artikel

Caroline Pauwels: ‘Dicht bij mezelf blijven doe ik niet omwille van reputatie.’

0

Voormalig VUB-rector Caroline Pauwels is op haar 58ste overleden aan de gevolgen van kanker. Ze stond bekend als voorvechter van het humanisme en van de wetenschap. Waarden als verbondenheid, openheid, respect en verdraagzaamheid droeg ze hoog in het vaandel.

Voor zijn boek De reputatiecoach dat eerder dit jaar verscheen, heeft Jeroen Wils Caroline Pauwels geïnterviewd over haar visies op reputatie, integriteit en zelfreflectie. Uit dit interview blijkt duidelijk dat ze iemand was die zich sterk liet leiden door haar interne morele kompas en dat ze dit een betere manier vond om haar reputatie zuiver te houden dan puur reputatiemanagement.

Lees hier het interview met Caroline Pauwels uit De reputatiecoach.

“Dicht bij mezelf blijven, doe ik niet omwille van mijn reputatie. Maar uit integriteit en vriendschap voor de mensen die me omringen.”

Jezelf continu een spiegel durven voorhouden. Je bewust zijn van wie je bent en wat je waarden zijn. Durven in dialoog gaan. En er altijd van uitgaan dat de ander weleens gelijk kan hebben. Dat is waar zorg dragen voor je reputatie over gaat, als je ’t Caroline Pauwels vraagt, op het moment van ons gesprek in haar tweede ambtstermijn als rector van de VUB. Haar wegwijzer: haar innerlijke kompas.

“Ik ben weinig bezig met reputatie”, zegt Caroline meteen. “Mijn waardepatroon is mijn anker. Maar ik stel me ook de vraag: als het erop aankomt, zal ik dan effectief kunnen leven volgens mijn eigen standaard? Zal ik in staat zijn om heldhaftig te zijn? Te leven en te spreken volgens mijn waarden? Er zijn zeker al momenten geweest waarop ik voelde dat ik hierin uitgedaagd werd. Dan is er veel te overwegen, en is het zoeken naar balans. Daar wil ik niet mee zeggen dat mijn waardepatroon op zo’n moment wankelt, maar mijn zelfbeeld kan dat wel doen. Mijn moreel kompas kan tiltslaan. Ik heb nooit echt van dilemma’s gehouden. En toch heb je soms een moreel dilemma.”

Is de manier waarop je hiermee omgaat dan een kwestie van integriteit?

“Voor mij is het hele leven een tocht naar onze kern. Die kern raakt vaak overspoeld of bedekt door verschillende laagjes. Als je in je carrière bijvoorbeeld veel geld begint te verdienen, kunnen materiële verlangens je op een bepaald moment wegbrengen van wie je diep vanbinnen echt bent. Zeker in een maatschappij die heel materialistisch is. Of misschien komt er een moment waarop je je sterk vergelijkt met anderen en afvraagt: doe ik het nu wel goed? Ik vind het belangrijk om continu te proberen om opnieuw bij die kern te komen. Daarom grijp ik graag terug naar wat ik vroeger neergeschreven heb. Zo houd ik contact met wat ik echt belangrijk vind. Ik mag dan wel een wetenschappelijk en maatschappelijk geëngageerd pad bewandelen, dat wil ik ook graag combineren met wie ik zelf ben. En dicht bij mijn eigen kompas blijven, vind ik met de jaren steeds makkelijker. Maar nogmaals: ik weet niet of ik heldhaftig zal zijn op de grote momenten.”

Voor mij is het hele leven een tocht naar onze kern.

Denk je zelf weleens na over wie je bent of wilt zijn?

“Continu. Ik doe enorm veel aan zelfreflectie en kan heel streng zijn voor mezelf, maar ik heb ook wel altijd mensen om me heen die me bij de les houden. Dat zoek ik op. Niet vanuit egocentrisme maar wel vanuit identiteit en waarden. Mijn uitgangspunt daarbij is dat een identiteit meerdere lagen heeft. Ik ben zelf bijvoorbeeld academicus, nu eventjes rector, maar ook moeder, vrouw… In functie daarvan zal ik niet per se andere waarden gaan hanteren, maar de verschillende lagen van je identiteit kunnen er wel voor zorgen dat je in conflict komt met jezelf.”

Welke waarden vind je belangrijk voor je identiteit?

“Humanisme is een eerste waarde. De mens centraal zetten. In het ziekenhuis is dat de patiënt, op de universiteit is dat de jongere generatie die we naar een toekomst leiden, enzovoort. Ik ga uit van een humanistisch waarde-ideaal, wat wil zeggen dat ik de waarden van de verlichting mooi vind: vrijheid, denken voor jezelf, gelijkheid en verbondenheid. Ik voeg daar nog aan toe dat je wetenschap nodig hebt om het humanisme mogelijk te maken. Daarnaast ga ik ook uit van empathie. Ik vraag me altijd af hoe de ander erin staat, en probeer me daarin in te leven. De positie van de ander kan me een andere kijk opleveren, en daar ben ik nieuwsgierig naar. Ik houd er ook rekening mee dat de ander weleens gelijk kan hebben. Daarom ben ik als mens ook niet heel veroordelend. Ook al kan ik soms heel overtuigd zijn van mijn standpunt. Verder ga ik uit van een groot verantwoordelijkheidsgevoel. In je leven kun je door kleine daden grote en kleine steentjes verleggen, die samen tot iets groters kunnen leiden. Als je hier bent, op deze aarde, vind ik dat je een verantwoordelijkheid hebt. Naar je kinderen, je ouders, je vrienden toe. Verantwoordelijkheid leunt voor mij sterk aan bij liefde. Nooit vanuit een beter weten, maar wel vanuit een gevoel van ‘ik wil het goed doen’. Ik probeer eerlijk te zijn en mijn twijfels te tonen, ook al ben ik zeker geen tafelspringer. Ik heb anderen echt nodig. In mijn job en in die reflectie. Ik leef en denk heel hard met en dankzij anderen. Ik ben ook niet conformistisch. Ik kom uit een heel braaf gezin, en ik wilde het altijd al goed doen, maar ik kan ook wel speels zijn en de sérieux van me afgooien. Dat maakt dat ik soms met een monkellachje naar mezelf en de wereld kijk. Tot slot vind ik nuance belangrijk. Ik heb het altijd moeilijk met ferme stellingnamen.”

Vanwaar komt je verlangen om jezelf constant een spiegel voor te (laten) houden?

“In de kern ben ik een heel bevragend, onderzoekend iemand. Ik neem niet snel iets voor vanzelfsprekend aan. Ik ben de jongste van drie en een nakomertje. Ik had daardoor altijd de geprivilegieerde positie van de observator, want ik was toch te klein om iets te kunnen zeggen. Dat heeft me heel observerend gemaakt, in alles. Ik leef ook zintuiglijk. Als we rond de tafel zitten, zal ik bijvoorbeeld kijken of iedereen het wel naar zijn zin heeft, of iemand er misschien wat minder vrolijk uitziet. In dat vragende, onderzoekende, lerende, dat willen weten, schuilt ook mijn interesse voor de wetenschap. Altijd willen bijleren is een levensdraad, een levenslust.”

Hoe belangrijk is zelfreflectie in een publieke functie?

“Van levensbelang. Doe je het niet (meer), dan ontneem je jezelf de mogelijkheid om bij te leren over jezelf of je maatschappelijke, publieke functie. Toen ik aan deze functie begon, heb ik aan mijn omgeving gezegd: ‘Stel dat je me niet meer zou herkennen, of ik plots dingen doe die je verwonderen, breng me dan alsjeblieft weer bij de les. Hou me die spiegel voor.’ Daarom hou ik ook zo van Kerstmis. Omdat in die periode de dingen stilvallen, en het ritme vertraagt. Ik ben dan altijd één week onbereikbaar. En stel me vragen zoals: Heb ik nu gedaan wat ik wilde doen? Wat maakt me gelukkig en wat echt niet? Moet ik iets anders aanpakken? Dat heeft niks met goede voornemens te maken. Maar alles met introspectie. Wat ik heel rustgevend vind.”

Geloof je dat dicht bij jezelf blijven je helpt om je reputatie zuiver te houden?

“Misschien wel, maar ik ben er niet daarom mee bezig. Ik doe het eerder voor mijn naaste omgeving. Het zou kunnen dat dit me helpt om overeind te blijven in de job die ik doe, maar ik doe niet aan reputatiemanagement. Wel aan integriteit, en vriendschap voor de mensen die me omringen.”

Vind je dat reputatie soms te veel aandacht krijgt? Dat mensen er te veel mee bezig zijn?

“Als ondernemer móét je bewust bezig zijn met je reputatie om je bedrijf veilig te stellen. En ik moet dat ook doen voor de VUB als rector. Ik probeer zo te handelen dat mensen me kunnen vertrouwen. Maar natuurlijk gebeuren er ook zaken waardoor mensen dat vertrouwen zouden kunnen bevragen. Zo kwam ik bijvoorbeeld in een tweestrijd met mezelf toen studenten in 2017 de toegang tot de aula geblokkeerd hadden zodat de toenmalige staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken niet kon komen spreken. Ik ben namelijk een groot voorvechter van de vrijheid van meningsuiting. Vanuit dat principe vond ik het een evidentie dat hij hier mocht komen spreken. Omdat een universiteit een plaats moet zijn waar de meningen op een respectvolle manier kunnen botsen. Diezelfde tweestrijd voel ik wanneer sans-papiers op onze campus in hongerstaking gaan, en wij bijna niets kunnen doen. De kernopdracht van onze universiteit is onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening. Dat laatste vullen we in door de sans-papiers toe te laten, maar dat is tegelijk enorm bezwarend voor de campus en belemmert onderwijs en onderzoek. Op zo’n moment ontstaat er een strijd tussen mijn eigen waardepatroon als humanist, de kernopdracht van een universiteit om in onderzoek en onderwijs te voorzien, en de uiteenlopende meningen van onze 20.000 studenten en 4.000 personeelsleden. Dat levert een gewrongen, complexe en gelaagde situatie op waar ik wakker van kan liggen. En waar we doorheen moeten. Terwijl je alleen maar mensen in nood ziet.”

Helpt de reputatie die je zelf opgebouwd hebt om zo’n crisisperiode makkelijker door te komen?

“Mijn interne kompas is in dergelijke situaties zeker richtinggevend en onmisbaar. Ik heb toen zelfs gezegd: ‘Als we die mensen van de campus moeten verwijderen, denk ik niet dat ik rector kan blijven.’ Mijn omgeving schrok daarvan. Op zo’n moment moet ik even horen dat ik niet al het leed van de hele wereld op mijn schouders kan torsen. En dan probeer ik mijn weg te vinden. Ik denk dat ik wat dat betreft in plaats van naar mijn reputatie terugkeer naar mijn waardepatroon, en de dialoog opzoek. En soms moet ik me dan tegelijk ook heel erg afsluiten en bijna in meditatieve modus gaan om tot rust te komen. Het klopt dus dat mijn reputatie kan helpen om vertrouwen op te bouwen bij bepaalde partijen die betrokken zijn bij de dialoog. Maar ik grijp zelf voornamelijk terug naar mijn waardepatroon.”

Reputatie gaat over dat waardepatroon verbinden met de buitenwereld. We leven in een gemediatiseerde samenleving met polariserende en zeer aanwezige sociale media. Hoe ga je daarmee om? Zie je dat als een bedreiging voor je reputatie?

“Bij de opkomst van nieuwe media wordt vaak gedacht in termen van ‘boom’ of ‘doom’. Daar heb je echter tijd voor nodig en die is er niet in dit geval. De opkomst van de sociale media is zeer snel verlopen. De bedrijven die erachter zitten, zijn zeer snel heel groot geworden. Boodschappen op sociale media komen ongefilterd en zonder intermediëren op ons af. Ik maak me daar zorgen over. Ik denk dat we een monster van Frankenstein gecreëerd hebben. Ik maak me zorgen over wat dit doet met het maatschappelijke én met het wetenschappelijke weefsel. De wetenschappelijke sérieux wordt ondergraven. Complottheorieën zijn schering en inslag. Je mag om het even wat beweren zonder ook maar enig bewijs te hoeven leveren, en zonder bronnenkritiek. Ook in situaties zoals met de coronacrisis willen mensen snel een ja of een nee. Maar wetenschap en bronnenkritiek hebben tijd nodig. Tegelijk voel en hoor je op de sociale media de onderbuik van de samenleving. Toch is dat niet wat de samenleving bij elkaar zal houden. Daarnaast maak ik me ook zorgen over de overname van de sociale media door justitie en de media zelf.”

Hoe gevoelig ben je voor wat er over jou gezegd wordt op de sociale media?

“Als er iets over de VUB gezegd wordt, wil ik het weten. Zo hebben we eens een fout gemaakt met een campagne over diversiteit. Ik ben toen in dialoog gegaan met studenten met een migratieachtergrond. Maar voor mezelf houd ik niet echt in de gaten wat er over me gezegd wordt. Publieke figuren worden vandaag wel harder aangepakt dan vroeger. Er wordt enorm geoordeeld en veroordeeld. Dat baart me zorgen. Je bent meteen schuldig, en je kunt je reputatie bijna nooit meer herstellen. Als de traditionele media een fout maken, vind ik dat ook erg. Maar door de komst van de sociale media is de echo zo veel groter, zeker wanneer de klassieke media nog eens delen wat er op sociale media verschijnt en zo de echo verdubbelen.

Publieke figuren worden vandaag wel harder aangepakt dan vroeger. Er wordt enorm geoordeeld en veroordeeld. Dat baart me zorgen. Je bent meteen schuldig, en je kunt je reputatie bijna nooit meer herstellen.

Tegelijk vind ik dat verantwoordelijken en publieke personen moeten oppassen welk taalgebruik ze hanteren op sociale media. Beledigend uithalen naar andere wereldleiders of uitpakken met ‘mijn vrouw is mooier dan de jouwe’ helpt ons niet vooruit. Leidinggeven is ook verantwoordelijkheid nemen over hoe je je uitlaat over je tegenstanders. De verharding zie je overigens ook in het taalgebruik. Uitdrukkingen zoals ‘de bazooka bovenhalen’, ‘er komt een tsunami aan’… Ook in die zin is het belangrijk om ‘meertalig’ te zijn. De sociale media maken het daarbij niet makkelijk: als je tweet slechts 280 karakters kan tellen en het snel moet gaan, zoeken mensen niet altijd naar het juiste woord op de juiste plaats in de juiste context. Zelf vind ik verder proportionaliteit enorm belangrijk. Met mate communiceren, niet overdadig. Zowel in de klassieke media als op de sociale media. Natuurlijk moet je voorbereid zijn op crisiscommunicatie. Maar ik laat me niet opjagen. In het verhaal van Theo Francken heb ik er bijvoorbeeld voor gekozen om niks op de sociale media te zetten, maar in de plaats daarvan een opiniestuk te schrijven.”

Wapent jouw authenticiteit je tegen reputatieschade, denk je?

“Dat vind ik een moeilijke vraag. Het maakt me in eerste instantie rustiger. Als het echt stormt, kan ik overeind blijven. En dat brengt ook de anderen tot rust. Ik denk dus wel dat het helpt. Deze diverse samenleving verkeert in een soort vertrouwenscrisis. Het is voor ons allen een blijvende uitdaging om te proberen het vertrouwen te herstellen. In de periode van de fout gelopen campagne over diversiteit hoorde ik vaak dat er ook op onze campus sprake was van discriminatie. En dat mensen het opgeven om er melding van te maken, omdat ze die discriminatie al van in de kleuterklas aanklagen. ‘Hoe kunnen we blijven spreken?’, vroeg ik dan. Waarop studenten met een migratieachtergrond antwoordden: ‘Als de professoren naar ons kijken, zien ze hun kinderen niet.’ Die heel eenvoudige zin zegt alles en heeft me heel erg geraakt. Als ik hun dan vroeg of we hen ook niet via de sociale media kunnen bereiken, antwoordden ze: ‘Facebook is happy happy. En wij zijn shitty shitty.’ Zulke zinnen vergeet ik niet. De VUB: divers, progressief, gelijkwaardig, verbonden? De waarheid is dat het niet zo is. Een inconvenient truth. Ik ga daarmee aan de slag. Maar die verandering vraagt tijd, en soms kom ik daardoor eens in een storm terecht.”

Welke raad zou je je opvolger aan de VUB geven in verband met reputatie?

“Spreek zaken door met ons marketingcommunicatieteam. Zoek een klankbord dat anders durft te denken. Omring je met medestanders en tegensprekers. Met mensen die het niet noodzakelijk met je eens zijn. Ga vooral niet voor het eigen grote gelijk. Blijf weg van arrogantie en lelijke woorden. Die zijn heel nefast. Ook over je tegenstanders moet je met veel respect spreken.”

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief