nieuws

LEESFRAGMENT: ‘Cupido’ van Kristiaan Vandenbussche

0

Over exact een week is het Valentijn, de meest romantische dag van het jaar. Of je nu van plan bent om het te vieren of om het helemaal aan je voorbij te laten gaan, een goed boek komt altijd van pas! Speciaal daarom delen we een leesfragment uit de spannende pageturner Cupido van strafpleiter Kristiaan Vandenbussche.

1 – Pantani

 30 april 1998, 13.30 uur

De straffe tegenwind scheurde het peloton in stukken. Er ontsnapte een groepje van zes. Bernard, bijgenaamd de rosse van Gent, sprong mee. Alsof hij zich Marco Pantani voelde in zijn bolletjestrui en met een bandana rond zijn hoofd klampte hij aan en nam euforisch de leiding over. Hij riep iets onverstaanbaars en plaatste een jump. Seppe stoof erachteraan.

De rosse keek opgefokt onder zijn oksel achterom en schakelde een versnelling hoger om hem af te schudden. Hij begon met zijn fiets aan een steile klim. Zwalpend week hij steeds meer af van zijn lijn. Toen hij afgepeigerd de top bereikte, was zijn voorsprong flink geslonken. Zijn gezicht was rood aangelopen, bijna zo rood als zijn paardenstaart.

Puffend begon hij aan de afdaling. Met een zegegebaar liet hij zich uitlopen, sneller en sneller, zijn armen gestrekt in de lucht. Hij duwde op de trappers en lachte verdwaasd.

Vanuit een volgwagen riep een begeleider de rosse toe, maar die hoorde niets en sperde zijn ogen wijd open. Zijn wielen daverden ongecontroleerd over het wegdek en zijn stuur trilde in zijn handen. Hij naderde in volle vaart de voet van de heuvel, en daar was een kruispunt. Er kwam een truck aangereden op de voorrangsweg, maar de rosse sloeg geen acht op het aankomend verkeer.

‘Stop!’ waarschuwde de begeleider. ‘Stop dan toch!’

De rosse minderde geen snelheid. Hij negeerde de stopmarkeringen en stak zonder te kijken over. Luid claxonnerend ging de chauffeur van de truck vol in de remmen staan, waardoor de wagen naar links trok en over de rijbaan gleed. De begeleider schreeuwde opnieuw, nu van schrik.

Er klonk een oorverdovende klap.

Er klonk een oorverdovende klap. De rosse belandde met een smak tegen de bumper van de vrachtwagen en werd meters meegesleurd. De truck kwam tot stilstand tegen een boom en vatte vlam aan de rechterzijde. De rosse bleef roerloos op het wegdek liggen. Zijn linkerarm lag in een onnatuurlijke houding, die moest op diverse plaatsen gebroken zijn. Er liep bloed uit zijn neus. Zijn fiets lag verfrommeld midden op de weg. Zijn drinkbus rolde naar de rand, vlak bij de berm waar Seppe en Miel stonden.

Ze staarden met open mond naar de rosse en de brandende vrachtwagen op de weg. Jeroen, gekleed in de Franse driekleur, en Joris, in de kanariegele tricot van de Tour de France, arriveerden iets later.

De vrachtwagenchauffeur probeerde het vuur te doven met een brandblusser. De begeleiders die waren meegefietst gooiden hun fietsen langs de kant en liepen naar het slachtoffer. De groep jongeren stond angstig stil. Dat overkwam de woelige bende delinquenten niet vaak. Normaal zetten ze de jeugdinstelling van Ruiselede dagelijks op stelten.

Klaas, die vanaf het begin in de achterhoede had gereden, kwam uitgeput en als laatste aan. Hij bleef helemaal achteraan op het fietspad staan. Het beeld van de verminkte rosse en het bloed op de grond deden hem onmiddellijk terugdenken aan de tragische avond van vijf jaar geleden toen hij zijn moeder volledig onder het bloed in de living had aangetroffen.

Ze had meerdere steekwonden en lag onbeweeglijk op de grond. Zijn vader, Roger Vertongen, zei dat hij moest doen alsof hij niets had gezien, en hing later een volledig ander verhaal op tegen de politie. Hij beweerde samen met zijn vrouw te zijn neergestoken en bewusteloos geslagen door twee mannen, zogenaamde krakers onder invloed van drugs. Roger legde uit hoe hij, nadat de aanvallers gevlucht waren, tevergeefs mond-op-mondbeademing had toegepast en huilend de hulpdiensten had gebeld.

Hij beschreef de twee aanvallers nauwkeurig, maar van hun aanwezigheid werden nergens aanwijzingen gevonden. De politie vertrouwde zijn verhaal niet. Toen Klaas hun vertelde dat hij wakker was geworden omdat hij moeder had horen roepen en dat hij geen andere personen in de woning had gezien, werd Roger gearresteerd.

Steeds opnieuw keerde het levenloze gelaat van zijn moeder terug in zijn dromen.

Steeds opnieuw keerde het levenloze gelaat van zijn moeder terug in zijn dromen. Hij zou nooit het moment vergeten waarop zijn vader op het proces voor het hof van assisen schuldig werd verklaard. Hij stond roerloos voor de tribune en keek Klaas in de ogen terwijl zijn straf werd voorgelezen.

‘Zevenentwintig jaar’, luidde het verdict van de jury. Het exacte motief voor de moord werd nooit achterhaald.  Sindsdien had Klaas geen contact meer met zijn vader. Hij liet diens vele brieven vanuit de gevangenis ongeopend liggen en bezocht hem nooit. Volgens de advocaten kon Roger ten vroegste vrijkomen in het jaar 2004. En zo was Klaas, na omzwervingen in tehuizen, in de  jeugdinstelling in Ruiselede terechtgekomen.

30 april 1998, 14.00 uur

Klaas werd uit zijn gedachten gerukt door de loeiende sirenes van de brandweer, gevolgd door de ambulance.

‘O god, dit is vreselijk. Dit is waanzin. Hoe kan er nu zoiets afschuwelijks gebeuren?’ riep een begeleider uit. ‘Dit is een ramp!’

‘Hoe kon dit gebeuren?’ schreeuwde de hoofdbegeleider.

Het gezicht van de rosse was danig verminkt. Twee vingers aan zijn hand misten vingerkootjes. Zijn borst was opengescheurd. Aan de rechterzijde waren zijn ribben ingedrukt en aan de linkerzijde, juist bij het hart, zat alles onder het bloed.

Zijn broer Serge kwam in paniek aangestormd. ‘Broer, word toch wakker! Broer!’ schreeuwde hij.

De chaos was groot. Overal was een hels lawaai en flikkerden lichten. De ambulanciers namen de reanimatie over. Een dokter kwam ter plaatse en keek heel bedenkelijk.

‘Wat denk je?’ vroeg Serge.

‘Het ziet er niet goed uit…’

Zijn gezicht was tot moes gereduceerd, zijn ogen zaten dicht en zijn kaken waren gezwollen.

‘Is er nog een kans?’

‘We doen ons best’, zei de arts.

Hij werd op een brancard gelegd en snel ingeladen in de ziekenwagen. Zijn gezicht was tot moes gereduceerd, zijn ogen zaten dicht en zijn kaken waren gezwollen. Aan zijn broer werd uitgelegd dat hij in allerijl zou worden overgebracht naar de spoedafdeling van het ziekenhuis en wellicht in diepe coma op de intensieve afdeling zou worden ondergebracht.

Miel maakte van de commotie gebruik om de bidon van de rosse uit de goot te rapen. Hij stak het ding snel in zijn fietsframe en verborg zijn eigen exemplaar in zijn koerstrui. Hij gebaarde naar Jeroen om rustig te blijven en niets te laten merken. Jeroen stond te trillen op zijn benen.

‘Gaat het?’ vroeg Miel bezorgd.

‘Ik voel me slap.’ Het leek alsof hij elk moment zijn evenwicht kon verliezen. ‘Ik ben duizelig, wat is er toch aan de hand?’

Ondertussen kwam een verkeersdeskundige van het parket ter plaatse en werd de weg afgesloten. Er werden foto’s genomen en de fiets van de rosse werd in beslag genomen. De politie verhoorde de chauffeur en de begeleiders. Alle antwoorden waren gelijkluidend: de rosse had het stopbord genegeerd…

Verder lezen?

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief