interview

Jaren van de Olifant, om stil van te worden

Toen Willy Linthout in 2007 Jaren van de olifant publiceerde, werd het stil in de stripwereld. De auteur die tot dan toe bekend was van de van de pot gerukte Urbanusreeks, had in de aangrijpende graphic novel het verdriet en het gemis om de zelfdoding van zijn enige zoon Sam verwerkt. Het boek werd onder andere gepubliceerd in het Engels – met een nominatie voor de Eisner Awards – en ook in het Frans en het Spaans, en in 2009 kreeg Linthout De Bronzen Adhemar, de belangrijkste stripprijs in Vlaanderen.

Willy, binnenkort verschijnt er een heruitgave van jouw fel bejubelde boek Jaren van de Olifant, maar niet zomaar een heruitgave. Je schreef en tekende veertig pagina’s extra en je gaf, samen met je therapeute, een heel exhaustief interview. In al zijn eerlijkheid en emotionele heftigheid leek de vorige editie een sluitend geheel te vormen. Is Jaren van de Olifant de weergave van een continu proces van verwerking?

Willy Linthout: Dat is het zeker. En het is ook zo dat ik graag nog een keer dichter bij mijn overleden zoon Sam had willen staan. Door die pagina’s te tekenen lukte dat. Het deed deugd en het gaf me een goed gevoel.

Je stond het afgelopen jaar creatief op een belangrijk moment in je leven. De Urbanusreeks werd afgesloten met een allerlaatste album, maar meteen werd aangekondigd dat je met een nieuwe serie startte, De Familie Super, en dat je ook werkt aan de graphic novel Gelukkig worden in 8 ½ stappen. Is het toeval dat er nu een nieuw hoofdstuk bij Jaren van de Olifant geschreven wordt?

Echt toeval is dit niet. Ik had het voorstel al een jaar geleden aangekaart bij mijn uitgever Hélène Veragten en die was meteen enthousiast. Het is wel zo dat ik een beetje bang ben voor het zwarte gat. Dat is een van de redenen waarom ik nu zo druk bezig ben met meerdere nieuwe strips. Maar ik ben blij dat ik afscheid genomen heb van de Urbanusstrip. Nieuwe uitdagingen hebben te lang op zich laten wachten. Maar dat ligt volledig aan mezelf.

De kloof in het appartement van de hoofdpersonages Karel en Simone stond symbool voor de scheiding tussen man en vrouw, nu lijkt ze ook een soort vergeetput voor mooie en leuke dingen: een mosselsouper, pintjes, de foto’s van Wannes, de dichtbundels…? Bewust?

Niet zo bewust! Ik laat Karel gewoon alles wat hij kwijt wil in die put gooien. Dat is makkelijk, en eens het in die put zit, hoef ik het allemaal niet meer te tekenen! Haha. Enerzijds zou ik iedereen zo’n vergeetput aanraden, midden in de living. Een put is handig, maar een kloof is dat dan weer zeker niet.

Je deed het interview voor deze uitgebreide editie samen met je therapeute Isabelle Demets. Hoe belangrijk is ze voor de graphic novel geweest? Voor jou persoonlijk?

Isabelle is sinds een aantal jaren mijn therapeute. Vroeger had ik iemand anders. Isabelle is er bijgekomen in de jaren erna. In Amerika heeft iedereen zijn eigen therapeut. Dat is misschien wat overdreven, maar toch zouden er meer mensen de weg moeten vinden naar persoonlijke hulp. Hier moeten mensen nog steeds allerlei drempels over voor ze hulp zoeken en dat is heel jammer.

‘Jaren van de Olifant gaat over eenzaamheid’, zeg je in het interview. Hoe gaat Karel om met die eenzaamheid? En Willy Linthout?

Hoe Karel omgaat met de eenzaamheid vertel ik in het boek. (Hoop ik.) Ikzelf probeer gewoon op tijd buiten te komen. Eens gaan eten, iets gaan drinken, stripwinkels bezoeken … Een zinnig gesprek voeren … Eigenlijk zijn het allemaal lapmiddelen, maar wat moet je doen? Ach, als je gewond bent, kleef je een pleister op de wonde. Maar je gaat wel door. En je probeert je op andere dingen te concentreren dan je wonde. ¢

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief