nieuws

‘Oog om oog’ van Römer & Hock

Vriendschap. Verraad. Wraak. Al meer dan twintig jaar kennen ze elkaar, de vriendengroep rond jeugdvrienden Sander en Lucas. Vier stellen die alles met elkaar deelden, maar in de loop der jaren werden de banden minder hecht. 

Uit nostalgie besluiten de acht nog eenmaal terug te keren naar Schiermonnikoog, waar ze menig weekend doorbrachten. Wat een vrolijke reünie had moeten zijn, loopt uit op een drama. Want het verraad dat een kwarteeuw geleden plaatsvond, vindt eindelijk zijn uitweg…

Lees hier alvast de eerste pagina’s van Oog om oog, een nieuwe thriller van Peter Römer en zijn vrouw Annet Hock.

Woensdag

De ellende was die middag thuis begonnen.

Lucas komt ook! 🙂

Zijn vrouw had de hinderlijke gewoonte om haar boodschappen te voorzien van een passende emoticon. Als een meisje van tien dat paardenplaatjes in haar poesiealbum plakt. Bovendien was de mededeling volkomen overbodig, omdat de komst van Lucas nu juist de oorzaak van de feestvreugde was. De grote wetenschapper was even over uit Amerika en dat mocht iedereen weten. Voor zover het hun vriendenkring betrof dan. Samen met zijn nieuwe vrouw en kind. Back to his roots. ‘This is where I come from, honey.’

Dat Lucas in Princeton aan een studente was blijven plakken, had hem niets verbaasd, maar dat daar ook een kind uit geboren moest worden was zijn inlevingsvermogen ver te boven gegaan. Lucas was net zo oud als hij en dan nog vrolijk papa spelen? Zo’n goede vader was hij voor zijn eerste kind nou ook weer niet geweest. In de jaren dat hij aan de Universiteit Leiden werkte had hij zijn gezin opgeofferd aan de wetenschap en toen hij de kans kreeg om naar Amerika te gaan, had hij vrouw en kind in Nederland achtergelaten.

Troy! Zo heette dat nieuwe kind, Troy. Was vast niet zijn idee geweest. De jonge moeder had ook zo haar rechten, nietwaar?

Sander glimlachte. Hij had een foto van haar gezien toen ze net samen waren en waren gaan klimmen in de Rocky’s of iets dergelijks. Een kleine bimbo met enorme borsten, dat was hem toen nog opgevallen. Hoe heette ze ook alweer? Hij kneep zijn ogen dicht in een poging zich haar naam te herinneren, maar daar hield hij al snel mee op. Nadenken ging niet zo goed meer de laatste tijd. En wat kon het hem ook schelen.

Nadenken ging niet zo goed meer de laatste tijd. En wat kon het hem ook schelen.
Sander stond voor het raam van zijn werkkamer en keek naar buiten. Op het grasveldje achter zijn huis voetbalden een paar jochies. Twee van hen pingelden met de bal en de derde jongen stond tussen twee jassen in zijn doel schoon te houden. De bal vloog na een ongericht schot dwars over het veldje en miste ternauwernood een oude vrouw die er haar hondje uitliet. Vroeger, toen Julian nog jong was, trapten ze ook vaak een balletje achter het huis. Hadden ze samen lol als hij de bal in de heg van de buurman roste. Maar nu voelde hij voornamelijk ergernis.

Hij keerde zich van het raam af en wilde weer achter zijn bureau gaan zitten, maar struikelde half over de verhuisdoos die voor zijn boekenkast stond. Het opschonen van zijn boekenkast, daar was hij die ochtend vol energie mee begonnen. Al die boeken die je maar één keer las en vervolgens dertig jaar bewaarde. Waanzin. Al de boeken van zijn studies sociologie en psychologie die ‘misschien nog weleens van pas konden komen’. Waanzin! Tegenwoordig vond je alles wat je wilde weten op het internet. Wie had er nog een studieboekenfonds voor zijn kinderen, zoals zijn ouders dat voor hem en zijn zus bij elkaar hadden gespaard? Hij keek naar de foto naast zijn computer. Zijn vader en moeder, gefotografeerd op de dag dat pa afscheid nam van de school waar hij veertig jaar als onderwijzer werkzaam was geweest. ‘En geen dag verzuimd,’ zei hij er altijd bij. Dat kon hij zelf helaas niet zeggen.

Sander keek naar zijn boekenkast en de boeken die op en onder elkaar op de planken stonden geperst. Veel had hij er gelezen, maar veel ook niet. Aangeschaft in een impuls en bij de andere boeken gelegd. Toon mij uw boekenkast en ik zal zeggen wie u bent. Nou, als ze naar zijn kast keken, zagen ze voornamelijk chaos. En eigenlijk klopte dat dus wel. De chaos in zijn kop hield hem nu al meer dan een maand van zijn werk af. Af en toe coachte hij nog wel een vast klantje, je kon niet zomaar je hele netwerk opzeggen, maar die ochtendjes kostten hem meer energie dan het beklimmen van de vuurtoren van Schiermonnikoog.

Een lang weekend in de buitenlucht zou ook hem goeddoen.
Onbewust verlegde hij zijn blik naar zijn smartphone. Daar ging dat kinderberichtje van Claudia over. Zij had bedacht dat ze weer eens gezellig met z’n allen naar het huis op Schier moesten. Hij had nog tegengesputterd, maar Claudia was onverbiddelijk geweest. Een lang weekend in de buitenlucht zou ook hem goeddoen. Een lang weekend! Alsof hij daar de tijd voor had. Hij had wel iets anders aan zijn hoofd dan ‘gezellig’ met z’n allen op een eiland te gaan zitten. Hij had zijn opdrachten nog niet af.

Hij ging achter zijn computer zitten en staarde naar het scherm. Zijn psychiater had hem die opdrachten gegeven. Infantiel, natuurlijk, maar toch voelde hij een zekere schaamte bij het zien van de lege witte pagina. Alsof hij nog op school zat en zijn huiswerk niet had gemaakt. Daar knapte hij nou niet echt van op. Hij had überhaupt niet het gevoel dat hij iets opschoot met de bezoeken aan professor doctor Bachmann, de psychiater die hem dringend was aangeraden door een bevriende collega.

‘Ga naar Bachmann, dat is de beste, die heeft mijn broer in no time van zijn burn-out afgeholpen.’

Burn-out? Niks burn-out, hij was in een depressie gezonken, dat was hem wel vaker overkomen in zijn leven, daar slikte hij medicijnen voor. Al was het deze keer wel anders geweest, hij was niet uit zichzelf uit het dal gekomen, zoals de vorige keren. Hij was blijven hangen in de lethargie en had zich een vreemde gevoeld in zijn eigen lichaam. Als hij in de spiegel keek, herkende hij de persoon die hij zag, maar hij voelde hem niet. Hij kreeg paniekaanvallen, chaos in zijn kop, straks ging hij dood! Dus had hij ingestemd met die psychiater, eigenlijk alleen omdat hij wilde weten of zijn medicatie nog wel klopte, of die niet moest worden opgevoerd. Maar volgens de professor lagen de zaken toch echt anders; er was inderdaad geen sprake van een burn-out, zijn wijze begeleider had zijn probleem veelomvattender gevonden. Hij zat in een existentiële crisis, een soort supermidlifecrisis. Er zat iets donkers in zijn verleden, volgens professor doctor Bachmann dan, dat het zwarte gat vormde waar hij om de zoveel tijd in teruggetrokken werd. Die medicijnen die hij al jaren slikte waren alleen maar symptoombestrijding geweest, die werkten nu niet meer. Hij moest terug naar de bron, de kern van het probleem opzoeken als het ware, en had hij die gevonden, dan moest hij hem omarmen, en vanaf dat punt konden ze verdergaan en de weg omhoog inslaan.

Er zat iets donkers in zijn verleden, volgens professor doctor Bachmann.
‘Schrijf het op. Nee, schrijf het van je af. Zet het op papier, dan maak je het concreet voor jezelf. Elke week beschrijf je een periode uit je leven of een bepaalde situatie waarin je je onveilig hebt gevoeld, dan hebben we iets om over te praten.’

Ja, zo kon hij het ook! De kern van zijn probleem, tjongejonge, daar had professor doctor Bachmann twaalf jaar voor gestudeerd. Situaties waarin hij zich onveilig had gevoeld… daar had hij er verdomme heel wat van meegemaakt, maar hij had nog geen woord op papier. Geen letter. Het zou er vandaag ook niet meer van komen. Hij keek op zijn horloge. Hij had straks die afspraak in Leiden. Professor doctor Lucas Vis mocht volgende week een eredoctoraat in ontvangst nemen op zijn oude universiteit en een aantal van zijn jaargenoten had besloten dat ze daar een gepaste festiviteit rond moesten organiseren. Jochem Huydekooper had hem gebeld, en met reden, want Sander was altijd de beste vriend van Lucas geweest.

‘Laten we afspreken in Leiden, in die ouwe kutkroeg op Rapenburg, dan draaien wij even dat feestje in elkaar.’

Sander had het arrogante stemgeluid onmiddellijk herkend en hij voelde zijn maag omdraaien. ‘Leuk!’

Meer lezen uit de nieuwste Römer & Hock? Het boek bestel je via onderstaande link:

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief