leesfragment

‘Geiger’ van Gustaf Skördeman

0

Bijna dertig jaar na het einde van de Koude Oorlog worden slapende spionnen en veiligheidsdiensten opgeschrikt door een telefoontje van een oude bekende. Waarom is hij weer actief, en wat is zijn doel?

Ben jij fan van The Americans of de Jason Borne-reeks? Dan is Geiger, het debuut van Gustaf Sköreman vast wat voor jou! Lees hier alvast het eerste hoofdstuk.

1

De koffiekopjes van het Royal Copenhagen-servies stonden nog op tafel met wat restjes op de bodem, de taartschaal was leeg en de sapglazen ook. Schone en gebruikte blauwgenopte servetten lagen door elkaar. Het tafelkleed zat vol koffiekringen en er lagen kruimels op, en hier en daar hadden de glazen roze kringen achtergelaten. De stoelen rond de tafel waren achteruitgeschoven, omdat de kinderen ervandoor waren gegaan.

Nu zat de ene helft van de kinderen op de Josef Frank-bank. De andere helft rende gillend in het rond, hyper van de suiker. Vanuit het niets vloog een tennisbal door de kamer, die gelukkig tussen de souvenirbordjes van verschillende Europese steden – Berlijn, Praag, Boedapest, Parijs, Rostock, Leipzig, Bonn – tegen de muur stuiterde.

De afgelopen schoolweek hadden de kleinkinderen bij oma en opa gelogeerd, zodat hun ouders op vakantie konden naar Bretagne. De zussen Malin en Lotta wilden graag van de gelegenheid gebruikmaken voor de zomervakantie begon en half Zweden zou afreizen naar Frankrijk.

Tijdens de logeerweek was opa Stellan naar zijn werkkamer gevlucht, terwijl oma Agneta ontbijt en avondeten had klaargemaakt, en de kinderen naar school en de naschoolse activiteiten had gebracht en weer had opgehaald. En tijdens de ongewoon warme voorjaarsavonden had ze vanaf de steiger het gepoedel in het water in de gaten gehouden. Oma had ook snorkels, flippers, badpakken, zwembroeken, zwembrillen, het kubb-spel en wat er nog over was van de zonnebrandcrème ingepakt. En verder alle kleren, tablets, opladers en schoolboeken.

Nu waren de zussen er met beide echtgenoten om de kinderen weer mee naar huis te nemen. Het leek alsof het huis opgelucht ademhaalde omdat de rust binnenkort zou weerkeren en alles weer zijn gewone gangetje zou gaan.

De tuindeur stond open en Lotta wandelde met haar bedaagde vader door de tuin, terwijl hij haar aanwees waar in de bloembedden nieuwe planten waren gepoot. De meeste bloemen kende ze wel, maar er waren een paar nieuwe bij gekomen. Papa Stellan had een paar vaste favorieten en varieerde met de rest.

Het allermooist vond hij de bloemen vlak voordat ze gingen bloeien.
Het allermooist vond hij de bloemen vlak voordat ze gingen bloeien. Als de knoppen op het punt van uitkomen stonden. Daarover verschilden vader en dochter van mening.

Lotta luisterde aandachtig naar haar vader terwijl hij haar enthousiast langs de bloemenpracht leidde. Rudbeckia, stokrozen, blauwe ridderspoor, bitterzoet die zichzelf had uitgezaaid, oregano, munt, duizendblad en gewone rolklaver. Hij hield van zijn bloemen, en Lotta dacht terug aan alle tijd die hij tijdens haar jeugd in de tuin had doorgebracht. Je mocht papa buiten niet storen, maar je wist altijd waar hij was.

Terwijl papa Stellan bleef staan om op adem te komen, draaide Lotta zich discreet om en leek het huis te bestuderen – het statige, door het Nieuwe Bouwen geïnspireerde huis dat ze zo goed kende, dus er was helemaal geen reden om het zo aandachtig te bekijken. De grote raampartijen en de twee terrassen met het fantastische uitzicht over Mälaren en Kärsön.

Haar blik bleef hangen bij het tuinpad, de twaalf zware platte stenen waarover haar zus en zij zo vaak hadden gerend en die papa Stellan voor de grap altijd ‘het twaalfstappenmodel voor een beter leven’ noemde omdat ze naar de tuinschuur leidden. Daar kon hij zich ongestoord bezighouden met wat hij het liefst van alles deed.

Het was een hele klus geweest om de platte stenen op hun plek te krijgen, en papa Stellan had verkondigd dat ze daar voor altijd zouden blijven liggen. Ze lagen er inmiddels al veertig jaar, dus haar vader zou misschien gelijk krijgen met zijn voorspelling.

Ze keek naar haar vader. Hij was vijfentachtig en nog helder van geest, maar hij was gauw moe en de jaren begonnen te tellen. Af en toe sneed hij zich bijna tijdens het scheren. Hij was altijd lang geweest, maar nu liep hij voorovergebogen. De grote bril die al zo lang ze zich kon herinneren zijn handelsmerk was, zat geregeld scheef en de blik erachter was mat.

Lotta was bijna even lang als Stellan, maar verder leken ze qua uiterlijk nauwelijks op elkaar. Het haar van de vader was altijd asblond geweest, dat van de dochter zwart. Volgens Stellan was dat een erfenis van haar wilskrachtige moeder. Terwijl zijn blik gewoonlijk warm en vriendelijk was, was die van Lotta onderzoekend en sceptisch.

‘Zullen we even gaan zitten?’ vroeg Lotta, want ze had gemerkt dat haar vader nog moe was en wist dat hij dat nooit uit zichzelf zou toegeven.

Ze gingen zitten op de aftandse groene bank voor de tuinschuur. Stellan wuifde zichzelf koelte toe met een papieren bordje, dat tussen de bloemen had gelegen, en Lotta veegde het zweet van haar voorhoofd. De warmte voelde haast onnatuurlijk aan. De hele meimaand was het land al in de greep van de warmte geweest en het leek er niet op dat die in juni zou verslappen.

Hoe vaak hadden ze hier niet samen gezeten?
Hoe vaak hadden ze hier niet samen gezeten? Een bank om uit te rusten, maar met alle gereedschap binnen handbereik: hier kon je op adem komen en was je tegelijkertijd voorbereid.

Dat kon je jezelf tenminste wijsmaken.

In de schuur werd het tuinmeubilair bewaard en tuingereedschap dat al in geen jaren meer was gebruikt. Schoffels, gazonsproeiers, koperen gieters, de inmiddels vermoedelijk beschimmelde hangmat en de stokoude ligstoelen waarmee de zussen zo graag speelden toen ze klein waren. Ze lagen er al op te zonnen tussen de hopen sneeuw op de eerste voorjaarsdagen, te ‘wolken’ op bewolkte zomerdagen, speelden de hele zomer dat de ligstoelen boten waren, auto’s, vliegtuigen, ruimteraketten of steigers waar ze van af sprongen in het zogenaamde water.

Toen de zussen te groot waren voor dat soort spelletjes, verdwenen de ligstoelen in de tuinschuur, en daar hadden ze sindsdien gestaan. Papa Stellan deed er als hij in de tuin werkte stiekem dutjes op, maar het lichte gekraak van de strandstoelen dat je door de muren heen kon horen, verried wat hij aan het doen was.

Nu was de tuinschuur eerder een monument van een vervlogen tijdperk. Alleen de tuintafel werd elk jaar buiten neergezet, door tuinman Jocke, die nog steeds met de regelmaat van de klok opdook, hoewel hij lang geleden met pensioen was gegaan. Hij wilde trouwens ook niet voor zijn werk betaald krijgen. Sinds Stellan en Agneta als pasgetrouwd stel begin jaren zeventig in dit huis waren komen wonen, kwam hij elke week langs en daar was hij na zijn pensioen mee doorgegaan, zonder dat hij erom vroeg of erom werd gevraagd. Misschien had hij die vaste gewoontes nodig om niet af te takelen.

Lotta gluurde om de hoek van de schuurdeur en de warmte sloeg haar tegemoet. In de zomerwarmte was de schuur net een oven.

‘Moeten jullie dat niet eens voor dat raampje weghalen?’ zei ze terwijl ze naar het stuk multiplex wees dat tegen de achterste muur gespijkerd was. ‘We zijn geen kleine kinderen meer, de kans is klein dat wij je nog zullen bespioneren.’

‘Dat klopt, maar nu zijn er nieuwe kleine spionnen,’ zei Stellan lachend.

‘Die hebben alleen maar aandacht voor hun schermpjes.’
‘Die hebben alleen maar aandacht voor hun schermpjes.’

‘Ik zal Jocke vragen het weg te halen. Het raam kijkt uit op een prachtige koninginnenstruik, maar ik zit daar niet meer zo vaak.’

‘Helemaal niet meer, zo te zien,’ zei Lotta terwijl haar blik bleef hangen bij de roestende ligstoelen.

‘Deze is voor jou,’ zei Stellan Broman tegen zijn dochter, en hij hield een bloem voor haar neus. Elke keer als ze langskwam gaf hij haar een plant of een bloembol uit zijn tuin mee voor haar moestuintje en ze nam die telkens dankbaar aan.

‘Wat is het?’ vroeg ze.

‘Geen idee. Een teunisbloem, geloof ik. Jocke heeft hem geplant.’

‘Je geeft hem altijd de schuld.’

Lotta lachte naar haar vader.

Joachim was altijd een vanzelfsprekend deel van haar leven geweest, en hij en papa zaten vaak te kibbelen over wie de meeste plantenkennis had. Als ze eerlijk was, had ze waarschijnlijk meer van Jocke geleerd over gewassen en tuinieren dan van papa Stellan. Maar ze dacht toch met warmte terug aan haar kindertijd en haar vaders hobby, omdat hij er dan voor hen was. Dan was hij niet aan het werk, en zat het huis niet vol collega’s en vrienden. Geen grandioze feesten, geen werk, maar gewoon lekker wat rommelen in de bloembedden.

Zijn leven moest de laatste dertig jaar een heel stuk rustiger zijn geworden. Zou hij zijn oude leven missen? Om in het middelpunt van de belangstelling te staan?

Malin en zij waren door zijn werk op een bijzondere manier opgegroeid; ze hadden een jeugd gehad waar al hun vrienden jaloers op waren geweest. Zou het eigenlijk hebben uitgemaakt als papa meer thuis was geweest, als hij zich niet steeds had opgesloten in de tvkamer in het souterrain of de tuin in was gevlucht zodra hij het huis binnenstapte? Mama had immers altijd voor hen klaargestaan.

Het was zonder twijfel spannend geweest met al die bekende gezichten in huis, met alle feesten en grappen en alle volwassenen die vreemde dingen deden.

Misschien was ze zo’n introvert iemand geworden door het drukke sociale leven van haar ouders? Haar werkverslaving had ze zonder meer van haar vader, maar als ze niet aan het werk was, wilde ze het liefst alleen zijn. Dan wilde ze zich terugtrekken met een boek. Of misschien met een vriendin afspreken en wat kletsen. Eén vriendin.

Een schrille kinderkreet gaf aan dat het tijd was om naar de anderen terug te keren.
Een schrille kinderkreet gaf aan dat het tijd was om naar de anderen terug te keren.

Malin was zoals gebruikelijk binnengebleven met mama Agneta. Zij had de tuin nooit prettig gevonden. ‘Jakkes, al die wormen en pissebedden,’ klonk haar oordeel als zesjarige al, en daarvan was ze nooit afgeweken.

Donkere Lotta en blonde Malin. De knappe grote zus en het verwende prinsesje.

Als het stereotiepe kleine zusje had ze haar moeder niet geholpen met schoonmaken, inpakken of afwassen, constateerde Lotta. In plaats daarvan had ze een doos met oude kleren van zolder gehaald om naar vintage vondsten voor haar kinderen te zoeken.

‘Willen ze echt die oude kleren aan?’ vroeg Agneta.

‘Ze zijn toch prachtig?’ zei Malin, die een lichtblauw fluwelen broekpak omhooghield dat ze zelf nog had gedragen.

Malin was met haar blonde haar en donkere wenkbrauwen het evenbeeld van haar moeder. Het was duidelijk dat Agneta in haar jonge jaren een echte schoonheid was geweest, en nu ze bijna zeventig was werd ze in de stad nog regelmatig nagekeken. Al merkte ze daar zelf niets van. Zowel moeder als dochter was zo aantrekkelijk dat de mensen die ze tegenkwamen het als vanzelf goed met hen voorhadden. Alsof hun schoonheid van binnenuit kwam en hun daarom niet werd aangerekend.

Terwijl Malin en Lotta met hun ouders zaten te praten en de kinderen aan het spelen waren, hadden hun echtgenoten elkaar zoals gebruikelijk opgezocht. Iets over het werk of auto’s of een badkamerverbouwing, waarover ze in alle rust konden kletsen. Christian in een netjes gestreken overhemd en met glimmende schoenen aan zijn voeten, Petter in een korte broek en op sandalen. Ze voelden zich niet helemaal prettig in elkaars bijzijn – een zakenman en een cultuurbureaucraat –, maar geen van beiden voelde zich op zijn gemak in de buurt van de grote schoonvader, de legendarische tvpresentator, dus zochten ze elkaar op. Geen van beiden was bijzonder geïnteresseerd in de kwesties die Stellans aandacht trokken: tv in de jaren zeventig en tachtig, reizen door Europa of in hoeverre klassieke cultuur, entertainment en de verheffing van het volk met elkaar samengingen. Geen van beiden kon Schiller citeren.

Nadat ze had geconstateerd dat de zwagers niet van hun gewoonte waren afgeweken, zag Lotta dat ook de kinderen dat niet hadden gedaan. Haar eigen zoons zaten over hun mobiele telefoons gebogen en Malins twee kinderen hadden ruzie. Molly gilde dat Hugo een tennisbal tegen haar voorhoofd had gegooid en dat hij had gezegd dat ze moest koppen. De bal was tegen de muur gekaatst en later tussen twee koffiekopjes op de tafel beland.

Ze had een heleboel vergaderingen in het vooruitzicht.
Het was de hoogste tijd om haar zoons naar hun training te brengen en afscheid te nemen van Malins slechtgemanierde snotapen. Ze had een heleboel vergaderingen in het vooruitzicht, want dat kreeg je ervan als je een hele week niet op je werk verscheen. Nog een geluk dat Christian zijn eigen werktijd kon indelen en dat de kinderen de hele zomer allerlei activiteiten hadden.

‘Tijd om te gaan. Ga oma maar bedanken en trek je jas aan.’

Leo streek zijn pony opzij en liep naar zijn oma, gaf haar een hand en bedankte haar. Tegen Sixten moest ze het nog een keer zeggen, maar toen ging ook hij naar zijn oma toe om haar te bedanken.

Malin groef tussen de dingen die ze niet meer kon bekijken, propte een paar kledingstukken in een tas en zette de doos weg. Die bracht ze niet terug naar de zolder, constateerde Lotta. Ze was ervan overtuigd dat de doos met hun oude kinderkleren die haar zus had gepakt nog jaren ergens ongeopend zou blijven staan.

Lotta deed de voordeur open en liet haar zoons naar buiten. Petter pikte de hint meteen op; hij kwam de kamer binnen, bedankte zijn schoonouders, liep vervolgens naar de auto en stapte in. Ondertussen hielp Lotta Malins kinderen met hun jassen. Haar zus mocht Christian opzoeken om tegen hem te zeggen dat hij gedag moest zeggen, en vervolgens joeg Lotta iedereen naar de twee auto’s die op de oprit stonden, terwijl Malin haar moeder een knuffel gaf.

Stellan trok zich terug in zijn leesfauteuil in de woonkamer. Een veelgebruikte Pernilla-stoel. Met een beschermende geluidsmuur in de vorm van de Matthäus Passion om zich heen. John Eliot Gardiners klassieke opname uit 1988, met Barbara Bonney.

Agneta liep naar het stoepje bij de voordeur om de vertrekkende menigte uit te zwaaien. Schel telefoonrinkel doorboorde de lucht en ze zei tegen haar dochters dat ze moest gaan opnemen. Malin kon het niet laten om lachend op te merken dat haar ouders de enigen waren die ze kende die thuis nog een vaste telefoonlijn hadden. Ze beweerde dat ze haar kinderen nooit zou kunnen uitleggen wat een vaste telefoon was.

‘Het is je vader,’ zei Agneta verontschuldigend. ‘Hij wil die lijn absoluut aanhouden.’

Ze liep het huis weer in, terwijl haar jongste dochter zich bij haar wachtende gezin voegde.

Agneta liep naar de werkkamer en pakte de grote hoorn met het spiraalsnoer van de haak van een oude Dialog-telefoon met draaischijf. Ze noemde haar achternaam, zoals ze altijd deed.

‘Met Broman.’

Aan de andere kant van de lijn zei een mannenstem in gebroken Duits: ‘Geiger?’
Aan de andere kant van de lijn zei een mannenstem in gebroken Duits: ‘Geiger?’

Daar was ze al bang voor geweest.

Lieve hemel.

De kleinkinderen.

Maar ze hoorde dat buiten de auto’s werden gestart en realiseerde zich dat ze vrij weinig keus had.

Ze dacht vliegensvlug na en vervolgens antwoordde ze heel kort: ‘Ja’, en legde de hoorn op de haak.

Ze liep naar boven, de slaapkamer in, trok de la van haar nachtkastje open, schoof de gebruiksaanwijzing van de wekkerradio en de personenweegschaal opzij en haalde er een groot, zwart pistool van het merk Makarov uit, en een geluiddemper die ze erop schroefde.

Op weg terug naar de woonkamer controleerde ze vlug of er nog kogels in zaten en constateerde dat het wapen nog prima werkte, ook al was het lang niet gebruikt. Schoongemaakt en geolied was het in elk geval wel.

Ze naderde haar man schuin van achteren en zette de loop tegen zijn hoofd.

En schoot.

Bloeddruppels op het boek, dat uit Stellans hand viel. Goethes Faust, in het Duits.

Het had niet veel lawaai gemaakt, maar de knal was harder geweest dan ze had verwacht, dus voor de zekerheid liet ze het wapen zakken en liep naar het raam in de woonkamer.

Buiten leken de zussen niets te hebben opgemerkt, want ze kwamen niet weer naar binnen. Lotta liep van Malins auto naar de hare en stapte in.

Lotta keek weer naar het huis terwijl ze in de auto ging zitten; ze zag dat haar moeder naar buiten keek en zwaaide opgewekt. Malin volgde Lotta’s blik en deed hetzelfde.

Met het wapen achter haar rug zwaaide Agneta terug met haar andere hand. Haar dochters tikten tegen de achterste autoramen om aan te geven dat de kinderen nog een laatste keer moesten zwaaien. Dat deden ze, en oma lachte en bedacht dat ze met zulke heerlijke kleinkinderen toch iets goeds moest hebben gedaan.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief