leesfragment

‘De laatste zomer’ van Rebecka Edgren Aldén

Als tiener bracht Gloria haar zomers door in een vakantiekolonie op een eiland in de Zweedse archipel. Twintig jaar later keert ze terug: herinneringen aan die laatste zomer borrelen op en ze vindt een levenloos lichaam in de leegstaande villa waar ze vroeger haar zomers doorbracht. Lees hier alvast de eerste pagina’s van De laatste zomer !

1
Vrijdag 22 juli

Bij de gedachte aan Ekudden voelde ze een kriebel in haar buik. Het was een plek die voor haar en de anderen van de commune ooit zo legendarisch was geweest.

Nu ze van de grote weg waren afgeslagen, werd de weg hobbeliger. Door de voorruit zag ze het smalle weggetje van stevig aangestampt grind tussen de hoge dennen voortkronkelen. Door de sprietige takken van de bomen heen waren glimpen zichtbaar van de blauwe lucht. Tussen de bomen door blonk een oranjegeel koolzaadveld dat bijna uitgebloeid was. Een overrijpe zomerdag.

Gloria had een droge mond. Ze vertrok haar gezicht en slikte een paar keer. Ze was stijf van een paar uur in de auto zitten, maar ook van spanning. Ze rekte zich uit en voelde hoe haar jurk over haar dijen opkroop. Hij was veel te kort. Ze vervloekte zichzelf: waar had ze met haar hoofd gezeten toen ze hem aantrok?

Maar ze wist heel goed waarom ze voor deze jurk gekozen had. Ze hield van de manier waarop Adam haar met zijn ogen opvrat.

Maar ze wist heel goed waarom ze voor deze jurk gekozen had. Ze hield van de manier waarop Adam haar met zijn ogen opvrat.

Die grijnsde naar haar van achter het stuur. Zijn linkerarm leunde tegen het zijraampje en hij hield slechts twee vingers op het stuur. Zijn rechterhand zat aan de versnellingspook vastgeplakt, alsof hij een raceauto bestuurde.

‘Waar lach je om?’

Ze deed net of ze op haar teentjes getrapt was.

‘Je ziet er een beetje verfomfaaid uit.’

Ze klapte het zonnescherm naar beneden, schoof het klepje opzij en bekeek zichzelf in het spiegeltje. Ze had meteen spijt. Haar ogen waren opgezwollen en haar haren zaten in de war. Ze graaide een borstel uit haar handtas en ging er een paar keer snel mee door haar haren. Met haar andere hand streek ze over haar gekreukelde jurk, waar ze nu niet meer naar kon kijken zonder te denken dat hij te kort was. Ze bestudeerde zichzelf met een kritische blik in de spiegel en bevochtigde haar wijsvinger om haar wenkbrauwen in het gareel te brengen. In haar tas vond ze lipgloss, die ze vlug op haar lippen smeerde.

‘Moet je je opmaken? Je bent al zo mooi.’

Adam tilde zijn rechterhand op en streelde haar zachtjes over haar wang.

‘Ach, het is maar lipgloss,’ mompelde ze, waarna ze haar lippen over elkaar wreef om het middel netjes te verdelen. Ze maakte van de gelegenheid gebruik om ook haar donkere pony te verschikken. Bij de wortels was het haar blonder. Ze had het eigenlijk moeten verven voordat ze weggingen.

Onwillekeurig gingen haar gedachten naar het begin van hun relatie, toen hij haar haren had aangeraakt en had gevraagd of dit haar echte kleur was. Ze wist nog wat ze had geantwoord.

‘Ja, natuurlijk. Mijn moeder is Zwarte Magica.’

Dat was voordat hij begreep wie ze was.

Ze had op dat moment het gevoel gehad dat ze exotisch op hem overkwam.
Ze had op dat moment het gevoel gehad dat ze exotisch op hem overkwam. Had zichzelf van buitenaf bekeken, door zijn ogen. De spannende emo met zwart haar en een wijnrode vintagejurk, iemand die nooit zou passen bij zijn zakenkantoor. Ze had gezien hoe zijn blik bewonderend naar haar pols met de kleine tattoo ging. Zijn vingertoppen hadden voorzichtig over het zwarte ankertje
gestreken.

‘Het is geen plakplaatje’, had ze stoer in zijn oor gefluisterd terwijl de muziek hen bonkend omringde en hun bloed liet koken.

Het was donker geweest in de club, maar toch meende ze dat ze kon zien dat hij bloosde.

‘Waarom een anker?’ had hij gevraagd.

Omdat een anker dat basale, geaarde symboliseerde dat zij nooit had gehad of gekend. Het vaste en concrete. De stabiliteit die ze miste. Dat had ze echter nooit tegen hem gezegd.

Zij had hem meteen herkend. Anders zou het geen moment bij haar opgekomen zijn om met hem te praten. Hij was helemaal haar type niet en normaal gesproken zou ze hem hebben afgewimpeld als een saai en standaard rijkeluistype. Maar zodra ze in hem een van de broers van Ekudden had herkend, keek ze door zijn conventionele stijl heen.

Ook al wilde ze dat niet, onwillekeurig had ze toch genoten van de zoete smaak van revanche.
Hij was niets veranderd. Ondanks het donkergrijze haar, in een nieuw kapsel, en de iets scherpere trekken zag ze nog steeds de zeventienjarige Adam Ekberg voor zich. Nog net zo knap, nog net zo spannend. Nog net zo onbereikbaar, had ze aanvankelijk gedacht, maar ze was algauw tot de ontdekking gekomen dat de machtsverhoudingen tussen hen sinds haar tijd op het eiland verschoven waren. Ook al wilde ze dat niet, onwillekeurig had ze toch genoten van de zoete smaak van revanche.

Destijds had geen van de gebroeders Ekberg haar een blik waardig gekeurd. Soms had ze gedacht dat Adam niet eens wist dat ze bestond. Maar er waren ’s zomers nou ook weer niet zo veel jongelui op het eiland dat hij haar helemaal over het hoofd had kunnen zien. Het had er waarschijnlijk meer mee te maken dat ze die laatste zomer veertien was geweest en een van die zonderlinge kinderen van de zomercommune. Hij en zijn oudere broer Kalle beperkten zich tot de andere, wat oudere, wat stoerdere tieners. Johanna. En hoe heette dat andere meisje ook weer? Nathalie?

Ze had geprobeerd met Adam over die laatste zomer te praten, had hem gevraagd of hij zich haar nog kon herinneren van toen, maar hij had niet veel gezegd en liever haar verhalen willen horen over haar jeugd met haar radicale moeder en de commune. Ze had erop gewezen dat de commune alleen ’s zomers bestond, maar hij had het toch exotisch gevonden.

Haar gemijmer werd onderbroken doordat Adam zijn hand op haar dijbeen legde.

‘Je hoeft je niet in bochten te wringen,’ zei hij. ‘Alleen mijn moeder en mijn broer zijn er. En ja, zijn vrouw Maria en hun kinderen ook natuurlijk.’

‘Dat is niet bepaald “alleen maar”.’

Haar stem klonk rauw, ze had een droge keel.

‘Het zal best goed gaan. Ze zullen je vast wel aardig vinden.’

Vast wel.

Vast wel? Ze wierp hem een steelse blik toe. Adam hield zijn ogen op de weg maar ze zag dat hij op zijn onderlip beet. Alsof hij zijn woorden wilde terugnemen.

Waar waren ze eigenlijk mee bezig? Meenden ze dat hun passie hen zou kunnen behoeden voor normale relatieproblemen? Het leven van alledag, een schoonmoeder, een broer met vrouw en kinderen. Daar waren ze nog helemaal niet klaar voor.

Geraldine. De vrouwen uit de commune waren geen fan van haar.
Ze kon zich zijn moeder nog vaag herinneren van de zomers op het eiland. Geraldine. De vrouwen uit de commune waren geen fan van haar. Een conservatieve snob die hun vrije levensstijl en meningen nooit had geaccepteerd. Volgens Gloria’s moeder dan. Zelf kon ze zich niet herinneren dat ze ooit een woord met Geraldine had gewisseld. Toen Adam had begrepen wie zij was, was zijn opmerking veelzeggend geweest.

‘Het wil er bij mij niet in dat jij de dochter bent van een van die gekke feministes!’

Zo hadden hij en zijn familie dus tegen haar moeder en de zomercommune aangekeken. Ze vermoedde dat er in die zomers heel veel over hen geroddeld was op Ekudden. In elk geval zo veel dat Adam het zich tot op de dag van vandaag wist te herinneren.

‘Je moet er weer eens naartoe gaan om te zien hoe het er nu is,’ had hij wat later gezegd en zo was het idee ontstaan.

Ergens had ze toen al begrepen dat ze het lot tartten, maar dat was nu juist zo aantrekkelijk. Adam en zij waren samen in een gevaarlijk avontuur gerold. Het voelde allemaal sexy en verboden. Het alto-meisje en een van de rijke broers van Ekudden.

‘Jij bent anders dan andere vrouwen die ik heb gehad.’
Een onwaarschijnlijk koppel. In haar kleine tweekamerappartementje in Aspudden, in haar bed. Ja, de eerste avond al. Ze had moeten lachen toen hij vertelde dat hij bijna nooit in deze zuidelijke
wijken van Stockholm kwam.

‘Jij bent anders dan andere vrouwen die ik heb gehad. Jij bent spannend, anders,’ had hij in haar oor gefluisterd en op dat moment had ze op geen andere plek willen zijn.

Misschien durfde ze zich over te geven doordat ze ervan overtuigd was geweest dat het toch geen stand zou houden. Ze had zich meer opengesteld dan ze ooit eerder had gedaan en hem tot zich toegelaten. Ze had er nooit rekening mee gehouden dat het zo ver zou gaan.

Ze wist nog op welk moment ze de grens waren gepasseerd, de stap samen hadden gezet. Dat was op een nacht toen ze naakt naast elkaar hadden gelegen. Warm, verfomfaaid, bevredigd. Zij had over haar vader verteld. Over de man die ze nooit had leren kennen, maar naar wie ze altijd had verlangd. Adam had geluisterd, met een serieus gezicht. Na een poosje had ze ontdekt dat er tranen in zijn ogen stonden en had ze gezwegen.

‘Ik begrijp hoe je je voelt. Ik ben mijn vader ook kwijtgeraakt,’ zei hij met een brok in zijn keel. ‘Bij de ramp met de Estonia. Hij reisde voor zijn werk met de veerboot en is nooit teruggekomen.’

‘Sorry. Dat wist ik niet.’

‘Nee, hoe zou je dat kunnen weten?’

Ze had zijn pijn gevoeld. Haar hart liep over en ze had zijn wang gestreeld. Hij had haar ook gestreeld en ze hadden opnieuw de liefde bedreven. Deze keer met een heel nieuwe ernst.

Drie maanden en ze hadden zich onoverwinnelijk gevoeld.
Dat had ze als een teken gezien. Als een signaal dat ze bij elkaar hoorden. Hij zei nooit dat hij daar ook zo over dacht, maar hun relatie verdiepte zich. Drie maanden en ze hadden zich onoverwinnelijk gevoeld.

Tot nu.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief