leesfragment

‘De vorm van vrijheid’ van Paul Scheffer

Al sinds Paul Scheffer de val van de Berlijnse Muur meemaakte, is hij geïntrigeerd door grenzen. Naar aanleiding van de vluchtelingencrisis, het vertrek van de Britten uit Europa en de muur die Trump wil bouwen, heeft Scheffer zijn ideeën geordend en verder uitgewerkt in De vorm van vrijheid. Voor hem bestaat er geen vrijheid zonder vorm: een open samenleving vraagt om grenzen. Maar hoe voorkomen we dat opnieuw muren worden opgetrokken?

Lees hier alvast enkele pagina’s van het voorwoord van De vorm van vrijheid.

Grensverkenningen

Op mijn achttiende stond ik voor het eerst bij de Muur die Berlijn doormidden sneed. Ik zag het spookachtige tafereel van de Oost-Duitse kant, als een van de afgevaardigden namens ons land tijdens de Weltjugendfestspiele in de zomer van 1973. We waren ingekwartierd aan de rand van de stad en uit mijn raam kon ik van dichtbij de wachttorens en schijnwerpers bij de Muur zien. De officiële omschrijving luidde Antifaschistischer Schutzwall, een bescherming tegen het fascisme, maar in werkelijkheid ging het om een ommuring van het communisme. De ‘Schutzwall’ stond er om eigen burgers tegen te houden.

Zestien jaar later stond ik op een zondagochtend te kijken hoe een heftruck het eerste segment van de Muur op de Potsdamer Platz uit zijn voegen trok. Het was drie dagen na die historische negende november 1989 toen de Muur viel. Een enorme mensenmassa dromde samen. Ik leunde op de schouder van een goedlachse grensbewaker om het schouwspel beter te kunnen overzien. Achtentwintig jaar lang was dit vroegere verkeersknooppunt van de stad een onneembare barrière geweest. Nu vulde het niemandsland zich met een uitgelaten menigte, en zo beleefden we het begin van een nieuwe verbeelding van het oude continent.

Eindelijk waren we verlost van het IJzeren Gordijn dat Europa zo hardhandig had verdeeld.
Ik herinner me nog goed het gevoel van opluchting in de jaren na het einde van de Koude Oorlog. Eindelijk waren we verlost van het IJzeren Gordijn dat Europa zo hardhandig had verdeeld. De overheersing van het oostelijk deel van het continent was ten einde en het zogeheten vredesdividend werd snel opgesoupeerd. Op defensie kon flink worden bezuinigd, want de zorgen over territoriale integriteit en grensbewaking lagen achter ons. Na de omwenteling van 1989 zou alles anders worden.

En nu, weer een kwarteeuw later, gaat het voortdurend over grenzen. De toestroom van honderdduizenden vluchtelingen houdt de gemoederen bezig. Er lijkt overeenstemming te bestaan over de noodzaak de buitengrenzen van Europa meer te beschermen, maar die overeenstemming leidt nog niet tot dadendrang. Integendeel: de verdeeldheid in Europa is groter dan ooit. Dat heeft ook te maken met een morele verlegenheid: uit naam waarvan kunnen we anderen het recht ontzeggen zich in onze contreien te vestigen?

Het gaat in dit boek over de open samenleving en haar grenzen. Mijn zoektocht is ingegeven door een mengeling van nieuwsgierigheid en angst, drijfveren die ik nooit als tegengesteld heb ervaren. Misschien zit in het samengaan daarvan juist de kern van elke grensverkenning: de dreiging die van het onbekende kan uitgaan, heeft me er vaak genoeg toe aangezet om op vreemd grondgebied rond te dwalen. Uiteindelijk won de nieuwsgierigheid het meestal van de vrees; ik heb mijn angsten in toom gehouden door overal op af te gaan.

De agressie die in de lucht hing na mijn beschouwing uit januari 2000 over ‘het multiculturele drama’ staat me nog helder voor ogen. Dat was geen prettige tijd, maar door in te gaan op vrijwel elke uitnodiging voor een lezing of debat kon ik de weerstand die ik bij sommigen had opgeroepen tot me door laten dringen. Tegelijk gaf het mensen de mogelijkheid om hun woede in woorden om te zetten. Door hoor en wederhoor was het veelal mogelijk de kou uit de lucht te halen. Een organisator van een bijeenkomst in Turkse kring stuurde me na afloop van weer een moeilijk gesprek een aardig briefje waarin hij verwees naar een gezegde: ‘Een ware vriend spreekt ook bittere woorden.’

Ik ben benieuwd naar wat zich aan de andere kant van de grens afspeelt.
Ik ben benieuwd naar wat zich aan de andere kant van de grens afspeelt. Daarom heb ik het idee dat we in een land zonder grenzen zouden leven altijd gewantrouwd. Dat zelfbeeld getuigt van een nogal naar binnen gekeerde houding. Want wat valt er nog te ontdekken zonder buitenwereld? De waarde van het overschrijden van grenzen kan alleen worden begrepen door degene die de betekenis van grenzen wil zien.

Die nieuwsgierigheid is me met de paplepel ingegoten: mijn ene grootvader, Herman Wolf, is in Keulen geboren, de andere grootvader, Lou Scheffer, in Batavia. Al vroeg werd me duidelijk gemaakt dat de wereld groter is dan Nederland alleen. Ik ben opgegroeid in een vrijzinnig milieu waar de romans van Jean-Paul Sartre en Heinrich Böll werden vereerd – een kleine Frans-Duitse verzoening; maar waar ook de jazz van Nina Simone en Stan Getz werd omarmd – een kleine zwart-witte verzoening.

Het enige waar bij ons thuis geen begrip voor bestond, was godsdienst: die werd gezien als de bron van alle onverdraagzaamheid. Mij interesseerde de religie wel. Ooit kocht ik als scholier een bijbel en kreeg van mijn moeder de wind van voren: zo’n boek wilde ze niet in huis. Lees maar het werk van Jan Wolkers, daar heb je meer aan. Ik weet niet of ze daar gelijk in had, maar ik weet wel dat Wolkers het zeer met haar oneens zou zijn geweest.

Naast de nieuwsgierigheid is ook de angst me van jongs af aan meegegeven. De grens is voor mij allereerst een jeugdherinnering: er was een grens die we niet over mochten, die met Duitsland. Mijn moeder wilde dat niet, tot diep in de jaren zeventig. Dat was vreemd, want we woonden vlak bij de grens, in Arnhem. Die douanepost in haar hoofd was een gebaar naar haar Joodse vader, die rond de eeuwwisseling met zijn ouders naar Amsterdam was gekomen. We mochten de grens niet over die hij eerder in omgekeerde richting met zijn ouders was overgestoken.

Soms denk ik dat de angsten onderhuids van generatie op generatie zijn doorgegeven. Bij het opruimen van de flat van mijn moeder na haar overlijden, kwam ik het arrestatiebevel van mijn vader tegen en een paar briefjes die hij uit Kamp Amersfoort aan zijn ouders had geschreven. De oorlog was bij ons thuis nooit een gespreksonderwerp; de kinderen mochten er niet mee worden belast. Tegelijkertijd was de Duitse grens zeer aanwezig, juist doordat het ondenkbaar was dat we die overstaken.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief