leesfragment

‘Eén minuut voor middernacht’ van David Baldacci

Deel twee in de reeks over FBI-agent Atlee Pine is vandaag verschenen! Lees hier alvast het eerste hoofdstuk van Eén minuut voor middernacht van David Baldacci.

FBI-agent Atlee Pines leven veranderde voorgoed toen op jonge leeftijd haar tweelingzus Mercy werd ontvoerd – en waarschijnlijk vermoord. Wanhopig zoekt ze sindsdien naar antwoorden, totdat op een dag alle opgekropte woede en frustratie een uitweg vinden. Ze kan zichzelf tijdens een arrestatie niet langer in de hand houden en mishandelt een verdachte.
Gedwongen om tijdelijk een stap terug te doen, keert Atlee terug naar Andersonville, Georgia, het dorp waar ze is opgegroeid. Met behulp van haar assistent Carol hoopt ze erachter te komen wat er precies is gebeurd tijdens die traumatische nacht toen Mercy werd meegenomen. Maar vrijwel meteen na haar aankomst wordt het lichaam van een vermoorde vrouw gevonden, met een bruidssluier over haar gezicht gedrapeerd. Al snel volgt een tweede slachtoffer.
Atlee is vastbesloten het onderzoek naar de ontvoering van Mercy voort te zetten, maar ze moet nu ook een seriemoordenaar zien te stoppen voordat er nog meer slachtoffers vallen…

Leesfragment

Alweer reed ze in de Vallei des Doods. Alleen lag deze ‘vallei’ in Colorado, bij adx Florence, de enige supermaximaal beveiligde federale gevangenis van de Verenigde Staten. De verwijzing naar de dood was heel toepasselijk, want het stonk er door de vele misdaden die de gevangenen daar hadden gepleegd.

Special agent Atlee Pine van de FBI was hier plankgas naartoe gereden in haar moderne versie van een paard: een turkooizen Mustang-cabriolet model 1967 met een stoffen kap. In twee jaar tijd had ze de auto volledig gerestaureerd samen met de oorspronkelijke eigenaar, een voormalige FBI-agent die kort nadat ze haar opleiding aan Quantico had afgesloten haar onofficiële mentor was geworden. Toen de man stierf had hij haar de auto nagelaten en Pine moest er niet aan denken dat ze die moest missen.

In totaal hadden ze duizenden mensen afgeslacht, zonder ook maar een greintje berouw.
Nu, na haar snelle reis, zat ze op de parkeerplaats van de gevangenis moed te verzamelen om één bepaald monster te ontmoeten dat daar te midden van vele andere gruwelijke menselijke wezens was gehuisvest. Het waren stuk voor stuk personages uit nachtmerries. In totaal hadden ze duizenden mensen afgeslacht, zonder ook maar een greintje berouw.

Pine was, op haar witte blouse na, helemaal in het zwart gekleed. Haar glimmende FBI-badge zat aan de revers van haar jasje geklemd. Het kostte haar tien minuten om door de beveiliging te komen, waar ze haar beide wapens moest inleveren: de Glock 23, haar voornaamste wapen, en de 8-schots Beretta Nano, haar reservewapen, uit haar enkelholster. Ze voelde zich naakt zonder haar beide pistolen, maar gevangenissen hadden nu eenmaal bepaalde regels en om voor de hand liggende redenen was een van de belangrijkste daarvan: bezoekers mogen geen vuurwapens dragen.

Ze zat op de harde kruk in een hokje in de bezoekersruimte, met haar lange benen om de metalen poten geslagen. Voor haar was een dik raam. Aan de andere kant van dat raam zou de man voor wie ze hiernaartoe was gekomen algauw verschijnen. Een paar minuten later brachten zes potige bewakers de zwaar geboeide Daniel James Tor naar binnen en maakten zijn boeien vast aan een stalen ring in de vloer. Daarna vertrokken ze, zodat de wet en de wetteloze tegenover elkaar zaten, slechts gescheiden door de tussenwand van polycarbonaat die de meeste kogels kon weerstaan.

Tor was een fysiek bijzonder indrukwekkende man van een meter drieënnegentig die zo’n honderddertig kilo woog. Zijn lichaam, zelfs nu hij in de vijftig was, leek dat van een getrainde atleet. Ze wist dat zijn lichaam onder de tattoos zat, waarvan veel waren aangebracht door enkele van zijn slachtoffers. Tor had kennelijk zoveel vertrouwen in zijn superioriteit gehad dat hij hun een scherp voorwerp had gegeven waarmee ze een einde aan hun nachtmerrie hadden kunnen maken. Maar niet een van hen had dat ooit geprobeerd.

Hij was een geboren freak, zowel fysiek als emotioneel. Hij was een narcistische psychopaat, tenminste volgens de verklaring van alle geconsulteerde experts, en dat was zo ongeveer de meest dodelijke combinatie in een mens. Het was niet zo dat hij moordde uit kwaadaardigheid. Nee, het was veel erger. Hij was niet in staat tot enige empathie voor andere mensen. Hij moordde alleen voor zijn eigen genot. En de enige manier waarop hij die genotzucht kon bevredigen was door de totale vernietiging van andere mensen. Dat had hij minstens dertig keer gedaan; dat waren alleen zijn bekende slachtoffers. Pine en andere wetshandhavers vermoedden dat het daadwerkelijke aantal twee of zelfs drie keer zo hoog was.

Hij had de pupillen van een roofdier en dacht alleen aan doden.
Zijn schedel was geschoren, net als zijn kaak en wangen. Hij keek naar Pine met een kille, lege blik, als een nieuwsgierige slang voordat die toeslaat. Hij had de pupillen van een roofdier en dacht alleen aan doden. Pine wist ook dat Tor, de doortrapte bedrieger, elke rol kon spelen die nodig was om zijn slachtoffers naar hun fatale lot te leiden, zelfs de rol van een normaal mens. En dat op zich was al griezelig genoeg.

‘Jij weer?’ vroeg hij, met een bewust neerbuigende klank in zijn stem.

‘Driemaal is scheepsrecht,’ antwoordde ze op vlakke toon. ‘Je begint me te vervelen. Zorg dus maar dat dit bezoek de moeite waard is.’

‘Tijdens mijn vorige bezoek liet ik je een foto zien van Mercy.’

‘En ik zei dat ik meer informatie nodig had.’

Hij had wel gezegd dat hij zich verveelde, maar Pine wist dat hij behoefte had aan iemand over wie hij de baas kon spelen, behoefte had aan aandacht om zijn bestaan te rechtvaardigen, en daar wilde ze gebruik van maken. ‘Ik heb je alles verteld wat ik weet.’

‘Alles wat je dénkt te weten. Dat zei ik de vorige keer al. Ik noemde het huiswerk. Heb je dat gedaan? Of ga je me teleurstellen?’

Pine moest omzichtig te werk gaan. Dat wist ze en, nog belangrijker, Tor wist dat ook. Ze wilde zijn aandacht vasthouden zonder dat ze hem in staat stelde haar volledig onder de voet te lopen. Dát verveelde hem. ‘Misschien heb je een paar tips?’

Hij keek haar kwaad aan. ‘Je zei dat je tweelingzusje zes was toen ze werd ontvoerd.’

‘Dat klopt.’

‘Midden in de nacht, uit haar slaapkamer in de buurt van Andersonville, in Georgia. Was jij in diezelfde kamer?’

‘Ja.’

‘En je denkt dat ik je sloeg, maar je niet doodde?’

‘Je hebt mijn schedel gebroken.’
‘Je hebt mijn schedel gebroken.’

‘En ik dreunde een kinderrijmpje op om te besluiten wie van jullie ik zou meenemen?’

‘Iene miene mutte.’

‘Dus als het rijmpje bij de een begon zou het eindigen bij de ander, door het even aantal woorden.’

Ze leunde naar voren. ‘Dus waarom begon je bij mij? Want je wist dat Mercy zou verliezen.’

‘Je gaat te snel, agent Pine. We komen nergens als je het niet rustiger aan doet.’

Pine besloot instinctief om terug te slaan. ‘Ik heb geen zin om nog meer tijd te verspillen.’

Hij glimlachte en rammelde met zijn boeien. ‘Ik heb alle tijd van de wereld.’

‘Waarom besloot je mij te laten leven en Mercy niet? Was dat zomaar? Toeval?’

‘Je moet je niet door je overlevingssyndroom laten leiden. En ik heb geen tijd voor huilebalken.’ Hij glimlachte even en zei: ‘Ook al heb ik meer dan dertig keer levenslang.’ Hij leek trots op zijn vonnis, en ze wist dat hij dat ook was.

‘Oké, maar het is belangrijk voor me,’ zei ze rustig.

‘Ik brak je schedel, zei je. Je had zomaar dood kunnen gaan.’

‘Dat had gekund, maar dat is niet gebeurd. Terwijl jij daar altijd heel zeker van wilde zijn bij je slachtoffers.’

‘Besef je wel dat je je eigen bewering dat ik het was die nacht nu tegenspreekt?’

‘Nee hoor.’

‘Oké, maar kun je één keer noemen waarop ik een kind van zes uit zijn of haar slaapkamer haalde en een getuige liet leven?’

Ze leunde naar achteren. ‘Nee.’

Maar je moet me bestudeerd hebben bij de FBI.
‘Dus waarom denk je dat ik dat in jullie geval wel deed? Omdat je hypnotherapeut die herinnering heeft opgeroepen? Daar vertelde je me over tijdens je vorige bezoek. Raar gedoe, hoor, hypnotherapie. Dat klopt vaker niet dan wel. Maar je moet me bestudeerd hebben bij de FBI. Jullie allemaal, omdat ik verplichte lesstof was,’ voegde hij er terloops aan toe, ook al hoorde ze aan zijn stem dat hij daar trots op was.

‘Je zei dat je wist dat ik in die tijd in Georgia opereerde. Dus weet je wat ik denk? Dat die hypnose geen echte herinnering opriep, maar je alleen een conclusie liet trekken die je al hád getrokken op basis van irrelevante informatie.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat zou geen stand houden tijdens een proces. Je hebt me daar gepositioneerd omdat je dat wilde en je geen echte persoon had om de hiaten in je herinneringen mee op te vullen. Je wilde zo graag duidelijkheid dat je bereid bent een onwaarheid te accepteren.’

Ze zei niets, omdat de man daar best eens gelijk in kon hebben.

Terwijl ze daarover nadacht vroeg hij: ‘Agent Pine, ben je er nog?’ Hij rammelde met zijn boeien. ‘Hallo, FBI, mijn belangstelling wordt met de seconde minder.’

‘In de loop der jaren heb je je werkwijze veranderd. Niet al je aanvallen waren identiek. Die hebben zich ontwikkeld.’

‘Natuurlijk hebben die zich ontwikkeld. In elk beroep is het zo dat je, hoe langer je het doet, daar steeds beter in wordt. Ik ben geen uitzondering. Sterker nog, ik ben feitelijk de regel voor mijn eh… specialiteit.’

Ze slikte om te voorkomen dat de gal vanuit haar maag in haar keel kwam door deze opmerking. Ze wist dat hij haar blik vol afkeer wilde zien doordat hij zijn moordzuchtige handelingen vergeleek met een beroep. Maar die genoegdoening zou ze hem niet geven. ‘Toegegeven. Maar nu bevestig je míjn conclusie. Het feit dat je het niet eerder had gedaan betekent niet dat je het nooit zou doen. Je werkwijze veranderde.’

‘Weet je dat ik het daarna weer heb gedaan?’

Pine was voorbereid op die vraag. ‘We kennen niet al je slachtoffers immers? Dus kan ik die vraag niet met zekerheid beantwoorden.’

Hij leunde naar achteren en grijnsde onwillig door haar gevatte antwoord. ‘Je wilt nu toch een antwoord? Was ik het wel of was ik het niet, dat wil je toch weten?’

‘Nogmaals, het kost je niets. Ze zullen je er niet voor executeren.’

‘Ik zou kunnen liegen en zeggen dat je gelijk hebt. Zou dat genoeg zijn voor je?’
‘Ik zou kunnen liegen en zeggen dat je gelijk hebt. Zou dat genoeg zijn voor je?’

‘Ik ben een FBI-agent.’

‘Wat bedoel je daarmee?’

‘Daarmee bedoel ik dat ik…’

‘Dat je het lichaam, of het skelet eigenlijk, na al deze jaren wilt hebben. Klopt dat?’

‘Ik heb bevestiging nodig,’ zei ze alleen.

Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik ben bang dat ik niet weet waar al die lichamen zijn begraven.’

‘Dus dan vergisten ze zich over je fotografische geheugen?’

‘Helemaal niet. Maar ik heb sommige slachtoffers met opzet verdrongen.’

‘Waarom?’

Hij leunde naar voren. ‘Omdat ze niet allemaal gedenkwaardig waren, agent Pine. En ik geen zin heb om ieder huilerig familielid dat smekend bij me komt bevestiging te geven. Dat is niet bepaald mijn ding, of was je dat niet opgevallen?’

‘Herinner je je waar je Mercy hebt begraven?’

‘Je zult moeten terugkomen om nog een keer met me te praten. Nu ben ik moe.’

‘Maar we zijn net begonnen,’ antwoordde ze, met een dringende klank in haar stem.

‘Noem me Dan.’

Ze keek hem niet-begrijpend aan. Dat had ze niet verwacht. ‘Wat?’

‘Dit is onze derde date. Het wordt tijd onze echte namen te gebruiken, Atlee.’

‘En als ik dat niet wil?’

‘Dan blijft die arme, lieve en waarschijnlijk dode Mercy Pine voor altijd een raadsel.’
Hij klapte zacht in zijn handen. ‘Dan blijft die arme, lieve en waarschijnlijk dode Mercy Pine voor altijd een raadsel.’

‘Wanneer wil je weer afspreken?’

‘Vandaag over een maand… Atlee. Ik ben een drukbezet man. Zeg het dus maar, anders zijn we uitgepraat. Voor altijd.’

‘Oké… Dan.’

Pine vertrok, kreeg haar vuurwapens terug en moest zichzelf dwingen niet terug te stormen en een kogel door Dans verdomde kop te schieten.

Ze stapte in haar auto en reed terug naar Shattered Rock, Arizona, waar zij de enige FBI-agent was in een uitgestrekt en zeer dunbevolkt gebied. Toen ze een uur had gereden kreeg ze een amber alert op haar telefoon. Er was een klein meisje ontvoerd. De verdachte reed in een grijze Nissan-pick-up, vlak bij Pines huidige locatie.

In het felle licht van de hunter’s moon − de vollemaan in oktober − keek de god van recht en gezag glimlachend op haar neer, want vijf minuten later scheurde de pick-up haar tegemoet.

Ze keerde onmiddellijk, waardoor de banden van de Mustang protesterend rookten en piepten voordat ze weer grip kregen op het wegdek. Pine zette de blauwe zwaailichten aan die ze op de bumper had gemonteerd, trapte het fraaie verchroomde gaspedaal helemaal in en scheurde weg om het leven van een klein meisje te redden.

Pine zwoer deze keer niet te falen.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief