nieuws

Leesfragment. Gent-Wevelgem. ‘De Val’

Vandaag wordt Gent-Wevelgem gereden, een Vlaamse WorldTour-klassieker met naam en faam in binnen- en buitenland. Vorig jaar sloeg het noodlot toe in deze eendagsklassieker. Antoine Demoitié viel na 115 kilometer koers samen met vier anderen en werd vervolgens aangereden door een motorfiets. Demoitié werd in kritieke toestand naar het ziekenhuis van Rijsel gebracht. Daar werd hij in coma gehouden, maar hij overleed de nacht erop aan zijn verwondingen. Wat ‘de val’ betekent, voor toeschouwers en voor renners, beschrijft Matthias M.R. Declercq in dit leesfragment.

De val, de dodelijke val, is brandstof voor nieuwsgierigheid. Voor renners is die inherent aan de job, voor het publiek is het onbewust een reden om te kijken. Het moderne leven confronteert ons niet met de naakte dood. We leven niet aan frontlijnen, wonen niet op het snijpunt van tektonische platen, stemmen op wie we willen. De grip op het eigen leven lijkt groot en voelt goed. Dood, dat is kanker. De mens banaliseert de dood niet, maar laat die ontglippen.

Als een renner blijft liggen, blijven we kijken, ook als het vermoeden rijst dat hij nooit meer opstaat. Alsof we iets kunnen leren over fragiliteit en moed.

Pas als die opduikt, beseffen we dat onze controle niet absoluut is. Mensen die de natuur uitdagen, tarten, grenzen verleggen, daar kijken we naar op. Het zijn de helden van onze cultuur. Renners gooien zich in de striemende regen met doodsverachting in de afdaling van de Col du Glandon. Ze dragen het lot als een amulet om de hals. Die renners ervaren we als sterker dan wijzelf. Coureurs razen met zestig per uur, compact als sardines, naar die houten bocht, die halve muur. Kijk eens, hoe steil. De koers is een film. Personages vallen en staan weer op, schrapen het vuil van hun benen en rijden verder. Pas na een paar kilometer zien ze hoe diep de draad in het vlees sneed. We willen niet dat ze opgeven. Bruce Willis staat ook weer op. Als een renner blijft liggen, blijven we kijken, ook als het vermoeden rijst dat hij nooit meer opstaat. Alsof we iets kunnen leren over fragiliteit en moed. Het lezen van de laatste bladzijde om de afloop te kennen.

Die renners worden onze kinderen.

Vijftig jaar voor Isaac Gálvez stierf Stan Ockers in het Antwerps Sportpaleis. Het land was in diepe rouw. Een paar jaar geleden, bij de verkiezing van de Grootste Belg, dook zijn naam op. Hugo Matthysen schreef een lied over de man – ‘Hij had de stijl en de ambitie, het moreel en de conditie. En een indrukwekkend benenwerk. En hij kon afzien, vechten, lijden. Hij kon dansen als een heiden. Hij was lenig, taai en ijzersterk’ – Stan Ockers is voor altijd Stanneke, Stanneke, Stannekeeeeeee. Die renners worden onze kinderen.

Jempi ligt te sterven, Jempi was de toekomst, de wereldkampioen, de Vlaamse Primavera. Jempi sterft op een koude betonnen weg, in een witte trui met een regenboog.

Naast Stanneke is er Jempi. De West-Vlaamse wereldkampioen Jean-Pierre Monseré sterft in 1971 tijdens de Grote Jaarmarktprijs in Retie. De man botst op een stilstaand voertuig. Het beeld van de stervende Monseré wordt als iconisch omschreven, bijna sacraal. Hij ligt dwars over het midden van de weg met de benen uit elkaar. Zijn rechterhand liggend op zijn borst, de linkerhand helemaal uitgestrekt, wijzend in de richting van het in de verte rijdende peloton. Wacht op mij. Over zijn rechterwang loopt een straaltje bloed. Mannen in ribfluwelen pakken met dassen tot over de broeksriem staan om hem heen. Ploegmaat Roger De Vlaeminck draagt lange, zwarte beenstukken. De helm knelt om zijn hoofd. Hij weet niet wat te doen, heeft de houding van een bange man met een knik in de benen. Het is koud. De fiets is verhakkeld, het voorwiel geknakt. De bitumen tussen de betonstroken bakenen de dood af. Jempi ligt te sterven, Jempi was de toekomst, de wereldkampioen, de Vlaamse Primavera. Jempi sterft op een koude betonnen weg, in een witte trui met een regenboog. Die weg is de n140 die Lille met Gierle verbindt. De dood in een letter en drie cijfers. Een paar meter verder staat de zwartgelakte Mercedes.

Op dinsdag 4 april zal Matthias M.R. Declercq in het Centrum Ronde Van Vlaanderen vertellen over De Val. Meer informatie vind je hier. 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief