een vastenkuur van een paar eeuwen vol, en dat geldt ook voor overblijfselen van bomen. En zeker voor boomstronken die helemaal aan hun lot zijn overgelaten. Maar bij dit exemplaar zat dat kennelijk heel anders in elkaar. Hij kreeg ondersteuning van zijn buurbomen en wel via de wortels. Soms gaat het daarbij slechts om een losse verbinding via het schimmelnetwerk dat de wortelpunten omhult en die bij de voedingsstoffenuitwisseling helpt, soms om rechtstreekse vergroeiingen. Ik kon er echter niet achter komen hoe het in dit specifieke geval zat, want ik wilde de oude stomp niet beschadigen door te graven. Maar één ding was zo klaar als een klontje: de beuken eromheen pompten een suikeroplossing naar hem toe, om hem in leven te houden. Dat bomen zich via de wortels aaneensluiten, kun je in wegbermen zien. Daar wordt de aarde door de regen weggespoeld en het onderaardse netwerk blootgelegd. In de Harz ontdekten wetenschappers dat er echt een samengevlochten systeem is, dat de meeste exemplaren van een soort en een opstand met elkaar verbindt. Uitwisseling van voedingsstoffen, burenhulp bij nood, is kennelijk de regel en leidde tot de conclusie dat bossen superorganismen zijn, soortgelijke bouwsels dus als mierenhopen.

Je zou je natuurlijk ook kunnen afvragen of de wortels van bomen niet gewoon zomaar, doelloos door de aarde groeien en als ze op soortgenoten stuiten zich daarmee verbinden. En dat ze vervolgens onvermijdelijk onderling voedingsstoffen uitwisselen, een zogenaamde sociale groep opbouwen, maar dat het niets anders is dan een toevallig geven en nemen. Dan zou het prachtige beeld van actieve hulp worden vervangen door het toevalsprincipe, hoewel zelfs zulke mechanismen voordelen voor het ecosysteem van het bos zouden hebben. Maar zo simpel functioneert de natuur niet, stelt Massimo Maffei van de Universiteit van Turijn vast: planten en dus ook bomen kunnen hun eigen wortels heel goed onderscheiden van die van vreemde soorten en zelfs van exemplaren van hun eigen soort.

Maar waarom zijn bomen zulke sociale wezens, waarom delen ze hun voeding met soortgenoten en helpen ze daardoor hun eigen concurrenten erbovenop?
Maar waarom zijn bomen zulke sociale wezens, waarom delen ze hun voeding met soortgenoten en helpen ze daardoor hun eigen concurrenten erbovenop? De oorzaken daarvoor zijn hetzelfde als bij menselijke samenlevingen: samen sta je sterker. Een boom is geen bos, kan geen lokaal evenwichtig klimaat tot stand brengen en is weerloos overgeleverd aan weer en wind. Terwijl veel bomen samen voor een ecosysteem zorgen dat extreme warmte en kou matigt, veel water opslaat en heel vochtige lucht veroorzaakt. In een dergelijke omgeving kunnen bomen beschut leven en heel oud worden. Om dat te bereiken moet de gemeenschap koste wat het kost behouden blijven. Als alle exemplaren alleen voor zichzelf zouden zorgen, zouden veel bomen de verouderingsfase niet bereiken. Constante sterfgevallen zouden voor veel grote gaten in het kronendak zorgen, waardoor stormen er gemakkelijk zouden kunnen huishouden en nog meer bomen zouden kunnen vellen. De zomerhitte zou dan tot op de bosgrond kunnen doordringen, waardoor die zou uitdrogen. En dan zouden ze allemaal lijden.

Elke boom is dus waardevol voor de gemeenschap en verdient het zo lang mogelijk behouden te blijven
Elke boom is dus waardevol voor de gemeenschap en verdient het zo lang mogelijk behouden te blijven. Daarom worden zelfs zieke exemplaren ondersteund en voorzien van voedingsstoffen tot het weer beter met hen gaat. De volgende keer is het misschien omgekeerd en heeft de ondersteunende boom zelf hulp nodig. Dikke, zilvergrijze beuken die zich zo gedragen, doen mij aan een olifantenkudde denken. Ook die bekommert zich om haar leden, helpt zieke en zwakke dieren op de been en laat zelfs dode familieleden niet graag achter.

Elke boom maakt deel uit van de gemeenschap en toch zijn er verschillen. De meeste boomstronken verrotten eenzaam en vergaan wel na een paar decennia (voor bomen is dat heel snel) tot humus. Slechts een paar exemplaren, zoals de hiervoor beschreven ‘steen met mos’, worden eeuwenlang in leven gehouden. Waarom wordt een dergelijk onderscheid gemaakt? Is er ook bij bomen sprake van een klassenmaatschappij? Het lijkt er wel op, ook al is de term ‘klasse’ niet helemaal toepasselijk. Het gaat veel meer om de mate van verbinding of misschien zelfs van genegenheid die de hulpvaardigheid van bomenvrienden bepaalt. En je hoeft maar één keer naar boven te kijken of je ziet het. Een doorsneeboom strekt zijn takken zo ver uit tot hij op de punten van de takken van zijn even hoge buurman stuit. Verder gaat niet, omdat het lucht- of beter gezegd het lichtruim al bezet is. Toch worden de draagtakken flink versterkt, waardoor je de indruk krijgt dat er daarboven een stevige worsteling gaande is. Twee echte vrienden letten er echter van tevoren op dat de takken die ze in de richting van de ander vormen niet te dik zijn. Die willen elkaar over en weer niets ontnemen en vormen daarom alleen krachtige kroondelen naar de buitenkant, dus in de richting van bomen waarmee ze niet bevriend zijn. Zulke paren zijn via hun wortels zo innig verbonden dat ze vaak zelfs samen doodgaan.

Dergelijke vriendschappen waarbij er zelfs voor stompen nog wordt gezorgd, zul je in de regel echter alleen in natuurlijke bossen tegenkomen. Misschien doen alle soorten het wel, maar zelf heb ik stompen die lang in leven zijn gebleven behalve bij beuken ook nog bij eiken, sparren, dennen en douglassparren gezien. Aangeplante bossen, en dat zijn de meeste naaldbossen in Midden-Europa, gedragen zich kennelijk eerder als de straatkinderen uit het gelijknamige hoofdstuk. Omdat door het planten de wortels voorgoed beschadigd worden, lijken ze nauwelijks een netwerk te vormen. De bomen van dat soort bossen gedragen zich doorgaans als solisten en hebben het daardoor heel zwaar. Maar meestal worden ze toch al niet oud, omdat hun stammen, afhankelijk van de boomsoort, na ongeveer honderd jaar als oogstrijp worden beschouwd.

Fragment uit Het verborgen leven van bomen

Peter Wohlleben

Het verborgen leven van bomen is het eerste boek dat van Wohlleben verscheen. Hij vertelt fascinerende verhalen over de onverwachte vaardigheden van bomen en verklaart de verbazingwekkende processen van leven, dood en wedergeboorte die hij heeft waargenomen in de bossen.

In zijn tweede boek neemt Wohlleben ons mee door de complexe emotionele wereld van dieren, zowel van dieren op de boerderij als in het wild.

Zijn recentste boek, Het bos, heeft vooral een praktische insteek. Wohlleben geeft talloze tips en adviezen over hoe je je weg kunt vinden zonder kompas of gps, onder welke bomen je moet schuilen tijdens een storm, welke bessen en paddenstoelen eetbaar zijn, …

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief