nieuws

Hoe je een plant van je laat houden

Maak kennis met Summer Rayne Oakes: ze is milieuwetenschapper, ondernemer en (volgens een New York Times-profiel) hét icoon voor een generatie die de natuur naar binnen wil brengen. In haar appartement in Brooklyn heeft ze namelijk meer dan 1.000 kamerplanten van meer dan 500 soorten! Toch spendeert ze per maar ongeveer een halfuur per dag aan haar planten, een activiteit die ze omschrijft als ‘bewegende meditatie’. Ze vertelt er meer over in Hoe je een plant van je laat houden.

Hoe laat je een plant van je houden

Hoe je een plant van je laat houden is geen interieurboek over het ophangen van klimop aan de vensterbank. Het gaat over de echte redenen waarom het goed voor je is om planten naar binnen te brengen. Dit boek verbindt alle bekende voordelen van het verzorgen van planten (lagere bloeddruk, minder stress, schonere lucht) met een groter, minder voor de hand liggend voordeel. Het zorgen voor andere levende wezens voorkomt dat we vast komen te zitten in ons hoofd. In kleurrijke verhalen over het verborgen leven van onze planten laat Summer Rayne zien hoe onze groene vrienden kunnen dienen als poort tot een beter leven.

Plant Shop Pub Crawl

Summer Rayne heeft een internationale actie opgezet: de Plant Shop Pub Crawl. Meer dan 100 plantenwinkels, verspreid over 10+ landen, doen mee met deze ‘Crawl’. Wat houdt het in? Als je met een exemplaar van Hoe je een plant van je laat houden naar een deelnemende plantenwinkel gaat, ontvang je 15% korting op een plant. Ontdek hier welke winkels onderdeel zijn van de actie.

In de pers

Ben je benieuwd naar concrete plantentips? VRTnws sprak met Summer Rayne en vroeg naar haar beste adviezen.

Dat de plantenmicrobe ook in Vlaanderen zijn weg vindt, las je afgelopen weekend in DM Magazine (ook beschikbaar online).

Een fragment

Al jarenlang wilde ik een boek over planten schrijven. Ik bracht een groot deel van mijn jeugd in de buitenlucht door. In het voorjaar en de zomer rende ik door het timoteegras (Phleum pratense), dat wij trouwens kietel-jekont-gras noemden, en aan het eind van de dag zaten mijn bruine benen vaak onder de schuimvlokken van spuugbeestjes en de rode striemen van het silicium uit de stengels van het rietzwenkgras (Festuca arundinacea) en Engels raaigras (Lolium perenne).
In de koelere herfstmaanden genoot ik met volle teugen van de scharlakenrode, diepbruine en met goud doorschoten bladeren die het landschap omtoverden. In de winter groef ik met mijn wanten albasten sneeuwbrokken op en zag tot mijn verbijstering dan soms smaragdgroene mossen die zich in een soort knusse iglo’s op de bodem hadden genesteld.
Het is lastig in woorden te vatten hoe vol leven ik me voel te midden van de fijnmazige details en raadselachtige wonderen van de natuur. Ik heb een groot deel van mijn werkend leven besteed aan het herstellen van de band tussen mens en natuur. Op een zeker moment belandde ik daardoor in New York, waar ik mijn insectennet en wandelschoenen aan de wilgen hing en het leven dat ik tot dan toe gewend was min of meer moest opgeven. Ik was daartoe bereid omdat ik wilde kijken of ik kon helpen Stadsbewoners weer in contact te brengen met hun natuurlijke omgeving via alledaagse consumptieproducten als voeding, kleding en cosmetica, en via allerlei doodgewone handelingen als het bereiden en eten van lokaal geproduceerd voedsel (waarover later meer). Omdat ik niet meer gewoon de achterdeur uit kon lopen en dan meteen in de natuur was ondergedompeld, moest ik een manier vinden om de natuur naar mij toe te halen. Ik moest leren hoe ik van mijn woning, mijn sociaal netwerk en mijn directe stadsomgeving een groen plekje kon maken. Dat hield in dat ik in een totaal andere context een totaal andere verbintenis met planten moest zien op te bouwen.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief