leesfragment

‘Het strandhuis’ van Suzanne Vermeer

Patricia, Claire en Gemma waren vroeger vriendinnen, totdat het contact van de ene op de andere dag werd verbroken. Voorgoed.  Maar dan zet een reeks vreemde gebeurtenissen de afspraken van vroeger op scherp. De vondst van een lichaam. Een stem uit het verleden. Iemand stalkt de vrouwen en ze denken te weten wie het is. Maar dat is niet mogelijk. Dat weten ze zeker…

Lees hier alvast een fragment van de allernieuwste Suzanne Vermeer: Het strandhuis!

Er hangt een waterig zonnetje als Teresa naar het Spanderswoud rijdt. Ze heeft haar kantooroutfit voor haar vertrek omgeruild voor de hardloopkleding die ze altijd in haar auto heeft liggen.

Ze parkeert op het Noordereinde, stopt haar lange blonde krullen onder een baseballcap en trekt de klep zo ver mogelijk naar beneden om haar gezicht te verbergen. Vervolgens steekt ze via de Spanderslaan door naar het wandelbos achter het landhuis.

Over een slingerend pad dat langs een kronkelig riviertje loopt wandelt ze richting het oude scoutingterrein en na enkele kilometers bereikt ze het rood-witte afzetlint. Verderop, waar recent nog een oude loods stond, is er een enorme bedrijvigheid.

Ze hurkt achter een dikke boom en slaat het tafereel gaande.

Mensen in witte pakken met slofjes om hun schoenen lopen via een witte tent de loods, of wat er nog van over is, in en uit.

Hun gezichten zijn grotendeels verborgen achter paarse mondkappen, hun handen gehuld in paarse steriele handschoenen.

Uit haar rugzakje haalt ze haar camera tevoorschijn en ze begint foto’s te maken en een paar korte filmpjes. Het is lastig om goede plaatjes te schieten vanuit haar positie, maar het is beter dan niets – ze zal de eerste zijn die beelden heeft. Als ze voldoende materiaal heeft, vervangt ze haar SD-kaart door een ander, leeg exemplaar. De kaart waar de foto’s en filmpjes op staan, stopt ze in haar bh. Het is haar een keer gebeurd dat haar foto’s zijn afgenomen op een plaats delict en dat is een keer te veel. Langzaam komt ze omhoog uit haar gehurkte positie en kruipt nonchalant en zelfverzekerd onder het afzetlint door.

Het duurt niet lang voordat ze wordt opgemerkt.

‘Hé, u mag hier niet komen. Hebt u de afzetting niet gezien?’
‘Hé, u mag hier niet komen. Hebt u de afzetting niet gezien?’

Een politieman komt op haar aflopen. Hij houdt zijn handen op zijn koppel, waar onder andere handboeien, een pepperspray en zijn dienstwapen aan hangen. Zwarte krullen piepen onder zijn donkerblauwe cap met geel politielogo uit. Net als de mensen van de technische recherche draagt hij hoesjes over zijn schoenen en latex handschoenen.

In plaats van om te draaien zet Teresa juist een extra stap in zijn richting, haar ogen gebiologeerd op de loods achter hem gericht.

‘Kom, wegwezen. We zijn hier bezig met sporenonderzoek en u vervuilt de plaats delict.’

‘Plaats delict? Is er iets ergs gebeurd?’ houdt ze zich van de domme. ‘Is er… is er een moord gepleegd? Die mannen in witte pakken, dat is niet goed, hè? Die zie je ook altijd in van die detectiveseries. O mijn god.’ Theatraal slaat ze haar hand voor haar mond.

‘U loopt nu met me mee tot achter het afzetlint en dan wil ik uw legitimatie zien.’

De politieman komt verder op haar aflopen en drijft haar naar achteren. Gewillig laat ze zich meevoeren en neemt de rol van de naïeve voorbijganger aan.

‘Ik was gewoon aan het joggen, ik loop hier wel vaker.’ Ze steekt haar handen in de lucht om aan te geven dat ze het ook niet kan helpen, maar de politieman is niet onder de indruk.

Hij legt zijn hand tegen haar onderrug en duwt haar richting de afzetting, waarna hij het rood-witte lint voor haar omhooghoudt zodat ze eronderdoor kan lopen. In plaats van zelf achter het lint te blijven te staan, volgt hij haar echter.

Teresa knikt met haar hoofd naar rechts en loopt vastberaden richting een partij hoge struiken. Ze verdwijnt erachter en het duurt niet lang voordat de politieman naast haar staat.

Volledig uit het zicht van zijn collega’s. Teresa pakt zijn cap en zet hem achterstevoren op zijn hoofd. Haar eigen pet zet ze af.

Haar haren vallen in een golvende weelderige massa over haar schouders. Terwijl de agent een blonde streng om zijn vinger windt, legt ze haar hand in zijn nek en trekt hem naar zich toe totdat zijn lippen de hare bijna raken. Zo plotseling als ze hem vastpakt, laat ze hem ook weer los. Legt haar handen tegen zijn borst en duwt hem een stukje bij haar vandaan. Hij zucht.

‘Je weet dat ik niks voor niks doe, schatje. Als je meer wilt, dan moet je ook meer geven. Een appje alleen is niet genoeg. Dat is de deal.’

‘Heeft iemand je gezien?’

Vertel eens, wat hebben jullie gevonden?
‘Nee, dat denk ik niet. Iedereen was nogal druk met zijn eigen zaakjes. Vertel eens, wat hebben jullie gevonden?’

‘Kom je vanavond langs?’

‘Dat is geen antwoord op mijn vraag. Je moet me eerst verdienen, Bas.’

‘Je maakt me helemaal gek, Teresa, weet je dat?’

‘Geef me de informatie die ik wil en ik maak je nog gekker.’

‘Vanavond?’

‘Vanavond.’

‘Oké.’ Hij kijkt schichtig om zich heen om zeker te weten dat hij veilig kan praten. ‘Je moet me opvoeren als anonieme bron en je mag me niet quoten.’

Teresa knikt instemmend en trekt een aantekenblokje en een pen uit haar broekzak. ‘Vertel, wat hebben jullie gevonden?’

‘Je hebt die loods gezien, hè?’

‘Ja. Die staat toch op het oude scoutingterrein?’

‘Klopt. Het terrein is onlangs verkocht aan Natuurmonumenten. Na dat incident op het zomerkamp was die scoutingclub niet levensvatbaar meer.’

‘Wat was het ook alweer? Iets met een uit de hand gelopen ontgroening, toch?’

‘Ja, en door alle negatieve publiciteit liep het ledenaantal van de scoutingclub razendsnel terug, tot ze uiteindelijk niet meer levensvatbaar waren. Die plek is besmet. Natuurmonumenten wilde het terrein graag kopen omdat ze hier op het landgoed al het gros van de parkbossen, de tuinen en de bijbehorende gebouwen onderhouden. Nu ze het scoutingterrein ook in hun bezit hebben, zijn ze begonnen om de loods af te breken.’

Hij zwijgt en even lijkt het erop dat hij uitverteld is. Teresa kijkt hem vragend aan. ‘En?’

‘Bij het verwijderen van de vloer zijn ze op botten gestuit.’
‘Bij het verwijderen van de vloer zijn ze op botten gestuit.’

‘Menselijke?’

‘Dat lijkt er wel op. Ze zijn het skelet nu aan het veiligstellen.’

‘Maar het is dus nog niet zeker of het om menselijke resten gaat?’

‘Officieel niet, officieus durf ik te zeggen van wel.’

‘Man of vrouw?’

‘Weet ik niet. Dat zal hopelijk later duidelijk worden, als ze het skelet nader onderzoeken. De technische recherche is nu bezig.’

‘De vloer waar de botresten onder zijn gevonden was van beton, neem ik aan?’

‘Nee, van stoeptegels. Degene die het lichaam daar begraven heeft, heeft zonder al te veel moeite een paar meter aan tegels weg kunnen halen, een graf kunnen graven en er weer een keurig stoepje overheen kunnen leggen.’

‘Dat is natuurlijk nog de vraag. Je weet niet hoe lang dat skelet daar al ligt. Misschien was het skelet er eerder dan het stoepje? Heeft iemand daar een lichaam begraven voordat die loods er stond?’

‘Je bedoelt dat die loods en de stoeptegelvloer er later overheen zijn geplaatst door de scouting zonder dat ze wisten dat er wat onder lag?’

‘Heel goed, Einstein. Dat zou toch kunnen, wat ik zeg? Ik neem aan dat jullie de leeftijd van de botten op de een of andere manier aardig nauwkeurig kunnen bepalen. Dan is de vraag: wat was er eerder, de loods of de botten?’

‘Ik moet toegeven dat dat een interessante vraag is. Die zal ik zeker inbrengen in de teambespreking.’

‘Je had hier zelf toch ook wel aan gedacht?’

‘Ik zat zelf meer te denken in de richting van de eerste theorie die ik je heb verteld.’

‘Je moet echt eens wat doen aan die tunnelvisie van je, Bas.

Maar ik weet het goed gemaakt. Laten we elkaar een beetje helpen.’

‘Ik wil jou heel graag helpen,’ fluistert hij in haar oor.
Hij gaat tegen haar aan staan en legt zijn handen op haar billen. ‘Ik wil jou heel graag helpen,’ fluistert hij in haar oor.

Ze duwt hem weg. ‘Niet op die manier. Ik bedoel het zakelijk.

Jij vertelt mij alles over de zaak en dan denk ik met je mee zodat je af en toe wat slims kunt roepen in die teambesprekingen van je.’

‘Ben je me nou aan het beledigen? Denk je dat ik dom ben of zo?’

‘Nee, nee, zo bedoel ik het helemaal niet. Ik kan gewoon een frisse blik op de zaak werpen vanuit mijn expertise. Als we jouw visie en de mijne bundelen, dan kunnen daar mooie dingen uit ontstaan, denk je niet? Jij krijgt de credits op je werk en ik kan mijn baas weer een tijdje tevreden houden met een paar mooie artikelen.’

‘Als je het zo bedoelt…’

‘Zo bedoel ik het.’

‘Je vraagt me dus eigenlijk om ver buiten mijn boekje te gaan? Als iemand er ooit achter komt dan kan ik wel fluiten naar mijn baan.’

‘Kom op, Bas, wie waagt, die wint. Van mij zal niemand wat horen. Bronbescherming is heilig voor mij.’

‘En is er dan na dat zakelijke ook nog wat ruimte voor privé?’

‘Werk gaat voor het meisje, maar na het werk blijft het meisje misschien nog wel even hangen.’

‘Zie ik je vanavond?’

Ze knipoogt naar hem.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief