leesfragment

Leesfragment: ‘Om dringende reden’ van Peter Franck

Om dringende reden van Peter Franck is de winnaar van de eerste Fintro Prijs Spannend Boek. Dit spannend thrillerdebuut gaat over het meedogenloze steekspel bij een aflopende arbeidsrelatie, en geeft op een fascinerende wijze een verhelderende inkijk in de Antwerpse diamantwereld, waar niet alle transacties het daglicht verdagen. Nieuwsgierig naar het verhaal? Lees hier alvast de eerste pagina’s.

Wat in godsnaam bezielde hem, zou Pieter Vindevoghel zich later herhaaldelijk afvragen, want het was alsof iemand anders zich van zijn arm bediende. Behoedzaam draaide hij het hoofd achtereenvolgens naar links en naar rechts, zijn ogen in eenzelfde richting meedraaiend. Tot zijn eigen verwondering nam hij het kleine witte envelopje in zijn hand als was hij een op afstand bediende robot. Zijn vingertoppen leken een grote, puntige knikker te voelen. Het partij-briefje gleed als vanzelf in zijn broekzak. Vervolgens deed hij waarvoor hij het winkelpand was binnengelopen. Hij legde het document op de glazen plaat van de kopieermachine en drukte zo onbewogen mogelijk op de startknop. Zijn blik dwaalde over de Antwerpse Hoveniersstraat. Een striemende stortregen joeg alle diamanthandelaars uit het naargeestige straatbeeld. Of was het de inval van de politiediensten in de verschillende kantoren vanmorgen die de diamantairs mensenschuw maakte? Hij staarde afwachtend naar het apparaat. Het weigerde dienst. 

‘Toch niet opnieuw?’ Zuchtend kwam de winkeldame hem te hulp en begon aan de papierlade te morrelen. ‘Zo zou het moeten lukken.’ ‘Mevrouw…’ De stem van Vindevoghel stokte even en in plaats van zijn handpalm open te vouwen hield hij de vondst met gebalde vuist krampachtig in zijn broekzak. ‘…hartelijk dank.’

‘Toch niet opnieuw?’ Zuchtend kwam de winkeldame hem te hulp en begon aan de papierlade te morrelen. ‘Zo zou het moeten lukken.’
‘Mevrouw…’ De stem van Vindevoghel stokte even en in plaats van zijn handpalm open te vouwen hield hij de vondst met gebalde vuist krampachtig in zijn broekzak. ‘…hartelijk dank.’
De verkoopster keek vragend in de ogen van de man van middelbare leeftijd die voor haar stond, maar toen deze zijn blik afwendde, bewoog ze zich met korte elegante pasjes opnieuw naar de toonbank.
Pieter Vindevoghel wist niet langer of hij volgens de letter van de wet een dief of bij gebrek aan een rechtmatige eigenaar de eerlijke vinder te noemen was. Regendruppels kletterden oorverdovend tegen de winkelruiten van Rubin & Son. Op de regenplassen dansten waterbellen. Hij zocht zijn eigen blik in de weerkaatsing van de glazen winkeldeur en sloot voor een ogenblik de ogen. Zijn leven zou nimmer hetzelfde zijn.
***

Advocaat Bram Krekels had zich wegens tijdsgebrek niet echt terdege kunnen voorbereiden op de ontmoeting van deze middag met zijn cliënt. Het telefoontje van Pieter Vindevoghel in de ochtend om de afspraak op kantoor uit te stellen kwam aldus gelegen. De advocaat mocht hopen dat de reden van uitstel, een sollicitatiegesprek, vruchten zou afwerpen. De situatie zag er immers weinig rooskleurig uit. Krekels keek meewarig naar enkele notities die hij in de zaak had opgetekend.
Als jong praktijkassistent arbeidsrecht aan de Antwerpse universiteit werd Krekels gewaardeerd om zijn werkijver en zijn goede kijk op de werking van justitie. Drie jaar ge-leden begon hij als stagiair bij de Antwerpse balie en trad hiermee in de voetsporen van zijn vader, die een florissante praktijk arbeidsgeschillen uit de grond had gestampt. Krekels junior had, zoals hij zelf stelde, ‘heel wat varkentjes moeten wassen’. Vandaag zag het ernaar uit dat de volledige zwijnenstal uitgemest moest worden. Hij trommelde zenuwachtig met de vingers op de schrijftafel.
De kwestie rook weinig fris. Zorgvuldig woog hij de uiteenlopende standpunten van de referentierechtspraak af. Zelfs het Hof van Cassatie gaf geen eenduidige visie. Op de koop toe waren de feiten echt niet om vrolijk van te worden… De brutaliteit waarmee zijn cliënt bejegend werd, was ongekend. De controlearts had Vindevoghel tijdens diens arbeidsongeschiktheid op twijfelachtige gronden met onmiddellijke ingang genezen verklaard, maar bleek naderhand nota bene de buurman van de werkgever te zijn. Bovendien was de wettelijke onafhankelijkheidsverklaring van de controlerend geneesheer niet meer of niet minder dan een gebruikt treinticket van de arts waarop op de achterzijde een onontwarbaar en niet-gedateerd handgeschreven zinnetje stond met de laconieke vermelding ‘on-afhankelijkheidsverklaring’. Meester Krekels onderdrukte de neiging er een papieren vlieger van te maken. De wet leek soms een vodje papier. Voor de zoveelste keer.
***

‘My God, no!’ Tot tweemaal toe. De aanwezigen keken verschrikt op naar Rakesj Videsh, de anders altijd zo rustige en goedlachse Indiase diamantmakelaar. Hij leek onwel te worden. Struikelde hij zelfs bijna? Verward haastte hij zich naar de uitgang.

Rubin & Son was een derdegeneratiehandelszaak in diamanttoebehoren. Het hoekpand lag strategisch tegenover de Antwerpse Beurs voor Diamanthandel. Deze was van de vier Antwerpse diamantbeurzen ongetwijfeld de prestigieuste. In 1904 werd het beursgebouw op een steenworp van de majestueuze Middenstatie opgetrokken. De hoge, sierlijke plafondbogen en grote houten onderhandelingstafels met zicht op de binnentuin ademden nog altijd de grandeur van lang vervlogen tijden. Met de beurs verplaatste de diamanthandel zich van de lokale drankgelegenheden rond het station naar een geïnstitutionaliseerde instelling die over de waardigheid van de diamanthandel moest waken. Volgens sommigen met wisselend succes. Al gold een strenge vestimentaire etiquette: geen toegang tot de beurs met jeansbroek en stropdas verplicht! Al zat de laatste jaren de klad in de dresscode.
Vanwege de politierazzia en het rotweer heerste er binnen het beursgebouw een ongebruikelijke drukte. De commerciële activiteiten verliepen ondertussen bijna volledig digitaal. Menige trader verscheen desondanks graag nog eens op de handelsvloer van de diamantbeurs om met andere handelaars te onderhandelen over een partij diamanten. De stijlvolle parketvloer was gevuld met diamant-handelaars van uiteenlopende afkomst. De inval van de gerechtelijke politiediensten van vandaag was een bron van speculatie. De leden van de beurs waren verhit in gesprek met elkaar.

De sereniteit op de handelsvloer van de diamantbeurs werd verstoord door een kreet van verbijstering. ‘My God, no!’ Tot tweemaal toe. De aanwezigen keken verschrikt op naar Rakesj Videsh, de anders altijd zo rustige en goedlachse Indiase diamantmakelaar. Hij leek onwel te worden. Struikelde hij zelfs bijna? Verward haastte hij zich naar de uitgang. De vragende blikken beantwoordde hij met een bits: ‘It’s gone!’ Bracht hij nu zijn handen naar zijn hoofd om zich de haren uit te rukken? Een zaalwachter snelde toe, maar werd door Rakesj weggeduwd. ‘Back!’ Zijn felwitte tanden, geaccentueerd door zijn bevallig donkere huidskleur, deden hem op een roofdier lijken. Opnieuw dreigde hij om te vallen, mompelde iets onverstaanbaars en verdween naar de grote marmeren hal. Hij gooide de zware glazen toegangsdeur open. De regen voelde hij niet. Zelfs de blauwe zwaailichten die in de ramen van de kantoren weerkaatsten, zag hij niet.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief