leesfragment

‘De lange weg naar genade’ van David Baldacci

Er is een gloednieuwe serie van de hand van David Baldacci: Atlee Pine. Op vijfjarige leeftijd werd haar tweelingzusje ontvoerd door een seriemoordenaar en vanaf het moment dat Atlee oud genoeg was om bij de FBI te gaan, heeft ze haar leven gewijd aan het opsporen van degenen die anderen kwaad willen doen. En ze is goed. Heel goed…

Lees hier alvast een extra lang fragment uit De lange weg naar genade!

1

Iene miene mutte…

Special agent Atlee Pine van de FBI keek naar de grimmige gevel van het gevangeniscomplex, waar een aantal van de gevaarlijkste menselijke roofdieren ter wereld was gehuisvest.

Ze was hier vannacht om een van hen te spreken.

ADX Florence, ongeveer honderdzestig kilometer ten zuiden van Denver, was de enige supermaximaal beveiligde gevangenis in het federale systeem. De supermaxafdeling was een van vier aparte afdelingen van dit Federal Correctional Complex. In totaal zaten hier meer dan negenhonderd gevangenen.

Vanuit de lucht, als de lampen van de gevangenis brandden, leek Florence een beetje op diamanten op zwart fluweel. De mannen hier, bewakers en gevangenen, waren even hard als deze kostbare edelsteen. Het was geen plek voor doetjes of voor mensen die zich snel lieten intimideren, hoewel de zwaargestoorden natuurlijk welkom waren.

Veel gevangenen hier zouden in federale gevangenschap sterven.
In de supermax zaten op dat moment onder anderen de Unabomber, de dader van de bomaanslag op de Boston Marathon, 9/11-terroristen, seriemoordenaars, een van de daders van de bomaanslag op Oklahoma City, spionnen, leiders van blanke racisten en een stuk of wat kartel- en maffiabazen. Veel gevangenen hier zouden in federale gevangenschap sterven, doordat ze verschillende keren levenslang hadden gekregen.

De gevangenis stond in the middle of nowhere. Er was nog nooit iemand ontsnapt, maar als iemand daarin slaagde zou er nergens een plek zijn om zich te verbergen. Het landschap rondom de gevangenis was vlak en open. Rondom het complex groeide nog geen grassprietje en geen enkele boom of struik. De gevangenis was omheind met vier meter hoge muren met prikkeldraad erop en voorzien vandruksensoren. Langs deze muren werd vierentwintig uur per dag gepatrouilleerd door gewapende bewakers en politiehonden. Iedere gevangene die deze plek bereikte werd bijna zeker gedood door honden of door kogels. En maar heel weinig mensen zouden zich druk maken over een seriemoordenaar, terrorist of spion die voor de allerlaatste keer in Colorado voorover op de grond viel.

Het enige raam in elke cel was tien centimeter breed en honderdtwintig centimeter lang, uitgespaard in dik beton, waardoor alleen de lucht en het dak van de gevangenis zichtbaar waren. Florence was zo ontworpen dat geen enkele gevangene zelfs maar kon zien waar hij zich in het complex bevond. De cellen waren drieënhalf bij twee meter en vrijwel alles erin, behalve de gevangene zelf, was van gegoten beton. De douche stopte automatisch, de wc kon niet worden geblokkeerd, de muren waren geïsoleerd zodat de gevangenen niet met elkaar konden communiceren, de dubbele stalen deuren gleden open en dicht door middel van een hydraulisch systeem en de maaltijden werden afgegeven door een luik in het staal. Communicatie met de buitenwereld was verboden, behalve in de bezoekersruimte. Voor ongehoorzame gevangenen, of in geval van een crisis, was er de Z-Unit, ook wel het Black Hole – het Zwarte Gat – genoemd. De cellen daar werden helemaal donker gehouden en in elk betonnen bed waren banden ingebouwd. Eenzame opsluiting was hier eerder regel dan uitzondering. De supermax was niet ontworpen met het doel dat gevangenen nieuwe vrienden maakten.

Atlee Pines SUV werd gecontroleerd en doorzocht, en haar naam en legitimatiebewijs werden vergeleken met de bezoekerslijst. Nadat ze naar de hoofdingang was gebracht liet ze de bewakers daar haar specialagentbadge van de FBI zien. Ze was vijfendertig en had al twaalf jaar deze glanzende badge aan haar riem gehaakt. Op het gouden schild stond een adelaar met gespreide vleugels en daaronder Vrouwe Justitia met haar weegschaal en zwaard. Het was heel gepast, dacht Pine, dat er een vrouw stond op de badge van de beste inlichtingendienst ter wereld.

Pine had haar Glock 23-pistool afgegeven aan de bewakers.
Pine had haar Glock 23-pistool afgegeven aan de bewakers. In haar SUV had ze de Beretta Nano achtergelaten die normaal gesproken in haar enkelholster zat. Voor zover ze zich kon herinneren was dit de enige keer dat ze haar wapen vrijwillig had afgegeven. Maar de enige federale supermax van de VS had zijn eigen regels en daar moest ze zich aan onderwerpen als ze naar binnen wilde, en dat wilde ze heel graag.

Ze was lang, op blote voeten bijna één meter tachtig. Ze had haar lengte van haar moeder. Ondanks haar lengte was Pine niet sierlijk of elegant; ze zou nooit op de catwalk lopen of op de cover van een tijdschrift staan als een mager model. Ze was stevig en gespierd doordat ze fanatiek aan gewichtheffen deed. Haar bovenbenen, kuiten en billen waren keihard, haar schouders en bovenarmen goedgevormd, haar armen pezig met lange spierbanden en ze had een stalen ruggengraat. Ze had ook meegedaan aan MMA- en kickbokswedstrijden, en had zo ongeveer elke manier geleerd waarop ze iemand die groter was dan zij kon verslaan. Al deze vaardigheden had ze aangeleerd en onderhouden met maar één doel voor ogen: overleven in wat voornamelijk een mannenwereld was. De fysieke kracht, de onbuigzaamheid en het zelfvertrouwen die daarbij hoorden, waren noodzaak. Ze had een hoekig gezicht en was bijzonder aantrekkelijk, betoverend bijna. Ze had donker haar tot op haar schouders en een sombere blik in haar blauwe ogen die de indruk van enorme diepgang wekten.

Ze was nooit eerder in Florence geweest en terwijl ze door twee potige bewakers die geen woord tegen haar hadden gezegd door de gang werd geëscorteerd, was het eerste wat Pine opviel de bijna griezelige rust en stilte. Als federale agent had ze al veel gevangenissen bezocht. Normaal was het daar een kakofonie van kabaal, geschreeuw, gejoel, gevloek, schuine praat, beledigingen en dreigementen, met vingers om de tralies en woedende blikken vanuit de duisternis van de cellen. Als je nog geen beest was voordat je naar een maxgevangenis ging, was je dat wel tegen de tijd dat je eruit kwam. Of anders was je dood.

Het was Lord of the Flies.

Met stalen deuren en wc’s.

Pine was onder de indruk.
Toch was het hier net alsof ze in een bibliotheek was. Pine was onder de indruk. Het was geen geringe prestatie voor een gevangenis om mannen te huisvesten die – met z’n allen – duizenden medemensen hadden vermoord met bommen, vuurwapens, messen, vergif of gewoon met hun vuisten. Of, in het geval van de spionnen, door hun landverraad.

Tien pond grutten…

Pine was hiernaartoe gereden vanuit St. George, Utah, waar ze woonde en werkte. Daardoor had ze de hele staat Utah en de halve staat Colorado doorkruist. Haar navigatiesysteem had haar verteld dat het iets meer dan elf uur zou kosten om de ruim duizend kilometer af te leggen. Zij had dat in nog geen tien uur gedaan, doordat ze altijd te snel reed, een zware motor in haar SUV had en een radarverklikker om de onvermijdelijke snelheidscontroles te ontwijken.

Ze was één keer gestopt om naar de wc te gaan en iets te eten te kopen, maar verder had ze plankgas gereden.

Ze had wel met het vliegtuig naar Denver kunnen gaan en daarvandaan hiernaartoe kunnen rijden, maar ze had wat vrije tijd en wilde nadenken over wat ze zou doen als ze op haar bestemming was. En dat kon prima tijdens een lange rit door uitgestrekte en verlaten stukken van Amerika.

Doordat ze in het oosten was opgegroeid, had ze het grootste deel van haar werkzame leven doorgebracht op de open vlakten van het Amerikaanse Zuidwesten. Ze hoopte dat ze de rest daar ook kon doorbrengen, omdat ze hield van de outdoor manier van leven en de ruimte.

Nadat ze een paar jaar bij de FBI had gewerkt, had ze haar eigen opdrachten voor het uitkiezen. En daar was maar één reden voor: Pine was bereid naar plaatsen te gaan waar geen enkele andere agent naartoe wilde. De meeste agenten wilden het liefst worden toegevoegd aan een van de zesenvijftig FBI-veldkantoren. Sommigen hielden van opwinding en wilden naar Miami, Houston of Phoenix. Anderen wilden naar een belangrijker kantoor binnen de bureaucratie van de FBI en probeerden naar New York of D.C. te komen. Los Angeles was om ontelbare redenen populair, net als Boston. Toch had Pine geen enkele belangstelling voor een van die plaatsen. Zij hield van de relatieve afzondering van de RA, resident agency, in de middle of nowhere. En zolang ze resultaten boekte en bereid was haar plicht te doen, liet men haar met rust.

Sommigen zouden haar afstandelijk noemen, een controlfreak of antisociaal, maar dat was ze niet.
In deze weidse omgeving was ze vaak de enige federale agent in een omtrek van honderden kilometers. Ook dat vond ze prettig. Sommigen zouden haar afstandelijk noemen, een controlfreak of antisociaal, maar dat was ze niet. Ze kon juist heel goed met andere mensen opschieten. Je kon immers geen effectieve FBI-agent zijn zonder uitstekende sociale vaardigheden. Maar ze was erg op haar privacy gesteld.

Pine had een baan aangenomen bij de RA in St. George, Utah. Dat was een bureau met twee medewerkers, en Pine had daar twee jaar gewerkt. Toen de gelegenheid zich voordeed was ze overgeplaatst naar een bureau met één FBI-agent in het stadje Shattered Rock. Deze RA bestond nog maar kort en stond iets ten westen van Tuba City en ongeveer zo dicht bij Grand Canyon National Park als maar mogelijk was zonder feitelijk ín het park te staan. Daar werd ze ondersteund door één secretaresse, Carol Blum. Deze vrouw was een jaar of zestig en werkte al tientallen jaren bij het Bureau. Zij beweerde dat de voormalige FBI-directeur J. Edgar Hoover haar held was, ook al stierf hij kort nadat zij daar kwam werken. Pine wist niet of ze de vrouw moest geloven of niet.

Het bezoekuur van Florence was allang voorbij, maar het Bureau of Prisons had het verzoek van een collega-fed ingewilligd. Het was precies twaalf uur ’s nachts, een geschikte tijd, vond Pine. Monsters kwamen toch precies om middernacht uit hun hol?

Ze werd naar de bezoekersruimte geëscorteerd en nam plaats op een metalen kruk aan één kant van een dikke glasplaat van polycarbonaat. In plaats van een telefoon zat er een ronde metalen buis in het glas die de enige vorm van mondelinge communicatie mogelijk maakte. Aan de andere kant van het glas zou de gevangene plaatsnemen op eenzelfde metalen kruk die met bouten aan de vloer was bevestigd. De kruk was niet comfortabel, maar dat was ook de bedoeling.

Tien pond kaas…

Ze zat op hem te wachten, met haar handen gevouwen op het vlakke laminaat voor haar. Ze had haar FBI-badge aan haar revers vastgeklemd, omdat ze wilde dat hij die zag. Ze hield haar blik gericht op de deur waardoor hij naar binnen zou worden gebracht. Hij wist dat ze zou komen. Hij had haar bezoek goedgekeurd, een van de weinige rechten die hij hier had.

Pine zette zich een beetje schrap toen ze verschillende voetstappen dichterbij hoorde komen.
Pine zette zich een beetje schrap toen ze verschillende voetstappen dichterbij hoorde komen.

De deur werd met een zoemer geopend, en de eerste persoon die ze zag was een dikke bewaker zonder hals en met brede schouders die bijna de hele deuropening in beslag nam. Achter hem liep een andere bewaker en toen een derde, allebei even groot en indrukwekkend.

Ze vroeg zich even af of er een minimumgewicht gold voor een bewaker hier. Dat moest waarschijnlijk wel.

Ze verdrong deze gedachte even snel als die was opgekomen, want achter hen verscheen de geboeide Daniel James Tor, met zijn volle 1 meter 93. Hij werd gevolgd door een ander trio bewakers. De kleine ruimte was meteen helemaal vol. De basisregel hier, wist Pine, was dat geen enkele gevangene van de ene naar de andere plek werd verplaatst met minder dan drie bewakers. Voor Tor waren er kennelijk twee keer zoveel nodig. Ze kon wel begrijpen waarom dat zo was. Tor had niet één haar op zijn hoofd. Hij keek voor zich uit met een lege blik in zijn ogen, terwijl de bewakers hem op de kruk zetten en zijn boeien aan een stalen ring in de vloer vastmaakten. Dat was hier ook geen standaardbezoekbeleid, wist Pine.

Maar het was duidelijk wel standaard voor de zevenenvijftigjarige Tor. Hij droeg een witte overall en zwarte schoenen met rubberen zolen zonder veters. Hij droeg een bril met een zwart montuur dat uit één stuk bestond en gemaakt was van zacht rubber zonder metalen pinnetje aan de poten. De lenzen waren van heel dun plastic. Het zou moeilijk zijn om daar een wapen van te maken.

In gevangenissen moest aan de kleinste details worden gedacht, want gevangenen hadden de hele dag en de hele nacht de tijd om manieren te bedenken waarop ze zichzelf en anderen iets konden aandoen.

Ze wist dat Tors lichaam onder de overall helemaal bedekt was met grotendeels door hemzelf aangebrachte tattoos. De tattoos die hij niet zelf had gemaakt, waren aangebracht door een paar van zijn slachtoffers die hij had gedwongen als tattookunstenaar te fungeren voordat hij hen naar het hiernamaals had gestuurd. Er werd beweerd dat elke tattoo een verhaal over een slachtoffer vertelde.

Er werd beweerd dat elke tattoo een verhaal over een slachtoffer vertelde.
Tor woog iets van honderddertig kilo, en Pine schatte dat slechts tien procent daarvan uit vet bestond. De aderen bolden op in zijn hals en op zijn onderarmen. Hier was niet veel te doen behalve trainen en slapen, nam ze aan. En op high school was hij atleet geweest, een steratleet zelfs, met een goedgebouwd lichaam. Het was jammer dat dit superieure lichaam vergezeld ging van een gestoorde, maar briljante geest.

Zodra de bewakers van mening waren dat Tor veilig vastzat, vertrokken ze net zoals ze waren gekomen. Maar Pine hoorde hen vlak achter de deur en ze wist zeker dat Tor hen ook kon horen.

Ze kon zich voorstellen dat hij op de een of andere manier door het glas kon breken. Zou ze hem aankunnen? Dat was een intrigerende hypothetische vraag. Ergens wilde ze zelfs wel dat hij dat zou proberen.

Uiteindelijk richtte hij zijn blik op haar en liet die daar rusten.

Atlee Pine had door een dikke glasplaat veel monsters aangekeken, van wie ze er zelfs een heleboel zelf achter de tralies had gebracht.

Toch was Daniel James Tor anders. Hij was misschien wel de meest sadistische en productiefste seriemoordenaar van zijn generatie – misschien wel van elke generatie ooit.

Hij legde zijn geboeide handen op de gelamineerde plaat voor zich en boog zijn hoofd naar rechts tot er iets knapte. Daarna keek hij haar weer aan na een korte blik op haar badge. Hij trok zijn lippen even op voor dit symbool van wet en orde.

‘En?’ vroeg hij, met een zachte en monotone stem. ‘Jij hebt om dit gesprek gevraagd.’
‘En?’ vroeg hij, met een zachte en monotone stem. ‘Jij hebt om dit gesprek gevraagd.’

Het moment, dat er al eeuwen aan zat te komen, was eindelijk aangebroken. Pine leunde naar voren, haar lippen maar twee centimeter van het dikke glas. ‘Waar is mijn zus?’

Iene miene mutte…

 

2

Tors lege blik veranderde niet door Pines vraag.

Aan de andere kant van de deur, waar de bewakers waren, hoorde Pine gemompel, geschuifel van voeten en een enkele keer de klap van de palm van een hand tegen een metalen wapenstok. Gewoon als oefening voor het geval dat die in een fractie van een seconde om Tors hoofd moest worden gewikkeld.

Ze zag aan Tors blik dat hij het ook hoorde. Hem ontging hier kennelijk niets, ook al was hij uiteindelijk opgepakt omdat hem wel íéts was ontgaan.

Pine leunde iets naar achteren op haar kruk, sloeg haar armen over elkaar en wachtte op zijn antwoord. Hij kon nergens naartoe en zij hoefde naar niets toe wat belangrijker was dan dit.

Tor bekeek haar met een onderzoekende blik die hij misschien ook had gebruikt om al zijn slachtoffers in te schatten. Vierendertig waren er bevestigd geweest. ‘Bevestigd’, maar het totaal was dus onbekend. Men vreesde dat het werkelijke aantal drie keer zo hoog was als het officiële.

Pine was hier in verband met een niet-bevestigd slachtoffer.
Pine was hier in verband met een niet-bevestigd slachtoffer. Zij was hier in verband met één enkel slachtoffer dat niet eens op de nominatie stond om te worden toegevoegd aan het totaal aantal slachtoffers van deze verdorven man.

Tor was alleen aan de doodstraf ontsnapt door het simpele feit dat hij met de autoriteiten had meegewerkt en de locatie had onthuld van de plaatsen waar drie van zijn slachtoffers lagen. Door deze onthulling hadden drie families het verwerkingsproces min of meer kunnen afronden. En door deze onthulling had Tor in leven kunnen blijven, ook al verbleef hij in een kooi, voor altijd. In gedachten zag Pine hem terwijl hij deze deal sloot − ontspannen, zelfvoldaan misschien zelfs, in de wetenschap dat hij er het beste vanaf kwam.

Zijn slachtoffers waren dood. Hij niet. En deze man had een heleboel doden op zijn geweten.

Midden jaren negentig was hij gearresteerd, berecht en veroordeeld. In 1998 had hij in een gevangenis twee bewakers en een andere gevangene vermoord. De staat waar dit was gebeurd kende de doodstraf niet, want anders zou Tor al in de dodencellen zitten of al zijn geëxecuteerd. Dat had geleid tot zijn overplaatsing naar ADX Florence. Hij zat op dit moment bijna veertig levenslange gevangenisstraffen uit. Tenzij hij net als Methusalem negenhonderdnegenenzestig jaar leefde, zou hij hier sterven.

Maar dat leek hem allemaal niets te doen.

‘Naam?’ vroeg hij, alsof hij een baliemedewerker was die een bestelling moest controleren.

‘Mercy Pine.’

Hij zat haar nu te pesten, maar ze moest wel meespelen.
‘Plaats en tijdstip?’ Hij zat haar nu te pesten, maar ze moest wel meespelen.

‘Andersonville, Georgia, 7 juni 1989.’

Hij liet zijn nek nog een keer knakken, deze keer aan de andere kant. Hij strekte zijn lange vingers en liet de gewrichten kraken. De enorme man leek uit een enorme hoeveelheid drukpunten te bestaan. ‘Andersonville, Georgia,’ zei hij peinzend. ‘Een heleboel doden daar. Confederate-gevangenis tijdens de Burgeroorlog. De commandant, Henry Wirz, is geëxecuteerd voor oorlogsmisdaden. Wist je dat? Geëxecuteerd omdat hij zijn werk deed.’ Hij glimlachte. ‘Hij was een Zwitser. Volkomen neutraal. En hem hebben ze opgehangen. Vreemd soort rechtvaardigheid.’ De glimlach verdween even snel als hij was verschenen, als een opgebrande lucifer.

Ze zei: ‘Mercy Pine. Zes jaar oud. Ze verdween op 7 juni 1989. Andersonville, in het zuidwesten van Macon County, Georgia. Moet ik het huis beschrijven? Ik hoorde dat je een fotografisch geheugen hebt voor je slachtoffers, maar misschien heb je wat hulp nodig. Het is al even geleden.’

‘Welke kleur haar had ze?’ vroeg Tor en hij trok zijn lippen op zodat zijn brede, rechte tanden zichtbaar werden.

Als reactie maakte Pine haar haar los. ‘Dezelfde kleur als ik. We waren een tweeling.’

Deze verklaring leek een sprankje belangstelling te wekken bij Tor dat daarvoor niet aanwezig was geweest. Dat had ze verwacht. Ze wist alles over deze man, op één ding na.

Dat ene ding was de reden dat ze hier vannacht was.

Hij leunde naar voren, opgewonden, waardoor zijn boeien rinkelden. Hij keek weer naar haar badge. Hij zei gretig: ‘Een tweeling. FBI. Ik begin het te begrijpen. Ga door.’

Dat ene ding was de reden dat ze hier vannacht was.
‘Van jou was bekend dat je in 1989 in dat gebied opereerde. Atlanta, Columbus, Albany, het centrum van Macon.’ Ze haalde een rode lippenstift uit haar zak en tekende een stip op het glas voor elk van deze locaties die ze opsomde. Daarna verbond ze die stippen met elkaar, waardoor een bekende vorm ontstond. ‘Je was een rekenwonder. Je houdt van geometrische vormen.’ Ze wees naar haar tekening. ‘Kijk, een diamantvorm. Daardoor hebben ze je uiteindelijk te pakken gekregen.’

Dit was het ‘iets’ wat Tor was ontgaan: een patroon dat hij zelf had gecreëerd.

Hij klemde zijn lippen op elkaar. Ze wist dat geen enkele seriemoordenaar ooit zou toegeven dat iemand hem te slim af was geweest. Deze man was duidelijk een sociopaat én een narcist. Mensen deden narcisme vaak af als relatief ongevaarlijk, doordat de term soms werd gebruikt voor het clichébeeld van een ijdele man die verlangend in een plas water of een spiegel naar zijn spiegelbeeld keek.

Maar Pine wist dat narcisme misschien wel een van de gevaarlijkste eigenschappen was die iemand kon bezitten en wel om één belangrijke reden: een narcist was niet in staat empathie voor anderen te voelen. En dat betekende dat het leven van anderen niets betekende voor een narcist.

Moorden kon zelfs net zoiets zijn als een soort shot fentanyl: onmiddellijke euforie door de overheersing en vernietiging van een ander mens. Dat was de reden dat vrijwel iedere seriemoordenaar ook een narcist was.

Ze zei: ‘Maar Andersonville maakte geen deel uit van dat patroon. Was dat een eenmalige gebeurtenis? Was je aan het freelancen? Waarom ging je naar mijn huis?’

‘Het was een ruit, geen diamant,’ zei Tor.

Pine reageerde hier niet op.

Hij zei, alsof hij een groep leerlingen lesgaf
Hij zei, alsof hij een groep leerlingen lesgaf: ‘Mijn patroon was een ruit, een vierkant als je wilt, een figuur met vier even lange zijden en niet even lange diagonalen. Een vlieger is bijvoorbeeld alleen een parallellogram als het een ruit is.’ Hij keek met een neerbuigende blik naar haar tekening. ‘Een diamant is geen juiste of correcte wiskundige term. Maak die fout dus niet weer. Dat is gênant. En onprofessioneel. Heb je je eigenlijk wel voorbereid op dit gesprek?’ Hij maakte een afwijzend gebaar met zijn geboeide handen en keek met een blik vol afkeer naar de figuur die ze op het glas had gemaakt, alsof ze daar iets smerigs had getekend.

‘Dank je wel, dat maakt het volkomen duidelijk,’ zei Pine, die geen enkele belangstelling had voor wiskunde in het algemeen en parallellogrammen in het bijzonder. ‘Dus waarom die uitzondering? Je was nooit eerder van een patroon afgeweken.’

‘Jij neemt aan dat mijn patroon was doorbroken. Je neemt aan dat ik in de nacht van 7 juni 1989 in Andersonville was.’

‘Ik heb helemaal niet gezegd dat het nacht was.’

De glimlach kwam even terug. ‘De boeman komt toch alleen om middernacht tevoorschijn?’

Pine dacht even aan haar eerdere gedachte aan monsters die alleen om middernacht toeslaan. Om deze moordenaars te kunnen vangen moest ze net zo denken als zij. Dat vond ze een bijzonder verontrustende gedachte, nog altijd.

Voordat ze antwoord kon geven vroeg hij: ‘Zes jaar? Een tweeling? Waar was het precies?’

‘In onze slaapkamer. Je kwam door het raam naar binnen. Je plakte onze mond dicht met tape zodat we niet konden roepen en je drukte ons neer met je handen.’ Ze haalde een stuk papier uit haar zak en hield dat tegen het glas zodat hij de tekening op de andere kant kon zien.

Hij keek met een ondoorgrondelijke blik naar het papier, een blik die zelfs een ervaren agent als Pine niet kon lezen. ‘Een kinderrijmpje van vier regels?’ vroeg hij, en hij gaapte. ‘Wat ga je hierna doen? Een liedje zingen?’

Daarna nam je haar mee en deed je dit bij mij.
‘Je tikte op ons voorhoofd terwijl je de tekst opdreunde,’ zei Pine en ze leunde iets naar voren. ‘Bij elk woord op een ander voorhoofd. Je begon met mij en eindigde met Mercy. Daarna nam je haar mee en deed je dit bij mij.’

Ze trok haar haar naar achteren zodat een litteken achter haar linkerslaap zichtbaar werd. ‘Weet niet zeker wat je gebruikte. Het was vaag allemaal. Misschien alleen je vuist. Je brak mijn schedel.’ Ze zei: ‘Maar jij was een grote man en ik was maar een klein kind.’ Ze zweeg even. ‘Nu ben ik geen kind meer.’

‘Nee, dat klopt. Hoe lang ben je, één meter tachtig?’

‘Mijn zusje was ook groot, zelfs op haar zesde, maar mager. Zo’n grote vent als jij kon haar gemakkelijk dragen. Waar heb je haar mee naartoe genomen?’

‘Alweer een veronderstelling. Zoals je al zei, had ik nooit eerder een patroon doorbroken. Waarom denk je dat ik dat toen wel deed?’

Pine boog zich nog dichter naar het glas toe. ‘Weet je, ik herinner me dat ik je zag.’ Ze keek hem onderzoekend aan. ‘Je bent behoorlijk onvergetelijk.’

De lippen krulden weer, als de pees van een boog die naar achteren wordt getrokken, op het punt een dodelijke pijl af te schieten. ‘Je herinnert je dat je me zag? En dan kom je nu pas? Negenentwintig jaar later?’

‘Ik wist dat je nergens naartoe ging.’

‘Een slappe smoes, en niet echt een antwoord.’ Hij keek weer naar haar badge. ‘FBI. Waar werk je? Hier in de buurt?’ vroeg hij een beetje te gretig.

‘Waar heb je haar naartoe gebracht? Hoe is mijn zus gestorven? Waar is haar lichaam?’ Pine ratelde deze vragen snel af, omdat ze die tijdens de lange rit hiernaartoe had geoefend.

Tor maakte gewoon zijn eigen gedachte af. ‘Geen veldkantoor, neem ik aan. Je lijkt me geen hoofdkantoortype. Je jurk is casual en je bent hier buiten de bezoektijden, en dat past niet echt in het boekje van de FBI. En je bent alleen, maar jouw soort reist graag met z’n tweeën als het een officiële zaak is. Plus de persoonlijke grootheid van de vergelijking.’

‘Wat bedoel je?’ vroeg ze, terwijl ze hem aankeek.

Hoe is mijn zus gestorven?
‘Als je je tweelingzus of -broer verliest, word je een eenling, alsof je de helft van jezelf kwijt bent. Zodra die emotionele band is verbroken kun je op niemand meer leunen en niemand anders vertrouwen. Je bent niet getrouwd,’ zei hij met een blik op haar ringvinger. ‘Dus heb je niemand die je levenslange straf van verlies verbreekt tot je op een dag sterft, alleen, gefrustreerd, ongelukkig.’

Hij zweeg en keek licht geïnteresseerd. ‘Toch is er iets gebeurd waardoor je hier na bijna dertig jaar naartoe komt. Heeft het je zoveel tijd gekost om de moed op te brengen me te zien? Een FBI-agent? Dat stemt tot nadenken.’

‘Er is geen enkele reden waarom je het me niet zou vertellen. Ze kunnen je nog een keer extra levenslang geven, maar dat maakt niet uit. Jij blijft in Florence.’

Zijn volgende antwoord verraste haar, maar dat had misschien niet zo moeten zijn. ‘Jij hebt minstens zes mensen zoals ik opgespoord en gearresteerd. De minst getalenteerde van hen heeft vier mensen vermoord, en de meest getalenteerde tien.’

‘Getalenteerd? Zo zou ik het zeker nooit noemen.’

‘Maar daar is echt talent voor nodig. Het is niet gemakkelijk, hoor, hoe de maatschappij er ook over denkt. De mensen die jij hebt gearresteerd waren natuurlijk niet van mijn klasse, maar je moet ergens beginnen. Maar goed, zo te zien is het een specialiteit van je geworden, mensen zoals ik op te jagen. Het is leuk om hoog te richten, maar je kunt ook te ambitieus worden of te veel zelfvertrouwen krijgen. Zoals wanneer je met was tussen je vleugels te dicht naar de zon vliegt, zoiets. Dat kan je dood betekenen. Dat kán er natuurlijk prachtig uitzien, maar dat geldt volgens mij niet voor jou. Maar ik zou het graag proberen.’

Dat kan je dood betekenen.
Pine liet deze gestoorde monoloog die eindigde met het dreigement aan haar adres langs zich heen glijden. Als hij zei dat hij haar wilde vermoorden, betekende dit dat ze zijn aandacht had. Ze zei: ‘Zij opereerden in het westen. Hier heb je weidse vlakten zonder een politieagent op elke straathoek. De mensen komen en gaan, een heleboel weglopers, mensen die op zoek zijn naar iets nieuws, lange stukken afgelegen snelwegen, miljoenen plaatsen om een lijk te dumpen. Dat is handig voor… talent zoals dat van jou.’

Hij spreidde zijn handen zo ver hij kon met zijn boeien. ‘Kijk eens aan, dat is beter.’

‘Het zou veel beter zijn als je mijn vraag beantwoordde.’ ‘Ik begrijp ook dat je op college maar een pond te licht was, anders was je in het Amerikaanse Olympische team opgenomen als gewichtheffer.’

Toen ze niet antwoordde, zei hij: ‘Google heeft zelfs Florence bereikt, special agent Atlee Pine uit Andersonville, Georgia. Ik heb gevraagd om wat achtergrondinformatie over jou als voorwaarde voor dit gesprek. Jij hebt zelfs een eigen Wikipedia-pagina verdiend. Die is veel minder lang dan de mijne, maar nogmaals, je bent nog jong. Maar een lange carrière is geen garantie.’

‘Het was een kilo, geen pond. Het trekken deed me de das om, dat was nooit mijn beste oefening. Stoten ligt me meer.’

‘Een kilo, inderdaad. Mijn fout. Je bent dus in werkelijkheid iets zwakker dan ik dacht. En natuurlijk een mislukkeling.’

Je hebt geen enkele reden om het me niet te vertellen.
‘Je hebt geen enkele reden om het me niet te vertellen,’ herhaalde ze. ‘Geen enkele.’

‘Je wilt het afsluiten, net als die anderen?’ vroeg hij verveeld.

Pine knikte, maar alleen omdat ze bang was voor de woorden die op dat moment uit haar mond konden komen. Anders dan Tor aannam had ze zich wel op dit gesprek voorbereid. Alleen kon je je nooit volledig voorbereiden op een confrontatie met deze man.

‘Weet je wat ik echt heel leuk vind?’ vroeg Tor.

Pine bleef hem aankijken, maar reageerde niet.

‘Wat ik echt heel leuk vind is dat ik je hele zielige leventje heb bepaald.’ Tor leunde opeens naar voren. Zijn brede schouders en enorme kale hoofd leken het hele glas te vullen, net als een man die door het slaapkamerraam van een klein meisje binnenkomt. Een kort angstaanjagend moment was Pine weer zes en tikte deze duivel bij elk woord van het versje met zijn vinger op hun voorhoofd, met de dood voor degene die hij het laatste aanraakte.

Mercy. Niet haar.

Mercy! Niet haar.

Daarna ademde ze amper hoorbaar uit en raakte onbewust de badge op haar jasje aan.

Haar toetssteen. Haar magneet. Nee, haar rozenkrans.

Zijn blik werd leeg en zijn lichaam ontspande.
De beweging ontging Tor niet. Hij glimlachte niet triomfantelijk en hij keek niet kwaad, maar teleurgesteld. En toen, even later, gedesinteresseerd. Zijn blik werd leeg en zijn lichaam ontspande, terwijl hij naar achteren leunde. Hij zakte in elkaar en zijn energie, en daarmee zijn levendigheid, was verdwenen.

Pine voelde dat elke cel in haar lichaam zich afsloot. Ze had dit zojuist helemaal verkloot. Hij had haar op de proef gesteld en daar was ze niet tegen opgewassen geweest. De boeman was om middernacht gekomen en had gezien dat ze er niet was.

‘Cipiers!’ riep hij. ‘Ik ben klaar. We zijn klaar.’ Zodra hij uitgesproken was vertrok hij zijn mond in een boosaardige grijns, en Pine wist precies waarom: dit was de enige keer dat hij hún bevelen kon geven.

Toen ze binnenkwamen, hem losmaakten van de ring en hem wilden wegleiden, stond Pine op. ‘Je hebt geen enkele reden om het me niet te vertellen.’

Hij nam niet de moeite naar haar te kijken.

‘De zwakken zullen de aarde nooit erven, Atlee Pine uit Andersonville, tweelingzus van Mercy. Wen er maar aan. Maar als je je weer een keer wilt afreageren, weet je waar je me kunt vinden. En nu ik jou heb ontmoet’ – hij keek opeens naar haar achterom, met een wrede, verlangende blik op zijn gezicht, waarschijnlijk het laatste wat zijn slachtoffers ooit hadden gezien – ‘zal ik jou nóóit vergeten.’

De metalen deur ging dicht en werd achter hem op slot gedaan. Ze luisterde naar de voetstappen die Tor terugbrachten naar zijn betonnen kooi van drieënhalf bij twee meter.

Pine bleef nog even naar de deur kijken, veegde de lippenstift van het glas waardoor de kleur van bloed op de palm van haar hand kwam, liep dezelfde weg terug, kreeg haar pistool weer en verliet adx Florence, waarna ze op precies zestienhonderd meter boven zeeniveau de frisse lucht inademde.

Ze zou niet huilen. Ze had geen traan gelaten sinds Mercy was verdwenen. Toch wilde ze íéts voelen. Maar het was er gewoon niet. Ze was gewichtloos, alsof ze op de maan was, leeg. Hij had wat ze nog overhad gewoon uit haar gehaald. Nee, niet gehaald. Gezogen.

En het ergste was dat nog altijd niet bekend was wat er met haar zus was gebeurd.
En het ergste was dat nog altijd niet bekend was wat er met haar zus was gebeurd.

Ze reed honderdzestig kilometer in westelijke richting naar Salida en ging naar het goedkoopste motel dat ze kon vinden, omdat ze deze reis zelf moest betalen.

Vlak voordat ze in slaap viel dacht ze terug aan de vraag die Tor had gesteld.

En dan kom je nu pas? Negenentwintig jaar later?

Daar was een goede reden voor, dat vond Pine tenminste. Maar misschien was dat ook een smoesje.

Ze droomde niet over Tor die nacht. Ze droomde niet over haar zus, die al bijna dertig jaar dood was. Het enige beeld dat haar onderbewuste vasthield was van haarzelf toen ze zes was en voor het eerst naar school liep zonder Mercy’s hand in de hare. Een diepbedroefd klein meisje met vlechtjes dat haar andere helft kwijt was, zoals Tor zelf had gesuggereerd.

Haar betere helft, dacht Pine, omdat zij degene was geweest die altijd in de problemen kwam, terwijl haar tien minuten oudere ‘grote zus’ altijd voor haar was opgekomen of haar had gedekt. Onvoorwaardelijke loyaliteit en liefde.

Daarna had Pine dat nooit meer gevoeld, haar hele leven niet.

Misschien had Tor gelijk over haar toekomst.

Misschien.

Jij hebt mijn leven bepaald?
En toen zijn andere sneer, die dwars door haar verdediging heen was gegaan en haar in het diepst van haar hart had getroffen.

Jij hebt mijn leven bepaald?

Toen ze voelde dat haar lippen trilden, stond ze op, liep onzeker naar de badkamer en stak haar hoofd onder de douche. Ze hield haar hoofd daar tot de kou zo ondraaglijk werd dat ze het bijna uitgilde van de pijn. Maar toch vermengde niet één traan zich met het ijskoude kraanwater.

Ze stond op zodra het licht werd, douchte, kleedde zich aan en reed naar huis. Halverwege stopte ze om iets te eten te kopen. Terwijl ze weer in haar SUV stapte kwam er een berichtje binnen.

Ze verstuurde een antwoord, sloot het portier, startte de motor en trapte het gaspedaal diep in.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief