nieuws

Leesfragment: ‘Het hoofd weegt zwaarder dan de benen’

Olivier Verhaege uit Zomergem omschrijft zichzelf als een gemiddelde Vlaming. Toch liep deze ‘gewone’ Vlaming de buitengewone Spartathlon. Hij schreef er een inspiratieboek over: Het hoofd weegt zwaarder dan de benen. Wij trakteren je alvast op een leesfragment.
[…]
Ondertussen is er alweer een week voorbij sinds de Dodentocht. De euforie is wat gaan liggen. Zeker na de training van gisteren. Eén wedstrijd kunnen lopen, hoe ver en hoe goed ook, betekent allerminst dat ik nu alles kan, dat heb ik wel gemerkt. Voetjes op de grond en alles in de juiste context plaatsen.
     Ik merk dat veel beginnende lopers veel te snel een marathon willen lopen, en het liefst nog in een zo scherp mogelijke tijd. Ik was daar geen uitzondering op. Maar daar leer je weinig van. Het is veel beter om langer en met een goede voorbereiding aan een duurzame conditie te werken.
     Gisteren zei een klant op kantoor me: ‘100 kilometer lopen, dat is toch niet normaal?!’
     Ik denk er al de hele tijd over na. Misschien is het inderdaad niet normaal. Maar wat is wel normaal? Is drie kinderen normaal of twee? Is kinderloos blijven normaal? Is elke dag een glas wijn drinken normaal? Is hobo spelen normaal? Is een kind dat graag gaat vissen normaal?
     Is ‘normaal’ niet gewoon datgene wat voor jou gewoon, vanzelfsprekend of goed is? Elke dag 4 uur gaan vissen kan normaal zijn. En van de ene dag op de andere stoppen met vissen, maar gaan fietsen, is dan wellicht niet normaal. Als je nooit drinkt en dan ineens eens elke dag een glas wijn neemt, is dat eerder niet normaal. En als je zelfs nog nooit 5 kilometer ging wandelen en toch traint voor een marathon binnen zes maanden, dan is dat ook niet normaal.
Maar als je je conditie verstandig opbouwt, stap voor stap, grenzen verlegt en het aantal kilometers week na week, maar traag en doordacht opbouwt, dan kan 100 kilometer lopen wel heel normaal zijn. Het is wat ik graag doe. Of beter: het was vooral iets wat ik graag doe, ondertussen is het ook een beetje wie ik ben.
     Ik vind het niet gek dat lopen een deel wordt van wie je bent, je persoonlijkheid bepaalt (en andersom). Filosofie en ultralopen gaan hand in hand.
     Er is om te beginnen gewoon veel tijd om na te denken. Er is geen afleiding, geen tv, geen gsm, geen onverwacht bezoek. Alleen je hoofd en je benen. In die volgorde.
     Door de vermoeidheid die optreedt bij zo’n lange afstand raakt je geest in een staat waarin de helft van wat je eerder zo belangrijk leek, ineens erg onbelangrijk wordt. Tijdens ultralopen, of hardlopen, zelfs joggen, leef je in je eigen wereldje, soms alleen beheerst door pijn, maar even vaak door gedachten en filosofie.
     Supporters aan de kant roepen je soms bemoedigend toe: ‘Niet stoppen!’ ‘Niet opgeven!’ ‘Je kunt het!’ Maar als je zo moe bent, zoveel pijn hebt, zie je niet meer hoe het verder moet. Je hele hoofd schreeuwt ‘opgeven’ en daar verandert het – weliswaar lieve – geroep van supporters weinig aan. Het is je eigen geest die er dan moet tussenkomen en zeggen: ‘Oké, je ziet het niet meer zitten, dat mag, maar doe toch nog maar een kilometer, dan heb je die toch al gehad.’ En daarna: ‘Komaan, Olivier, je deed die ene kilometer en het ging, doe dus nog maar een kilometer.’ Of: ‘Ga tot de bevoorrading, de finish hoeft niet, maar zorg er wel voor dat je die volgende horde haalt.’ Vanaf de bevoorrading gaat het dan weer verder. ‘Nog een kilometer. En dan krijg ik een cola.’ Enzovoort. Er zijn geen benen zonder hoofd.
[…]

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief