nieuws

LEESFRAGMENT: ‘Cyriel’ van Eline Trenson

0

Eline Trenson was, net als de rest van het land, geschokt na het bekijken van de Pano-reportage op op Canvas over de wantoestanden in commerciële woonzorgcentra. Een gevoel van verontwaardiging en ontroering overviel haar. Ze begon met schrijven. En nu is het zover: haar roman Cyriel ligt in de boekhandels.

Cyriel is een toegankelijke, actuele roman over waardig ouder worden en de wantoestanden in een verzorgingstehuis. Pijnlijk, ontroerend en toch doorspekt met humor

Lees hier alvast de eerste pagina’s van deze ontroerende roman over waardig ouder worden.

 

Kaas en confituur

Het was deze ochtend weer van dat. Ik neem het Mark niet kwalijk. Mark is de nieuwe stagiair. Er komen hier dikwijls stagiairs, in verschillende vormen en gedaanten.

Je hebt er die in de zorgsector zijn geworpen door hun eigen geschiedenis en in de zorg van oudjes iets proberen goed te maken. Die eindigen vaak met een burn-out zodra ze begrijpen dat er niets te ‘redden’ valt.

Je hebt er die op Moeder Teresamissie zijn, ook zij zijn na enige tijd opgebrand of verbitterd. Sommigen houden vol, maar eerlijk gezegd: van hen heb ik schrik. Ze genieten net iets te veel van de hulpbehoevendheid van een ander en hebben er vooral zelf baat bij dat die ander hen nodig blijft hebben.

En dan heb je natuurlijk ook de ‘ik wist niet echt wat anders te doen’-brigade die hier als bij toeval gedropt wordt. Tja, als die de eerste keer een pamper moeten verversen en zich geconfronteerd weten met het in stront badende achterste van een tachtigplusser… die weten meteen wat ze in elk geval níét willen doen.

Heel zelden verschijnt er ook een Marieke of een Roos, verpleegkundigen die in ons mensen zien. Levende wezens met een geschiedenis. Die door het gerimpelde gezicht heen onze jeugdige blik zien, de contouren van wie we ooit geweest zijn. Hulpverleners met een hart voor mensen.

De meeste mensen die hun intrek nemen in een bejaardenhuis worden verondersteld het pand na maximaal twee jaar weer te verlaten.

Enfin, Mark is vorige week gestart en is nog steeds hier. Dat pleit alvast voor hem en de sterkte van zijn maag. Mark is een vriendelijke jongeman die mét me spreekt – dat is een pluspunt. Hij noemt me bij mijn voornaam – twee punten. En daarenboven geeft hij blijk van geduld, een niet te onderschatten maar veeleer zeldzame deugd in zijn beroep – score: drie op drie.

Het is echter duidelijk dat hij nog niet kennis heeft genomen van de identiteit van mijn kamergenote Rachel. Zij is hier al zolang ik me kan herinneren, dat betekent dus minstens twee jaar. Dat betekent ook dat zij – net als ik overigens – weleens op de zenuwen van het personeel wil werken.

De meeste mensen die hun intrek nemen in een bejaardenhuis worden verondersteld het pand na maximaal twee jaar weer te verlaten. Definitief, bedoel ik dan. En de meesten onder ons passen mooi in die statistiek. Rachel dus niet. Rachel is een taaie.

Rachel is ook doof en in die twee jaar heb ik haar nog nooit een woord horen zeggen. Tegen niemand. Het is dus niet zo dat wij elkaar van ’s morgens tot ’s avonds verblijden met boeiende conversaties.

Rachel wordt ’s ochtends in een rolstoel naar het raam gereden en staart naar buiten. Rachel wordt ’s middags in bed gelegd en doet tot vier uur een dutje, dat soms – soms ook niet, dat wil nog weleens variëren – wordt onderbroken voor de lunch.

Rachel krijgt vervolgens om halfzes het avondeten binnengelepeld en wordt om halfzeven opnieuw in bed gestopt. De volgende ochtend om acht uur begint alles opnieuw. Dat is het leven van Rachel. Met de noodzakelijke verzorging tussendoor, uiteraard. Een verse pamper, het dagelijkse kattenwasje en niet te vergeten: de dagelijkse pillencocktail.

‘Goedemorgen Cyriel, goede nacht gehad?’ vraagt Mark, terwijl hij het gordijn openrukt en ik verblind word door een zee van licht. Hatelijk vind ik dat. In het begin had ik nog de moed daar een opmerking over te maken. Nu ervaar ik die kleine marteling als het begin van de dag en aldus als bewijs dat ik nog leef.

De vraag of ik een goede nacht heb gehad, heb ik trouwens vrij snel geleerd niet te beantwoorden. Het is namelijk geen oprechte poging tot conversatie, maar hooguit een uiting van onverschillige hoffelijkheid. Zo’n beetje als wanneer je in de supermarkt een oude bekende tegen het lijf loopt die je liever niet was tegengekomen, en je alleen uit beleefdheid vraagt: ‘Hoe is het?’ Uiteraard zegt de ander: ‘Goed’, zelfs al zou het tegendeel het geval zijn. En dan vervolg je beiden je weg, blij dat verdere ongemakken werden vermeden.

Mark is waarschijnlijk niet gebriefd of heeft simpelweg de tijd niet gehad om de dossiers al te bekijken.

Hoewel meestal geserveerd in de vorm van een brij – dat kauwt gemakkelijker – bestaat het ontbijt ook weleens uit een ‘boboke’. Voor ons Rachel is dat echter geen optie. Rachel heeft immers geen tanden meer en haar maag kan na al die jaren geen vast voedsel meer verdragen. En vandaag? Ja hoor, het is weer van dat.

Mark is waarschijnlijk niet gebriefd of heeft simpelweg de tijd niet gehad om de dossiers al te bekijken. Hij moet meer dan veertig oudjes bedienen en verzorgen in amper een paar uur tijd. ‘Vandaag zijn het bobokes met kaas en confituur’, kondigt Mark aan.

Hij is in een uitstekend humeur en ik kan bijna de verleiding niet weerstaan om te vragen of hij de voorbije nacht misschien lekker van bil is gegaan. Maar ik zwijg. Het is alweer lang geleden en ik heb geen zin om dat soort avonturen alleen van horen zeggen mee te beleven.

Toch hou ik van vrijen. Dat is altijd zo geweest. Misschien zelfs een beetje te veel, als ik eraan terugdenk hoe mijn eerste huwelijk is geëindigd. Ik was stapelgek van vrouwen en hun geheime plekjes.

Dat is nog zoiets hier: men gaat er blijkbaar van uit dat de term ‘seksueel actief oudje’ een contradictio in terminis is. Ik heb de indruk dat men ronduit walgt van het idee alleen al. Beweren dat bij bejaarde mannen het materiaal niet meer naar behoren werkt, is een grove veralgemening. Het mijne werkt nog uitstekend en menig jong verpleegstertje heeft dat al kunnen bevestigen bij de aanblik van mijn even fiere als voor hen onverwachte ochtenderectie. En ook verscheidenen van de oudere dames zijn het minnespel nog niet verleerd! Het zijn feiten waarmee men in een bejaardentehuis niet kan omgaan, is mijn conclusie.

Maar ik wijk af. Mark rolt het ontbijtkarretje de kamer in en ik krijg mijn dienblad voorgeschoteld: twee sneetjes brood – een met aardbeienconfituur en, ja, een met kaas – een kop koffie en een suikertje. Ik zie hoe op het karretje hetzelfde staat uitgestald voor Rachel. Ik kijk naar het bed naast me om te zien of Rachel het ook heeft opgemerkt. Ze werpt me een steelse blik toe, waarna ze weer dof voor zich uit kijkt.

Op zo’n moment zou ik zweren dat Rachel daar ergens diep vanbinnen nog steeds aanwezig is, maar weigert nog langer deel te nemen aan het leven en haar protest uit door gewoon niet dood te gaan.

‘Goedemorgen Rachel, goed geslapen?’ herhaalt Mark zijn standaardvraag. Met een nietsvermoedende glimlach zet hij het dienblad op het bed van Rachel. Zij en ik weten dat ze die boterhammen met geen vinger zal aanraken.

Ze neemt het Mark niet kwalijk, net zomin als ik overigens. De jongen weet van niets. Of hij is een sadist eerste klas.

Wanneer ik met lange tanden aan mijn ontbijt begin, bedenk ik hoe ik mijn dag zal doorbrengen. In bed? Of in de ‘polyvalente zaal’ voor de tv? Dat is zo’n beetje mijn keuzevrijheid. Vandaag zijn er geen activiteiten gepland, wegens personeelstekort. Ik weet niet wat het ergste is: geen activiteit, of een met spelletjes die zelfs een kleuter kinderachtig vindt.

Rachel ligt onbeweeglijk voor zich uit te staren. Mager, met grote wallen onder haar ogen en een minzame trek om haar mond. Ze neemt het Mark niet kwalijk, net zomin als ik overigens. De jongen weet van niets. Of hij is een sadist eerste klas. Ik ga voor het eerste. Als Mark een uurtje later komt opruimen, kijkt hij verbaasd naar het onaangeroerde bord.

‘Geen honger, Rachel?’ vraagt Mark. Haar stilzwijgen wordt door de goedbedoelende jongeman geïnterpreteerd als instemming.

‘Misschien vanmiddag wel, hé Rachel? Het zijn patatjes met appelmoes en gehakt.’

Mark slaat verder geen acht op ons, ruimt alles af en haast zich naar de volgende kamer. En zo gebeurt het dat Rachel ook vandaag niet heeft ontbeten.

 

Meer lezen?

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief