nieuws

Leesfragment: Huib Billiet Adriaansen over de geschiedenis van Cuba en België

0

In een wervelende chronologie van personen, feiten en gebeurtenissen belicht Zwarte bonen, rode inkt en Manneken Pis de historische link tussen het kleine Cuba en het nog kleinere België. Verhalen waar je het bestaan niet van wist, ontdek je in dit boeiende boek voor elke geschiedenisliefhebber. Lees hier alvast de inleiding van het boek!

Vooraf

Er zijn veel manieren om de relatie tussen verschillende landen te beschrijven. Ik doe het niet thematisch, maar chronologisch, niet zozeer beschouwend, maar verslaggevend. In dit boek dus geen politieke of economische analyses, laat staan een balans van het revolutionaire Cuba. Daarover zijn al veel boeken gepubliceerd. Ik verkies een andere invalshoek en een wat ongewone vorm.

Dit boek is een uitnodiging om heen en weer te reizen, om voortdurend te veranderen van geografische locatie, en om mee te kijken door de ogen van steeds wisselende historische spelers. Ik presenteer de  historische informatie gefragmenteerd, in korte stukjes, als waren het actuele persberichten. Dat is een ongewoon concept, en dat vraagt wat gewenning. Maar het biedt gaandeweg een steeds meer gevarieerde opeenvolging van feiten en gebeurtenissen die vijf eeuwen relaties tussen België en Cuba in kaart brengt.

In het eerste hoofdstuk hangen we op Cuba rond, in de buurt van migranten uit Vlaanderen: soldaten, ingenieurs, smokkelaars, spionnen en handelaren. De eerste contacten gaan veel verder in de tijd terug dan de oprichting van België in 1830. Indien ik de chronologie in dat jaar begonnen was, dan had je nu een minder dik boek in handen. De eerste bisschop, de eerste trommelaar en de eerste drukker van Cuba, om slechts enkele markante voorbeelden te noemen, zouden niet aan bod gekomen zijn. Hun wieg stond in Brugge, Antwerpen en Gent, steden in de welvarende Lage Landen die vanaf de zestiende eeuw mee aan de kar duwden van het Spaanse Wereldrijk.

Koning Leopold I is nogal op Cuba gefixeerd. Hij laat zelfs interesse blijken om het suikereiland te kopen.

In het tweede hoofdstuk, met tussentitels als ‘maagden’, ‘landbouwschool’, ‘blank gezicht’ en ‘krokodillen’, zien we hoe de contacten na de Belgische onafhankelijkheid toenemen. Koning Leopold I is nogal op Cuba gefixeerd. Hij laat zelfs interesse blijken om het suikereiland te kopen. Die expansionistische droom is te hoog gegrepen, maar ons land vestigt wel zijn status als overzeese exporteur van textiel, glas, metaal en wapens. Het oefent door zijn politieke stabiliteit, zijn liberale grondwet en zijn vastgelegde neutraliteit een aantrekkingskracht uit op Cubaanse wetenschappers, studenten, en op politieke hervormers die verbannen worden om hun streven naar zelfbeschikking.

De lange Cubaanse onafhankelijkheidsstrijd vormt de achtergrond van het derde hoofdstuk. Vanuit ons land vertrekken nog bouwmateriaal, treinwagons en vaccins, maar België worstelt met zijn neutraliteit. Het wapengeweld op het verre eiland laat de publieke opinie niet emotieloos. In die jaren wijst de Cubaanse vrijheidsheld José Martí ons op een bijzonder aspect, namelijk de gelijkenis tussen Cuba en België als het gaat om de bescheiden landoppervlakte en de positie te midden van grote, machtige en vaak vijandige mogendheden. Die louter geografische verwantschap is een essentieel gegeven, een soort leitmotiv als je wilt, in de manier waarop vanuit het kleine Cuba naar het kleine België gekeken wordt, en omgekeerd.

Het vierde hoofdstuk begint met de erkenning van de Republiek Cuba in 1902. Vanaf nu heet het dat er lazos de amistad bestaan, vriendschapsbanden. Ze overstijgen de economische en officiële contacten. Dat zien we duidelijk als België tijdens de Eerste Wereldoorlog onder de voet gelopen wordt, en de Cubaanse bevolking zich daadwerkelijk solidair toont met het getergde land. Daarop volgt in Cuba een periode van heuse belgofilie. Koning Albert I wordt er op handen gedragen, scholieren leren België als modelland kennen, straten krijgen de naam Bélgica, en 21 juli wordt uitgeroepen tot nationale feestdag. Die opvallende vriendelijkheid is een essentiële sleutel om de latere relatie te kunnen begrijpen.

Hoofdstuk 5 omvat de periode tussen een anti-imperialistisch congres (1928) en de Wereldtentoonstelling (1958), eveneens in Brussel. In die woelige jaren vinden vertegenwoordigers van beide landen elkaar rond suikerkwesties. Er worden nogal wat schouderklopjes uitgedeeld. Belgische duiven krijgen op Cuba een naam, en Manneken Pis een vaste plek. Een Belgische architect werkt mee aan de kroon op het Capitolio, terwijl bijna-ex-koning Leopold III door de beau monde van Havana ontvangen wordt.

Met de wapenleveringen rond 1959 komt België in de bovenste lade van de revolutionaire leiders te liggen.

Met de wapenleveringen rond 1959 komt België in de bovenste lade van de revolutionaire leiders te liggen. Daarmee starten we het zesde hoofdstuk, waarin Cuba de wereld verbaast en beroert, en figuren als Fidel Castro en Che Guevara hun plaats opeisen op het internationale toneel. De oprichting van een nationale Belgisch-Cubaanse solidariteitsvereniging is eveneens een sleutel om de bijzondere relatie te kunnen begrijpen, want ze draagt bij aan de sympathie voor het eiland in de publieke opinie. Al even opvallend is het grote aantal publicaties dat in ons land aan Cuba gewijd wordt.

Het laatste hoofdstuk werpt licht op een periode van vruchtbare samenwerking op zowat alle mogelijke terreinen. Het had een afzonderlijk boek kunnen worden. Nooit eerder gingen meer Belgen rondsnuffelen op Cuba; nooit stapten meer Cubanen in Zaventem uit het vliegtuig. In dat hoofdstuk blijkt ook de manier waarop politiek België zijn historisch handelsmerk waarmaakt en koppig de kaart blijft trekken van consensusbouwer. En dat terwijl de Verenigde Staten hun klauw rond Cuba nog altijd niet bereid zijn los te laten.

Door de geschiedenis is de Belgisch-Cubaanse relatie altijd intens geweest, eigenzinnig en bij momenten buitengewoon. Maar voor de lezer naast zijn schoenen gaat lopen, wijs ik nog op een valkuil. Door alleen over onze relatie met Cuba te spreken, kan een verkeerde perceptie ontstaan. In de geschiedenis van het eiland, en bekeken over een periode van vijf eeuwen, moeten we België een plaats geven in de schaduw van Spanje, van de West-Europese grootmachten en van de Verenigde Staten. In een internationale context waren – en zijn – België en Cuba kleine spelers. Maar, zoals de Cubaanse denker José Martí in de negentiende eeuw opmerkte, ook de grote daden van kleine naties zijn de moeite waard om van dichtbij te bekijken.

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief