nieuws

Creatieve blokkades opheffen door de beproefde methode van Julia Camerons everseller

Miljoenen mensen hebben de wereldwijde bestseller The Artist’s Way bestempeld als een onmisbare gids om een creatief leven te leiden.
Het boek is nog steeds net zo relevant als toen het voor het eerst verscheen, of misschien nog wel relevanter; het is krachtig, prikkelend en inspirerend.
In deze herziene editie blikt Julia Cameron terug op de invloed die The Artist’s Way heeft gehad en beschrijft ze hoe het werk dat ze de laatste jaren heeft gedaan tot nieuwe inzichten voor het creatieve proces heeft geleid. Lees hier alvast een fragment.

Mijn eigen reis

Ik ben de creativiteitsworkshops voor het eerst gaan geven in New York. Ik gaf ze omdat mij was ópgedragen om ze te geven. Het ene moment liep ik over de keien van een straat in de West Village bij schitterend middaglicht. Het volgende moment wist ik ineens dat ik moest gaan lesgeven aan mensen, groepen mensen, om hun te leren deblokkeren. Misschien was het een wens die iemand anders tijdens een wandeling had uitgeademd. Greenwich Village kent vast en zeker een grotere dichtheid aan kunstenaars – geblokkeerd en anderszins – dan praktisch elke andere plek in Amerika.

'Terwijl het penseel doet wat het doet, stuit het op wat je op eigen kracht niet zou kunnen.' - Robert Motherwell

‘Ik moet van mijn blokkades af,’ heeft iemand misschien wel uitgeademd.

‘Ik weet hoe dat moet,’ heb ik misschien wel geantwoord toen ik het signaal oppikte. Er zijn in mijn leven altijd al sterke innerlijke instructies geweest. Marsorders, noem ik ze.

Hoe dan ook, ineens wist ik dat ik wist hoe je mensen kunt deblokkeren en dat het de bedoeling was dat ik dat deed, met onmiddellijke ingang, beginnend met de lessen die ik zelf had geleerd.

Waar kwamen die lessen vandaan?

In januari 1978 stopte ik met drinken. Ik had nooit het idee gehad dat drinken me een betere schrijver maakte, maar nu had ik ineens het idee dat ik van niet drinken misschien wel zou stilvallen. In mijn hoofd gingen drinken en schrijven samen als, nou ja, whisky en ijs. De truc was voor mij altijd om voorbíj de angst en óp de pagina te komen. Het was een race tegen de klok: ik probeerde te schrijven voordat de drank kwam opzetten als een mist die me insloot en mijn creativiteitsvenster weer geblokkeerd was.

Tegen de tijd dat ik dertig was en van de ene op de andere dag nuchter, had ik een kantoor op het terrein van Paramount en had ik een hele carrière opgebouwd uit dat soort creativiteit. Creatief bij vlagen. Creatief als daad van wilskracht en ego. Creatief voor anderen. Creatief, jawel, maar in krachtige stralen, als bloed dat uit een doorgesneden halsslagader spuit. Na tien jaar schrijven kon ik niets anders dan maar gewoon lukraak keihard met mijn kop tegen de muur lopen van wat ik op dat moment aan het schrijven was. Als creativiteit ook maar in enig opzicht spiritueel was, dan was het enkel in de gelijkenis met een kruisiging. Ik viel op de doornen van proza. Ik bloedde.

Als ik had kunnen blijven schrijven op de oude, pijnlijke manier, zou ik het nu beslist nog altijd zo doen. In de week dat ik nuchter werd, had ik twee stukken in de pen voor een landelijk tijdschrift, een filmscript dat ik onlangs had bedacht en een alcoholprobleem dat ik niet langer kon hanteren.

Ik zei tegen mezelf dat ik niet nuchter wilde zijn als nuchter zijn gelijkstond aan nul creativiteit. Tegelijkertijd erkende ik dat drinken niet alleen mij maar ook mijn creativiteit de dood in zou jagen. Ik moest leren schrijven zonder drank – of anders het schrijven helemaal opgeven. Noodzaak, niet deugdzaamheid, was het begin van mijn spiritualiteit. Ik werd gedwongen om een nieuw creatief pad te vinden. En daar zijn mijn lessen begonnen.

'De positie van de kunstenaar is een nederige. Hij is in feite een doorgeefluik.' - Piet Mondriaan

Ik leerde mijn creativiteit overdragen aan de enige god waarin ik kon geloven, de god van de creativiteit, de levenskracht die Dylan Thomas beschreef als ‘de kracht die door groen lont de bloem kan sturen’. Ik leerde om uit de weg te gaan en die creatieve kracht door mij heen zijn werk te laten doen. Ik leerde om gewoon te komen opdagen op de pagina en op te schrijven wat ik hoorde. Schrijven werd meer als afluisteren en minder als het uitvinden van een kernbom. Het was niet meer zo’n hachelijke onderneming en de boel ontplofte niet meer in mijn gezicht. Ik hoefde niet in de stemming te zijn. Ik hoefde niet mijn emotionele temperatuur op te nemen om te zien of er inspiratie aan zat te komen. Ik schreef gewoon. Zonder onderhandelingen. Goed, slecht? Mij een zorg. Ik was niet de schrijver. Door ontslag te nemen als de onzekere auteur, kon ik vrijuit schrijven.

Achteraf gezien sta ik er versteld van dat ik het drama van de lijdende kunstenaar heb weten los te laten. Niets sterft moeilijker dan een slecht idee. En er zijn maar weinig ideeën slechter dan de ideeën die we hebben over kunst. We kunnen zoveel dingen toeschrijven aan onze identiteit van lijdende kunstenaar: dronkenschap, overspel, fiscale problemen, een zekere roekeloosheid of zelfdestructiviteit in liefdesperikelen. We weten allemaal hoe platzak/gek/overspelig/onbetrouwbaar kunstenaars zijn. En als dat niet per se noodzakelijk is, wat is dan mijn excuus?

Het idee dat ik bij mijn volle verstand, nuchter en creatief zou kunnen zijn, vond ik doodeng, omdat het de mogelijkheid impliceerde van persoonlijke verantwoordelijkheid. ‘Je bedoelt dat als ik deze gaven bezit, ik ook geacht word ze te gebruiken?’ Ja.

De voorzienigheid bracht in deze periode een eveneens geblokkeerde schrijver op mijn weg om mee – en aan  – te werken. Ik begon hem bij te brengen wat ik zelf aan het leren was. (Ga uit de weg. Laat ‘het’ door je heen zijn werk doen. Leg een verzameling pagina’s aan, geen oordelen.) Ook hij begon gedeblokkeerd te raken. Nu waren we met zijn tweeën. Al snel had ik een nieuw ‘slachtoffer’, een kunstschilder deze keer. De tools werkten ook voor visuele kunstenaars.

'God moet een activiteit worden in ons bewustzijn.' - Joel S. Goldsmith

Dit was heel opwindend voor mij. In mijn meer verheven momenten stelde ik me voor dat ik bezig was om te veranderen in een creatieve cartograaf die een weg uit de verwarring in kaart aan het brengen was, voor mezelf en voor iedereen die me maar wilde volgen. Het is nóóit mijn bedoeling geweest om lerares te worden. Ik was alleen maar boos omdat ik zelf nooit een leraar had gehad. Waarom moest ik leren wat ik leerde op de manier waarop ik het leerde: door schade en schande, door mijn neus te stoten? Wij kunstenaars zouden leerbaarder moeten zijn, meende ik. Er zouden markeringen kunnen komen voor snellere routes en gevaren op de weg.

Dit waren de gedachten die om me heen wervelden tijdens mijn middagwandelingen – genietend van het licht dat van de Hudson weerkaatste terwijl ik aan het bedenken was wat ik hierna zou gaan schrijven. En toen waren daar de marsorders: ik moest gaan lesgeven.

Binnen een week kreeg ik een baan als docent en een leslokaal aangeboden bij het New York Feminist Art Institute – waar ik nog nooit van had gehoord. Mijn eerste klas – geblokkeerde kunstschilders, romanschrijvers, dichters en filmmakers – vormde zich vanzelf. Ik begon hun de lessen te leren die inmiddels in dit boek staan. Sindsdien zijn er talloze andere klassen gevolgd, en ook talloze andere lessen.

The Artist’s Way is begonnen als een verzameling informele lesaantekeningen op last van mijn partner, Mark Bryan. Toen het nieuws zich mond tot mond ging verspreiden, begon ik pakketjes met lesmateriaal te versturen. Een rondreizende jungiaan, John Giannini, vertelde over de technieken op alle plaatsen waar hij lezingen gaf – en dat leek wel overal te zijn. Daarop volgden steevast verzoeken om materialen. Vervolgens kreeg het Creation Spirituality-netwerk lucht van het werk en kwamen er brieven van mensen uit Dubuque, British Columbia, Indiana. Over de hele wereld doken cursisten op. ‘Ik werk in Zwitserland bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Stuur me alstublieft…’ En dat deed ik dan. De pakketjes werden uitgebreider en ook het aantal leerlingen breidde zich uit. Uiteindelijk, op zéér nadrukkelijk aan sporen van Mark – ‘Schrijf het allemáál op. Je kunt een heleboel mensen helpen. Het zou een bóék moeten zijn.’ – begon ik formeel mijn gedachten bij elkaar te zetten. Ik schreef, en Mark, die inmiddels mijn mededocent en taakgever was, vertelde me wat ik had weggelaten. Ik schreef nog meer en Mark vertelde me wat ik nog altíjd had weggelaten. Hij herinnerde me eraan dat ik meer dan genoeg wonderen had aanschouwd om mijn theorieën te onderbouwen en spoorde me aan om ook die in het boek op te nemen. Ik zette op papier wat ik al tien jaar in de praktijk bracht.

Het boek dat daaruit is ontstaan, werd een blauwdruk voor doe-het-zelfherstel. Net als mond-op-mondbeademing of de Heimlich-manoeuvre zijn de tools in dit boek bedoeld om levens te redden. Gebruik ze alsjeblieft en geef ze door.

Heel vaak hoor ik dit soort uitspraken: ‘Voordat ik uw cursus deed, was ik volledig losgesneden van mijn creativiteit. De jaren van bitterheid en verlies hadden hun tol geëist. Vervolgens begon zich geleidelijk het wonder te voltrekken. Ik ben weer gaan studeren om mijn bachelor theaterwetenschappen te halen, ik ga voor het eerst in jaren weer auditie doen, ik ben gestaag aan het schrijven, en bovenal durf ik mezelf eindelijk ongegeneerd een kunstenaar te noemen.’

Ik betwijfel of ik kan overbrengen wat voor wonder het is dat ik ervaar als docent – getuige mogen zijn van het voor en na in het leven van cursisten. In de loop van de cursus kan alleen al de fysieke transformatie verbluffend zijn en me doen inzien dat de term ‘verlichting’ letterlijk genomen moet worden. Cursisten krijgen vaak een glans over hun gezicht wanneer ze contact maken met hun creatieve energie. Dezelfde bezielde spirituele atmosfeer die in een groot kunstwerk voelbaar is, kan tijdens een creativiteitscursus voelbaar zijn. Aangezien we creatieve wezens zijn, wordt ons leven in zekere zin ons kunstwerk.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief