leesfragment

LEESFRAGMENT: de 7 mythes in ‘Religie herzien’ van Jonas Slaats

Jonas Slaats, filosoof-antropoloog-theoloog en schrijver, maakt er zijn missie van om ons te doen nadenken over religie en hoe we ernaar kijken. In Religie herzien neemt hij 7 mythes over religie onder de loep. Je leest hier alvast welke mythes in het boek aan bod komen en waarom.

 

Hoewel het concept ‘religie’ een kernthema vormt in onze maatschappelijke debatten, bestaat er geen eenduidige definitie voor. Academici uit verschillende disciplines deden al talrijke voorstellen,  maar die verschilden soms sterk van elkaar en geen enkele werd ooit algemeen aanvaard. Het is dan ook niet gemakkelijk om helder te bepalen waarover we spreken wanneer het religieuze aan bod komt.

De afwezigheid van zo’n definitie lijkt ons er echter niet van te weerhouden om er toch geregeld over te spreken. Want met of zonder definitie, meestal gaan we ervan uit dat we religies wel kunnen aanwijzen wanneer ze ergens aanwezig zijn. We hebben immers het gevoel dat ‘alles wat religieus is’ een aantal specifieke kenmerken vertoont. En die kenmerken laten zich samenvatten in een zevental veronderstellingen over religie:

1. Religies worden bepaald door een reeks dogmatische geloofsovertuigingen en vastomlijnde gedragsregels waar de gelovige zich aan moet houden. Dit is waarschijnlijk het meest centrale facet van alles wat religie zo religieus maakt.

2. Religies zijn hiërarchisch gestructureerd. En wie aan de top van de structuur staat, bepaalt zowel de geloofsinhoud als de leefregels van de volgelingen.

3. Door hun geloofsovertuigingen, regels en structuren zijn religies goed van elkaar te onderscheiden. Wat concreet betekent dat je bijvoorbeeld kunt zeggen: ‘Dit is boeddhisme en dat is christendom’, of: ‘Dit is een moslim en dat is een hindoe.’

4. Spiritualiteit en mystiek contrasteren met religie. Spiritualiteit wordt als mooi en bevrijdend gezien, terwijl religie eerder opgevat wordt als beperkend, waardoor een grote hoeveelheid mensen vandaag stelt dat ze ‘niet religieus zijn, maar wel spiritueel’.

5. Wetenschap en religie staan op gespannen voet met elkaar. Religie baseert zich immers op geloof. Wetenschap daarentegen baseert zich op de ratio.

6. Religies zijn gevaarlijk, want door hun irrationele waarheidsclaims ontaarden ze gemakkelijk in geweld. Wat meteen ook aanleiding geeft tot de laatste veronderstelling.

7. Een seculiere samenleving is helemaal anders (en veel beter) dan een religieuze samenleving.

We hebben het gevoel dat ‘alles wat religieus is’ een aantal specifieke kenmerken vertoont.

 

Varianten van deze veronderstellingen treffen we dagelijks aan in allerhande krantenopinies, politieke debatten, tv-documentaires en onderwijscurricula. In moderne samenlevingen waar mensen zichzelf als seculier beschouwen, vormen ze nu eenmaal een soort basisvisie op religie.

Het enige probleem is dat geen enkele van deze veronderstellingen werkelijk klopt. In plaats van beredeneerde opvattingen zijn het ongefundeerde aannames. In plaats van feiten zijn het moderne mythen. En net als mythen in andere tijden zijn ze iedereen met de paplepel ingegeven. Niet omdat ze ons een beter inzicht in de wereld bieden, maar omdat ze een vatbare symboliek aanreiken rond ‘goed’ en ‘kwaad’. Deze veronderstellingen zorgen dus niet voor een grotere kennis van de maatschappij; ze bieden wel een soort emotioneel-existentiële kijk op de samenleving. Ze zorgen immers voor een wij-zij-denken van seculier versus religieus.

Toch lijken deze zeven veronderstellingen voor velen een evident onderdeel van een helder begrippenkader. Men ziet ze helemaal niet als verzinsels en wel als harde realiteit. Want in de afgelopen eeuwen raakten feit en fictie op dit vlak sterk met elkaar verstrengeld. De tweespalt tussen secularisme en religie werd een vanzelfsprekend basiselement van het dominante mens- en wereldbeeld. Met dit boek wil ik echter een ander geluid laten horen. Ik wil feit en fictie opnieuw ontrafelen. Ik wil het onderwerp ‘religie’ in een nieuw perspectief plaatsen door de basisveronderstellingen die erover bestaan in twijfel te trekken. Ik wil verduidelijken waarom ze wel degelijk mythen zijn en geen realiteit.

Ik wil feit en fictie opnieuw ontrafelen.

 

De structuur van dit boek is eenvoudig: in elk hoofdstuk neem ik telkens een van de zeven basisveronderstellingen onder de loep. Ik doe dat door verschillende facetten ervan uitgebreid te nuanceren, ter discussie te stellen en/of te ontkrachten. Maar ik beperk me daarbij niet tot deconstructie. Aan het einde van elk hoofdstuk geef ik ook enkele aanzetten om de specifieke thematiek van dat hoofdstuk vanuit een ander perspectief te benaderen en een nieuwe visie op religie te ontwikkelen.

Die rechtlijnige structuur zal ik enkel kort doorbreken na de bespreking van de eerste drie mythen. Op dat punt wordt even ‘gepauzeerd’ met een intermezzo. Daarin zet ik uiteen waarom het zo moeilijk is om religie te definiëren, schets ik kort de boeiende geschiedenis van het concept en wijs ik op enkele belangrijke sociaal-politieke facetten die we veelal over het hoofd zien wanneer we het begrip ‘religie’ hanteren.

Om het geheel zo toegankelijk mogelijk te maken heb ik er ook voor gekozen steeds uit te gaan van concrete voorbeelden. Meer dan filosofische en theoretische beschouwingen laten deze vele voorbeelden goed zien waarom de gangbare denkkaders over religie vaak tekortschieten. Zeker in hun geheel genomen vormen ze niet gewoon enkele uitzonderingen op de regel, maar stellen ze de regel sterk ter discussie.

Niettemin gaat dit boek op geen enkele manier in tegen de bevindingen van de huidige religiewetenschappen. Integendeel, elk hoofdstuk is gebaseerd op ideeën die gemeengoed zijn onder onderzoekers die zich op deze thema’s richten. Ook de vele aangehaalde voorbeelden zijn helemaal niet controversieel voor wie zich erin verdiept heeft. Je kunt zonder problemen stevig onderbouwde boeken lezen over de relatie tussen geloof en wetenschap of academische artikels op het spoor komen over de fluïde grenzen van religieuze tradities. Alleen, over het algemeen beperken die boeken en artikels zich tot slechts één van die onderwerpen. Er is dus veel materiaal voorhanden waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken, maar dat materiaal is bij mijn weten nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeengeplaatst. En net dat is de opzet van dit boek. Want enkel door alles voldoende breed te houden was het mogelijk om de rode draden bloot te leggen die de verschillende maatschappelijke discussies over religie met elkaar verbinden.

Want enkel door alles voldoende breed te houden was het mogelijk om de rode draden bloot te leggen die de verschillende maatschappelijke discussies over religie met elkaar verbinden.

Het feit dat ik heel bewust zo’n ruim perspectief wilde aanhouden, stond echter haaks op mijn voornemen om het boek niet al te lijvig te maken. Om het zijn weg te laten vinden naar een breed publiek was ik dan ook genoodzaakt mezelf enkele beperkingen op te leggen.

Een eerste beperking zit in de keuze om de meeste voorbeelden hoofdzakelijk uit slechts drie religieuze contexten te putten: christendom, islam en hindoetradities. Op verschillende plaatsen komen ook elementen uit andere religieuze contexten aan bod, maar de meest uitgewerkte voorbeelden zijn steeds met die drie traditiegehelen verbonden. De reden daarvoor is eenvoudig: zowel persoonlijk als professioneel heb ik me de laatste jaren vooral verdiept in verschillende strekkingen en groeperingen uit die religies. Ik ben er dus het meest in thuis. Bovendien liggen ze in verschillende sociologische en theologische opzichten ver genoeg uit elkaar om een grote religieuze variëteit te verzekeren.

Een tweede beperking zit in de keuze om mijn concrete voorbeelden niet al te ver te zoeken en vooral te verwijzen naar bekendere elementen uit de verschillende tradities. Die behoeven immers wat minder uitleg. Dat zorgt er meteen ook voor dat ik mijn referenties tot een minimum kan beperken. Wanneer de informatie die ik aandraag in een gemiddeld basishandboek terug te vinden is of zo oncontroversieel is dat het correct beschreven staat op publieke online-encyclopedieën, dan laat ik bronverwijzingen achterwege. Wie niet bekend is met bepaalde voorbeelden en zich er toch van wil verzekeren dat ze reëel zijn, kan ze gemakkelijk opzoeken op het internet. Verdere bronnen en referenties geef ik dus enkel wanneer het om kwesties gaat die wat specialistischer zijn of iets controversiëler.

Tot slot koos ik ervoor om me tot de essentie van mijn argumentatie te beperken en het boek niet nodeloos met ondersteunende zijgedachten te verzwaren. Extra verhelderende citaten, ondersteunende voorbeelden en verwijzingen naar het werk van toonaangevende religiewetenschappers heb ik daarom enkel als eindnoten opgenomen. Ook opmerkingen die aanhaken bij meer specialistische debatten, vindt de lezer daar terug. Daarnaast heb ik overal in de tekst enkele korte kaderteksten geplaatst met interessante weetjes. De lezer kan dan zelf kiezen om die stukjes met een verdere verdieping al dan niet door te nemen.

Maar wat zijn geboden waard als je er niet af en toe tegen kunt zondigen? Op sommige bladzijden houd ik me dus toch niet aan de zonet vermelde richtlijnen. Hier en daar ga ik wel degelijk dieper in op enkele religieuze fenomenen die wat minder bekend zijn en die sommige lezers de wenkbrauwen zullen doen fronsen. Daarom moet ik ze ook wat breedvoeriger toelichten. Er is echter een specifieke reden waarom ik er toch voor koos om deze wat meer uitgesponnen anekdotes op te nemen: vermoedelijk kunnen ze een lach op het gezicht van de lezer toveren. En dat vind ik van groot belang. Want verdieping en plezier mogen nu eenmaal best wat vaker samengaan. Zeker wat religie betreft.

 

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief