leesfragment

‘Furie’ van Katie Lowe

Engeland, 1998. Violet is toegelaten op Elm Hollow Academy, een Britse meisjesschool, waar ze vriendschap sluit met een hecht clubje van drie meiden. Al snel wordt ze meegezogen in hun obsessie met hekserij en occultisme. Dan wordt het lichaam van een voormalig lid van het vriendengroepje gevonden. En het lijkt erop dat de meisjes erbij betrokken zijn geweest…

Furie is adembenemende thriller voor de liefhebbers van De verborgen geschiedenis, Prep en The Craft. Lees hier een fragment uit het debuut van Katie Lowe!

 

‘Vergeef me, maar als het mag,’ begon ze, en ze liet zich in een fauteuil zakken met haar benen onder zich gekruist, ‘wil ik graag nog een paar dingen doornemen die we al besproken hebben, met het oog op onze nieuwe leerling. Als jullie dat goedvinden, dames?’ Ze keek naar Robin, Alex en Grace, die zwijgend knikten. Ze draaide zich naar mij toe, haar ogen vogelachtig zwart, en bruin omrand. ‘Goed, Violet, welkom bij ons groepje.’ Ze glimlachte en ik zag het piepkleine spleetje tussen haar voortanden, die net grafstenen op een kerkhof waren; er sijpelde warmte door mijn huid, als een pop die tot leven kwam. ‘Hoeveel hebben de meisjes je tot nu toe verteld?’

‘Niks, ik bedoel, nog niet,’ zei ik, en ik keek naar Robin, die met haar pen klikte en in de kantlijn van haar geopende boek begon te tekenen. ‘Mooi,’ zei Annabel. Ze wachtte even en blies zachtjes in haar mok voordat ze een slok nam en ons intussen aankeek.

‘We komen elke donderdag om kwart over zes twee uur lang bij elkaar.'
‘We komen elke donderdag om kwart over zes twee uur lang bij elkaar. Je mag kantooruren bij me inplannen als je moeite hebt met het werk, maar buiten deze vier muren mag er niets over deze groep worden gezegd en ook de lessen mogen niet worden besproken. Is dat begrepen?’

Ik knikte. Ze glimlachte, haar ogen doods en emotieloos. ‘Ik neem aan dat je bekend bent met de geschiedenis van deze school, of niet?’

Ik vroeg me af waarom docenten me dat de hele tijd vroegen en waarom ze aannamen dat ik daar enig idee van had. ‘Een beetje,’ zei ik zwak.

‘Ik denk dat we bij het begin moeten beginnen,’ zei ze, en ze zet haar hete, dampende mok op het bureau. ‘Deze academie is in 1604 opgericht door juffrouw Margaret Boucher. Oorspronkelijk had die slechts vier leerlingen, allemaal wees, of weggehaald bij ouders die hun niet de vereiste zorg konden bieden. De Armenwet maakte het juffrouw Boucher heel wat makkelijker om haar werk te doen, want pauperkinderen kregen de kans om te leren. Natuurlijk zou een officiële meisjesschool nogal een heikele kwestie worden, want er waren al bijna geen jongensscholen in de omtrek, maar juffrouw Boucher kon tegen geïnteresseerde partijen zeggen dat ze gewoon een soort oefenacademie voor deze jonge vrouwen aanbood, waar hun de kunst van goede manieren, etiquette en dergelijke werd bijgebracht.’

Ze trok een speld uit haar haar en draaide hem rond tussen haar vingers; op de zijkant van haar hand zat een witte veeg klei. ‘De werkelijkheid was natuurlijk heel anders. Juffrouw Boucher was eigenlijk een geleerde, maar uiteraard waren er in die tijd weinig mogelijkheden voor een jonge, ontwikkelde vrouw om die kennis toe te passen. Ze hield van Griekse en Romeinse tragedies, was dol op volksmythen, en bestudeerde die met een bijna antropologische blik. Ze las toneelstukken en poëzie, verslond alles wat ze te pakken kon krijgen en reisde regelmatig naar Londen om voorstellingen van Shakespeare en Marlowe te zien, en van anderen die daarna in de vergetelheid zijn geraakt. Ze bracht drie maanden in Italië door en maakte een rondreis langs Florence en Rome, helemaal alleen, alleen om de geweldige werken van Michelangelo en de andere grote renaissanceschilders te zien.

De wolken boven ons verschoven en het maanlicht verplaatste zich van de oostelijke naar de noordelijke wijzerplaat.
Dus je kunt je voorstellen dat ze niet bepaald van plan was haar leerlingen de juiste manier van tafeldekken bij te brengen.’ Ze lachte wrang en beet op haar lip, alsof ze zichzelf onverhoeds had betrapt. ‘Algauw had de school zestig leerlingen en daarna honderd; moeders stuurden hun dochters hierheen met vervalste overlijdensverklaringen van hun ouders in de hand, in de hoop dat ze zo een beter leven zouden krijgen dan dat wat hun lot leek te zijn.’

De wolken boven ons verschoven en het maanlicht verplaatste zich van de oostelijke naar de noordelijke wijzerplaat.

‘Maar in 1615 kwam hier in de streek de heksenvervolging in de mode. Vrouwen werden van hun bed gelicht en op de brandstapel gegooid of vastgebonden en met stenen verzwaard in zee gesmeten. Buren verraadden elkaar vanwege de beloning voor het aangeven van een heks. De zogenaamde morele samenleving ging woest tekeer, met eindeloze aanklachten die te kwader trouw werden ingediend. O wee als je als vrouw als onvolmaakt werd beschouwd, of als je een afwijkend karakter had… Dus je kunt je vast wel voorstellen hoe het met juffrouw Boucher afliep, wier school inmiddels een bron van afgunst en verbittering was onder hen die vonden dat vrouwen wel gezien maar niet gehoord dienden te worden. Ze werd beschuldigd van occulte magie, van het oproepen van demonen uit de aarde, het onderwijzen van de verdorven kunst van de hekserij, en daarom werd ze ter dood veroordeeld.’

Ze pakte haar mok weer op, en nu die was afgekoeld, begon ze te drinken, terwijl de stilte zwaar tussen ons in hing. ‘Wat afschuwelijk,’ zei ik uiteindelijk, wensend dat ze verder zou gaan.

‘Wacht maar af,’ merkte Robin op.

Annabel wierp haar een waarschuwende blik toe. ‘Maar we weten wel dat haar aanklagers, ondanks hun talloze fouten, niet geheel ongelijk hadden, al wisten ze dat natuurlijk niet. Destijds konden beschuldigingen van hekserij vrijwel overal op gebaseerd zijn. Ze had gewoon pech. Een lokale boer zei dat ze zijn gewassen had vervloekt en er door de akkers geesten waarden die ze uit de grond trokken. Het was zijn woord tegen het hare, en natuurlijk won hij het.

Maar juffrouw Boucher had wel degelijk een nogal vergaande belangstelling voor het occulte.
Maar juffrouw Boucher had wel degelijk een nogal vergaande belangstelling voor het occulte. Ze kende de mythen, de eeuwenoude rituelen, de Griekse mysteries en de Keltische spreuken, voornamelijk als geleerde, maar dergelijke kennis gaat gepaard met bepaalde verlokkingen. Waarom zou je er alleen over lezen als je het ook zelf kunt ervaren? En dus was het bekend dat ze die rituelen bij zeldzame gelegenheden uitprobeerde. Terwijl ze met de kunst experimenteerde, veranderde haar belangstelling in bijna wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Maar voor zover we weten, had ze voorafgaand aan het proces weinig geluk.

Volgens de overlevering gebeurde er daarna het volgende: de avond voor haar executie nodigde ze vier van haar leerlingen, allemaal zestien jaar, uit voor een laatste avondmaal in de toren. Precies op deze plek, hier in deze kamer.’ Ik huiverde onwillekeurig en keek naar Grace, die zwakjes glimlachte en blijkbaar dezelfde flakkering van het verleden had ervaren.

‘Ze aten, dronken wijn, praatten over hun opleiding. Het was alsof er niets anders was dan anders, behalve dan dat juffrouw Boucher de volgende dag zou sterven. En toen, om negen uur, voerde juffrouw Boucher een ritueel uit en riep de Erinyen op: de Furiën uit de oude mythen. Ze stonden voor de trillende meisjes, gekleed in zwart sabelbont, lang en koninklijk; hun haar bestond uit kronkelende slangen en vuur, het bloed droop van hun vingers. Het was onmogelijk om de diepte van de menselijke ziel in hun ogen te zien; de donkerst denkbare verlangens werden onherroepelijk en misselijkmakend weerkaatst in de geest van de waarnemer.

‘“Erinyen,” zei ze, “neem de zielen van deze meisjes in jullie handen en help hen deze plek te beschermen. Ze zullen jullie kanaal zijn, jullie vleesgeworden intentie; ze zullen de corrupten vernietigen en de verdorvenen vermoorden, o godinnen, als jullie hun jullie geschenken geven.” En dat deden de Erinyen. De Furiën gaven elkaar de hand en reikten ook naar die van de meisjes, die ze trillend vastpakten, volledig vertrouwend op hun lerares, al waren ze, begrijpelijkerwijs, doodsbang voor de gruwelfiguren die voor hen stonden. Kon ik dat respect maar bij mijn leerlingen afdwingen,’ voegde ze er met een zuinig lachje aan toe. We lachten alle vier, een nerveuze oprisping. Alex en Grace keken elkaar aan en Robin staarde veelbetekenend naar Annabel terwijl ze haar potlood vlak boven het papier liet zweven.

‘De volgende dag stierf ze, verbrand op de brandstapel midden op het plein, waar nu de olm staat.
‘De volgende dag stierf ze, verbrand op de brandstapel midden op het plein, waar nu de olm staat. Maar terwijl het vuur brandde, zwoeren omstanders dat ze om haar heen drie figuren zagen die haar beschermden tegen de vlammen. De meeste kinderen moesten in hun kamer blijven om de gruwelen die op het terrein van hun school plaatsvonden te mijden. Je moet niet vergeten dat dit voor velen van hen het enige thuis was dat ze ooit hadden gekend en dat juffrouw Boucher hun beschermster was geworden in de afwezigheid van hun eigen moeders, de vrouw die hen had gered van het lot dat hun wachtte.

Maar de vier meisjes zaten hier, in de toren, en keken naar de verbranding. En ze zwoeren onderling om het kwaad van de mensheid te wreken, met de kracht van de Erinyen in hun ziel.’ Ze zweeg even en boog zich langzaam naar voren, haar ogen op de mijne gericht. Ze hield mijn blik vast tot ik de andere kant op keek en lachte zacht en diep. ‘Dat is maar een mythe, natuurlijk. Maar het is wel een goed verhaal. En de basisfeiten zijn waar.’

Ik keek op. ‘Welke feiten?’

Ze lachte weer en krulde haar vingers om een zwarte hanger om haar hals. ‘Dat er de avond voor juffrouw Bouchers executie een sociëteit werd opgericht. Een sociëteit die tot op de dag van vandaag is voortgezet en waarvan jullie vier nu de nieuwste leden zijn. Ik was lid, evenals de moeder van Alex; er zijn meer namen die jullie ongetwijfeld kennen, maar omdat we elkaars geheimen bewaren, zal ik jullie geen namenlijst geven. De informatie komt vanzelf boven als het nodig is.’

‘En jullie doen aan… magie.’

Annabel lachte. ‘Och, jee, nee hoor. Sommige leden beoefenen graag af en toe voor de lol de oude riten en rituelen, maar dat is gewoon de mythologie van de sociëteit, een verhaal dat het vertellen wat smeuïger maakt.’ Ze vouwde haar handen in haar schoot en haar nagels kerfden in haar knokkels. ‘Wat we in deze les wél doen, is het bespreken van de geschiedenis van de grote vrouwen op het gebied van kunst en literatuur, het plezier van esthetische ervaringen – dingen die tegenwoordig worden vergeten en niet meer op het rooster staan. Het komt erop neer dat we de dingen aanleren die juffrouw Boucher gewild zou hebben, uit respect voor haar kennis en haar liefde voor leren.’

Er welde een doffe steek van teleurstelling op in mijn maag, die daar bleef steken. ‘Oké,’ zei ik. ‘Maar waarom wij?’

Haar ogen waren donkere poelen. ‘Waarom niet?’

‘Dus de vrouwen hadden heel veel macht.’
‘Ik… ik weet het niet.’ Ik voelde de andere meisjes kijken en ineens werd de sfeer tussen ons drukkend. Na een stilte waar geen eind aan leek te komen, verschoof Annabel op haar stoel en pakte een boek van de tafel naast haar.

‘Zullen we verdergaan waar we gebleven waren?’ vroeg ze aan de andere meisjes. Het was net of ik er niet was en er nooit was geweest. Robin wierp me een meelevende blik toe terwijl ze haar boek opensloeg en Annabel begon te lezen. De zwarte wijzers van de klok tikten door. ‘Dus de vrouwen hadden heel veel macht.’ Ik krabbelde doelloos in mijn schrift, schreef het domweg op, zonder te weten aan welke tekst of welke vrouwen ze refereerde. ‘Maar dat kwam hun duur te staan.’

 

Het was dat zachte, stille tijdstip dat uniek is aan herfstavonden, als de geur van de kooltjes van de kampvuren zich vermengt met de zilte adem van de zee en de bladeren even ophouden te vallen, alsof ze bang zijn. Hoogspanningsmasten staken op hun tenen boven de weilanden uit en het enige geluid was afkomstig van onze voetstappen die knisperende bladeren in het asfalt trapten, dat vochtig was van de korte bui die op de wijzerplaten had gekletterd terwijl Annabel ons zag vertrekken.

Onder aan de trap had Annabel een sigaret opgestoken en aan mij gegeven. We stonden onder de bogen en rookten zwijgend terwijl we wachtten tot de andere meisjes kwamen, van wie de voetstappen vaag in cirkels boven ons hoofd echoden. Toen ze eindelijk tevoorschijn kwamen, volgde ik hen drieën op de lange oprijlaan naar (nam ik aan) de bushalte. Ik bleef even staan om naar de verschoten dienstregeling te kijken en Robin draaide zich om, haar wenkbrauwen niet-begrijpend opgetrokken.

‘Ga je niet mee?’ vroeg ze met een blik op Alex en Grace vlak achter haar.

‘Waarnaartoe?’ vroeg ik, en ik voelde een vlaag van verrukking.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief