leesfragment

[LEESFRAGMENT] Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust

Op 27 januari is het zoals elk jaar Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust. Op 27 januari 1945 bevrijdden soldaten van het Sovjetleger de overlevenden van het concentratiekamp Auschwitz, en daarom herdenken we de Holocaust. Door genocide zijn ongeveer 6 miljoen Joden omgekomen. Ter nagedachtenis, en omdat we de gruwelen van de oorlog nooit mogen vergeten, delen we vandaag een leesfragment uit  Beulen van Breendonk, een boek uit de reeks ‘Verhalen uit WO II’.

 

Eind augustus 1940 nemen de Duitsers fort Breendonk in bezit. Sturmbannführer Philip Schmitt is de eerste kampcommandant. Hij laat het dagelijkse toezicht op de gevangenen over aan  Untersturmführer Arthur Prauss, die er als geen ander meedogenloos en met een sadistisch genoegen voor zorgt dat in het kamp van Breendonk de hel wordt ontketend.

Volgens de SS-normen is Breendonk geen concentratiekamp, maar de onmenselijke levensomstandigheden zijn vergelijkbaar met wat de SS in andere kampen aanricht. Voor wie in het kille en klamme fort wordt opgesloten, begint het proces van ontmenselijking vanaf de eerste dag. De gevangenen worden geregistreerd, geschoren en krijgen een oud legeruniform van het Belgische leger waarop hun nummer wordt aangebracht. Hun naam horen ze niet meer. De bewakers gebruiken alleen de nummers om de gevangenen in het Duits bevelen toe te schreeuwen.

De gevangenen moeten zware dwangarbeid verrichten. Met spaden en kruiwagens moeten ze de tonnen aarde afgraven die het fort bedekken. Het is nutteloos en afbeulend werk, bedoeld om hen fysiek en mentaal te breken. De gevangenen hebben constant honger. Per dag krijgen ze 225 gram brood, een paar koppen ersatzkoffie en een bord dunne, magere soep. De honger, de dwangarbeid en de mishandelingen eisen een zware tol. Bijna honderd gevangenen bezwijken eraan, vooral in de maanden juni-september 1941, oktober 1942-maart 1943 en augustus 1944. De doodsoorzaak is veelal een combinatie van bovengenoemde factoren, maar soms gaat het om pure moord en doodslag. Zo worden in de eerste maanden van 1943 een twaalftal vooral Joodse gevangenen op beestachtige wijze afgemaakt aan de grachtkant.

De honger, de dwangarbeid en de mishandelingen eisen een zware tol.

Er heerst een sfeer van geweld in Breendonk, een voortdurende intimidatie van de gevangenen. Enerzijds verbaal geweld door de scheldtirades die ze constant te verduren krijgen van de bewakers. Het is nooit stil in de gangen van het fort. Het geroep van de SS’ers, het nodeloos slaan met deuren en ’s avonds de kreten van pijn als de ondervragingen in de folterkamer beginnen. De gevangenen zijn anderzijds de hele dag ook onderhevig aan fysiek geweld. Om het minste echte of vermeende vergrijp worden ze geslagen en geschopt. Maar die mishandelingen kunnen vaak zonder aanwijsbare reden omslaan in moord en doodslag. De tuchtstraffen zijn buitensporig zwaar; het karige rantsoen wordt hun ontzegd of ze moeten een hele dag werken met een ransel stenen op de rug. Dat laatste is levensbedreigend voor de uitgemergelde gevangenen; alleen al in de winter van 1942 overleven vier van hen die martelgang niet.

De gedetineerden zijn permanent uitgehongerd. Dat is voor de bewakers een aanleiding om het stelen van voedsel enorm streng te bestraffen: twintig zweepslagen voor het stelen van aardappelschillen uit het varkenshok en tien zweepslagen voor het stelen van afval van wortelen of koolrapen. In de tweede helft van 1942 wordt in Breendonk een folterkamer, de zogenaamde bunker, ingericht. De verscherpte verhoren die er worden afgenomen, hebben tot doel verzetsmensen onder druk te zetten om hun kameraden te verklikken of andere inlichtingen aan de nazi’s prijs te geven. In de regel worden de gevangenen er met de handen op de rug gebonden, een meter boven de grond opgetrokken en met de bullepees bewerkt. De beulen laten de gefolterden vervolgens vallen op houten wiggen, om hen onmiddellijk daarna weer op te trekken. Duimschroeven, hoofdklemmen, roodgloeiende ijzeren staven, elektrische stroomstoten, alle middelen zijn goed voor de beulen. Wie men fysiek niet kleinkrijgt, wordt psychologisch onder druk gezet door ermee te dreigen familieleden of kameraden aan een foltering te onderwerpen.

Duimschroeven, hoofdklemmen, roodgloeiende ijzeren staven, elektrische stroomstoten, alle middelen zijn goed voor de beulen.

De gevangenispopulatie bestaat in het eerste bezettingsjaar voor de helft uit Joden, slachtoffers van het racistische nazibeleid. Bij de inval in de Sovjet-Unie in juni 1941 lanceert de Sipo-SD op bevel van Berlijn de operatie Sonnewende – een toepasselijke naam voor het feit dat Hitler het pact met Stalin heeft verbroken –, waarbij ze zoveel mogelijk communisten probeert op te pakken. Velen van hen belanden in Breendonk.

Als de bezetter in de zomer van 1942 de Mechelse Dossinkazerne in dienst neemt om Joden massaal op transport te zetten naar vernietigingskampen, verdwijnen de meesten van hen uit Breendonk. Het wordt steeds meer een kamp waar verzetsmensen terechtkomen. De SS past de structuur van het fort aan die nieuwe bestemming aan. Er komen een folterkamer om verzetslui aan de praat te krijgen en isoleercellen om gevangenen die ondervraagd worden te beletten hun verdediging op elkaar af te stemmen. In november 1942 wordt er een executieterrein aangelegd, waar in minder dan twee jaar tijd 164 gijzelaars op bevel van Falkenhausen gefusilleerd worden als represaille voor aanslagen van het verzet. In mei 1943 wordt op het executieterrein een galg opgetrokken waaraan verzetslui worden opgeknoopt die feiten hebben gepleegd waarop volgens nazirecht de doodstraf staat.

Het kamp van Breendonk wordt bewaakt door Wehrmachtsoldaten. In het kamp maken SS’ers – vanaf september 1941 ook Vlamingen in SS-uniform – de dienst uit. Zij maken zich schuldig aan voortdurende mishandelingen en vernederingen van de gevangenen. De beruchtsten zijn Fernand Wyss en Richard De Bodt.

Vanuit Breendonk worden de meeste gevangenen gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen. Op 22 september 1941 vertrekt voor de eerste keer een konvooi met Breendonkgevangenen naar het bij Hamburg gelegen concentratiekamp Neuengamme. Van de meer dan 3500 gevangen van Breendonk zal de helft de oorlog niet overleven. De meesten van hen vinden de dood ver van huis, in kampen als Neuengamme, Mauthausen en Buchenwald.

 

Overzicht

Mark Van den Wijngaert / Patrick Nefors / Dimitri Roden / Tine Jorissen / Olivier Van der Wilt

Beulen van Breendonk

Het Fort van Breendonk werd als gevangenis en doorgangskamp gebruikt door de Sipo-SD, de ergste van de Duitse politiediensten. De levensomstandigheden die er heersten, zijn vergelijkbaar met die in de concentratiekampen. De gevangenen werden door de SS uitgehongerd, afgebeuld, vernederd, mishandeld en gefolterd. De hel van Breendonk eiste dan ook een zware tol: bijna 280 gevangenen bezweken onder het onmenselijke regime of werden terechtgesteld. Duitse en Vlaamse SS’ers deden daarbij niet voor elkaar onder, maar ook een aantal medegevangenen maakte zich schuldig aan moord, doodslag, slagen en verwondingen.

Dit boek doet verslag van de misdaden van de beulen van Breendonk en van het proces van Mechelen. Daar stonden de Belgen onder hen in 1946 terecht voor de gruwelen die ze hadden gepleegd. De militaire rechtbank sprak bijzonder zware straffen uit tegen de drieëntwintig beklaagden, van wie zestien de doodstraf kregen. Een vergelijking met het kamp van Amersfoort laat zien dat de verantwoordelijken daar minder zwaar werden gestraft. Tot slot behandelt het boek de fundamentele vraag hoe iemand beul wordt.

Beulen van Breendonk werd geschreven door een team van historici o.l.v. prof. emeritus MARK VAN DEN WIJNGAERT, auteur van meerdere boeken over de Belgische geschiedenis en het Belgische koningshuis. PATRICK NEFORS publiceerde eerder Breendonk 1940-1945, DIMITRI RODEN is conservator van het Breendonk Memorial, TINE JORISSEN was er wetenschappelijk medewerker en OLIVIER VAN DER WILT conservator van 2003 tot 2017.

Met medewerking van het Breendonk Memorial, site van het War Heritage Institute.

Lees méér.

Overzicht

Stefaan Van Laere / Frans & Jozef Craeninckx

Het drama van Meensel-Kiezegem ’44

Heruitgave van Een klein dorp, een zware tol.

Meensel-Kiezegem, een landelijk dorpje in het Brabantse Hageland. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog viel het dorpsleven even stil, maar na een tijd ging het gewone leven min of meer door... tot die noodlottige zondag. Op zondag 30 juli 1944 werd Gaston Merckx, zoon van de Duitsgezinde familie Merckx, vermoord. Een eerste vergeldingsactie volgde op 1 augustus, maar het ergste moest nog komen. Op vrijdag 11 augustus sloten 350 manschappen Meensel-Kiezegem hermetisch af. Er vielen 4 doden, 91 dorpelingen werden weggevoerd, van wie de meesten nooit meer terugkwamen. Dertien van hen, onder wie de zestienjarige tweeling Frans en Jozef Craeninckx, zaten in de ‘spooktrein’ met bestemming Neuengamme - de trein die daar gelukkig nooit aankwam.

Dit boek is het verhaal van een uit de hand gelopen dramatisch conflict tussen verzetsmensen en collaborateurs vlak voor de historische bevrijding, het is het verhaal van een dorpsgemeenschap waarin het drama tot op de dag van vandaag voortleeft.

Meensel-Kiezegem is ook het geboortedorp van wielerlegende Eddy Merckx, die 10 maanden na dit drama ter wereld kwam. De vermoorde ‘zwarte’, Gaston Merckx, was een achterneef, maar Eddy’s vader Jules zat tijdens de razzia ondergedoken en zijn moeder Jenny was koerier voor het verzet. ‘Thuis werd over de oorlog bijna nooit meer gesproken, omdat de ervaring te pijnlijk is geweest voor mijn ouders’, zegt Eddy Merckx.

Lees méér.

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief