Wat Frank Miller voor Batman deed, deed Matthieu Bonhomme voor Lucky Luke, een legendarische held een nieuw, rijker leven inblazen. Met De moordenaar van Lucky Luke (2016) en Wanted Lucky Luke (2021) maakte hij nu al klassiekers in het genre en zijn derde album De lange mars van Lucky Luke gaat gegarandeerd ook die weg uit.
Lucky Luke moet het ontvoerde neefje van Mr. Cramp – baas van de Cramp Company – bij de Blauwvoeten weghalen, maar beseft gaandeweg dat de bedoelingen van Mr. Cramp niet zo nobel zijn. Rode Wolk, het tienjarig jongetje, is in gevaar en Lucky Luke vlucht met hem naar het ijzig koude Canada. Mr. Cramp stuurt vier overbekende desperado’s achter hen aan.
Matthieu, het was alweer een tijdje geleden dat je Lucky Luke op avontuur liet gaan. Begon je hem te missen? 😉
Matthieu Bonhomme: Ik ben dol op Lucky Luke. Aan het einde van elk album word ik overmand door verdriet. Het avontuur is ten einde, en daarmee ook mijn band met het personage en de pure vreugde van het maken van een album. Na het laatste plaatje mis ik hem meteen. Dat is het moment waarop ideeën voor een vervolg beginnen te ontstaan. Maar dan duurt het nog een paar jaar voor ze concreet worden.
Wat lag er aan de basis van dit verhaal?
Ik was nog niet klaar met het personage en de verschillende aspecten ervan. Zoals altijd zoek ik naar de mens achter de mythe. De vraag over vaderschap kwam meteen in me op. Moet de held per se een eenling zijn? Het vaderschap is een ongelooflijk verrijkend avontuur en soms net zo heroïsch als dat van een cowboy!
Ik wilde ook het onderwerp milieubescherming aansnijden, dat naar mijn mening nauw verbonden is met de kindertijd, de overdracht en het erfgoed. Verder leek het me, in het verlengde van deze overweging, essentieel om de inheemse Amerikaanse volkeren te betrekken, die het meest geschikt zijn om over natuurbehoud te spreken.
Kan je ons iets meer vertellen over het personage Rode Wolk?
Rode Wolk is het kind in het verhaal. Mijn uitgangspunt was dit: hoewel Luke sterk is in actie, kan hij emotioneel kwetsbaar zijn. Wat is een betere manier om hem op dat vlak van zijn stuk te brengen dan met een luidruchtig, eigenwijs, slim en provocerend kind? En de kindertijd is zo’n rijke en belangrijke periode in het leven dat ik die graag opnieuw wilde beleven. Goscinny laat vaak kleurrijke kinderen zien. Of het nu Kleine Nicolaas is, Pépé in Asterix, of Billy the Kid in Lucky Luke. Ik wilde een personage van dat kaliber. Wat betreft zijn uiterlijk, bleek mijn eigen tienjarige zoon perfect te zijn. Ik heb van hem grafisch een karikatuur gemaakt om een stripfiguur te creëren. Ik heb er enorm veel plezier aan beleefd om hem tot leven te brengen.
En ja, die vier desperado’s, was de goesting te groot om hen een rol te laten spelen?
Vanaf het begin wilde ik de Daltons in mijn verhalen van Lucky Luke verwerken. In het eerste deel pasten ze er niet helemaal in. Voor het tweede deel probeerde ik ze te integreren tussen de andere desperado’s die ik had verzameld, namelijk de bende van Joss Jamon en de Apaches. Maar hun aanwezigheid zou te veel afleiden. Ze kunnen niet zomaar een van de velen zijn. Ze zijn te belangrijk in de Lucky Luke-mythologie. Dus liet ik het idee voor dit tweede deel varen. Voor dit derde deel heb ik mezelf er praktisch toe gedwongen om ze een reden voor hun aanwezigheid te geven. De zenuwen sloegen toe toen ik hen een rol moest laten spelen. Averell, nog steeds de idioot en wereldvreemd, en Joe, wiens gevaar en geweld ik wilde laten voelen. Het was een erg leuke uitdaging.