leesfragment

Leesframent: ‘Afrika is geen land’ – Dipo Faloyin

0

Afrika is geen land van Dipo Faloyin toont aan dat we al lang zouden moeten weten: dat Afrika een veelzijdig, divers en enorm interessant continent is. Ook al wonen er bijna 1,5 miljard mensen, bestaat het uit 54 landen en worden er meer dan 2000 talen gesproken, toch wordt Afrika vaak erg simplistisch voorgesteld, als een droog, rood safarilandschap, geteisterd door hongersnood, armoede en conflicten.

Dipo Faloyin corrigeert deze beperkte blik en presenteert een gelaagd, multidimensionaal beeld het het continent, van het zinderende stadsleven in Lagos, tot zeven verschillende dictaturen en het culturele erfgoed dat tijdens de koloniale periode werd gestolen.

Lees hier al een eerste fragment!

 

Identiteiten

Identiteiten vormen zich allemaal op hun eigen specifieke manier.

Ik kom van ergens tussen een pan jollofrijst in de drukste keuken van West-Afrika en een woonkamer vol voortdurend wisselende hoofdpersonen. Ik geniet van discussie omdat ik gevormd ben door het meest voorkomende ritueel in mijn familie: met te veel mensen bij elkaar zijn in een beperkte ruimte en ruziemaken over niets, waarbij elke aanwezige zijn mening over de mening van alle anderen geeft. Ik ben geboren uit mensen die totaal tegenstrijdige herinneringen koesteren aan gebeurtenissen waar ze allebei bij waren. Ik ben opgegroeid te midden van familieleden die voortdurend klagen dat een ander het verhaal niet goed vertelt, ofwel feitelijk onjuist, ofwel zonder de vereiste flair. Bij ons thuis wordt de geschiedenis niet geschreven door de overwinnaar, maar door degene die het eerst zijn mond opendoet.

Mijn moeder is een mensenmens, iemand die haar publiek wil behagen. Ze voelt zich het meest op haar gemak wanneer ze zich niet op haar gemak voelt, veilig te midden van gebeurtenissen die zich voltrekken zonder dat zij ze in de hand heeft en waarvoor de oplossing altijd een familiebijeenkomst is. Van haar heb ik mijn liefde geërfd voor het leven in een omgeving met een zeer grote bevolkingsdichtheid, in het warme bad van lawaai en activiteit – de diepe vreugde omringd te zijn door een jukebox aan ervaringen en een uitgebreid bussennetwerk. Mijn moeder blijft altijd hangen voor nog één lied. Ik blijf altijd hangen voor nog één lied.

Mijn vader is een extravert op zijn eigen voorwaarden, volkomen op zijn gemak in zijn eigen vel, met een dringende behoefte aan niets anders dan te zijn. Zijn normale tempo is een tegenwicht voor beweging. Als hij een volmaakte dag mocht bedenken, zou daar een ochtendslaapje in voorkomen. Van hem heb ik een rustige aard: de dingen zijn waarschijnlijk nooit zo erg of zo mooi als ze op het eerste gezicht lijken. Op ons snelst zijn we langzame lopers; op ons langzaamst zouden we, zoals mijn zus ooit opmerkte, net zo goed achteruit kunnen wandelen.

Ik ben half Yoruba en half Igbo. Ze zeggen dat Yoruba’s gewoon plezier willen hebben en Igbo’s gewoon een goed leven willen, wat betekent dat ik altijd en overal voorgeprogrammeerd ben om nooit zomaar een uitnodiging af te slaan zonder op zijn minst nog wat vervolgvragen te stellen. Ik heb drie oudere zussen, wat betekent dat ik 23 procent van mijn leven heb getreurd om de argumenten waarmee ik op de proppen had moeten ko- men in een allang bijgelegde ruzie.

Ik kom uit een verwarrend sublieme matrix van wie echt een bloedverwant is en een grote waardering voor hitte, qua smaak en qua aanraking, en voor de helende krachten van pepersoep. Ik ben opgevoed in de sterke overtuiging dat een tante verplicht is zich met jouw zaken te bemoeien en dat je onmogelijk te veel neven en nichten kunt hebben – twee opvattingen die ik altijd bereid ben te verdedigen. Ik kom uit een thuis met een opendeurbeleid. Ik kom uit de overtuiging dat een bezoek aan ons huis betekent eten in ons huis, omdat voedsel de ultieme liefdestaal is; voedsel vergeeft zonden en verleent gratie.

Ik ben opgevoed met vroeg opstaan om naar de kerk te gaan en laat opblijven op verkiezingsavonden. Ik kom uit een familie die nooit willens en wetens op strandvakantie is gegaan en die meer heeft met intuïtie dan met organisatie; een thuis waar beslissingen meer gebaseerd worden op emotie dan op praktisch nut. Een strikt kindertijddieet van te vroeg op evenementen en vliegvelden aankomen heeft me allergisch gemaakt voor te vroeg op evenementen en vliegvelden aankomen. Bedtijd stond vast, net als de algemene overtuiging dat kinderen gehoord moeten worden.

Ik stam af van een lange lijn van slechte pokerfaces, een clan met het genetisch onvermogen om de frustraties of vreugdes die ons hart raken te verbergen, al is het maar even. Waar ik vandaan kom, is zwijgen de ultieme straf en wordt de eeuwige waarde van een dansvloer propvol mensen van wie je houdt gezien als de grootste uitvinding die de mens ooit heeft gedaan. Ik kom uit een filosofie die zich afvraagt waarom je ooit iets nieuws van een menukaart zou willen bestellen als je exact weet wat je wilt; waarom zou je iets nieuws bestellen als je precies weet wie je bent?

*

Wij zijn allemaal de som van een specifiek aantal bekende gegevens en subtielere invloeden die botsen, samengaan en soms klonteren. Dat zijn de ontastbare zaken die achter onze eerlijkste bedoelingen zitten en het wezen van onze persoonlijkheid vormgeven – iets wat vaak te ingewikkeld, te rekbaar en te persoonlijk is om het ooit helemaal goed te kunnen benoemen, hoe hard we er ook ons best voor doen.

In plaats daarvan strooien we bij al onze interacties broodkruimeltjes die de weg moeten wijzen naar het innerlijke heiligdom van onze complexe identiteit. Het is een onbewuste, ongelijke samenwerking tussen de grote dingen zoals de genen die we van onze ouders erven, de levensbepalende beslissingen die we na zorgvuldige overweging nemen, en de onbewuste dingen, zoals mate van oogcontact, onwillekeurige angsten, en de miljoenen dingen die daartussenin bloeien, zoals: kijken wat voor weer het is voor je naar buiten gaat, de volmaakte opslagplaats voor kruiden en specerijen, altijd kiezen voor bij elkaar passende sokken.

Kleine lapjes persoonlijkheid, aan elkaar genaaid tot ze een echt mens vormen.

Niet iedereen wordt een complexe identiteit gegund. Door de geschiedenis heen zijn altijd individuen en hele gemeenschappen systematisch van hun persoonlijke kenmerken en eigenaardigheden ontdaan, vaak om ze gemakkelijker te kunnen vernederen, kleineren en onderwerpen en in sommige gevallen uitroeien. Het is een voorrecht om jezelf openlijk en volledig te kunnen identificeren; het is een privilege dat velen als vanzelfsprekend aannemen. Dat je een bijeenkomst of een interview kunt binnenlopen of met een politieagent kunt praten en dan het respect en de kans krijgt om jezelf te presenteren zonder dat er al van tevoren een oordeel over je is geveld, kan levensbepalend, levensbevestigend en levensreddend zijn.

Het is al destructief genoeg om een individu dat voorrecht te ontnemen. Maar behandel je een hele gemeenschap, een heel land of ras op zo’n reducerende manier, dan schep je een giftig, onjuist verhaal dat generaties lang doorsijpelt, tot de fictie feit is en feit op zijn beurt een besmette, gedeelde wijsheid die gestaag wordt doorgegeven, op scholen, aan familie-eettafels, in woorden die in boeken worden gedrukt en in de beelden waarvan onze populaire cultuur vergeven is.

Weinig entiteiten zijn zo vaak door dit parcours van verdraaide werkelijkheid gedwongen als Afrika, een continent van vierenvijftig landen, meer dan tweeduizend talen en 1,4 miljard mensen. Een regio die behandeld en besproken wordt alsof ze één enkel land is, zonder nuances, gedoemd voorgoed door grote ellende geteisterd te worden.

Al te lang is ‘Afrika’ beschouwd als een buzzword voor armoede, strijd, corruptie, burgeroorlogen en uitgestrekte gebieden van droge rode aarde waarin alleen narigheid groeit. Of het wordt voorgesteld als één groot safaripark waar leeuwen en tijgers vrijelijk rond onze huizen zwerven en Afrikanen hun dagen doorbrengen in oorlogszuchtige clans, nauwelijks gekleed, speer in de hand, jagend op wild of rondspringend op ritualistische ritmes, net zo lang tot er weer een hulppakket wordt afgeleverd. Armoede of safari, en niets daar tussenin.

Hoe hard ik ook mijn best doe om uit te leggen dat ik ben opgevoed in een uitgestrekte metropool met alle kronkels en bochten van een uitgestrekte metropool, te veel mensen kunnen alleen voor zich zien wat ze geprogrammeerd zijn te geloven. Ze kunnen het beeld van mijn moeders lagere school met de vrolijke, weldoorvoede kinderen die elke morgen de hekken binnenstormen, niet op hun netvlies krijgen, omdat een aantal internationale liefdadigheidsorganisaties hen ervan overtuigd heeft dat jong zijn in Afrika betekent dat de vliegen om je hoofd cirkelen en je alleen besmet drinkwater binnenkrijgt, dat Afrikaan zijn een dagelijkse oefening is in op het nippertje ontsnappen aan de klauwen van een wisselend gezelschap ongehinderd rondzwervende warlords in smerige uniformen die hangend uit de achterbak van 4wd’s over modderige junglepaden scheuren.

In werkelijkheid is Afrika een rijk mozaïek van ervaringen, van verschillende gemeenschappen en geschiedenissen en geen enkelvoudige monoliet met één gemeenschappelijk lot. We klinken verschillend, lachen verschillend, vormen het alledaagse op unieke, alledaagse manieren en ons morele kompas wijst niet altijd dezelfde kant op.

Dit boek is een portret van het hedendaagse Afrika, dat wil afrekenen met schadelijke stereotypen en een uitgebreider verhaal wil vertellen, gebaseerd op alle menselijkheid die terzijde is geschoven om ruimte te maken voor één enkel beeld van bloed, strijd en majestueuze shots van glooiende savannes en grote, gele zonsondergangen. Het zal de draad van het onjuiste verhaal over een continent afwikkelen en dit ineengeperste verhaal naar de werkelijkheid trekken.

Er bestaan wel degelijk uitdagingen op het continent. Het zou een even ernstige verdraaiing zijn om die te negeren. Veel mensen leven inderdaad in armoede; sommige regeringen hebben hun burgers in de steek gelaten; en in bepaalde delen blijft de kloof tussen de rijken en de vergetenen groeien. Maar wanneer je dit verhaal context geeft, zie je het grotere geheel en begrijp je waarom er is gebeurd wat er is gebeurd. Wanneer je bedenkt wat voor kaarten het continent als gevolg van de kolonisatie toebedeeld heeft gekregen en hoe Europese koloniale rijken dit weelderige en vruchtbare land hebben opgedeeld, hoe ze tien procent van alle etnische groepen uit elkaar hebben gerukt – waarmee ze zeer verschillende culturen hebben gedwongen om tegen hun wil één volk te vormen – en hoe ze negentig procent van het materiële culturele erfgoed van het continent hebben gestolen; wanneer je bedenkt dat dit alles nog maar kort geleden is gebeurd en dat mijn ouders ouder zijn dan het land waarin ze zijn geboren; wanneer je ontdekt dat het grote aantal dictaturen een verhaal met veel verschillende kanten is waarin koloniale machten opzettelijk tribale groepen tegen elkaar uitspelen en westerse landen hun favoriete sterke man overeind houden, en dat het niet komt doordat wij van nature bloeddorstig en onbestuurbaar zijn; wanneer je voor de eerste keer jollofrijst proeft of het werk ziet dat activisten en generaties hervormers hebben verzet sinds de tijd van de onafhankelijkheid; dan begin je te begrijpen dat Afrika een regio is die van oudsher wortelt in menselijke verhalen en dat die verhalen, net als overal elders, van alles en nog wat kunnen inhouden, van een eerbetoon aan grootsheid tot een daad van barbaarse wreedheid. Het continent blijft altijd verrassen, omdat elk land alleen maar probeert het beste te maken van een op zijn zachtst gezegd ongunstige situatie.

Elk hoofdstuk van dit boek zal de context die in discussies over Afrika vaak ontbreekt naar de voorgrond halen. Zo ontdek je hoe elk land bepaald werd door mensen met gebrekkige landkaarten en nog gebrekkiger moreel besef. Ik analyseer de schadelijke manier waarop Afrika wordt geportretteerd via oppervlakkige stereotypen in de populaire cultuur en in de beeldtaal die liefdadigheidsorganisaties gebruiken om met snel-klaaroplossingen te komen en die vaak meer kwaad dan goed doet en negatieve stereotypering bevordert. Je krijgt inzicht in het verhaal van de democratie op het continent via zeven dictaturen, in het nog immer durende gevecht voor het terugkrijgen van de kunstvoorwerpen en schatten die tijdens de koloniale periode op het hele continent werden gestolen, en in de invloed die de eetcultuur van het continent op rituelen in de hele wereld heeft gehad. Identiteit vereist ook gezonde rivaliteit, en je zult de beroemde jollofrijstoorlogen ontdekken en de vreemde, onsamenhangende schoonheid van de Africa Cup of Nations. In het laatste deel verken ik het heden en hoe lokaal geleide, plaatselijke activisten, bewegingen en opkomende creatieve en zakelijke culturen de toekomst van het continent haar vorm geven en laten zien hoe gemeenschappen eigenlijk worden opgebouwd – inspanningen die voor meer staan dan alleen stoffige savannes, burgeroorlogen en een volk zonder eigen stem dat wacht tot iemand voor ons spreekt, tot anderen redding komen brengen.

Maar eerst, voordat we in de geschiedenis van het continent duiken, wil ik je meenemen naar Lagos, de stad waar mijn familie vandaan komt, om je de hedendaagse werkelijkheid te laten zien. Dit boek is geen reisgids met overnachtingsadressen en bezienswaardigheden, maar het is belangrijk om de verschillende specifieke eigenheden van de regio te begrijpen. Het is belangrijk om je meteen in een omgeving te aarden, het leven van alledag te zien, te ruiken, jezelf daar middenin voor te stellen, niet zwevend op een kilometer boven de grond of turend door een verrekijker. En er bestaat geen plek die zo geheel zichzelf is als de dichtstbevolkte stad van het continent: de zwartste plek op aarde, bijeengehouden door weinig meer dan optimisme en vibes.

Er heerst een fundamenteel misverstand over wat er gaande is op dit enorme stuk land. Dit boek wil die leegte opvullen en tegelijkertijd getuigen van een diepe en blijvende liefde voor de regio, als concept, als realiteit en als belofte. En mocht je er maar één ding uit halen, dan wil ik dat je in ieder geval, diep in je diepste zelf, weet dat het continent een coalitie is van meer dan een miljard individuele identiteiten die zich elk op hun eigen specifieke manier hebben gevormd.

Dat Afrika geen land is.

 

DEEL 1: LAGOS

Lagos is vol

Nigeria’s onofficiële hoofdstad kan elk moment openbarsten en dan laten zien dat er al die tijd al een kleinere, functionelere metropool onder school. Qua bevolking is de stad Londen, New York en Uruguay bij elkaar, met nog ruimte over voor elke Let die wel eens van de meest volmaakt uitgebalanceerde chaos ter wereld wil proeven. De stad is drie keer Johannesburg en Nairobi, twee keer Caïro en iedereen in Namibië past er twintig keer in. Ghana is een groot land, maar niemand zou het merken als je de totale bevolkingsgrootte van Ghana verwisselde met die van de agglomeratie Lagos.

Lagos is de clou van een mop die zo zou kunnen beginnen: ‘Eenentwintig miljoen mensen lopen, niet gehinderd door enige twijfel aan zichzelf, een bar binnen…’ Wat ik wil zeggen: er zijn veel mensen in Lagos. En geen van allen zijn ze verlegen.

Lagos is lawaaiig en wordt geplaagd door vrolijkheid. De stad klinkt als ongeduld en overdreven familiariteit. Ze beweegt als een cultuur die ervan uitgaat dat geloof en zekerheid hetzelfde zijn. Ze gaat altijd gehuld in die vage tinten van een droom waarin verbeelding sneller lijkt te gaan dan beweging, en vooruitgang geworteld is in bedoelingen, zij het niet in realiteit. Je hoort een niet-aflatend geloei van autotoeters dat je eraan herinnert dat Nigerianen het in hun hart heerlijk vinden om te laten horen dat ze er zijn. Maar hier in Lagos is het begrijpelijk: iedereen rijdt ofwel te hard om zich om jouw veiligheid te bekommeren, ofwel zit vast in het bumper-aan-bumperverkeer dat door elke centimeter van de stad zijn spoor trekt en zich door de twee belangrijkste knooppunten van de regio vlecht: het Mainland en Lagos Island, dat langs districten kruipt die in rijkdom en cultuur baden en langs buurten waar gezinnen letterlijk in moerassen leven. Verkeer is zelfs de officiële sport van de stad, waaraan iedereen mee moet doen, van kelners tot de ceo’s van multinationale banken. Een van de honderden overheidsfunctionarissen die over Lagos Island verspreid zijn, zou kunnen proberen de chique restaurants en winkelcentra van de stad te verruilen voor een tochtje naar Kigali in Rwanda of Abidjan in Ivoorkust, om erachter te komen dat reizen over de weg niet de vijand van vrolijkheid hoeft te zijn.

Voor iedereen in Lagos die geen verkozen functionaris is, is klein denken een zonde, net zoals ergens op tijd komen. Uiteindelijk ga je denken dat als iedereen te laat komt, iedereen eigenlijk te vroeg is. Veel van je gewoonten zullen veranderen. Je zult in bezit genomen worden door de passie om altijd je uitwendige stem te gebruiken, waar en in welke omstandigheden ook, om te verwelkomen, uit te leggen, te bidden, om af te dingen, iemand het beste te wensen, iemand het slechtste toe te wensen. Leef in Lagos en je leert sneller dan je lief is het plaatselijke dialect spreken: ‘Schiet alsjeblieft op; ik heb geen tijd.’ Je leert hoe je beledigd moet doen wanneer iemand je probeert op te lichten, omdat je begrijpt dat het spel het spel is en de bank uiteindelijk altijd wint.

Lagos ruikt naar fruit en diesel. In het weekend ben je nooit meer dan een kilometer verwijderd van een ceremoniemeester die stilte vraagt van een menigte gekleed in technicolorstoffen die zijn gemaakt om te schreeuwen: ‘Weet je wel wie ik ben?’ Geef nooit antwoord op die vraag, of er komt een moment waarop je ontdekt dat Lagosianen weten hoe verwoestend het is om een grief op te kroppen. Als je het goed uitkient, kun je op elke willekeurige zaterdag drie trouwrecepties bijwonen. Plan het tot in de perfectie en je hoort Davido niet minder dan acht keer ‘If I tell you say I love you, oh…’ zingen.

Alles in Lagos is onderhandelbaar. Het is aan jou om de grens te trekken. Bewijsstuk a: Toen we beseften dat we onze geliefde hond kwijt waren, probeerde onze dierenarts ons de hond van iemand anders ter vervanging aan te bieden, hij wist zeker dat we van deze vervanger zouden gaan houden. Dat het beest heel erg niet van ons was, vormde een onbelangrijk detail, net als de vraag wat voor regeling ze later zouden proberen te treffen met het gezin aan de andere kant van deze overeenkomst. We sloegen het aanbod beleefd af en drongen er bij de dierenarts op aan te blijven zoeken, tot ze uiteindelijk onze brave jongen vonden.

Lagos is hoogtepunten van veertig graden en dieptepunten van hardnekkige stroomstoringen. Het beeld wordt er bepaald door grote palmbomen en een bijna voor honderd procent Zwarte demografie. Elke dag valt de priemende zon door het natuurlijke grijsfilter van de stad, over een zwerm felgele bussen, langs de hoge gebouwen en hoge muren die Lagos in kleine economische bestemmingen opdelen en blijft hangen aan wat volgens de wetenschap de gelukkigste mensen op aarde zijn. Als de zon goed valt, op een relatief rustige morgen in het weekend – al betekent ‘relatief rustig’ in Lagos iets heel anders dan overal elders – kun je een langzaam ritje naar nergens in het bijzonder maken, alleen maar om de stad te proeven zonder je erdoor te laten opslokken, een fout die je gemakkelijk maakt.

Ik heb in Lagos nooit een olifant gezien, of een luipaard, maar ik heb wel op een feest een vechtpartij zien uitbreken over de ongelijke verdeling van souvenirs. Je zult hier geen Big Five-dieren te zien krijgen – een safari door Lagos zou een avontuur zijn waarop je de handigste automonteurs op aarde kunt spotten, huizenblokken van vele verdiepingen en grote, overvloedige markten die verkopen of maken of vinden wat jij maar kunt beschrijven. Ontspan je en hoor vreemden converseren alsof ze familie van elkaar zijn, want in een stad waar je de gunsten van anderen nodig hebt om te overleven, weet je nooit waar je die gunsten kunt krijgen.

Het enige dat gegarandeerd overal gelijk is in Lagos, is suya, reepjes gegrild vlees die tegelijkertijd onthutsend heet en aangenaam zoet zijn, gesneden langs de kant van de weg, geserveerd met uien en dikke plakken van het Noord-Nigeriaans Hausa-dialect, in krantenpagina’s gewikkeld en het lekkerst als je het meteen na het uitpakken opeet, nog warm, nog gehuld in de smaak van dikke rook. Suya kust elke hoek van het leven in Lagos, omdat het goedkoop is en onredelijk heerlijk. Het heeft verkeersopstoppingen opgelost en duizendkoppige bruiloften die je doen twijfelen aan het abstracte begrip familie verteerbaar gemaakt. Het wordt geserveerd op kinderpartijtjes en gebruikt om would-be hippe hotels een schijn van authenticiteit te geven.

Suya is een stopdans van bewegen en stilstaan. Hetzelfde zou je kunnen zeggen over Ikeja, de buurt waar ik ben opgegroeid. Soms onthutsend heet, dan aangenaam zoet. De straten die door onze buurt kronkelen, waren voor mij rustig genoeg om er te leren autorijden, maar als je erlangs liep zonder de bescherming van een metalen hekwerk, speelde je een spel dat je uiteindelijk zou verliezen.

Elk land heeft één stad waar alle aandacht naartoe gaat en waarvan de oorsprongsverhalen en mythen thuis in kleinere stadjes worden herhaald door degenen die opscheppen over wat ze onder de schijnwerpers allemaal hebben bereikt. Je woont er of je hebt er een hekel aan. Lagos is niet anders: de stad roept golven van rauwe energie op die eisen dat je je aanpast of thuisblijft. Het is een magneet voor mensen die klaar zijn om te ritselen, het te maken of vast te houden. Het zou New York zijn, als New York besloot echt nooit te slapen. Er arriveren elke dag duizenden mensen. Je kunt voor een tijdje aan Lagos ontsnappen, maar het lijkt wel of er nooit iemand weggaat.

Lagos is een plek voor outsiders die onmiddellijk insiders willen worden. Je bent er welkom, ongeacht ras, etniciteit of achtergrond, verwacht alleen niet dat je een startpakket krijgt. Deze naar binnen gerichtheid levert een heel eigen tempo op, maar betekent ook dat de stad te koppig is om zich op toerisme in te stellen. Toch zou ze er goed aan doen om het voorbeeld van Marrakesh of Algiers te volgen, die het behoud van hun grootste trekpleisters tot beleid hebben gemaakt, zodat zijzelf en anderen ervan kunnen genieten. In het begin van de negentiende eeuw bijvoorbeeld keerden bevrijde slaafgemaakten uit Brazilië terug naar Lagos, en brachten uit de nieuwe wereld een fysieke en religieuze esthetiek met zich mee die ze gebruikten om in de stad een Braziliaanse wijk te bouwen. Daar kun je nu voorbeelden zien van de mooiste architectuur in het land – die de stad grotendeels in verval heeft laten raken, in plaats van haar voordeel ermee te doen.

Bij dit alles is het moeilijk te zeggen of de stad een concept is of een experiment, maar wat het ook is, Lagos blijft echt nederig maken; de stad is groot genoeg om elk ego klein te laten lijken. Ben je in Lagos, dan is er iets wat je dwingt ván Lagos te zijn. Op de een of andere manier neemt de stad alle misplaatste ambities die je misschien koesterde en kneedt daar haar eigen bedoelingen met jouw leven omheen. Het is een gevoel dat je gemakkelijk kunt romantiseren, maar dat vaak uitputtend kan zijn. De onbekende onderliggende systemen van de stad zijn geen kwestie van poëzie, maar van het feit dat niemand de tijd neemt ze doelbewust te ontwerpen. Vandaar dat Lagos wordt geleid door vertrouwen: de ingeboren, onwankelbare zekerheid dat de stad onderdak biedt aan de fine fleur van het land en een diep geloof gebaseerd op de aanwezigheid van het grootste aantal goede dansers per hoofd van de bevolking en de voelbare overtuiging van God dey (God is er).

Het uiteindelijke effect is dit voortdurende gevoel van onevenwichtigheid. Lagos heeft al het nodige in zich om dé grote stad te zijn. Lagos heeft geen idee wat het wil worden als het later groot is.

Megasteden worden traditioneel gemotiveerd door de drang om the next big thing te zijn dat jouw tijdlijnen binnendringt. Accra. Kinshasa. Nairobi.

Maar Lagos heeft die behoefte niet en de stad zet juist in op haar belangrijkste informele economie – optimisme – en op het idee dat geen enkele andere stad in Afrika haar ooit qua afmeting en persoonlijkheidscultus zal overtreffen. Toch heeft Lagos Island altijd mogelijke richtingen aangegeven naar de beste versie van de toekomst voor de stad. Drie grote betonnen bruggen verbinden Lagos Mainland met een groepje eilanden dat als geheel ‘the Island’ wordt genoemd. Grote plaza’s torenen uit boven door hoge muren omgeven villa’s die zijn afgewerkt met nep-goud, want vertoon van rijkdom en status, echte of ingebeelde, is hier veel lucratiever dan geld.

In de wijken Ikoyi, Victoria Island en Lekki is een bloeiende kunst- en uitgaansscene opgekomen en daarmee een golf van met nieuwe media vertrouwde creatieven, die niet langer proberen Amerikaanse kunstenaars na te doen, maar trots hun werk in hun eigen accent creëren. Nu bedient het Island je met galeries, clubs en veel te dure smoothies, op smaak gebracht met lokale specerijen die nooit voor gepureerd fruit bedoeld waren. Hier ga je heen voor ambachtelijke donuts en om boten te huren waarmee jij en je vrienden over de Atlantische Oceaan naar een van de vele feeststranden langs de kust kunnen snellen.

Uiteindelijk kan Lagos pas zeggen dat het echt geslaagd is wanneer de meerderheid van de metropool een duik in dit bad van welvaart kan nemen. Wanneer niet langer duizenden mensen in huizen op palen in een lagune leven. Ondertussen is de identiteit van de stad nog steeds in scherpe, vreemd gevormde stukken gebroken: 21 miljoen individuele fragmenten die als ze op een enigszins coherent doek aan elkaar worden bevestigd, een Lagos tonen dat hoe dan ook opmerkelijk vol is.

*

Van alle waarheden over Lagos en over de vele complexe steden van dit complexe continent die in een mum van tijd hun draai moesten vinden, is er één die het luidst in de huidige realiteit doorklinkt: al deze plekken zijn het product van een naschok uit de tijd dat de machtigste landen van Europa samenspanden om een heel continent te verdelen en te verslinden.

De plannen van de kolonisatoren kenden veel stappen. De eerste stap: een landkaart tekenen.

 

 

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief