interview

‘Die Suske en Wiske-karakters horen bij ons DNA’ – Jan Bosschaert over zijn hommagealbum

Lambik heeft een caravan gekocht. Eén probleem: hij heeft geen auto. Maar tante Sidonia wel. Zo kunnen ze samen met Jerom een weekje op vakantie naar de heide, waar ook Suske en Wiske kamperen. Ze verblijven op het domein Ganzenwal van de eigenaars Alwina en boer Sanders. Alwina en boer Sanders … zeggen die namen jou iets? Dan ken je je Suske en Wiskeklassiekers, want Alwina was het hoofdpersonage in De duistere diamant en boer Sanders in het Jeromverhaal De verborgen kroon.  

Voor hun Suske en Wiske-hommagealbum Geduvel op de heide namen tekenaar Jan Bosschaert en scenarist Marc Legendre beide klassiekers als uitgangspunt. Ze maakten een verhaal dat je onderdompelt in de magie en de pracht van het heidelandschap.

Spillebeentjes

Jan, in 2016 tekende je voor SOS Kinderdorpen al De verwoede verzamelaar, een Suske en Wiske-verhaal op basis van een scenario van regisseur Jan Verheyen. Nu verschijnt Geduvel op de heide, een samenwerking met je copain d’abord Marc Legendre, met wie je de prachtige stripreeks over garagehulpje en dromer Sam maakte. Hoe kwam deze samenwerking tot stand?

Dirk Vanlaer van Standaard Uitgeverij belde me een tijd geleden op met de vraag of ik een hommagealbum van Suske en Wiske wou tekenen. Toen ik hoorde dat Marc scenarist zou worden, was ik heel blij, want met Marc samenwerken is altijd plezant. Als kind had ik wel verschillende strips, maar met de vroegere Suske en Wiske-albums ben ik opgegroeid, die oude Suske en Wiskes draag ik in mijn hart. Ze zijn zo goed dat ik gewoon niet kan uitleggen hoe knap ze zijn, qua tekening, scenario en sfeer. Suske en Wiske zijn Antwerpse figuren en hun avonturen begonnen meestal in de ‘coté’ waar Marc en ik ook geboren zijn. Die karakters en verhalen zitten in ons. Hoe die figuren zijn en zich bewegen, dat hoort bij ons DNA.

Daarom wilden Marc en ik aanvankelijk een oude Suske en Wiske maken die paste bij albums als De dolle musketiers. Alsof er nog een oud album was gevonden, met de rasters en rode en blauwe inkt, een vergeten Vandersteen die plotseling zou opduiken.

Maar bij de uitgeverij was er twijfel over dat idee omdat gevreesd werd dat enkel de oude fans dat album zouden kopen, en de Nederlandse markt zou afhaken. Maar dat heeft jullie niet verhinderd om enthousiast aan een nieuw Suske en Wiske-avontuur te beginnen?

Ik was ondertussen wel begonnen met Suske en Wiske in de oude stijl te tekenen, in die sfeer. Sidonie bijvoorbeeld met de lange zwarte rok, die spillebeentjes en de grote voeten. Toen ik het scenario las, zaten de figuren dus al min of meer in mijn vingers, en in die stijl zijn we verdergegaan. Achteraf heb ik misschien wel een beetje spijt dat ik de figuren niet wat meer naar mijn hand heb gezet, zoals ik dat wel in De verwoede verzamelaar heb gedaan. Of zoals Gerben Valkema dat zo knap doet in De Vroem-Vroem-Club, bijvoorbeeld. Tijdens het uitschetsen van zo’n Suske en Wiske vraag ik me dan te veel zaken af, zoals: dat strikje van Wiske is toch niet meer van deze tijd? Waar hangt dat strikje trouwens aan vast? Die zaken moeten kloppen voor mij, er moet een soort logica in zitten. Aan de andere kant zijn die ‘oude’ Suske en Wiske zulke schattige figuurtjes, met hun grappige snuitjes. En in dit avontuur passen ze wel in die stijl. Ikmerkte trouwens bij de laatste pagina’s dat ik ze meer in de hand had. Dat had ik met het personage Sam ook, de eerste twee albums kan ik nauwelijks nog bekijken, maar daarna werd het echt wel mijn figuurtje.

De heide

Marc heeft dit verhaal toch ook een beetje naar jou toe geschreven?
Marc kwam met het idee voor De verborgen kroon en ik vond dat meteen een heel goede keuze. Die eerste vierkante Jeroms zijn toffe boekjes. De verborgen kroon is misschien wat houterig getekend ten opzichte van de gewone Suske en Wiskes, maar de kleuren zijn mooi en de verhaaltjes zijn tof. Ik ben Marc heel dankbaar dat hij het verhaal zich op de heide laat afspelen, die ik goed ken en die ik graag teken. Daar heeft hij mij echt wel een plezier mee gedaan. Die sfeer, de elfjes, de nacht op de heide, daar hou ik enorm van.

Marc liet me de synopsis lezen en ik was er meteen voor te vinden. Toen ik wat proefpagina’s tekende, hebben we direct gekozen voor de scène waar Sam in voorkomt. Dat was natuurlijk gewoon binnenkoppen. Sam zal voor Marc en mezelf altijd wel ons lievelingspersonage blijven. Ze is als het ware mijn dochter die ik graag teken.

Er zit ook een stuk zorg over het behoud van de natuur en de verstoring van het klimaat in dit verhaal.
Dat zijn thema’s waar Marc en ik zeer mee begaan zijn. Met Sam waren we in de jaren negentig al bezig met de milieuproblematiek en ook het feminisme, de wokegedachte, zaten er toen al in.

Sfeer en diepte

Er is corona, maar ook het feit dat Marc in Spanje woont en werkt en jij in België. Niet een te lastige samenwerking?
Tijdens het tekenen hebben we elkaar niet ‘live’ gezien, alles gebeurde via mail, maar ja, Marc en ik kennen elkaar zo goed. We weten wat we aan elkaar hebben. Hij liet me de vrijheid. Soms ving ik gaten in het scenario op, tekeningen die moesten opgesplitst worden, of andere die meer samengebald konden worden. Heel soms verzon ik teksten die Marc dan in zijn eigen stijl herschreef.

Welke scènes vond je het leukste om te tekenen?
De nachtscènes waren de plezantste. Dingen die ik altijd graag heb gedaan: sfeer scheppen. Ik ben geen decortekenaar, ik teken graag levende figuren. Onlangs kreeg ik nog een compliment van Gerben Valkema, die blij verrast was de Sam-stripreeks te leren kennen. Hij zei dat ik de tekenaar van de emotie, van de beweging ben, dat ik leven kan scheppen in mijn figuren.

Ik had altijd de oude Suske en Wiskes, zoals De duistere diamant, naast mij liggen tijdens het tekenproces. Ik ging honderden foto’s maken van de heide, plukte foto’s van het net, om toch maar die originele invalshoek te vinden voor mijn tekeningen. Dan keek ik naar de tekeningen van Vandersteen en die zijn zo eenvoudig en simpel. Een horizon met een boom vooraan, een struikje in het middenplan en op de achtergrond twee of drie dennen.

Dat geeft diepte. Meer moet het niet zijn, sfeer en diepte. Ik zou er dan zelf al automatisch nog een muisje bijtekenen, of een kaboutertje dat uit een holletje komt, maar met die drieplanstekeningen creëer je het mooiste resultaat. Strips moeten duidelijk en eenvoudig zijn, zoals Vandersteen, Sleen en Jef Nys ze ook tekenden.

Marc Legendre over Geduvel op de heide: Jan en ik wilden met onze hommage in elk geval terug naar vroeger. Ouderwetse gezelligheid troef! We houden allebei van de eerste vierkante Jeromboekjes, dus kwamen we voor het scenario nogal snel bij De bronzen kabouter of De verborgen kroon uit. Dat zijn ultrasimpele verhaaltjes, met ontzettend veel sfeer in een prachtig kader. Uiteindelijk kozen we voor De verborgen kroon omdat de heide een schitterend decor is, die aardmannetjes fantastische wezentjes zijn en Jan graag elfjes tekent.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief