leesfragment

[Leesfragment] For Girls Only: Selfie

Nog een week en dan ligt de nieuwe ‘For Girls Only’ in de winkel! Een verhaal vol vriendschap, liefde en emoties waar veel meisjes zich ongetwijfeld in herkennen. Kan je écht niet wachten? Lees dan hier alvast een eerste hoofdstuk!

Yelien dronk haar thee op en pakte de hondenriem. ‘Ik laat Twinky even uit’, zei ze. Twinky lag nog wat te dutten in zijn hondenmand, zo leek het. Maar toen hij zijn naam hoorde, tilde hij zijn kopje op. Met trouwe hondenogen keek hij Yelien aan. ‘Ga je mee?’ vroeg ze. Mee, dat was het toverwoord in de hondenwereld. Als je dat woord zei, sprong Twinky op. Kwispelend liep hij naar haar toe. Ze deed hem zijn riem om en vertrok. Bij het raam zwaaide ze nog even naar papa en mama aan de ontbijttafel. Daniël was boven zijn schooltas aan het inpakken.

Yelien stak over naar het park. Zou Stan er al zijn? Ze tuurde in de verte, van die kant moest hij komen.
‘Yelien’, zei hij. Zijn stem klonk heel dichtbij, net naast de ingang. Ze schrok ervan. ‘Ik liet je toch niet schrikken?’ vroeg Stan. ‘Nee’, loog Yelien met een kleurtje op haar wangen. ‘Ja, toch wel. Ik dacht dat je nog ginds was.’
‘Ik was vroeg’, zei Stan. ‘Toen mama even niet oplette ben ik er vandoor gegaan. Ze is op de gezondheidstoer. Je wilt niet weten wat voor wonderlijke dingen er op de ontbijttafel staan. Geef mij maar gewoon een boterham met kaas.’ ‘En kreeg je die?’ vroeg Yelien. ‘Anders haal ik er snel een.’
Hij legde zijn hand op haar arm. Die begon meteen te tintelen.
‘Ik heb gegeten’, zei hij. ‘Kom we lopen een rondje om de vijver. Dat kan, we zijn vroeg.’ ‘Dat vindt Twinky ook fijn’, lachte Yelien.
‘En zijn baasje?’ vroeg Stan. Yelien knikte. Oh, die ogen… dacht ze. Ze smolt als ze in die blauwe ogen keek. In het begin had ze hem dan ook Blue Boy genoemd, maar alleen in haar gedachten. ‘Kom’, zei hij en hij pakte haar hand. Wat een mooie manier om de dag te beginnen, dacht ze. Over een kwartier stonden haar vriendinnen met rinkelende fietsbellen voor de deur. Dan moest ze naar school. Maar dit was speciaal voor Stan en haar. En voor Twinky natuurlijk.

Oh, die ogen...dacht ze. Ze smolt als ze in die blauwe ogen keek.

Yelien boog zich over haar taalboek, toen er op de klasdeur werd geklopt.
‘Ah, dat zal Mara zijn’, zei mevrouw Peeters. Ze zei het zo overdreven warm en vrolijk, dat Yelien haar voorhoofd fronste. Wat was er met Mara aan de hand? Waarom deed mevrouw Peeters zo overdreven? Nog geen vijf minuten geleden, aan het begin van de les, had ze de klas verteld dat er een nieuw meisje bij kwam: Mara. ‘Ik wil dat jullie haar een warm welkom geven, zodat ze zich gauw thuisvoelt in onze klas’, had mevrouw Peeters erbij gezegd. Had haar stem toen ook al zo overdreven geklonken? Het was Yelien niet opgevallen. Nieuwsgierig keek ze naar het meisje in de deuropening. Dat schoof met aarzelende voetstappen in de richting van mevrouw Peeters.
Yeliens gedachten gleden van de olifanten naar het meisje voor de klas. Het donkere haar hing sluik om haar gezicht. Mara was echt knap. Ze zag er zo bijzonder uit, later zou ze best eens een beroemd model kunnen worden. Voor een parfummerk uit New York of voor een modeontwerper uit Parijs. Met open mond staarde Yelien het nieuwe meisje aan. Mara had wel een paar sproetjes rondom haar neus. Een fotomodel met sproetjes, zou dat kunnen? Vast wel, dacht Yelien, die sproetjes gaven het gezicht juist wat extra’s.Die schoenen! Ze zagen er niet uit, dacht Yelien. De hakken waren scheef afgesleten en bij de tenen krulden de punten omhoog. Het waren lege punten, dat zag je zo, de schoenen waren een paar maten te groot. De zwarte legging ook, die hing in slierten om de lange, dunne benen. Zelfs het zwierige minirokje was te lang, het kwam bijna tot de knieën. Yeliens ogen gleden omhoog. Mara frunnikte aan haar vingers, die nog net onder de te lange mouwen van de trui uitpiepten. De zwart met groene streepjestrui kleurde goed bij de rest, vond Yelien, alleen de maat klopte niet, met die afgezakte schouders. Hoe anders was het gezicht van Mara. Zo fijntjes, zo bleek, het leek op een beeldje van ivoor dat Yelien ooit in een museum had gezien. Gelukkig mochten er geen beeldjes van ivoor meer gemaakt worden, een olifant had recht op zijn eigen slagtanden. Daar moesten mensen vanaf blijven.

Al die tijd had ze nieuwsgierig zitten kijken. Opeens keek Mara terug. Heel even draaide zij haar hoofd opzij, alsof ze voelde waar de nieuwsgierige ogen vandaan kwamen. Een paar fel groene ogen keken Yelien aan. Geschrokken boog ze haar hoofd. Ze schaamde zich een beetje dat ze zich zo had zitten vergapen. Maar ze schrok ook van de giftige boodschap in die groene ogen. Terwijl ze naar haar taalboek staarde, vroeg ze zich af waarom Mara zo boos naar haar keek. Had ze soms een hekel aan haar? Dat was wel snel, vond Yelien, ze hadden nog niet eens kennis gemaakt. Het was toch logisch dat je keek, wanneer er een nieuw meisje in je klas kwam?
Toch was dat niet alles, dat wist ze zelf ook wel. Op de een of andere manier had Mara een enorme aantrekkingskracht op haar. Zie je wel, nu zat ze alweer te kijken. Gelukkig merkte Mara niets, ze werd in beslag genomen door mevrouw Peeters. ‘Naast Ranya is een plaatsje vrij’, wees de juf. ‘Ranya maakt je wel wegwijs.’ Terwijl Mara haar nieuwe plaats opzocht, fluisterde Charlotte, vlak achter Yelien: ‘Zou Mara de kleren van haar moeder aanhebben? Of heeft ze met de verkleedkist van haar grote zus gespeeld?’
Iedereen had het gehoord. Mara ook. Met een vernietigende blik keek ze Yelien aan. ‘Ja maar… ik… eh…’, stamelde Yelien en ze voelde hoe haar hoofd heet werd. Tot overmaat van ramp zei mevrouw Peeters met ijzige stem: ‘Yelien! Daarvoor bied je je excuses aan bij Mara. Dat had ik echt niet verwacht, en al helemaal niet van jou.’
‘Ik?’ Charlottes stem was hoog van verbazing. ‘Ik heb niets gezegd.’ Met een schijnheilig gezicht keek ze Yelien aan.Met een ruk draaide Yelien zich om naar Charlotte. ‘Doe normaal!’ siste ze. ‘Zeg dan dat jij het was.’
Yelien ontplofte haast bij zoveel valsheid. Ze kneep haar handen tot vuisten en veerde half op van haar stoel. ‘Jij… jij weet best wat je gezegd hebt. Je zit gewoon te liegen.’ Op vinnige hakken stoof mevrouw Peeters naar de twee toe. ‘Yelien! Is het nu afgelopen? Ik weet niet wat jou vandaag bezielt. Meld je na de les maar.’
Ook dat nog, dacht Yelien. Hulpzoekend keek ze om zich heen. Ellen keek haar hoofdschuddend aan. Het gezicht van Kato stond op onweer. Emma ontweek haar blik. Yelien werd per seconde ongelukkiger. Ze zocht steun bij Eline, maar die draaide zich snel om. Wat was hier aan de hand? Waarom geloofden haar vriendinnen haar niet? Ze kenden Charlotte toch? Ze wisten maar al te goed hoe gemeen Charlotte kon zijn. Wacht maar, in de pauze zou ze alles uitleggen. Dan zou mevrouw Peeters weer normaal doen en haar vriendinnen ook. Opnieuw boog Yelien zich over haar taalboek, maar ze zag geen woord. De tranen in haar ogen vervormden de letters tot wonderlijke figuren. Stilletjes haalde ze een tissue tevoorschijn. Zo onopvallend mogelijk depte ze haar natte wimpers droog. Ze moesten echt niet denken dat ze zat te huilen.
De zoemer deed pijn aan haar oren. Langzaam sloeg Yelien haar boek dicht. Heel de klas stommelde naar de deur. Een voor een zag Yelien haar vriendinnen naar de gang verdwijnen. Ze keken niet eens om naar haar. Alleen Charlotte keek haar met een triomfantelijk gezicht aan. Heel even vlamde de woede in Yelien op. Toen liet ze haar hoofd hangen. Charlotte was gewoon stom. Altijd al geweest. Dat haar vriendinnen zo deden, was veel erger. Ze voelde zich zo in de steek gelaten.
Mevrouw Peeters sloot de klasdeur, trok een stoel bij en ging zitten. Hoofdschuddend bekeek ze Yelien. ‘Wat is er vandaag toch met jou aan de hand?’
‘Met mij?’ vroeg Yelien met dichtgeknepen keel. ‘Het is gewoon niet eerlijk. Charlotte fluisterde iets heel gemeens over Mara en nu krijg ik de schuld. Ik heb echt niets gezegd, eerlijk niet. Het was Charlotte.’
Mevrouw Peeters twijfelde. ‘Is het echt waar wat je zegt?’
Yelien knikte. Ze legde een hand op haar hart toen ze woord voor woord uitsprak: ‘Het is echt waar.’
Mevrouw Peeters stond op. ‘Dan haal ik nu Charlotte erbij.’

Waarom geloofden haar vriendinnen haar niet? Ze kenden Charlotte toch?

Het duurde even voor Charlotte gevonden was. Yelien staarde naar de wijzers van de klok die langzaam verder tikten. Als mevrouw Peeters niet snel terugkwam was de pauze voorbij. Dat zou jammer zijn en niet vanwege het appeltje dat ze bij zich had. Ze wilde haar vriendinnen spreken. Zij moesten weten dat ze niets gezegd had. Dan was alles weer goed. Ze schrok toch nog toen de klasdeur openzwaaide. Charlotte liep vrolijk achter mevrouw Peeters aan, ze was zich van geen kwaad bewust. Wacht maar, dacht Yelien, zo meteen piep je wel anders. Ik hoop dat je heel veel strafregels moet schrijven, wel duizend keer: ik mag Mara niet beledigen. En daarna nog duizend keer: ik mag niet liegen. Eigen schuld, dikke bult.Eindelijk, dacht Yelien, eindelijk iemand die me gelooft.
Ze moest opletten, want mevrouw Peeters was met Charlotte aan het praten. ‘Yelien beweert dat zij niets vervelends over Mara gezegd heeft. Klopt dat?’
Met grote, onschuldige ogen keek Charlotte mevrouw Peeters aan.
‘Yelien zegt dat jij die opmerking maakte’, ging mevrouw Peeters verder. Charlotte stoof op alsof ze door een dikke mug gebeten werd. ‘Ik?’ riep ze ontdaan. Ze sloeg haar hand tegen haar voorhoofd en riep opnieuw: ‘Ik?’
Je kon wel zien dat Charlotte bij de toneelclub zit, dacht Yelien. Ze acteerde als een volmaakte dramaqueen. Wat een aanstelster. Ze speelde zo goed dat ze mevrouw Peeters aan het twijfelen bracht. Die keek van Charlotte naar Yelien en terug. ‘Ik heb met eigen oren gehoord wat er gefluisterd werd’, begon mevrouw Peeters. ‘Zelf dacht ik dat het van Yelien kwam, maar Yelien zegt dat jij het was, Charlotte.’ Charlotte barstte in tranen uit. ‘Geef mij maar weer de schuld! Ik heb het toch altijd gedaan?
Dat is niet eerlijk, ik heb echt niets gezegd. Helemaal niets.’ Charlotte snakte naar adem.
‘Het is al goed, Charlotte’, suste mevrouw Peeters. ‘Ga maar gauw een slokje water drinken voor de les begint.’

Mevrouw Peeters opende de klasdeur, maar er kwam niemand binnen. In de gang dromde iedereen om Charlotte heen. ‘Ze wilde mij de schuld geven’, hoorde Yelien haar zeggen. Mevrouw Peeters begon haar geduld te verliezen. ‘Schiet toch eens op.’ En daar kwamen ze. Niet alleen Mara, maar bijna de hele klas keek boos naar Yelien. Alleen haar vriendinnen keken niet. Voor hen bestond ze al niet meer. Wat had ze hier nog te zoeken? Werd ze maar ziek, dan mocht ze naar huis. Maar ze werd niet ziek. Ze had weleens gehoord dat je expres ziek kon worden als je een ui onder je oksel stopte. Of het waar was, wist ze niet. Bovendien had ze geen ui bij zich. En ook geen niespoeder. Dat laatste was misschien nog beter geweest. Als ze aan één stuk door nieste, mocht ze misschien wel naar huis. Ze kon natuurlijk ook zeggen dat ze hoofdpijn had. Dat was niet eens een leugen.Charlotte wist niet hoe snel ze ervandoor moest gaan. Intussen keek mevrouw Peeters met trieste ogen naar Yelien. Ze maakte een korte hoofdbeweging, alsof ze de narigheid van zich af wilde schudden. Ze klonk bezorgd toen ze zei: ‘Dit had ik echt niet achter je gezocht, Yelien. Zo ken ik je niet. Eerst zeg je iets hatelijks over een nieuwe klasgenoot en dan geef je ook nog een ander de schuld… Ik begrijp niet goed wat jou bezielt.’ Ze zuchtte diep. ‘Ik geef je geen straf, maar je moet wel je excuses aanbieden aan Mara. Zij heeft al genoeg meegemaakt. Het is treurig dat zij op haar eerste schooldag zo ontvangen wordt. Als je het moeilijk vindt om sorry te zeggen schrijf je haar een briefje. Maar zorg dat het snel in orde komt.’ De laatste woorden werden overstemd door de zoemer, maar Yelien had de boodschap heus wel begrepen. Ze moest haar excuses aanbieden voor iets wat ze niet gedaan had. En dat was het ergste nog niet. Het ergste was dat iedereen dacht dat zij het wel gedaan had.

Ze moest haar excuses aanbieden voor iets wat ze niet gedaan had. En dat was het ergste nog niet. Het ergste was dat iedereen dacht dat zij het wel gedaan had.

Haar hoofd voelde zwaar en kloppend aan. Ze zag mevrouw Peeters praten maar de woorden drongen niet tot haar door. Wat deed ze hier nog? Ze hoorde er toch niet meer bij. En dan die Charlotte! Die zou ze het liefst een flinke pets verkopen. Dat zou wat zijn! Charlotte zou er minstens een Griekse tragedie van maken. En dat gunde ze haar niet. Nee, dacht Yelien, ik hou de eer aan mezelf. Ik geef Charlotte geen mep en ik meld me ook niet ziek. Dit is zo vreselijk oneerlijk, daar krijgen ze nog spijt van. Ze moesten echt niet denken dat ze met haar konden doen wat ze wilden. Ze had niets verkeerds gedaan. Als haar vriendinnen dat niet geloofden dan… dan moesten ze het zelf maar weten. Dat Mara zich vergiste, dat kon. Ze kende hun stemmen nog niet. Of zou het geen vergissing zijn? Daarstraks had ze ook al zo kwaad naar Yelien gekeken. Nam ze nu wraak, omdat Yelien naar haar had zitten staren?
Toen de laatste zoemer van die dag ging treuzelde Yelien met opzet. Langzaam stopte ze haar spullen in haar tas. Ondertussen probeerde ze te volgen waar haar vriendinnen mee bezig waren. Ze stonden klaar om te gaan. Mara liep hen voorbij.
Het was logisch dat Emma zoiets vroeg. Als er iemand wist hoe moeilijk het was om naar een nieuwe school te gaan was het Emma. Zij had zelf genoeg problemen gehad toen ze verhuisd was.‘Hi Mara, heb je zin om met ons mee te fietsen?’ vroeg Emma.
‘Zou Venezia al open zijn?’ joelde Kato vrolijk. ‘Dan kunnen we een ijsje halen. Wil jij soms ook mee, Mara?’
‘Ja, goed idee’, knikte Eline. Vragend keek ze Mara aan.
Yelien voelde een steek van jaloezie. Het leek wel of haar vriendinnen haar wilden ruilen tegen Mara. Haar eigen hartsvriendinnen! Ze deden alsof ze nooit bestaan had! Dat deed pijn. Nog een geluk dat Mara deed alsof ze niets gehoord had. Ze keek niet op of om en liep in rechte lijn naar de deur.
Yelien wachtte tot de klas leeg was. Ze haalde haar tas tevoorschijn en scheurde een blaadje uit haar schrift. Haar hoofd suisde, haar oren zaten dicht en haar keel was zo droog als een korst brood van een week oud. Misschien werd ze toch nog ziek? Dat zou mooi zijn, dan bleef ze de rest van de week in bed. Ze zouden haar niet eens missen. Niet te geloven. Stelde hun vriendschap dan zo weinig voor? Hadden al die jaren niets te betekenen? Als ze echte vriendinnen waren, wisten ze dat Yelien nooit zoiets gemeens zou zeggen. Blijkbaar kenden ze haar niet goed genoeg.
Yelien boog zich over het blaadje. Ze probeerde na te denken, maar met een verstopt hoofd was dat tamelijk lastig. Ze knipperde onrustig met haar pen. Toen schreef ze:

Dag Mara,

Het spijt me dat je eerste schooldag hier zo vervelend was. Dat spijt me echt heel erg.
Ik zou ook best excuses willen maken voor die akelige opmerking, maar dat kan ik niet. Ik was niet degene die de opmerking maakte. Ik begrijp heus wel dat je op zo’n eerste dag nog geen namen en stemmen kent, maar ik wil dat je weet dat ik het niet was.
Ik hoop dat het morgen leuker wordt.

Groetjes van Yelien

Ze vouwde het blaadje in vieren. Mara, schreef ze erop. Met de naam boven legde ze het briefje op Mara’s plaats. Toen pakte ze haar tas en liep de klas uit.
‘Dag Yelien’, klonk de stem van mevrouw Peeters.
Yelien schrok zich een ongeluk. Ze had niet eens gemerkt dat mevrouw Peeters nog in de klas was.
In haar eentje liep ze door de galmende gangen naar de fietsenstalling. Misschien waren haar vriendinnen al weg. Nee, daar kwamen ze net aan. Zouden ze toch op haar gewacht hebben? Haar hart maakt een sprongetje van geluk. Toen stond het stil. Een voor een liepen haar vriendinnen haar voorbij. Ze zeiden geen woord. Ze keken langs haar heen alsof ze onzichtbaar was. Ze had willen roepen, willen zwaaien: ‘Hallo! Ik ben hier!’ Maar ze deed het niet. Daar was ze te stoer voor. Ze was echt niet van plan zichzelf belachelijk te maken. Langzaam liep ze de fietsenstalling in. Haar ogen vulden zich met tranen. Op de tast zocht ze naar haar fietssleuteltje. Het glipte door haar vingers en viel op de kale, betonnen vloer. Het was zo mistig in haar ogen dat ze haar sleutel met moeite zag.‘Dag’, mompelde ze.
Hou je tranen in, mompelde ze in zichzelf. In haar eentje fietste ze de weg naar huis. Vooral niet te snel, anders zou ze haar vriendinnen inhalen. Vier vrolijke vriendinnen, dat kon ze nu echt niet aanzien.

Vandaag was de ergste dag van haar leven en ze had niet eens een plekje om verdrietig te zijn.

Thuis liep ze rechtdoor naar haar kamer. Ze barricadeerde haar deur en viel languit op haar bed. Daar liet ze haar tranen stromen. Het was een zee, nee, een oceaan van zoute tranen. Ze schokte bij elke snik. Alle opgekropte spanning kwam er in een keer uit. Zelf was ze echt geen dramaqueen, maar Charlotte kon jaloers op haar zijn. Hier kon geen Griekse tragedie tegenop. Met gierende uithalen liet ze het verdriet eruit stromen. Opeens was ze stil.
Wat was dat? Ze hoorde een geluid. Roerloos lag ze op haar bed en luisterde. Ja, nu hoorde ze het weer. Waar kwam dat geluid vandaan? Ze keek op. Recht in het gezicht van die knappe glazenwasser. Help! Ze lag hier voor schut! Hoe lang was hij hier al bezig? Ze had geen idee. Hij wreef met zijn spons alsmaar over hetzelfde plekje, terwijl hij vol interesse naar binnen keek. Yelien sprong overeind. Ze keerde de glazenwasser de rug toe, gooide haar hoofd achterover en liep haar kamer uit. Hij moest echt niet denken dat zij een aanstelster was. Of een zielenpoot.
Vandaag was de ergste dag van haar leven en ze had niet eens een plekje om verdrietig te zijn.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief