leesfragment

‘De medeplichtige’ van John Grisham

Een nieuwe zaak voor Kid Laywer Theo Boone!

Woody Lambert zit in de problemen. Op een avond is Woody onbedoeld van de partij als zijn broer en diens vriend Garth al bierdrinkend door Strattenburg rijden. Algauw lopen de zaken uit de hand als Garth de verkopers in een avondwinkel bedreigt met een nepwapen.

Ook al heeft Woody niets met het voorval te maken, toch wordt hij gearresteerd als medeplichtige. Natuurlijk springt Theo Boone te hulp. Immers, het is zijn ambitie de beste advocaat van de staat te worden. Alleen zal dat nog jaren duren – Theo is pas dertien. En Woody heeft nú hulp nodig…

Lees hier alvast de eerste pagina’s van  De medeplichtige van bestsellerauteur John Grisham!

1

Dinsdagmiddag om vijf uur precies werd scoutinggroep 1440 door majoor Ludwig naar huis gestuurd en de jongens verdwenen met een hoop kabaal naar hun fietsen buiten. Zoals altijd bleef Theodore Boone even hangen om afscheid van de majoor te nemen en daarna liep hij de koele avondlucht in om naar het advocatenkantoor van zijn ouders in het centrum van de stad te fietsen.

Bij de fietsenstalling zag hij Woody Lambert, een van zijn beste vrienden, en het viel hem opnieuw op dat hij niet glimlachte. Woody glimlachte tegenwoordig nooit meer en dat op zich zou niet eens zijn opgevallen, als hij niet in plaats van een glimlach, een grijns of wat voor gezichtsuitdrukking dan ook waaruit bleek dat het wel goed met hem ging, steeds een verdrietige, norse blik in zijn ogen had, alsof het leven hem de ene slag na de andere toebracht. Alsof hij een last moest dragen die voor een jongen van dertien veel te zwaar was.

Theo kende hem al sinds groep zes van de basisschool, toen de familie Lambert naar Strattenburg was verhuisd. Zijn thuissituatie was niet stabiel. Zijn moeder was al met haar derde man getrouwd en haar huidige echtgenoot was voor zijn werk vaak van huis. Zijn echte vader was jaren geleden verdwenen. Zijn oudere broer, Tony, was al eens gearresteerd en begon een slechte reputatie op te bouwen. Theo had het vermoeden dat de familie Lambert zware problemen had en dat Woody er daarom zo ongelukkig uitzag.

Theo had het vermoeden dat de familie Lambert zware problemen had.
‘Laten we naar Guff’s gaan om een frozen yogurt te halen,’ zei Theo. ‘Ik trakteer.’

Woody schudde direct zijn hoofd en fronste zelfs zijn wenkbrauwen. ‘Nee, bedankt.’

Hij had nooit geld op zak, maar hij was te trots om zich door Theo of wie dan ook te laten trakteren. Dat wist Theo eigenlijk al heel lang en hij voelde zich een stomme zak dat hij had voorgesteld om iets te betalen.

‘Alles oké?’ vroeg Theo.

‘Prima,’ zei Woody, terwijl hij op zijn fiets klom. ‘Ik zie je nog wel.’

‘Bel me als je me nodig hebt,’ zei Theo, terwijl hij hem nakeek. Woody gaf geen antwoord. Naar huis gaan was wel het laatste wat Woody wilde, hoewel hij ervan uitging dat er niemand thuis was. Zijn moeder had twee parttimebanen en op dinsdag werkte ze als serveerster in een eethuisje dicht bij de universiteit. Haar man, Woody’s stiefvader, werkte in de bouw en verdiende soms veel geld, maar er was niet veel werk te vinden. Op het moment werkte hij op zo’n twee uur rijden buiten de stad en Woody had hem al een maand niet gezien. Tony zat in het vierde jaar van Strattenburg High, maar hij stond op het punt om zelf van school te gaan, weggestuurd te worden, of zijn middelbareschoolcarrière wegens te veel spijbelen en slechte resultaten te moeten staken. Tony had zo’n slechte instelling dat het hem niet kon schelen hoe hij van school zou gaan.

Woody zette zijn fiets onder de carport, liep door de niet- afgesloten deur de keuken in en riep Tony’s naam. Er kwam geen antwoord en hij was blij dat er niemand thuis was. Hij was vaak alleen thuis en dat was helemaal niet zo erg. Dan had hij keuzemogelijkheden, opties. Hij kon een videospelletje spelen, televisiekijken, zijn huiswerk doen of zijn elektrische gitaar inpluggen om een uurtje te oefenen. Een van de vier, het huiswerk natuurlijk, stond helemaal onderaan de lijst. Zijn cijfers werden steeds slechter en de leraren begonnen vragen te stellen, maar thuis scheen het niemand iets te kunnen schelen.

Er was ook bijna nooit iemand thuis.

 

Theo zette zijn fiets bij de achterdeur van Boone & Boone.
Theo zette zijn fiets bij de achterdeur van Boone & Boone, het tot een kantoor verbouwde oude huis dat zijn ouders al sinds lang voor zijn geboorte in bezit hadden. Hij liep door de deur naar binnen, ging naar zijn eigen kleine kantoortje en werd onmiddellijk begroet door Judge, zijn trouwe hond, die uren op hem had liggen wachten. Judge was de hele dag op het kantoor en deed niets anders dan slapen en om iets te eten bedelen. Hij sloop zachtjes door het kantoor heen en weer, sliep een uurtje in zijn mand, om dan weer eens naar een andere mand te kuieren. Hij had op zijn minst vier manden, drie beneden en één boven, maar zijn favoriete plek was de zachte mand onder Theo’s bureau. Elke middag liep hij in afwachting van het moment dat zijn beste vriend van school terugkwam naar Theo’s kantoor om daar op hem te wachten.

Theo aaide hem over zijn kop, praatte even tegen hem en daarna gingen ze samen iedereen begroeten. Vince, de juridisch assistent van zijn ouders, was al weg en zijn deur was gesloten. Dorothy, die de afdeling Makelaardij beheerde, was druk aan het werk, maar stopte even om te vragen hoe Theo’s dag was geweest. De deur naar het grote kantoor van zijn moeder was gesloten en dat betekende dat ze een cliënt op bezoek had. Ze had zich in echtscheidingszaken gespecialiseerd. De meeste van haar cliënten waren vrouwen en als ze achter een gesloten deur met elkaar spraken, waren er meestal spanningen. Het kwam niet eens in Theo op om aan te kloppen.

Hij was niet van plan om zelf echtscheidingsadvocaat te worden. Hij was pas dertien, maar hij had al besloten dat hij een groots strafpleiter wilde worden, de beste in de hele staat, met grote, belangrijke zaken. Of een groots rechter, die dergelijke zaken voorzat en bekendstond om zijn wijsheid en rechtvaardigheid. De meeste van zijn vrienden droomden van een carrière als sportheld, computergenie of hersenchirurg, en een stuk of twee misschien zelfs van een carrière als popster, maar Theo niet. Hij hield van de wet en droomde van de dag dat hij een volwassen man met een donker pak en een mooi leren koffertje zou zijn. Maar volgens zijn ouders moest hij eerst maar eens de brugklas afmaken, dan nog de hele verdere middelbare school en dan naar de universiteit om rechten te gaan studeren. Dat betekende dat hij alles bij elkaar nog zeker twaalf jaar zou moeten leren en studeren en hij verheugde zich niet op die verschrikking. Hij was nu soms al moe.
De receptie van Boone & Boone werd beheerd door Elsa Miller, die al heel lang bij het kantoor werkte als receptioniste/secretaresse/assistente/adviseuse/scheidsrechter en vroeger af en toe als Theo’s babysitter. Elsa deed alles, en dat met een enthousiasme dat Theo soms doodvermoeiend vond.

Het was een dagelijkse routine waar bijna geen enkele verandering in kwam.
Zodra ze hem zag, sprong ze op van achter haar bureau, sloeg haar armen om hem heen, drukte hem tegen zich aan en kneep hem in beide wangen, terwijl ze hem onophoudelijk vroeg hoe zijn dag was geweest. Het was een dagelijkse routine waar bijna geen enkele verandering in kwam.

‘Gewoon een saaie dag op school,’ antwoordde Theo, terwijl hij zich uit haar omhelzing probeerde los te wurmen.

‘Dat zeg je altijd. Hoe was het bij de scouting?’

Elsa kende zijn schema beter dan hijzelf. Als hij een afspraak bij de dokter of de tandarts had, had Elsa die op haar kalender staan. Moest hij een werkstuk inleveren? Dan herinnerde Elsa hem daaraan. Een dag met de scoutinggroep naar het meer? Elsa wist hoe laat hij moest vertrekken.

Ze nam hem van top tot teen op om te controleren of zijn overhemd wel bij zijn broek paste, nog zo’n vermoeiende gewoonte van haar, en toen zei ze: ‘Je moeder heeft een cliënt op bezoek, maar je vader is vrij.’

Zijn vader was altijd vrij en alleen. Woods Boone hield zich als vastgoedadvocaat voornamelijk met onroerendgoedtransacties bezig en rookte pijp, en door de rook ging niemand in het kantoor graag naar zijn kamer.

‘Je kunt maar beter aan je huiswerk gaan beginnen,’ zei Elsa, terwijl ze weer achter haar bureau ging zitten.

Elke dag herinnerden op zijn minst drie mensen hem eraan dat hij zijn huiswerk moest maken: zijn ouders en Elsa. En het irritante daaraan was dat Theo zijn huiswerk altijd al dééd. Daar hoefde niemand hem aan te herinneren. Hij had in zijn hele schooltijd zijn huiswerk nog niet eenmaal overgeslagen en toch werd hij er altijd aan herinnerd om het te maken.

Soms wilde hij hen weleens afsnauwen, hen alle drie, maar dat zou meer moeilijkheden opleveren dan het waard was. En het zou niets veranderen. Een braaf kind zijn betekende onder andere dat je de tekortkomingen van volwassenen door de vingers moest zien. Ze herhaalden zichzelf graag, vooral zijn vader, en dan altijd met van die kleine opdrachten die van Theo een beter mens zouden moeten maken. Poets je tanden. Kam je haar. Eet je groente op. Wees voorzichtig op de fiets en kijk goed uit in het verkeer. Doe je huiswerk. Er leek geen eind aan die lijst te komen.

Theo, die een goede zoon was, wilde hem niet in verlegenheid brengen.
Dus in plaats van Elsa tegen te spreken, zei hij ‘Ja, mevrouw,’ en liep naar de trap. Judge volgde hem op de voet en samen liepen ze naar boven, waarbij ze zo veel mogelijk lawaai maakten. Zijn vader wilde aan het eind van de middag nog weleens een dutje doen en Theo, die een goede zoon was, wilde hem niet in verlegenheid brengen door tijdens zijn gesnurk binnen te komen.

Maar meneer Boone bleek klaarwakker te zijn en zat zoals altijd achter een grote stapel papierwerk. Er hing een zwaar, vol aroma van pijptabak in de lucht, dat Theo nooit echt onprettig had gevonden.

‘Hé, hallo Theo,’ zei zijn vader, terwijl hij opkeek alsof hij verrast was, hoewel hij hem elke dag op exact dezelfde manier begroette.

‘Hoi pap,’ zei Theo, terwijl hij in de zachte, leren stoel voor het bureau neerplofte. ‘Heb je het druk?’

‘Druk?’ herhaalde meneer Boone, terwijl hij met zijn arm over de berg papier zwaaide alsof hij veel te veel cliënten had. ‘Voor jou heb ik het nooit te druk. Hoe was het op school?’

‘Saai als altijd, maar de scouting was leuk. We gaan over twee weken naar het meer.’

‘Ik weet het. De majoor heeft me uitgenodigd om mee te gaan, maar deze keer lukt het me niet.’

Ze hadden dit gesprek op zijn minst al driemaal gevoerd.

‘Pap, ik maak me ergens zorgen over.’

‘Vertel op.’

‘Het gaat om Woody. Hij doet raar, alsof hij zich de hele dag zorgen maakt. Zijn cijfers zijn niet goed en de leraren houden hem echt streng in de gaten.’

‘Denk je dat hij thuis problemen heeft?’

Hij heeft een slechte invloed op Woody.
‘Waarschijnlijk. Zijn grote broer Tony hangt met verkeerde vrienden rond, spijbelt veel, blijft tot laat weg, allemaal van dat soort dingen, en hij heeft een slechte invloed op Woody. Hun moeder heeft verschillende parttimebanen en is niet vaak thuis. Zijn stiefvader werkt ergens buiten de stad en Woody mag die vent niet. We gaan over twee weken kamperen en Woody zegt dat hij niet meegaat. Hij zegt dat hij thuis in de tuin moet werken. De waarheid is dat hij waarschijnlijk het geld niet heeft om mee te gaan. Hij is tegenwoordig altijd platzak. Ik maak me echt zorgen om hem.’

‘Heeft hij veel vrienden?’

‘Je kent Woody, pap. Hij is populair en iedereen heeft respect voor hem omdat hij zo stoer is. Als er gevochten wordt, dan is Woody er óf mee begonnen óf hij maakt er een eind aan. Niemand probeert geintjes met hem uit te halen en hij vindt het wel leuk dat iedereen hem zo stoer vindt. Ik heb het gevoel dat hij het verkeerde pad op gaat. Ik zou alleen willen dat we hem op de een of andere manier konden helpen.’

‘Je kunt zijn vriend zijn en met hem praten, Theo. Hij heeft jou altijd graag gemogen. Probeer een positieve invloed op hem te hebben. Moedig hem aan om te leren en zijn huiswerk te maken. Probeer er met hem over te praten hoe het zal zijn als jullie straks geen brugklassers meer zijn. De sport, de meisjes, de wedstrijden, de excursies, alle lol die jullie zullen hebben.’

‘Je zult wel gelijk hebben. Er is zeker niks wat mama en jij kunnen doen?’

‘Ik zal er met haar over praten en we zullen erover nadenken, maar het is meestal geen goed idee om je met de kinderen van een ander te bemoeien. Wij hebben onze handen er al vol aan om jou op te voeden.’ Hij begon te lachen, maar Theo was niet in de stemming voor grapjes.

‘Bedankt, pap. Dan kan ik nu maar beter aan mijn huiswerk gaan.’

‘Je hebt gelijk, Theo. En ik zal het er met je moeder over hebben.’

Theo en Judge liepen terug naar Theo’s kleine kantoor beneden. Judge rolde zich op in zijn mand en viel direct in slaap, zonder zich ergens zorgen over te maken. Theo was jaloers op hem. Het leven van een hond… Slapen, eten, af en toe achter eekhoorntjes en konijnen aan jagen, en helemaal geen problemen.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief