nieuws

Debuut van Richard Russo nu vertaald

Goed nieuws voor de fans van Pulitzerprijs-winnaar Richard Russo, want zijn debuut, Mohawk, is eindelijk vertaald! Daarmee is zijn gehele romanoeuvre nu in het Nederlands verkrijgbaar.

Mohawk

Mohawk, New York, is een van die kleine plaatsen die aan de verkeerde kant van het spoor liggen. Dallas Younger, ooit topatleet op de middelbare school, beweegt zich er nu alleen nog maar van café naar gokspel terwijl hij steeds meer geld verliest en, onvermijdelijk, weer een paar kunsttanden. Zijn ex-vrouw Anne zit volledig vast in de strijd met haar moeder om haar zieke vader. En hun zoon Randall verwaarloost met opzet zijn huiswerk omdat slim zijn in een plaats als Mohawk je nergens brengt.

In Mohawk zien we al Russo’s talent voor de tragikomische kanten van het leven van losers en kleine helden. Dit eerste werk mag daarom niet ontbreken in een Nederlandse vertaling.

‘Zijn natuurtalent als verteller wordt prachtig aangevuld met zijn gave zich in te leven in zijn personages. Een bewonderenswaardige auteur.’ – John Irving

‘Russo is een van de beste romanschrijvers die er zijn… Hij heeft een instinctieve gave voor het vastleggen van de dynamieken in een kleine gemeenschap waarin de zwaarte van het bestaan mensen langzaam hun hoop en dromen kan ontnemen.’ The New York Times

‘Russo kan als weinig anderen smalltown America in het hart kijken.’ – Het Parool 

‘Russo is een meesterlijke vakman… Het verdriet van de arbeider heeft de glans van Dickens maar de epische lichtheid van John Irving.’ – Boston Globe

‘Richard Russo: de schrijver die met een bijna onwereldse genade zijn personages neerzet als de tragikomische figuren die we in onze beste of slechtste momenten allemaal zijn.’ – Knack 

‘In Russo’s fictie klopt een groot, gemankeerd hart.’ – The New Yorker

Leesfragment

De achterdeur van de Mohawk Grill komt uit op een steegje dat grenst aan de middelbare school. Als Harry de grendel wegschuift en de zware deur openzwaait, staat Wild Bill al zenuwachtig te wachten in de donkergrijze ochtendschemer. Er valt niet te zeggen hoe lang hij al heen en weer heeft gelopen, wachtend op het geluid van de grendel, maar hij ziet er vandaag schrikachtiger uit dan normaal. Hij duwt zijn handen diep in zijn zakken en wacht, terwijl Harry hem nieuwsgierig bekijkt en zich afvraagt of Bill de afgelopen nacht in de problemen is geraakt. Waarschijnlijk niet, besluit Harry uiteindelijk. Bill ziet er haveloos uit, zoals gewoonlijk, zonder vouw in zijn zwarte broek, vol lichte vlekken van het stof in de steeg, en met de achterkant van zijn versleten, groengeruite overhemd uit zijn broek, maar er is niets abnormaals aan zijn verschijning. Harry is blij, want hij is laat vanochtend en heeft geen tijd om Wild Bill te fatsoeneren.

Als Harry eindelijk opzijgaat, schiet Bill de lunchroom binnen en gaat op de eerste kruk zitten, aan het uiteinde van de formica bar. Harry maakt de zware deur vast aan een haak in de buitenmuur, zodat de leveranciers via de achteringang binnen kunnen komen en de tent wat kan luchten. Er zullen wel wat vliegen binnenkomen, maar die eindigen wel op de vliegenstrips die aan het plafond hangen. Harry gooit de grote ramen aan de voorkant open, waardoor er een koele tocht ontstaat, die Wild Bills dunner wordende haar omhoogblaast. Bill is midden dertig, maar zijn dunne babyhaar valt met plukken tegelijk uit en hij ziet er net zo oud uit als Harry, die bijna vijftig is.

‘Heb je honger?’ zegt Harry.

Wild Bill knikt en kijkt naar de bakplaat, waarop de boter al spettert. Harry pakt een grote zak met strengen worst en gooit er enkele tientallen op de plaat, totdat die helemaal vol ligt, waarna hij de worsten met zijn spatel uit elkaar duwt en ze in indrukwekkende rijen rangschikt. ‘Het duurt nog wel even,’ waarschuwt hij.

Wild Bill begint wat minder nerveus te worden.
Wild Bill begint wat minder nerveus te worden. De spetterende worsten kalmeren hem en hij kijkt als gehypnotiseerd hoe ze sissen en dansen. Een dikke laag vet druipt langzaam naar de bak aan de rand van de plaat. Als hij kon, zou Wild Bill voorkomen dat het wegliep, want hij houdt van de smaak van worstvet. Soms, als Harry eraan denkt, bakt hij de eieren van Wild Bill erin, voordat hij de plaat schoonmaakt. Maar Bill krijgt alleen eieren als hij geld heeft en dat heeft hij maar zelden. Bill heeft meestal niet meer dan een paar stuivers op zak, maar al tien jaar lang wordt er op de eerste van de maand een envelop bij de Mohawk Grill afgeleverd met daarin een nieuw biljet van tien dollar en een briefje waarop staat: voor WILLIAM GAFFNEY. Waar het vandaan komt, is het enige werkelijke mysterie van Harry’s leven. Eerst dacht hij dat het geld afkomstig was van de vader van de jongen, maar dat was voordat hij Rory Gaffney had leren kennen. Harry kent bijna iedereen die Wild Bill kent en is op de een of andere manier tot de conclusie gekomen dat het niet een van hen is. Het geld verschijnt gewoon. Als het op is, trakteert Harry Wild Bill gewoonlijk op koffie en kleverige koffiebroodjes van een dag oud, voordat zijn klanten komen, maar Harry’s gulheid kent grenzen en hij geeft maar zelden eten weg dat niet in de afvalbak zou belanden. Een keer, tijdens de kerst twee jaar geleden, voelde Harry zich nogal gedeprimeerd over het leven in het algemeen, en om die depressie af te schudden had hij een uitgebreid ontbijt voor Wild Bill klaargemaakt – sap, eieren, ham, pannenkoeken, zelfgemaakte friet, toast, jam en ahornsiroop – dat Bill naar binnen had geschrokt, dankbaar en met wijd opengesperde ogen, voordat hij alles uitkotste in de steeg. Sinds die keer waakt Harry ervoor om die fout nog eens te maken.

‘Ik wil dat je vanochtend het afval buitenzet,’ zegt Harry, terwijl hij met zijn spatel worsten omdraait.

Wild Bill bekijkt elke worst als een hunkerende hond, die wacht tot er eentje valt.

‘Hoor je me?’

Wild Bill schrikt en kijkt Harry aan.

‘Ik zei dat ik wil dat je vanochtend het afval buitenzet. Dan krijg je wat toast van me.’

‘U?’

‘Ja, nu.’

Hij wil eigenlijk vragen of Bill die nacht gevochten heeft, maar besluit dat niet te doen.
Wild Bill wil eigenlijk niet weg – hij zit graag naar de worsten te kijken – maar hij glijdt van zijn kruk en loopt naar achteren, waar Harry verschillende vuilniszakken heeft opgestapeld. De vliegen hebben ze al ontdekt en storten zich uitzinnig op het plastic. Wild Bill gooit alle zakken in de afvalcontainer en gaat weer op zijn kruk zitten, net op het moment dat twee goudkleurige sneetjes toast omhoogschieten uit de broodrooster. Harry smeert er een dun laagje boter op, legt ze op een bord en zet dat voor Wild Bill neer. Hij wil eigenlijk vragen of Bill die nacht gevochten heeft, maar besluit dat niet te doen. Als dat het geval was geweest, dan zou het wel te zien zijn, want Bill is niet bepaald een vechtersbaas. Gewoonlijk slaat degene die het gevecht begint Bill een dikke lip en geneert zich dan omdat Bill, in plaats van kwaad te worden, gewoon blijft staan, zijn armen langs zijn lichaam laat hangen en kijkt alsof hij in huilen zal uitbarsten.

‘Je hebt het toch niet aangelegd met een meisje, hè?’

Bill schudt zijn hoofd, maar hij houdt op met kauwen en kijkt Harry aan, die zich afvraagt of hij misschien liegt, en of hij wel in staat is te liegen.

‘Ik heb je oom beloofd het hem te vertellen als je in de problemen raakt,’ waarschuwt Harry.

Maar Wild Bill is alweer bezig met zijn toast, waarop hij met overdreven concentratie kauwt, alsof hij bang is iets fout te doen. Er klinkt een bons tegen de voordeur van de lunchroom en Harry gaat hem opendoen. De opgerolde Mohawk Republican ligt in de ingang en Harry neemt de krant mee, maar niet voordat hij heeft gekeken of zijn nummer gisteren getrokken is. De Republican kent zijn lezers en drukt het driecijferige nummer in de linkerbovenhoek van de voorpagina af, boven de openingskop, die vandaag luidt, in vettere letters dan gebruikelijk: LOOIERIJEN KRIJGEN SCHULD VAN ABNORMAAL HOOG AANTAL GEVALLEN VAN KANKER. Harry bekijkt snel de eerste korte alinea, waarin staat dat een wetenschappelijk onderzoek, gehouden in Mohawk County, heeft aangetoond dat mensen die er wonen drie keer meer kans hebben op kanker, leukemie en verschillende andere, ernstige ziektes dan mensen elders in het land. Mensen die in de looierijen of in de leerateliers werken, of dicht bij de Cayugakreek wonen, waarin de looierijen van Morelock, Hunter en Cayuga naar verluidt hun afval hebben gedumpt, lopen tien tot twintig keer meer kans om een van de ziektes te krijgen die op pagina B-6 staan opgesomd. Woordvoerders van de looierijen ontkennen dat er de afgelopen twintig jaar iets is gedumpt en suggereren dat de recente onderzoeksresultaten waarschijnlijk het gevolg zijn van een statistische afwijking.

De lunchroom biedt maar weinig verrassingen en dat stemt hem tevreden.
Harry legt de krant op de bar, voor klanten die de uitslag van de late races op vrijdag willen bekijken. Nu de worsten klaar zijn, schept hij ze van de bakplaat en legt ze in een metalen bak. Zodra de bestellingen binnenkomen, gooit hij ze weer op de plaat om ze op te warmen. Wat de ontbijtklanten niet opeten, gebruikt hij voor de broodjes later op de dag. Hij weet tot op een paar strengen precies wat nodig is. De lunchroom biedt maar weinig verrassingen en dat stemt hem tevreden. Met zijn lange spatel schraapt hij de plas vet naar de opvangbak, waarna hij plakken spek in rijen op het glimmende oppervlak legt.

‘Hé,’ zegt hij. Wild Bill is druk bezig met zijn duim de kruimels van zijn bordje te vegen. ‘Je drinkt toch niet uit de kreek, hè?’

Wild Bill schudt zijn hoofd.

Harry haalt zijn schouders op. Het was maar een ingeving, maar het zou een hoop verklaren. Harry woonde nog niet in Mohawk toen Wild Bill jong was, maar sommige mensen zeggen dat hij ooit min of meer normaal was. Het spek begint te sputteren. Harry laat een harde boer en veegt zijn handen af aan de schort voor zijn buik. Hij voelt zich zoals hij zich altijd voelt op zaterdagochtend, na een lange nacht vol drank. Hij is regelrecht naar de lunchroom gekomen, zonder te slapen, en de lekkere geur van gebraden vlees doet zijn maag knorren. Maar het is niet zijn maag waarover hij zich zorgen maakt. Hij heeft in de loop van de nacht een of andere vrouw ten huwelijk gevraagd. Als Harry drinkt, is hij niet al te kieskeurig als het op vrouwen aankomt, die hij zonder uitzondering ten huwelijk vraagt. De vrouwen die Harry op vrijdagnacht ontmoet zeggen gewoonlijk ja, waarna Harry op zijn belofte terug moet komen. Het voordeel is dat ze weten dat hij niet van plan is werkelijk te trouwen, dus reageren ze nooit gekwetst. Ze zeggen ja omdat er een kleine kans bestaat van wel, en hun levens worden bepaald door kleine kansen. Ze weten dat Harry geen vrouw nodig heeft en wel iets beters zou kunnen krijgen, als hij dat serieus van plan was. Er is een tijd geweest dat zij ook wel iets beters konden krijgen dan Harry, maar dat was verschillende presidenten geleden. De kalender die boven de bakplaat hangt is van 1966, een jaar over de datum. Wie het ook was die Harry de kalender vorig jaar heeft gegeven, heeft hem dit jaar geen nieuwe gebracht. De maanden zijn hetzelfde en het kan Harry niets schelen als hij er een paar dagen naast zit.

‘Niet met vrouwen in zee gaan,’ mompelt hij.

‘U?’

‘Wanneer dan ook.’

‘Niet met vrouwen in zee gaan,’ mompelt hij.
Harry ziet dat Bills blik op de glazen stolp met kleverige koffiebroodjes van de dag ervoor valt. Hij geeft Bill er eentje en gooit de rest weg. Over een paar minuten komt de bakker. Harry keert de plakken spek.

Aan de andere kant van de muur klinkt het geluid van stampende voeten op een trap, en dat betekent dat het nachtelijke pokerspel op de eerste verdieping is afgelopen. En dat betekent weer dat Harry wat vroege klanten krijgt. Als de voordeur openzwaait en er verschillende mannen binnenkomen, wil Wild Bill ervandoor gaan, maar Harry legt een hand op zijn schouder en duwt hem terug op zijn kruk. Normaal gesproken wil Harry hem niet in de zaak hebben als de betalende klanten eenmaal binnendruppelen, maar hij weet dat deze mannen niet teergevoelig zijn. Op dit moment zijn ze nog amper wakker. Nadat de mannen, die allemaal roodomrande ogen hebben, op krukken aan het midden van de bar zijn gaan zitten, bestellen er twee een uitgebreid ontbijt – ham, biefstuk, eieren, zelfgemaakte friet, toast, koffie – en de twee anderen alleen maar koffie. Harry hoeft niet te vragen wie er gewonnen heeft. John, de advocaat, wint gewoonlijk en houdt zijn winst vast totdat hij naar Las Vegas gaat, meestal zo’n twee keer per jaar. En dan wint Vegas gewoonlijk. Een van de niet-eters haalt een raceformulier tevoorschijn. De andere pakt Harry’s Mohawk Republican en slaat die open op de sportpagina. ‘Wat was het nummer gisteren?’ vraagt iemand.

‘Vier-twee-een,’ gromt Harry.

‘Ik heb al drie jaar niet gewonnen met mijn nummer.’

‘Nou en? Ik heb al bijna net zolang niet geneukt.’

‘Ik kan zorgen dat je geneukt wordt, als jij zorgt dat mijn nummer wint,’ zegt John, die de reputatie heeft dat hij goed met de vrouwtjes overweg kan. Hij is de enige die er redelijk fris uitziet na de lange werknacht.

‘Iedereen kan geneukt worden,’ beaamt een ander.

‘Sommigen van ons doen het liever met meiden.’

Een schijngevecht breekt uit. Wild Bill kijkt nogal schrikachtig naar het voorgewende geweld. Een van de mannen knikt hem toe.

‘’Oe dang,’ zegt Bill.

‘Sommigen van ons doen het liever met meiden.’
‘Ja,’ zegt de man, hij kijkt Harry aan en rolt met zijn ogen. ‘’Oe dang.’ ‘

’Oe dang,’ valt de rest bij. ‘’Oe dang, Harry?’

‘Kappen nou.’ Harry wenst nu dat hij Bill, die deze kameraadschap vrolijk grijnzend ondergaat, ervandoor had laten gaan toen hij dat wilde. Hij wenst soms dat Wild Bill ergens anders naartoe gaat en nooit meer terugkomt. Hij is een lastpost, op z’n minst. Toch bevalt het Harry allerminst als mensen hem uitlachen.

‘Hoe lang duurt het om een paar eieren te bakken?’ wil de advocaat weten. ‘’Oe dang precies?’

‘’Oe dang?’ spreken de mannen in koor.

De man met de sportpagina leunt achterover op zijn kruk, zodat hij de straat kan zien. ‘Weg bij mijn auto, vet varken.’ Agent Gaffney bekijkt de drie foutgeparkeerde auto’s die langs de stoeprand staan. Een recente verordening heeft het parkeren langs Main Street verboden. ‘Als hij me een bon geeft, dan word ik tijdelijk verminderd toerekeningsvatbaar.’

‘Ik neem je zaak wel op me,’ zegt John tegen hem.

‘Zelfs jij zou die kunnen winnen,’ zegt iemand.

Harry neemt niet eens de moeite om te kijken. Hij kent agent Gaffney en weet ook dat hij geen bonnen schrijft zolang hij niet weet van wie de auto’s zijn. Gaffney drinkt graag koffie in de lunchroom en hij laat Harry’s klanten met rust.

Auteursfoto (c) Elena Seibert

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief