leesfragment

‘De hongerigen en de verzadigden’ van Timur Vermes

De nieuwe roman van Timur Vermes, auteur van Daar is hij weer, is verschenen!  De hongerigen en de verzadigden is een bijtende en actuele satire over de toekomst van Europa. Lees hier alvast de eerste pagina’s!

De hongerigen en de verzadigden

Europa heeft de grenzen gesloten. Miljoenen vluchtelingen zitten vast in gigantische kampen ten zuiden van de Sahara. Zonder toekomst en zonder hoop. Wanneer de Duitse tv-ster Nadeche Hackenbusch de grootste van deze kampen bezoekt, grijpt de jonge vluchteling Lionel deze unieke kans met beide handen aan. Voor het oog van de camera’s begint hij met 150.000 anderen aan een mars naar Europa.

De televisiester en de vluchteling worden in Duitsland een hit. Terwijl de live-uitzendingen een recordaantal kijkers trekken, reageert de Duitse politiek door hulpeloos weg te kijken. Als de colonne vluchtelingen Europa steeds dichter nadert, neemt de druk op de minister van Binnenlandse Zaken Joseph Leubl toe. De regering en het Duitse volk zullen twee urgente vragen moeten beantwoorden: hoe gaan we dit oplossen? En in wat voor land willen we eigenlijk leven?

Leesfragment

De vluchteling probeert nadrukkelijk normaal te lopen, wat niet gemakkelijk is, omdat het niet normaal aanvoelt. Of zijn loopje zo natuurlijker wordt, valt nog niet te zeggen. Hij weet alleen dat het ook niet lukt om normaal te lopen omdat hij nerveus wordt van de blikken van de anderen. Hij trekt zijn schouders dus wat op, maar dat is de verkeerde aanpak, hij merkt het meteen aan de reacties, waarschijnlijk ziet hij er nu uit als een gebochelde ooievaar. Dan liever borst vooruit, hoofd omhoog en een grijns.
Beter.
Hij moet alleen oppassen dat hij niet welwillend gaat groeten, zoals de oude Brittenkoningin.
Had hij dit eerder moeten doen? Dat ging eigenlijk niet. Zo lang heeft hij er ook niet over na zitten denken. Ook nu nog is hij er niet zeker van of hij gelijk had. Maar veranderen zit er in elk geval niet meer in.

Interessant dat hij met zijn zekerder optreden andere reacties teweegbrengt.
Langzaam ontspant hij zich, zijn grijns wordt een glimlach. Hij geeft zich steeds meer over aan zijn nieuwe rol. Het is ook logisch dat ze naar hem kijken. Hoe kan het ook anders: als iedere dag gelijk is aan de vorige, worden de kleinste veranderingen opwindend. Interessant dat hij met zijn zekerder optreden andere reacties teweegbrengt. Er wordt minder gegiecheld en hij krijgt vaker een bemoedigend knikje of waardering. Twee kinderen lopen achter hem aan, zoals ze weleens achter een auto aan rennen. Het hadden er meer kunnen worden, maar dan komt er inderdaad een auto aan die de kinderen in zijn stofwolk meeneemt.
De vluchteling begint met de nieuwe situatie te spelen. Een meisje kijkt hem aan en hij beantwoordt haar blik met een danspasje. Ze lacht. Dat voelt goed. Dat was juist. Het was de moeite waard. Maar hij had het waarschijnlijk eerder moeten doen. De vluchteling loopt de hoek om en ziet Mahmoud.
Die zit gehurkt naar een groepje meisjes te kijken. De vluchteling steekt zijn handen in zijn zakken en gaat naast hem staan. Mahmoud verroert zich niet.
‘Dat levert niks op,’ zegt de vluchteling tegen hem.
‘Daar weet jij niks van,’ zegt Mahmoud zonder opkijken.
‘Dat weet ik wel. Je kijkt niet goed.’
‘Ik kijk zoals iedereen.’
‘Precies,’ zegt hij.
‘Iedereen kijkt naar Nayla, en iedereen kijkt zoals jij. Hoe moet zij nou zien dat jij bijzonder bent?’
‘Omdat het helemaal niet om Nayla gaat.’
‘Om wie dan? Elani?’
‘Misschien. Misschien ook niet.’
‘Dat is nog stommer.’
‘Hoe kun jij dat nou weten?’
‘Omdat ook Elani denkt dat je naar Nayla kijkt. Dan denkt Elani toch ook dat je net als iedereen bent.’
Mahmoud legt zijn hoofd in zijn nek en draait zijn ogen omhoog tot hij de vluchteling kan aankijken. ‘Heb jij een beter plan?’
‘Waarom ga je er niet op af, cool weet je, zodat Nayla al bedenkt hoe ze je het beste kan afwimpelen. En als je dan naast haar staat en Nayla haar mond al opendoet – spreek je opeens Elani aan.’
Ik moet het van mijn ogen hebben. Daar ligt mijn kracht.
Mahmoud laat zijn hoofd weer zakken. Hij denkt over het voorstel na en zegt dan: ‘Dat is jouw aanpak. Jij bent een kletser. Ik moet het van mijn ogen hebben. Daar ligt mijn kracht. Hoe kom je aan die schoenen?’
Mahmoud heeft niet eenmaal naar de grond gekeken. Misschien ligt zijn kracht inderdaad in zijn ogen.
‘Je houdt wat over als je zelf niet rookt,’ zegt de vluchteling en hij steekt Mahmoud zijn pakje toe.
Mahmoud pakt een sigaret en zegt: ‘Maar met schooien spaar je meer.’ Hij steekt de sigaret achter zijn oor en draait op zijn hurken naar de vluchteling als een automonteur die de schade opneemt. ‘Die zien er goed uit,’ zegt hij waarderend, ‘die zien er zelfs echt uit. Als ik niet wist dat je hier geen echte kunt krijgen, zou ik zeggen…’
‘Natuurlijk kun je hier echte krijgen.’
De vluchteling klemt het pakje op zijn brede linkerschouder weer onder de mouw van het t-shirt. Dat maakt het pakje of de sigaretten er niet aantrekkelijker op, maar het is meteen te zien dat hij sigaretten heeft. En sigaretten zijn onontbeerlijk in elk kamp, ook voor niet-rokers. Daarmee kun je contacten leggen, mensen een dienst bewijzen, zonder iets bijzonders te hoeven doen. Sigaretten kan iedereen gebruiken, zo niet voor zichzelf, dan toch voor ouders, broers en zussen of een vriend zoals Mahmoud.
Mahmoud tikt ongeduldig tegen het been van de vluchteling. Hij wrikt net zo lang tot de vluchteling eindelijk zijn been optilt, zodat de schoendeskundige ook de zool kan beoordelen.
‘Gaaf kleurtje. Van wie heb je die?’ vraagt Mahmoud van onderen. ‘Van Mbeke? Dan zijn ze nep.’
‘Klopt.’
‘Dus.’
‘Wat, dus?’
‘Nep.’
‘Neuh. Niet van Mbeke.’
‘Van wie dan? Ngudu heeft zijn handen van de schoenenbizz afgetrokken, dat weet ik zeker.’
‘Ze zijn ook niet van Ngudu.’
‘Dan zijn ze pas echt nep.’
‘Dan zullen het wel fake-shoes zijn.’ De vluchteling lacht.
Mahmoud komt overeind. ‘Vooruit, zeg op!’
‘En als ze nou eens van Zalando zijn?’
‘Zalando verkoopt geen schoenen.’
‘Misschien maakt hij voor mij wel een uitzondering.’
‘Misschien maakt hij voor mij wel een uitzondering.’
Mahmoud neemt hem op. Niemand weet hoe Zalando eigenlijk heet. Ze weten alleen dat hij bij de organisatie werkt en dat hij Duitser is. En altijd hetzelfde antwoordt als iemand hem om een gunst vraagt: ‘Waarom vraag je dat aan mij? Ben ik Zalando?’ Een zeldzaam stomme vraag, omdat niemand zijn naam immers kent. Misschien is hij inderdaad die beroemde Zalando.
‘Nou, dan zeg je het toch niet,’ zegt Mahmoud. Hij pakt de sigaret vanachter zijn oor en steekt hem vragend uit naar de vluchteling.
Die haalt zijn aansteker uit zijn broekzak. Wie mensen met een sigaret wil verblijden, moet hem ook kunnen aansteken. Anders gaan de mensen op zoek naar iemand met een vuurtje en is de kans op een bruikbaar gesprek verkeken. Ze luisteren niet meer naar je, ze vergeten de helft of het dringt niet eens tot hen door. Mahmoud en hij lopen zwijgend langs de stoffige straat. Mahmoud kijkt op zijn smartphone.
‘In Berlijn eten ze nu aardappelen en varkenspootjes.’
‘Wie wil er nou naar Berlijn?’
‘Ik niet.’
‘Ik ook niet.’
‘Het is hier mooi!’ roept Mahmoud.
‘Het is heerlijk,’ antwoordt de vluchteling en hij spreidt zijn armen uit. ‘De mooiste stenen van de wereld. Gratis zon. Wat heb je in Berlijn wat je hier niet hebt?’
‘Blonde vrouwen,’ zegt Mahmoud rokend.
‘Nou en? Wie wil er blonde vrouwen?’
‘Ik. Uitproberen.’
‘Maar Mahmoud!’ De vluchteling gaat voor Mahmoud staan, pakt hem zachtzinnig bij de schouders en kijkt hem vermanend aan. ‘Blonde vrouwen zijn door de duivel gemaakt. Wie blondjes binnenlaat, oogst ongeluk. Je wordt ziek. Je velden verdorren. Luister naar je oude vader: een blonde vrouw zal je vervloeken, zodat al je geiten verhongeren.’
‘Wat een geluk, mijn geiten zijn al verhongerd. Dus heb ik een blonde vrouw tegoed.’
‘Je hebt nooit geiten gehad.’
‘Nog onrechtvaardiger! Nu krijg ik zelfs twee blonde vrouwen.’
De vluchteling lacht. Mahmoud ook.
‘En? Waar komen die schoenen nou vandaan?’
‘Gekocht.’
‘Waar dan aan? Een smokkelaar?’
‘Nieuw?’
‘Nieuw.’
‘En waar haal je de poen vandaan?’
‘Jij hebt die poen zelf ook.’
‘Ja. Maar ik geef niks uit. In ieder geval niet aan zulke flauwekul als schoenen.’
‘Waar dan aan? Een smokkelaar?’
‘Daar kun je je reet onder verwedden. Maar wel een topsmokkelaar.’
‘Hoor dat,’ spot de vluchteling, ‘een topsmokkelaar maar liefst.’
‘Kijk eens aan. Weer iemand met reisplannen.’
Dat is afkomstig van Miki. Hij staat achter zijn bar aan de high way van het kamp. De bar heeft hij van planken en spaanplaat in elkaar getimmerd; een paar stukken golfplaat en de motorkap van een oude Mercedes zorgen voor schaduw. In het begin was het plan om alles in één kleur te schilderen. Maar zoals dat gaat, dan is er iemand op bezoek, dan regent het weer of helpt je beste vriend niet omdat je net iets met zijn vrouw hebt – opeens is er vijf jaar voorbij en wacht je alleen nog op het inzakken van de bar, zodat je eindelijk een nieuwe kunt bouwen. Maar daarvoor is het ding helaas te stevig.

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief