nieuws

Leesfragment: ‘Binnenin beginnen’ van Els Heene

0

Niemand ervaart alleen de mooie kanten van het leven. Maar wat betekent dat, verandering met behulp van therapie? In Binnenin beginnen neemt psychotherapeute Els Heene ons mee achter de schermen van haar praktijk.

Via schaamteloos eerlijk weergegeven gesprekken met cliënten over zaken die elders onbespreekbaar of toegedekt waren, brengt psychotherapeute Els Heene verhalen als spiegels die doen nadenken over het leven, de liefde en de dood, altijd met humor als tegenwicht.

Lees hier alvast een van de verhalen uit het boek!

CELESTE

Never go in search of love, Go in search of life,
and life will find you the love you seek.
– Atticus

Ze zat een beetje weggedoken in zichzelf tegenover mij. Het leven van deze verwarde dertiger had grotendeels een stijgende lijn gevolgd: opgegroeid in een warm nest, succesvol in studies en snel een vaste baan. Ze was prettig in de omgang, leuk om naar te kijken, met de juiste dingen en achtergrond in haar leven. En daar trok hij plots de stekker uit. Zomaar. De grond werd onder haar voeten weggemaaid.

Ze zuchtte diep. ‘Waarover gaat het dan in godsnaam, in relaties?’

Er kwam een blos op haar wangen.

‘En kan jij me alsjeblief zeggen wat is er mis met mij?’

Toen begon ze te huilen. Haar diepe droefheid kon niet anders dan recht naar mijn hart gaan. Ze ging gebukt onder twijfel. Aan zichzelf, aan hem, de toekomst. Hij haalde genadeloos al haar dromen omlaag en zij werd ongevoelig voor enig teken dat ze nog waardevol was.

Het eerste wat ik dacht, was dat er helemaal niets mis leek met haar. We hebben allemaal, al minstens één keer in ons leven, geleden onder een gebroken hart.

Als het in de Liefde misgaat, voelt het gekmakend en zenuwslopend, afgewisseld met wanhoop, ongeduld en vertwijfeling.

Niemand van ons wordt alleen geboren. Misschien vergeten we dit ook nooit. Verbondenheid maakt dat we ons gelukkig voelen. En in een wereld die hard en oncontroleerbaar kan zijn, is het heerlijk om op iemand te kunnen terugvallen. Datgene wat zo fijn voelt, kan ook een gevoel van angst met zich meebrengen. Wat als hij of zij je opeens niet meer zo leuk vindt?

Afkicken van verliefdheid is een proces dat doorgaans een tijdje kan duren. Het pijncentrum in ons brein wordt actief, net zoals bij fysieke pijn, met een ontwenning die even voelbaar is als bij verslaving. Dat voelt zo heftig dat onze hersenen tevergeefs op zoek gaan naar een even complexe verklaring. Maar die is er meestal niet. En onze plaat blijft hangen in de ‘had ik maar’- of ‘wat als’ bedenkingen, als een passief-agressieve repetitieve Spotify Playlist in ons hoofd. Als het in de Liefde misgaat, voelt het gekmakend en zenuwslopend, afgewisseld met wanhoop, ongeduld en vertwijfeling.

Haar leven werd volledig bepaald door zijn gedrag. En het feit dat ze niet kon loskomen van hem, zag zij als bewijs dat ze veel van hem hield. Ik vertelde haar dat het niet zou blijven zoals het nu was. Dat ze hierbij toch gedeeltelijk een keuze had, nu al. En dat we allemaal, bij het afkicken van een relatie, afhankelijkheid vaak verwarren met liefde. Grote tranen welden uit haar ogen, neerwaarts vloeiend in mascarakunstwerkjes op haar wangen.

Het gesprek liet me niet los. Haar onmacht en totale ontreddering bleven me bij. In de volgende sessies kwamen we veel te weten over haar relationele voorgeschiedenis en interpersoonlijke gedrag. Haar tank van eigenliefde stond al jarenlang leeg, waarbij ze keer op keer verliefd werd op een man die haar niet echt wilde. Het verlangen naar een onbereikbaar iemand wakkerde haar energie en vrouwelijkheid aan. En als die man bereikbaar werd, ging de hemelpoort tijdelijk voor haar open. Wees hij haar af, dan daalde zij af naar de hel. Om vervolgens met hernieuwde kracht te gaan verleiden, vleien en vastklampen. Zonder afwijzing geen strijd! En zonder strijd geen kans op een zoete overwinning met Heilige Liefdesgraal!

Ze voelde zich altijd al beschadigd in haar zelfgevoel. Ze wist niet goed waarom. Ze vertelde dat ze als kind vaak lag te staren naar haar slaapkamerdeur, met één groot verlangen: dat iemand de deur zou openen om haar mee te nemen. Naar een leven waarin er eindelijk iets te gebeuren stond! Ze had toen al het gevoel niemand te zijn en niets te hebben. Het deed haar vluchten in activiteiten waarin ze krampachtig op zoek ging naar iets wat ze niet vond.

Zolang ze zichzelf niet beter leerde kennen, plakte ze oppervlakkig een pleister op haar wonde. Verliefdheid werd een noodoplossing. Een krachtige maar voorspelbare vluchtroute, met beperkte levensduur. Het afwenden van gevaar begint echter bij het herkennen ervan, wat dus ook geldt voor de partnerkeuze. En dat is tegelijk de valkuil van de eenvoud: we hebben van nature toch ook niet altijd zin in de gezonde keuzes zoals sport of een appel?

Dit keer had ze nochtans wel geloofd dat hij De Ware was, het ultieme antwoord op al haar onvervulde wensen.

Dit keer had ze nochtans wel geloofd dat hij De Ware was, het ultieme antwoord op al haar onvervulde wensen. Ze hadden al vanaf het begin zo’n sterke passionele binding, dit kon toch niet anders dan voor altijd zijn? Seks als dagelijkse routine en roesmiddel. Het maakte haar zelftwijfel zo stil. Haar denken werd even uitgeschakeld. Er was alleen gevoel. Ondertussen had ze geen besef van de emotionele strijd die in haar bleef woeden. En toen werd ze ineens gedumpt. Ze haatte hem, maar zichzelf nog meer. Omdat ze hem niet kon loslaten en bleef terugkeren.

Ze probeerde hem aanvankelijk terug te winnen. Door hem te benaderen, eerst voorzichtig, met berichten. Toen hij daar niet op reageerde, had ze hem opgebeld, ontelbaar vele malen. Ze kon hem vast nog tot inkeer brengen als ze gewoon maar even de kans kreeg om met hem praten? Hij hield nog van haar, dat kon toch niet anders? Er volgden lange ingesproken emotionele monologen. Op alle mogelijke momenten, in alle richtingen.

‘Waarom blijf ik mezelf zo pijnigen?’ vroeg ze. ‘Begrijp jij dit? Het is toch liefde wat ik voel?’

De crisis waarin een verlaten partner terechtkomt, heeft stadia die te vergelijken zijn met die van de crisis van een klein kind dat ineens verlaten wordt: eerst woede, dan verdriet en vervolgens een soort fatalistische onverschilligheid. Hevig huilen gevolgd door uitgeputte kalmte.

Haar stem werd monotoon. Haar ogen kregen een glazige leegte. ‘Ik ben hem gisteren gevolgd, de ganse dag. Volgens mij had hij dit wel door. Hij zag er niet goed uit alleszins. Precies onrustig.’

‘En wat deed dat met jou?’ vroeg ik. ‘Je was hem al een tijdje aan het controleren, ook toen jullie nog samen waren. Heeft het jou nu wel enige rust gebracht?’

‘Natuurlijk niet. Maar ik voel me toch al ellendig. En ook al krijg ik hem hiermee niet terug, ik wil hem laten voelen dat hij er niet zomaar mee wegkomt. En ik wil dat hij naar me kijkt en zegt: “Ik heb je nodig.”’

Ik voelde een lichte schok door me heen gaan. Wat was ze nog meer van plan? Terwijl ze sprak zag ik nog iets anders. Niet alleen onrust, maar ook een zweem van trots. Alsof ze dacht: dit ben ik ook. Dat heb ik toch maar mooi gedaan. Beter iets voelen dan niets voelen! En hoewel de motivatie voor haar gedrag grotendeels onbewust was, moest ze zich tot op zekere hoogte realiseren wat er kon mislopen?

En eigenlijk zou het zo moeten zijn: hoe heftiger jouw reactie, hoe meer het tot mensen zou moeten doordringen hoe erg het met je gesteld is. Maar de realiteit lijkt omgekeerd.

Ik zei: ‘Ik denk dat het nogal eens gebeurt dat jij wanhopig aandacht probeert te krijgen voor wat je nodig hebt maar het tegendeel krijgt als resultaat. Iemand anders ervaart jou op zulke momenten als te veel, te heftig, en trekt zich dan nog meer terug. En eigenlijk zou het zo moeten zijn: hoe heftiger jouw reactie, hoe meer het tot mensen zou moeten doordringen hoe erg het met je gesteld is. Maar de realiteit lijkt omgekeerd: hoe heftiger je actie, des te minder reactie! Herken je dit?’

PATS. BOEM. PATAT. Ze beet op haar lip, zei niets meer. Ik zag amper nog dat ze ademde, zo stil zat ze nu, voor zich uit te staren. Toen gebeurde er iets. Eerst een golfje tristesse. Ze begon stilletjes te huilen. Ik reikte haar een zakdoek aan. En toen, onmiskenbaar, een vloedgolf aan paniek. Ik ondernam een gedurfde interventie en benoemde wat ik meende te zien: ‘zoveel angst’.

Ze lachte zuur en gaf toe dat ik er niet ver naast zat. ‘Ik weet niet wie ik ben. Ik zeg dat ik hem haat, maar ik weet dat dat niet waar is. Het doet zo’n pijn omdat…’ Het was aan haar te zien dat de volgende woorden moeilijk zouden zijn… ‘Omdat ik dan helemaal alleen ben.’ Diepe zucht. ‘Denk je dat het ooit nog goedkomt met mij?’

Daar had ik zitten op wachten: zelfinzicht, als een begin van een route naar zichzelf. Zich vastklampend aan verkeerde keuzes werd ze zelf de ‘foute’ partner. Wat ze hem verweet, deed ze zelf. En wie wordt vooral verliefd op iemand met een bindingsprobleem? Inderdaad, iemand met een bindingsprobleem.

‘Jouw vraag is van meer betekenis dan het antwoord’, zei ik. ‘En het gaat niet over wat ik denk. Mijn taak is te helpen ontdekken hoe jij over jezelf denkt. En als jou dat niet bevalt, kijken we hoe we dat kunnen veranderen. En het gaat ook niet zozeer over hem, als wel over jou.’

Ze liet zich tegen de rugleuning vallen en maakte met haar vingers een kooi. Toen kwam er een openhartig lachje, alsof ze door mijn ogen naar zichzelf keek en zich oprecht verwonderde.

Ze begon stilaan te begrijpen dat deze angst de angst was van het kind in haar, bang om haar eigen leven mis te lopen. Maar in plaats van de confrontatie aan te gaan met zichzelf schoof ze alles voor zich uit. Door zich bezig te houden met hem kon ze haar gevoelens ten opzichte van zichzelf bedwingen. Als een kurk op haar woedefles. En wat hij te weinig had, kreeg zij te veel: te veel schuldgevoel en inleving, te veel gericht op de ander, op contact en bevestiging. En dat laatste kreeg ze nooit genoeg. Zonder hem had ze een onbeduidend bestaan. Een stompzinnige job, te angstig om iets beters te zoeken. Ze walgde van haar eigen lafheid. Deze vrouw zat opgesloten in zichzelf. Ze kon niet bij haar eigen waarheid. Een en al emotie aan de buitenkant, maar aan de binnenkant vooral leeg en eenzaam. Met een dramatische kijk op zichzelf en de wereld.

Haar therapie werd een soort van emotionele striptease.

Haar therapie werd een soort van emotionele striptease – laag na laag gooide ze weerstanden af. Ze leerde innerlijk angst te ervaren zonder compleet gedesoriënteerd te raken. Geluk maakte haar bang; dat kon maar in kleine porties worden toegediend. Het werd voor haar steeds duidelijker wat ze nodig had: gewoon meer doen wat ze vermeed, en zelf haar slaapkamerdeur af en toe opentrekken. Ze zocht naar de plannen waarmee ze geboren was, waarvan ze haar best had gedaan om het bestaan te vergeten. Die momenten, voor elke ontdekking, waren telkens ongelofelijk intens.

Ze leerde zich losgooien zonder zich te verliezen. In haar werk, haar schrijven, op een podium. En haar eigenzinnige gevoel voor humor scheen overal door. Ondertussen is er een nieuwe angst in de plaats gekomen. Die zet zijn klauwen met enige regelmaat in haar nek. Wringt haar binnenkant uit, alsof het alle eigenliefde uit haar wil persen. Ze weet hoe ze aantrekkelijk moet zijn, hoe ze iemand naar haar kan doen verlangen, maar niet hoe ze zelf echt kan verlangen. Dat maakt haar bang. En toch is ze opnieuw verliefd geworden. Voorzichtig. Niet op een explosieve cowboy of excentrieke einzelgänger, maar op een kwetsbare, menselijke man. Van vlees en bloed. Met kwaliteiten en kwaaltjes.

‘Wat als ik dit echt niet kan?’ vroeg ze aan mij.

‘Het zit in je,’ antwoordde ik, ‘je hebt het al. En als het je niets zou kunnen schelen, zou je ook niet bang zijn. Verlangen en angst horen bij elkaar, er staat niet “maar” tussen maar “en”.’

Ze snikte. ‘Ik heb het gevoel dat ik hier voortdurend in herhaling val. En dat ik er geen zak aan doe om iets te veranderen. Je zou beter tegen me zeggen dat ik hier nooit meer mag terugkomen!’

‘Je mag hier nooit meer terugkomen.’

Ze snoot haar neus. ‘Bedankt, dat had ik even nodig. Tot over twee weken?’

‘Zeker weten.’

We kijken elkaar aan en schieten in de lach. We kunnen niet anders dan de angst verdragen. Alleen en met elkaar. En met humor. Aan uitgesteld leven doet ze alleszins veel minder. En het enige wat mis was met haar, was haar geloof dat er iets mis was met haar. Om gelukkig te worden moest ze eerst weten hoeveel geluk ze zichzelf gunde. Toen ze besloot dat ze min of meer volledig was, was ze niet meer de vrouw die dacht iemand nodig hebben om zichzelf aan te vullen. En ze moest van de leugen af dat haar leven altijd eenvoudig kon zijn.

Soms vinden we wat we zoeken als we stoppen met zoeken. Of ons door het leven laten vinden. En door de anderen laten zijn zoals ze zijn. Dat zijn ze toch al.

Meer info?

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief