nieuws

Leesfragment: Kleurenblind

In Kleurenblind vertelt Trevor Noah zijn bijzondere levensverhaal – van een arme jeugd onder de apartheid in Zuid-Afrika tot geliefde comedian en presentator van The Daily Show. Lees hier het eerste hoofdstuk: 

Rennen

In kaskrakers uit Hollywood zie je soms van die idiote achtervolgingen waarbij iemand uit een rijdende auto springt of wordt gegooid. De persoon valt op straat en rolt nog een eindje door. Zodra diegene stilligt, staat hij op en klopt het stof van zijn kleren alsof het allemaal niets voorstelde. Elke keer dat ik zoiets zie, denk ik: Wat een onzin. Als je uit een rijdende auto wordt gegooid, verrek je van de pijn.
Ik was negen toen mijn moeder me uit een rijdende auto gooide. Dat was op een zondag. En dat weet ik nog omdat we terugkwamen van de kerk, en toen ik klein was, gingen we elke zondag naar de kerk. We gingen nooit níét naar de kerk. Mijn moeder was, en is dat nog steeds, zeer godsdienstig. Echt heel erg christelijk. Net als andere inheemse volkeren elders ter wereld, namen zwarte Zuid-Afrikanen de godsdienst van de bezetter over. En met ‘overnemen’ bedoel ik eigenlijk gewoon dat die ons werd opgedrongen. Blanken waren tamelijk streng tegenover de oorspronkelijke bewoners. ‘Jullie moeten tot Jezus bidden,’ zei de blanke. ‘Jezus zal jullie redden.’ Waarop de oorspronkelijke bewoners antwoordden: ‘Nou, we moeten inderdaad gered worden – overigens wel van jullie, maar dat terzijde – dus laten we die Jezus maar een kans geven.’

Ik was negen toen mijn moeder me uit een rijdende auto gooide.

Mijn hele familie was godsdienstig, maar terwijl mijn moeder volledig in de Here was, geloofde mijn oma eerder in een mix van het christendom en de traditionele Xhosarituelen waarmee ze was opgegroeid. Zo communiceerde ze bijvoorbeeld met de geesten van onze voorouders. Het heeft lang geduurd voordat ik snapte waarom zoveel zwarte mensen hun eigen godsdienst voor het christendom hadden ingeruild. Maar hoe vaker we naar de kerk gingen en hoe langer ik in de kerkbankjes doorbracht, hoe meer ik leerde over hoe het christendom werkt: ben je een indiaan in Amerika en bid je tot de wolven, dan ben je een wilde. Ben je Afrikaans en bid je tot je voorouders, dan ben je een primitieveling. Maar als blanken bidden tot een vent die wijn kan maken van water, is dat gewoon een kwestie van gezond verstand.

Tijdens mijn jeugd draaiden minstens vier avonden per week om de kerk, of in elk geval om iets wat met de kerk te maken had. Dinsdagavond was voor gebedsbijeenkomsten. Woensdagavond voor Bijbelstudie. Donderdagavond voor de jongerenkerk. Vrijdag en zaterdag hadden we vrij. (Tijd om te zondigen!) En op zondag gingen we dus naar de kerk. Of nee, naar drie kerken om precies te zijn. We gingen naar drie verschillende kerken omdat mijn moeder zei dat elke kerk haar iets anders te bieden had. De eerste bood een uitbundig eerbetoon aan de Heer. De tweede een diepgaande analyse van de Bijbel, waar mijn moeder dol op was. De derde bood passie en loutering, echt een plek waar je de Heilige Geest in je binnenste kon voelen. Op een gegeven moment viel het me op dat de kerkgangers op elke plek ook een heel andere etnische achtergrond hadden. In de uitbundige kerk kwamen zowel blanken als zwarten. In de analytische kerk kwamen alleen blanken. En in de gepassioneerde, louterende kerk kwamen alleen zwarte mensen.
De raciaal gemengde kerk was de Rhema Bible Church. De Rhema was zo’n enorme, hypermoderne kerkkolos in een buitenwijk. De voorganger, Ray McCauley, was een voormalige bodybuilder met een brede glimlach en het karakter van een cheerleader. Hij deed op het podium heel erg zijn best om Jezus cool te laten zijn. De kerkbanken waren opgesteld als in een arena en er was een rockband die moderne christelijke popmuziek speelde. Iedereen zong mee en als je de tekst niet wist maakte dat niet uit, want die werd voorin op een heel groot videoscherm geprojecteerd. Het was met andere woorden een soort christelijke karaoke. In de gemengde kerk was het dan ook altijd dolle pret.

Het was met andere woorden een soort christelijke karaoke. In de gemengde kerk was het dan ook altijd dolle pret.

De blanke kerk heette Rosebank Union en zat in Sandton, een rijke blanke wijk van Johannesburg. Ik vond de blanke kerk te gek omdat ik daar niet naar de officiële dienst hoefde. Daar ging mijn moeder wel naartoe, maar ik mocht naar de kinderkerk, oftewel naar de zondagsschool. En bij de zondagsschool mocht je allemaal spannende verhalen lezen. De Ark van Noach was favoriet; vanwege mijn naam raakte dat bij mij natuurlijk een gevoelige snaar. Maar er waren meer prachtverhalen: Mozes die de Rode Zee spleet, David die Goliath versloeg en Jezus die de tollenaars in de tempel een afranseling gaf.

Ik groeide op in een gezin waar populaire cultuur geen rol speelde. Boyz ii Men was bij mijn moeder thuis uiteraard verboden. Liedjes over een jongen die de hele nacht op een meisje ligt te schuren? Ben je gek! Geen sprake van. Als de andere kinderen op school ‘End of the Road’ zongen, had ik geen idee waar ze het over hadden. Ik had wel gehoord van die Boyz ii Men, maar ik had geen flauw benul wie het waren. De enige muziek die ik kende, was wat ik in de kerk hoorde: hoogdravende jubelliederen waarin Jezus werd geprezen. Voor films gold hetzelfde. Mijn moeder wilde niet dat ik bezoedeld zou worden door films waarin seks en geweld voorkwamen. Geen denken aan! En dus was de Bijbel voor mij een actiefilm. Samson was mijn superheld. Hij was mijn He‑Man. Een kerel die met de kaak van een ezel duizend mensen doodknuppelde? Dan ben je echt wel behoorlijk stoer, hoor. Uiteindelijk kom je uit bij Paulus die brieven schrijft aan de Efeziërs en dan zakt het plot wel wat in, maar het Oude Testament en het evangelie? Van die bladzijden kan ik hele stukken oplepelen, inclusief tekst en uitleg. Bovendien waren er in de blanke kerk elke week ook allerlei Bijbelspelletjes en -quizzen, waarbij ik iedereen steevast in de pan hakte.

En dan had je nog de zwarte kerk. Er was altijd wel ergens een zwarte kerkdienst en volgens mij hebben we die allemaal weleens bijgewoond. In het township was zo’n dienst meestal buiten, in de stijl van zo’n grote tent vol wedergeboren christenen met een opzwepende dominee. Meestal gingen we naar de kerk van mijn oma, een ouderwetse methodistengemeenschap met vijfhonderd omaatjes in blauw-witte bloezen, die met de bijbel tegen de borst geklemd geduldig onder de snikhete Afrikaanse zon zaten te wachten. De zwarte kerk was zwaar, dat ga ik niet ontkennen. Geen airco. Geen muziekteksten op grote videoschermen. En de dienst duurde ook nog eens eeuwen, minstens drie à vier uur, wat ik nogal verwarrend vond omdat de blanke kerk maar ongeveer een uur duurde; erin en eruit en bedankt voor uw bezoek. Maar in de zwarte kerk zat ik daar maar te zitten, het voelde echt als een eeuwigheid. Ik probeerde uit te vogelen waarom de tijd zo langzaam ging: Kan de tijd écht stilstaan? En zo ja, waarom staat hij dan altijd stil in de zwarte kerk en niet in de blanke? Uiteindelijk kwam ik tot de slotsom dat zwarte mensen meer tijd nodig hadden met Jezus omdat we meer leden. ‘Ik ben hier om een week aan zegeningen tot me te nemen,’ zei mijn moeder vaak. Ze ging ervan uit dat hoe meer tijd we in de kerk doorbrachten, hoe meer zegeningen we vergaarden, zeg maar net als bij een klantenkaart van de Starbucks.

Wat dan wel weer echt goed was aan de zwarte kerk, was dat er na drie of vier uur verveling demonen werden uitgedreven. Dan renden de mensen die bezeten waren als totale gekken de gangpaden tussen de kerkbanken door terwijl ze in vreemde tongen tekeergingen. De zaalwachten doken als uitsmijters bij een disco boven op ze en hielden ze vast voor de dominee. Die pakte dan hun hoofd beet en schudde de bezetene in kwestie flink door elkaar terwijl hij riep: ‘In de naam van Jezus beveel ik je: ga heen!’ Sommige dominees gingen gewelddadiger te werk dan anderen, maar wat ze allemaal gemeen hadden, is dat ze pas ophielden als de boze geest verdreven was en de kerkganger als een lappenpop op het podium in elkaar zakte. En dat was echt belangrijk, dat de bezetene viel. Want als hij of zij niet op de grond belandde, betekende dat dat de boze geest heel krachtig was en dan moest de dominee die nog harder aanpakken. Al was je een linebacker in de National Football League, het maakte niet uit; de dominee kreeg je hoe dan ook op je knieën. Mijn hemel, wat was dat leuk!

Christelijke karaoke, stoere actieverhalen en gewelddadige gebedsgenezers: de kerk was echt te gek.
Christelijke karaoke, stoere actieverhalen en gewelddadige gebedsgenezers: de kerk was echt te gek. Wat ik alleen niet zo leuk vond, was het enorme gedoe om er te komen. Echt wat je tegenwoordig een epische reis zou noemen. Wij woonden destijds in Eden Park, een kleine buitenwijk aan de rand van Johannesburg. Naar de blanke kerk was het een uur reizen, de gemengde kerk lag drie kwartier verderop en dan was het nog eens drie kwartier naar Soweto voor de zwarte kerk. En alsof dat nog niet erg genoeg was, gingen we op zondag soms weer terúg naar de blanke kerk voor de avonddienst. Tegen de tijd dat we eindelijk weer thuis waren, viel ik altijd direct uitgeteld in slaap.

Die ene bewuste zondag, de zondag dat ik uit een rijdende auto werd gesmeten, begon als elke andere zondag. Mijn moeder maakte me wakker en ik kreeg een bord pap. Daarna waste ik me, terwijl zij mijn broertje Andrew ging aankleden, die toen negen maanden oud was. Daarna gingen we naar buiten, maar toen we eenmaal met z’n allen in de auto zaten en de veiligheidsriemen vast hadden geklikt, wilde hij niet starten. Mijn moeder had een stokoude, gammele, feloranje Volkswagen Kever die ze voor een appel en een ei had gekocht. Logisch, want het kreng weigerde de helft van de tijd dienst. Ik heb dan ook nog steeds een hekel aan tweedehands auto’s. Bijna alles wat er in mijn leven verkeerd is gegaan, valt terug te voeren op een tweedehands auto.

Bijna alles wat er in mijn leven verkeerd is gegaan, valt terug te voeren op een tweedehands auto.
Vanwege een tweedehands auto kwam ik te laat op school en kreeg ik strafwerk. Vanwege een tweedehands auto moesten we liften op de snelweg. En dat mijn moeder getrouwd is, heeft ook met een tweedehands auto te maken. Als onze Kever het niet telkens had begeven, waren we nooit op zoek gegaan naar de monteur die haar echtgenoot werd, die mijn stiefvader werd, die de man werd die ons jarenlang heeft geterroriseerd en uiteindelijk mijn moeder overhoopschoot. Ja echt, geef mij maar een nieuwe auto met garantie.
Hoe leuk ik de kerk ook vond, het vooruitzicht van die negen uur durende tocht, van de gemengde kerk naar de blanke kerk, dan nog naar de zwarte kerk en weer terug naar de blanke kerk, was echt behoorlijk afschrikwekkend. In een auto was het al erg, maar met het openbaar vervoer duurde het tweemaal zo lang en was het dubbel zo zwaar. Ik was die bewuste zondag dan ook stiekem aan het bidden: Zeg alsjeblieft dat we gewoon thuis mogen blijven. Zeg alsjeblieft dat we gewoon thuis mogen blijven. Maar toen ik opzij keek en de vastberaden blik op mijn moeders gezicht zag, haar kaken stevig op elkaar geklemd, wist ik dat ik een zware dag voor de boeg had. ‘Kom,’ zei ze. ‘We gaan met de minibus.’

Trevor Noah werd, hoewel gemengde relaties verboden waren, geboren als zoon van een blanke Europese vader en een zwarte Xhosa-moeder, die voor de buitenwereld moest doen alsof ze zijn nanny was in de weinige momenten dat ze als gezin samen waren. Zijn briljante, excentrieke moeder speelde een hoofdrol in zijn leven: ze was komisch en diepgelovig (ze gingen zes dagen per week naar de kerk en op zondag zelfs drie keer), en hielp Trevor op zijn hobbelige weg naar wereldfaam.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief