nieuws

‘De eeuw van mijn dochters’ van Art Rooijakkers

Hoe oud wordt de generatie die nu in de wieg ligt? Kiezen toekomstige ouders hun baby uit in het lab? Wordt vlees eten het nieuwe roken? Hoe zit het met de privacy in de toekomst; kun je nog geheimen hebben? Deze en vele andere vragen – zoals: worden mijn dochters dommer, racistisch of preuts – stelt journalist, televisiepresentator en vader Art Rooijakkers in De eeuw van mijn dochters. Rooijakkers gaat te rade bij vooraanstaande wetenschappers en andere experts, gerontologen, geografen, maar ook bij een tattookoning. Op de meest prangende vragen over de toekomst volgen soms geruststellende, soms beangstigende antwoorden.

Lees hier alvast een fragment.

De dag dat ik vader werd

Officieel werd ik op donderdag 13 april 2017 vader. Om precies te zijn om één minuut over één in de middag. En twee minuten later opnieuw. Maar iets worden betekent niet dat je het ook meteen bent. In werkelijkheid duurde het even, een paar dagen, misschien wel een week, voordat ik een vader was.

Toen mijn oudste dochter, vlak nadat ze het levenslicht zag, werd meegenomen naar een kamertje naast de ok om daar gecheckt te worden, vroeg een van de artsen of ik met haar mee wilde. Verstoord keek ik op. ‘Waarom zou ik? Ik ken haar net. Ik blijf liever hier, haar ken ik al veel langer,’ zei ik met een hoofdknik naar mijn vriendin. Het zal de shock geweest zijn. Alsof ik nog niet van de hoge duikplank durfde.

De eerste dagen na de geboorte van Puk en Keesje, want die namen hadden ze inmiddels gekregen, was mijn wereld kleiner dan ooit tevoren. Ons universum was beperkt tot een paar vierkante meter ziekenhuiskamer. Wat er daarbuiten gebeurde? Ik had geen idee en het interesseerde me ook niet. Er had een omgekeerde big bang plaatsgevonden. Geen grote knal met als gevolg een steeds uitdijend universum, maar een implosie. De aarde met alles wat erbij hoort was teruggebracht tot twee kleine levensbronnen die om de drie uur gevoed moesten worden, waardoor wij als ouders in een gelukzalige slaap-waaktoestand terechtkwamen. Alsof de hele wereld roze en zacht was geworden.

Totdat die ballon werd doorgeprikt en we naar huis mochten of, zoals wij het ervoeren, naar huis werden gestuurd. Daar zaten we dan op ons bed, met twee dochters.

Hulpeloos.

Zij.

Maar wij ook.

We hadden geen idee.
We hadden geen idee. Die staat van zijn, ergens op het snijvlak van blinde paniek en alomvattend geluk, duurde niet lang. Om precies te zijn een uur. Toen ging de deurbel en deed Irene haar intrede in ons leven. Ze stelde zich voor als de kraamhulp, maar bleek de generaal te zijn die ons leven kwam overnemen, inrichten en redden. We gaven ons willoos aan haar over.

Na een paar dagen in huis nam Irene me apart. Mijn vriendin, nog herstellende van de keizersnede, was even aan het douchen en ik stond op het punt om naar de supermarkt, apotheek of drogisterij te gaan om spenen, luiers en flessen in te slaan. Precies zoals ik de dagen ervoor ook had gedaan, als ik niet bezig was om in Irenes afwezigheid gevulde luiers van gele post-its van naam, tijdstip en inhoud te voorzien, zodat ze die later kon checken, zo ongeveer als een detective in een Amerikaanse dramaserie een muur volplakt met notities om een misdrijf op te lossen. Ik geef toe, misschien ging ik wat in de overdrive. Dat vond Irene ook. Ze keek me vorsend aan en zei in plat Amsterdams: ‘Jij bent wel een druk baassie, hè.’ Stamelend probeerde ik tot een antwoord te komen, maar Irene had me al bij mijn elleboog te pakken en duwde me richting de slaapkamer. ‘Ga jij maar es effe zitten,’ zei ze en verdween in de kamer van de tweeling om een paar seconden later met beide dochters in haar armen terug te keren. ‘So, pak ze maar es effe vast, die dochters van je. En nou ga je hier tien minuten zitten met ze.’ Ze trok de slaapkamerdeur achter zich dicht. Mijn eerste neiging was om heel hard weg te rennen, maar ik hoorde Irene aan de andere kant van de deur rommelen, dus dat durfde ik niet. Ik denk dat het twee minuten duurde voordat de tranen in mijn ogen sprongen. Ineens herinnerde ik me de woorden van een vriend tijdens een lange en late stapavond een paar weken eerder. ‘Vader zijn is de enige rol waar je nooit afstand van kunt doen. Relaties kun je uitmaken en vriendschappen kun je beëindigen, maar vader ben je voor de rest van je leven. Wat je ook doet. Of je je kinderen nou liefdevol opvoedt of in de steek laat; je zult altijd hun vader zijn.’

En vanaf dat moment was ik vader. Er was geen ontkomen meer aan. De wereld was niet veranderd, maar mijn wereld wel. Die stond op zijn kop. En dus ging ik me afvragen in wat voor eeuw mijn dochters terecht zouden komen. Met een beetje geluk gaan die twee het jaar 2100 halen, dus is mijn horizon opgeschoven. Ik begon me af te vragen hoe hun leven eruit zou gaan zien. Ik wilde toekomstreiziger worden, grip krijgen op deze eeuw. Daarom begon ik 13 april 2019, op de tweede verjaardag van mijn dochters, aan een zoektocht, in de vorm van een reeks artikelen voor de zaterdagbijlage van Het Parool. Elke week onderzocht ik een andere vraag. Hoe oud worden mijn dochters? Moeten ze nog leren schrijven? Krijgen ze ge-3d-printe organen? Gaan ze de ruimte in? Krijgen ze een burn-out? Concrete vragen die, mits goed beantwoord, een beeld kunnen schetsen van de nabije toekomst. Voor de serie sprak ik onder anderen met André Kuipers, Maarten van Rossem en Erik Scherder – en nog veel meer bekende en onbekende wetenschappers en deskundigen.

Na een paar weken zei de hoofdredacteur van Het Parool, Ronald Ockhuysen, me dat er verzoeken zouden komen om de columns gebundeld uit te brengen. En ook al wist ik niet dat voorspellende gaven tot het takenpakket van een gemiddelde hoofdredacteur behoorde, hij had gelijk. Vol goede moed begon ik begin 2020 aan dit boek; een bundel waarin de columns, niet gehinderd door de beperkte ruimte van een krantenpagina, in uitgebreide en aangevulde vorm zouden verschijnen en ik in een stuk of vijftig hoofdstukken de eeuw van mijn dochters in kaart zou proberen te brengen.

Tot ik in april 2020 in paniek raakte.
Tot ik in april 2020 in paniek raakte.

De coronacrisis sloeg onze wereld een paar graden uit het lood en abrupt kwam ons raderwerk tot stilstand. Binnen een paar maanden leken alle zekerheden verdwenen; gedaan was het met de eeuwige economische groei, met goedkoop vliegverkeer dat de wereld steeds kleiner maakt; gedaan was het met ons consumentisme in zijn algemeenheid. De mens zat opgehokt te wachten tot er een vaccin of medicijn tegen covid-19 zou komen. ‘De weg naar de toekomst is geblokkeerd, er is alleen nog maar het heden,’ las ik ergens. Dat was het moment dat ik de moed verloor voor dit boek. Hoe kun je de toekomst verkennen wanneer er geschiedenis wordt geschreven?

Mijn twijfel greep als een virus om zich heen, alles leek wankel en onzeker. Terwijl ik in thuisisolatie zat, besloot ik sommige hoofdstukken in quarantaine te plaatsen. Te verouderd, te futiel. Het was alsof ik aan het fantaseren was over de installatie van een nieuwe keuken terwijl de rest van het huis in de fik staat. Wat doet het ertoe of mijn dochters een designerbaby krijgen, preuts worden of net zoveel gaan drinken als ik? De zorgen over hun toekomst waren plotsklaps een stuk realistischer en basaler geworden. De toekomst van de mensheid zou door deze pandemie voorgoed veranderen, was de teneur in die dagen. Maar na een paar dagen, weken gesomber herinnerde ik me de periode vlak na 9/11. Ik werkte destijds als jonge verslaggever bij de actualiteitenrubriek NOVA, de voorganger van Nieuwsuur. Die bewuste dag was ik ingedeeld op de zogeheten lastminuteredactie, verantwoordelijk voor de opening van de uitzending. Probleem was dat er eigenlijk amper nieuws was die dag. De ochtend kroop voorbij en naarstig zochten we naar een geschikt onderwerp. Totdat om kwart voor drie de eerste beelden binnenkwamen uit New York. Iets wat in eerste instantie op een sportvliegtuigje leek had zich in de Twin Towers geboord. De eindredacteur van dienst, die net als de rest van de redactie de ernst van de situatie nog niet inzag, juichte: ‘Yes, we hebben een opening’, en stuurde me op pad om te filmen hoe het met de veiligheid van Nederlandse hoogbouw gesteld was. Terwijl ik de trap naar beneden nam om bij de cameraploeg in de auto te stappen, boorde een tweede vliegtuig zich in het WTC. Dit was geen ongeluk, maar een aanslag, met heel veel doden. Of misschien wel het begin van de Derde Wereldoorlog. In plaats van op reportage te gaan, rende ik naar een montageset, waar ik urenlang beelden uit New York geschikt maakte voor uitzending in Nederland. Onze toekomst veranderde terwijl ik minutieus de verschrikkingen van het heden voorbij zag komen. ’s Avonds laat kwam ik na de uitzending thuis, pakte een biertje en ging met de koelkastdeur open in mijn verder donkere keuken op de grond zitten. Niets zou ooit meer hetzelfde zijn. Het massale leed zou vast en zeker gewroken worden en een gewelddadige periode zou volgen. De wereld zoals ik die kende tot de dag ervoor was, met het instorten van de WTC-torens, voorgoed verdwenen.

De angstgedachten die de kop opstaken in het voorjaar van 2020, het moment dat de coronapandemie uitbrak, doen denken aan de paniek die uitbrak een kleine twintig jaar daarvoor. Opnieuw deden woeste voorspellingen, doemscenario’s en complottheorieën de ronde – nu, anders dan toen, via digitale media, appgroepjes en in gesprekken op anderhalve meter afstand. Corona zou onze toekomst ingrijpend veranderen. En dat klopte. Maar tegelijkertijd blijkt de mens een slecht geheugen en nog beroerdere voorspellende gaven te hebben. Een epidemioloog hoorde ik zeggen dat uit het verleden blijkt dat ook na een pandemie het leven weer normaal wordt. En terugkijkend op de aanslagen van 11 september 2001 kunnen we zeker spreken van een wereld vóór 9/11 en een wereld ná 9/11. Maar als we eerlijk zijn, is voor de gemiddelde Nederlander wellicht het grootste verschil dat we geen meegebrachte lesjes water meer mogen meenemen op onze easyJet-vlucht naar Barcelona. Andere gevolgen, zoals Abu Ghraib, waterboarding en de jacht op Osama Bin Laden, zijn toch vooral nieuwsberichten gebleken waarover we in de krant lazen of waarvan we genoten in indrukwekkende series als Homeland.

Er zal meer zijn dan het heden. Een nieuwe toekomst zal lonken.
Om een lang verhaal kort te maken – ‘daar is het al te laat voor’, zou een vriend van me nu zeggen – de wereld richt zich alweer op, zo goed en zo kwaad als het gaat, en komt met horten en stoten in beweging. Wanneer alles weer ‘normaal’ zal zijn, weet niemand, maar dat zal wel in deze eeuw zijn. De eeuw van mijn dochters. Er zal meer zijn dan het heden. Een nieuwe toekomst zal lonken. Een die ook weer gedefinieerd wordt door andere, grote en kleinere vraagstukken: het klimaat, de mondiale bevolkingstoename, de robotisering en wanneer we onze apparaten allemaal draadloos kunnen opladen en ik het spinnenweb aan kabels dat in mijn kast ligt te verstoffen eindelijk in de prullenbak kan knikkeren.

Daarom heb ik als een ware stoïcijn doorgeschreven aan dit boek. We hebben immers geen macht over de gevolgen die deze crisis heeft, maar wel over onze houding ertegenover. Vaak zijn het niet externe oorzaken die ons van streek maken, maar onze opvattingen over de dingen.

Het resultaat heeft u nu in uw handen. De eeuw van mijn dochters. Een boek waarin ik heb geprobeerd de toekomst iets dichterbij te halen om zo te ontdekken in wat voor wereld mijn dochters opgroeien en wij leven. Juist in onzekere tijden hebben we houvast nodig, proberen we grip te krijgen op de wereld. Een wereld die nu, meer dan ooit in mijn levensdagen, te kneden lijkt tot een ander model. Beter? Ik hoop het. Al is het maar voor mijn dochters. Want dit is hun eeuw.

Amsterdam, zomer 2020

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief