artikel

Een bericht uit Oekraïne: Zelensky aan het woord

0

In Een bericht uit Oekraïne staan de krachtigste toespraken van president Zelensky gebundeld, van 2019 tot 2022. Uit deze speeches komt een verhaal naar voren, het verhaal van het land en het volk van Oekraïne. 

Zo kan je je een beeld vormen van een land dat moedig weerstand biedt aan agressie, en een volk dat vooroploopt in de strijd voor democratie. Bovenal is het een oproep aan ons allen om op te staan en te vechten voor die democratie. Want als we dat niet nu doen, wanneer dan wel?

Alle inkomsten van President Zelensky uit dit boek (ten minste 1 euro per exemplaar) gaan naar United24, zijn initiatief om fondsen voor zijn land in te zamelen.

‘Op een dag, en die ligt niet ver in het verschiet, zullen we weer samen zijn met onze geliefden. Dan wappert onze vlag boven de nu bezette steden. Dan is ons land herenigd en heerst er weer vrede. En dan droomt de wereld niet meer in zwart-wit, maar alleen nog in blauw en geel.’

Arkady Ostrovsky, een journalist van Russische afkomst, schreef het voorwoord.

Voorwoord: Wij zijn hier

Volodymyr Zelensky’s belangrijkste toespraak was ook zijn kortste. Hij duurde rond de tweeëndertig se­conden en werd achtendertig uur nadat Rusland een grootscheepse, niet uitgelokte oorlog tegen Oekraïne was begonnen uitgesproken. De in legergroen gesto­ken Zelensky filmde zichzelf met zijn telefoon voor een overheidsgebouw. Op de achtergrond stond een aantal medewerkers. ‘Goedenavond,’ zei hij. ‘Wij allen zijn hier. Onze militairen zijn hier. Onze samenleving is hier. We verdedigen onze onafhankelijkheid. En van nu af aan zal dat altijd zo zijn.’

‘Wij allen zijn hier. Onze militairen zijn hier. Onze samenleving is hier. We verdedigen onze onafhankelijkheid. En van nu af aan zal dat altijd zo zijn.’

Toen de beelden in de avond van 25 februari op so­ciale media verschenen, was de brute aanval op Oekra­ïne al meer dan een dag oud. Russische parachutisten hadden een bliksemaanval uitgevoerd op een militair vliegveld bij Kyiv, commando’s maakten jacht op Ze­lensky en mensen ontvluchtten hun huis. De Russen verspreidden het gerucht dat Zelensky het land had verlaten en dat zijn regering was gevallen. Deze beel­den, een halve minuut lang, bewezen het tegendeel.

In de uren, dagen en maanden die volgden, zou Zelensky zich meer dan honderd keer richten tot zijn volk, het Russische volk en de wereld. In de eerste twee­ honderd dagen van de oorlog sprak bij buitenlandse toehoorders eenentachtig keer toe, en zijn eigen volk nog vaker. Zijn toespraken werden vergeleken met die van Churchill, en zijn legergroene t-shirt zou wereld­ wijd een mode­icoon worden. In heel de westerse wereld wapperde de Oekraïense vlag op overheidsgebou­wen en gewone woonhuizen, en de Brandenburger Tor en de Eiffeltoren werden in het geel en blauw van die vlag verlicht.

Maar deze korte videoboodschap zou nog wel de grootste impact hebben op het verloop van de oor­log. Ze was het bewijs dat Poetins plan voor een bliksemsnelle overwinning aan het mislukken was of ei­genlijk al wás mislukt. Zelensky was niet gevlucht, de hoofdstad was niet meteen al in handen van Poetin gevallen, en de inwoners van het Russischsprekende oostelijke deel van het land hadden de Russische troe­pen niet met bloemen verwelkomd. Zelensky was ‘toet’, zoals ze in Oekraïne zeggen, op zijn plek, klaar om zijn plicht te doen. En voor zijn land gold hetzelfde.

Op het eerste gezicht was de president een onwaar­schijnlijke leider in oorlogstijd. Hij had niet voor die rol gekozen en had zich er niet op voorbereid. In de weken voor de invasie had hij zelfs gezegd dat dat scenario hem onwaarschijnlijk leek. Maar toen Ame­rikaanse functionarissen binnen een paar uur na het begin van de invasie aanboden om hem in veiligheid te brengen was zijn antwoord kort, maar krachtig: ‘Ik heb munitie nodig, geen lift.’ Zijn woorden werden van het ene ogenblik op het andere een meme, net als de reac­tie van de Oekraïense verdedigers van het minuscule Slangeneiland in de Zwarte Zee, toen een schip van de Russische marine eiste dat ze zich overgaven: ‘Russisch oorlogsschip, krijg de tyfus.’

Uit Zelensky’s simpele woorden werd het schrille contrast tussen de twee botsende regimes duidelijk. Het korte warme woord ‘toet’, ‘ik ben hier’, negen keer herhaald in de halve minuut van die eerste boodschap, kwam over als de geruststellende woorden waarmee een ouder een kind kalmeert als iemand het huis bin­nendringt. Ook de manier waarop Zelensky technolo­gie gebruikte, was veelzeggend. Poetin kwam over als een aan grootheidswaanzin lijdende dictator die zijn onderdanen toesprak vanachter de hoge muren van het Kremlin, terwijl Zelensky een was met zijn volk. Door een selfievideo online te zetten liet Zelensky zien dat hij ook maar een gewone Oekraïner was, een integraal deel van het sociale netwerk van Oekraïne.

In februari 2022 was Zelensky nog net geen drie jaar president. De kiezers hadden met hem kennisgemaakt via de tv: daar heette hij Vasyl Holoborodko, een nuch­tere leraar geschiedenis die het volledig onverwacht tot president schopt en dan het hele politieke systeem van het land op de korrel neemt. Dat was de rol die Zelen­sky speelde in de satirische serie Dienaar van het volk. Meteen vanaf de start van zijn verkiezingscampagne bleek Zelensky’s achtergrond als acteur en producent van groot belang voor zijn succes. Hij wist hoe hij het publiek moest bespelen en kiezers herkenden zichzelf in hem. Hij sprak de Oekraïners niet alleen toe, maar luisterde ook naar hen en vertolkte hun gevoelens.

En plotseling was dat talent belangrijker dan ooit. Oekraïne was al heel lang een volk, een plek en, na de ineenstorting van de Sovjet ­Unie in 1991, een staat. Nu werd het ook nog een natie, niet bepaald door taal of etniciteit en ook niet door een lange geschiedenis of een geloof, maar door bepaalde waarden, een eigen manier van leven en de bereidheid van de inwoners om daar desnoods hun leven voor te geven. Zelensky had een keer zijn stem geleend aan Beertje Paddington in de Oekraïense versie van Paddington en Paddington 2. Nu leende hij zijn stem aan het Oekraïense volk.

De plek waar de nieuwe Oekraïense natie was ge­boren, was Maidan Nezalezjnosti, het Onafhankelijk­heidsplein in Kyiv, de plek van een aantal revolutionaire opstanden waarbij de Oekraïners hadden besloten zelf hun toekomst te bepalen. In 2014 trokken ze daarheen om duidelijk te maken dat ze bij Europa wilden ho­ren en om Viktor Janoekovytsj ten val te brengen, een door Moskou gesteund stuk geboefte dat had gepro­beerd hun dat recht te ontzeggen. De revolutie liep uit op geweld. Janoekovytsj vluchtte. Rusland annexeerde de Krim, die onderdeel uitmaakte van het Oekraïense grondgebied, en begon een oorlog in het oosten van het land.

In 2014 was Zelensky niet van de partij op het plein en deed hij niet mee aan wat bekend is geworden als ‘de revolutie van de waardigheid’, al deed hij wel een oproep aan het adres van Janoekovytsj om af te treden. Niet dat hij het niet eens was met de eisen van de de­monstranten, maar hij had niet zoveel met nationalis­me en ideologieën. Revoluties waren zijn ding gewoon niet. Als succesvol tv­-producent had hij scherp inzicht in zijn publiek: licht cynisch, onafhankelijk, confor­mistisch, maar ook door en door oprecht. Tijdens de revolutie bleef een groot deel van dit publiek thuis en keek naar zijn sitcom.

Maar al leverde Zelensky dan geen bijdrage aan de opstand op Maidan, zijn politieke carrière was een reactie op de gebroken beloften van die opstand. Net als een groot deel van het land ergerde hij zich aan de verheven taal van politici, terwijl ze zich alleen maar verrijkten, en was hij ontzet toen de oude elite de ge­ lederen sloot, zich in nieuwe banieren wikkelde en op de oude voet verderging. Maar terwijl de gevestigde orde terug wilde naar hoe het altijd geweest was, was het land aan het veranderen. Er was een maatschappe­ lijk middenveld aan het ontstaan en dat was niet lan­ger bereid om de oude gang van zaken te tolereren. In 2019 rekenden de Oekraïense kiezers af met de oude, corrupte elite en werd Holoborodko, beter bekend als Zelensky, president.

In 2019 rekenden de Oekraïense kiezers af met de oude, corrupte elite en werd Holoborodko, beter bekend als Zelensky, president.

Het idee dat een buitenstaander korte metten ging maken met een oligarchie waar alleen geld telde en waar het bezit van een tv­-station, een bank en een pri­vélegertje doorgaans een voorwaarde was voor poli­tieke macht, leek een al even onwaarschijnlijk verhaal als dat van Holoborodko. Maar Oekraïners hebben wel wat met onwaarschijnlijke dingen. Zelensky, met Russisch als moedertaal, afhomstig uit een Joods gezin in het oosten van het land, maar wel Oekraïne­gezind, werd door driekwart van het hele electoraat tot presi­dent gekozen. Nooit had de politieke kaart van het land er zo overzichtelijk uitgezien.

Een aantal progressieven in eigen land, maar ook Oekraïne­watchers in het Westen, waren sceptisch over Zelensky’s overwinning. Ze maakten zich zorgen over wat hij niet in huis had: een samenhangend pro­ gramma en een professioneel team. Maar zijn gebrek aan politieke ervaring maakte hij goed met zijn gevoel voor humor, zijn lef en zijn communicatieve vaardig­ heden. Dat waren eigenschappen die absoluut nodig waren voor succes in Kryvyi Rih, de rauwe industrie­ stad in het midden van het land waar Zelensky was op­ gegroeid. Zelensky was een kind van Oekraïne, alleen niet van een romantisch idee daarachter, maar van de dagelijkse werkelijkheid, met de nodige ergerniswek­ kende gebreken, maar ook positief en met een heel ei­gen aard.

Ook zijn politieke aanpak was anders dan die van zijn voorgangers. Hij haakte niet in op regionale lin­guïstische verschillen, zoals in het verleden door veel politici was gedaan. Hij deed juist zijn voordeel met wat mensen met elkaar gemeen hadden, niet met wat hen onderling verdeelde. En wat ze gemeen hadden, waren vindingrijkheid, het verlangen naar een normaal bestaan en een afwijzende houding ten opzichte van de overheid en de oude elites. Als dat populisme was, dan was Zelensky een populist.

Zelensky was een kind van Oekraïne, alleen niet van een romantisch idee daarachter, maar van de dagelijkse werkelijkheid

Ik heb president Zelensky voor het eerst ontmoet in juni 2021. Ik heb hem geïnterviewd voor The Economist in een enorme ontvangstzaal in zijn bestuurs­ gebouw, opgetrokken in 1936­1939 – de tijd van de terreurcampagnes van Stalin – als het hoofdkwartier van het militaire district Kyiv. In de oorlog hadden de nazi’s er gezeten en later was het het kantoor geweest van het Centraal Comité van de communistische partij van Oekraïne. Het gebouw besloeg een flink stuk grond in het centrum van Kyiv en was de fysieke manifestatie van Stalins regime en van de macht die de overheid had over het individu.

Zelensky maakte een bepaald onwennige indruk. ‘Ik voel me nog steeds niet op mijn gemak hier,’ zei hij tegen me. De architectuur was de anithese van zijn opvattingen over Oekraïne als gedecentraliseerd, niet­ hiërarchisch, democratisch land. Wat mij vooral opviel was zijn oprechtheid, zijn verlangen om zijn land in­grijpend te veranderen en het feit dat hij daarvoor geen plan klaar had liggen. Ik had moeite om een overkoe­pelend thema te vinden voor het artikel dat ik moest schrijven. ‘Ik ben in mijn drang tot veranderen hard van stapel gelopen, maar ik ben er niet de man naar om voor hij iets aanpakt eerst een exitstrategie te bedenken,’ was een van zijn bekendste uitspraken. Hij leek niet tegen zijn taak opgewassen en wekte de indruk dat hij het op ging nemen tegen een systeem dat hem bijna zeker zou vermalen. Ik kon me hem nauwelijks als lei­der in oorlogstijd voorstellen.

De tweede keer dat ik hem sprak, had het gebouw zijn originele functie teruggekregen en was het dus weer een militair hoofdkwartier. Eind maart 2022 reis­ den mijn hoofdredacteur Zanny Minton Beddoes en ik per trein naar Kyiv. Het was de eerste keer na het uit­ breken van de oorlog dat ik in Oekraïne kwam en wat we zagen deed ons denken aan een film over de Twee­de Wereldoorlog. Steden met een avondklok en treinen met verduisterde verlichting om niet te worden gezien. De griezelige stilte op het station van Lviv, vol men­ sen die de oorlog waren ontvlucht: vrouwen met holle ogen, te uitgeput om te praten; zwijgende kinderen, te uitgeput om te huilen. De geluiden en beelden van een ontwricht leven – jankende alarmsirenes, tankbarrières in de verlaten straten, Russische eenheden, toen nog aan de rand van de stad.

Lees verder in Een bericht uit Oekraïne.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief