nieuws

LEESFRAGMENT: hoe ga je om met een eetstoornis tijdens de feestdagen?

0

Gekooid door mijn eetstoornis is het levensecht verhaal van Laura Vermeire over de strijd tegen anorexia. De feestdagen, een periode die gekenmerkt wordt door veel eten, is niet makkelijk voor personen die tegen een eetstoornis vechten. We delen een hoofdstuk uit het boek om hen én hun omgeving een hart onder de riem te steken. 

 

Tijdens de kerstvakantie zakte ik nog dieper weg. De dagen waren donker, ik had het voortdurend koud, had weinig omhanden en liep gestrest van het ene etentje naar het andere. Op kerstavond bij de schoonouders, een dag nadien een volledig menu bij mijn ouders, een kerstfeestje hier, een familiereceptie daar…

Twee weken lang sleepte ik mezelf voort van dinertje naar dinertje, wat me ongelofelijk veel stress bracht. Niet alleen maakte ik me dagen op voorhand al zorgen over wat ik voorgeschoteld zou krijgen, wetende dat ik me de hele avond zowel fysiek als mentaal ongemakkelijk zou voelen, maar ook wist ik dat iedereen me nauwlettend in de gaten zou houden.

‘Eet ze wel genoeg?’
‘Nog een kroketje?’
‘Hier, pak wat saus!’

Of: tijd voor dessert! Reuzestukken van een kerstbûche, ijstaart, chocolademousse en andere zoete lekkernijen werden op mijn bord gesmeten.

Gelukkig waren mijn ouders een week ervoor naar een bijeenkomst geweest voor ouders van jongens en meisjes met een eetstoornis, en was het thema ‘de kerstdagen’. Daar had men verteld dat de kerstdagen voor mensen zoals ik ongelofelijk veel stress met zich meebrengen. Ze hadden geleerd dat de focus zo weinig mogelijk naar de maaltijden mocht gaan.

Een tip die ze hadden meegekregen was om op voorhand al te vertellen wat het menu zou zijn, zodat ik me daar tenminste geen zorgen meer over hoefde te maken en wist wat ik kon verwachten. Een tip die ik trouwens elke ouder wil meegeven. Het is iets kleins wat me nog steeds heel erg helpt: weten wat ik te eten zal krijgen als ik ergens op bezoek of naar een restaurant ga.

Ook bij mijn schoonouders kon ik op heel veel begrip rekenen. Ik mocht op voorhand doorgeven wat ik wilde bestellen van de traiteur, en bij de hapjes werd rekening gehouden met mijn voorkeur voor groenten. Iedereen probeerde zo normaal mogelijk te doen.

Tips voor de omgeving

  1. Vraag op voorhand wat die persoon graag eet en waar die zich comfortabel bij voelt.
  2. Laat op voorhand weten wat jullie die dag of avond zullen eten.
  3. Geef duidelijk aan dat het helemaal oké is als de persoon iets niet op krijgt of wil eten. Dwing niet.
  4. Schenk zo weinig mogelijk aandacht aan het eten. Het moet iets gezelligs zijn, en voor iemand met een eetstoornis helpt het echt niet als er de hele avond over eten wordt gebabbeld. Praat dus tijdens het eten over andere, luchtige zaken!
  5. Maak geen nare opmerkingen over voeding of wat de persoon op het bord schept. Er is niet zoiets als ‘te veel’ of ‘te weinig’ voor iemand met een eetstoornis.
  6. Staar niet. Niet naar hoe die persoon eruitziet, noch naar wat hij of zij in z’n mond steekt.
  7. Maak er gewoon een zo ontspannen mogelijke avond van, en praat niet over de eetstoornis. Behandel de persoon net zoals je de andere gasten behandelt.

Oefening voor jezelf

  1. Sta stil bij wat jij wilt en wat voor jou haalbaar is. Wil je ‘meedoen met de rest’ of is dat nog een stapje te ver? Bedenk vooraf wat jij aankunt.
  2. Betrek je omgeving bij je angsten. Vertel hun, eventueel op voorhand, wat je angst bezorgt.
  3. Vraag je diëtiste om hulp. Stel samen een eetplan op voor de feestdagen waar je je aan kunt houden. Zo voorkom je bovendien dat je je gaat overeten.
  4. Vraag de gastheer of gastvrouw op voorhand of het mogelijk is te weten wat jullie zullen eten.
  5. Schrijf de angsten op en maak daarna een lijstje met helpende gedachten. Bijvoorbeeld:
    – Angst: Mijn angst is dat ik veel zal moeten eten op korte tijd.
    – Helpende gedachte: Als ik iets niet kan eten, heb ik het recht dat te laten liggen op mijn bord.

Laat je niet van je stuk brengen als er k*topmerkingen gemaakt worden zoals: ‘Pak nog maar wat frietjes!’ Of: ‘Amai, dat is een goed gevuld bord.’ Zeg tegen de persoon in kwestie dat je dit ook helemaal geen fijne opmerking vindt en leg uit waarom. Meestal beseft diegene niet waarom zo’n opmerking jou irriteert.

Dominique, de vriend van Laura, aan het woord

Tijdens haar dieptepunt, die periode voor, tijdens en na de kerstdagen, kon alles haar negatief triggeren: een foto op Instagram, een dom berichtje, slecht weer, een klus die niet vlot verliep… Soms was het letterlijk zo dat ik naar het toilet ging en ze aan het lachen was, en wanneer ik terugkwam ze met tranen van verdriet in haar ogen stond.

Maar ik kon wel begrip opbrengen voor haar reacties, want alles wat Laura maakte wie ze was, was op dat moment van haar afgenomen. Haar mooie lijf, haar zelfbeeld, haar magnetische energie, haar hobby’s, sporten en reizen, haar vrije keuze in eten… eigenlijk haar vrije keuze in alles. En alsof dit niet zwaar genoeg was, had ze van haar ruime vriendenkring maar een handvol mensen meer over die er écht waren voor haar.

Neem dat allemaal van iemand af, en kijk dan eens wat het met die persoon doet…

De ouders van Laura aan het woord

Papa: ‘Op een bepaald moment zat Laura heel diep. We werden uitgenodigd bij haar psychologe, en die zei dat ze niet naar Cuba mocht vertrekken, een reis die ze zou maken een jaar nadat ze voor het eerst naar Cuba was geweest, maar deze keer was het een salsareis die ze organiseerde voor externe deelnemers. Dat was voor haar een dieptepunt, een van de slechtste dagen die ze gehad had. Maar voor ons als ouders ook.’

Mama: ‘Toen heeft ze echt een depressie gehad. Die reis was iets waar ze enorm naar uitkeek, iets wat ze zelf uit de grond had gestampt. Het was haar beroepseer die wegviel. Het mocht gewoon niet. Toen die Cuba-reis niet doorging, dachten we elk moment dat ze zichzelf iets zou aandoen.’

Papa: ‘Telkens wanneer de telefoon ging, waren we bang dat er iets gebeurd zou zijn. We liepen voortdurend met angst. Maar eigenlijk… nu nog, hoor. Dat is zeker niet over.’

Laura aan het woord

Dus die kerstdagen. Mentaal zat ik dieper dan ooit. Ook fysiek werden de klachten alleen maar erger. Ik had constant buikpijn en krampen, lag uren in de zetel, kon niet meer slapen van de pijn, en ik ervaarde meer en meer steken in mijn hart. Het was beangstigend. Ademen werd moeilijker en ik kreeg het gevoel dat ik elk moment ineen kon storten. Letterlijk mijn volledige lichaam gaf signalen: ik stond op de rand van de afgrond.

Een check-up in het ziekenhuis bevestigde de ellendige staat waarin ik me bevond: ‘Het is niet vijf voor twaalf, maar één voor twaalf,’ waren de woorden van professor Peeters, de arts bij wie ik in behandeling was. Hij zei me dat ‘mijn hart het elk moment kon begeven’.

Op dat moment begon ik me echt zorgen te maken. Mijn maag en darmen waren (voorlopig) nog oké, maar een bloedanalyse toonde een extreem tekort aan witte bloedcellen en kalium aan, en een diagnose van de botten wees op het begin van osteoporose, een ‘ziekte’ die voornamelijk mensen ouder dan vijfenvijftig jaar treft. Ik was vijfentwintig. Mijn jonge leeftijd had ook wel het voordeel dat de botafbraak nog niet onomkeerbaar was. Die botten konden zich nog herstellen, maar dan moest ik er nú iets aan doen.

Enkele dagen later belandde ik in het ziekenhuis. Het was de week na de feestdagen. Begin januari 2020. Ik zat intussen al tien maanden (hoewel de eerste maanden onbewust) in de eetstoornis.

Verder lezen?

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief