interview

“Ook al pas ik in geen enkel hokje” Een gesprek met Nadia Dala

Nadia Dala werd genomineerd voor de Diwan Awards, de Awards voor de meest verdienstelijke Belg met Marokkaanse origine, en dat vinden wij meer dan terecht. Op 23 maart wordt bekendgemaakt wie de titel in ontvangst kan nemen, maar wij nemen graag nu al de tijd om haar naar aanleiding van de nominatie enkele vragen te stellen.

Stem jij Nadia mee naar de eerste plaats in de categorie Kunst en Cultuur? Klik dan meteen door naar de website van de Diwan Awards.


Je bent genomineerd voor de Diwan awards, wat betekent deze nominatie voor je?

De Diwan Awards zijn er voor verdienstelijke Belgen van Marokkaanse origine. Het gaat om zogenaamde rolmodellen. Ik ben dus ontroerd, wat ongemakkelijk zelfs. Verdien ik dit wel? Ik hoop dat ik superdiverse Belgen een stukje kan inspireren om zichzelf te zijn, en om die dingen te doen die ze willen doen. De nominatie brengt ook herinneringen naar boven. Dat mijn Marokkaanse afkomst voor een keer een positief effect heeft, is aangenaam want dat ben ik niet gewend. Als kind werd er op me gespuugd en ik werd voor “makak” uitgescholden. Ik ben een halfbloed, maar voor de Vlamingen was ik nooit een échte Vlaming….wat ik ook deed. Dat doet uiteraard pijn. Tegelijk pas ik ook niet in het hokje van wat ‘Marokkanen’ zouden zijn. Maar dat de gemeenschap aan mijn vaderszijde mij zonder a priori’s wél omarmt, dat raakt me. Er is meer trots en tolerantie voor de nakomelingen van hun weggetrokken landgenoten misschien. De Diwan Awards geven mij het signaal dat ik mag zijn wie ik ben. Ook al pas ik in geen enkel hokje. En dat ik trots mag zijn op het gemengde bloed dat door mijn aderen stroomt. Ik wil dat creatievelingen op deze manier ook het signaal krijgen dat ze in geen enkel hokje moeten passen. Daar begint de creativiteit: je bevrijden van denkpatronen en sjablonen.

Je bent genomineerd binnen de categorie Kunst en cultuur. Hoe ben jij in het literaire vak gerold?

In 2008 schreef ik mijn eerste roman. Ik zat toen in een moeilijke periode: ik had geen job, mijn relatie was net afgesprongen, ik had nagenoeg geen centen. Toen ben ik beginnen schrijven. Om te ontsnappen, denk ik. Als een bezetene, in een soort trance kon ik me verliezen in een wereld van woorden en beelden, op het ritme van zinnen en bewegingen. Het was volgens mij een reddingsboei. Na het succes van mijn debuut was ik heel verrast. Ik vind het moeilijk om mezelf iets goeds te gunnen, om blij te zijn dat positieve dingen me overkomen. Een stukje uit angst en uit zelf-sabotage ben ik dan weer in de anonimiteit gekropen. Onder een denkbeeldige steen. Ik heb ook een tijdje in de Verenigde Staten gestudeerd maar bij mijn terugkeer stond het water me weer aan de lippen: ik voelde me triest, onthecht, ontheemd. Dat waren eigenlijk alle ingrediënten die ik nodig had om opnieuw in mijn pen te kruipen. Door het schrijven van mijn tweede roman De Biecht heb ik eindelijk begrepen dat schrijven een stuk van mijn essentie is. Dat ik kan schrijven, maar vooral dat ik iets te vertellen heb. Lezers van De Biecht hebben me persoonlijk berichten en mails gestuurd over hoe het boek hen raakte. Eén lezeres wilde zelfs alle paragrafen doorpraten. Dat gaf me een prachtig warm gevoel. Mensen in hun ziel raken: hoe mooi is dat! Zelfs al zijn het verhalen die niet in een hokje passen. Verhalen die pijn doen en ontroeren, maar waar ook veel poëzie en eigenzinnige humor in schuilt. Ik zweef graag over alle denkhokjes (ook die van de raciale grenzen) heen.

Hoe komt het volgens jou dat de Nederlandse literatuur geen weerspiegeling is van de diverse samenleving?

Taal is macht, het is een instrument en de Vlaamse literatuur laat met moeite anderen toe. Als schrijver zijn je hier slechts twee identiteiten gegund: Vlaamse schrijver of allochtone schrijver. En het lijkt soms alsof allochtone schrijvers enkel over allochtone problemen horen te schrijven. Maar daar heb ik lak aan. Ik weiger labels. Voor mijn debuut raadde een uitgever me aan om over “multiculturele dingetjes” te schrijven. Ik heb hem neergebliksemd want in mijn hoofd ben ik vrij. Over de taal als machtsinstrument schrijf ik in mijn tweede roman De Biecht. Het hoofdpersonage is een nogal wakkere halfbloed, een beetje zoals ik. Ze zegt: “Taal is macht, vergeet dat niet. Als je je een taal toe-eigent (drager van cultuur en identiteit) en je er meesterlijk van bedient dan kun je elk conflict aan… Een taal correct belijden is dus ook een politieke daad.” We moeten ook meer fier durven zijn op onze Nederlandse taal. Vandaag wordt ze verkracht en verminkt. We schijten op onze taal. Dat is iets waar ik me tegen verzet. Ik vind het Nederlands-Vlaams een prachtige, rijke bron. En toch hoor ik zoveel taalverarming en taalverloedering. Dat kan niet! We moeten al onze jongeren inspireren om zich nog beter van die taal te bedienen. Zodat ze nog beter gehoord en gezien worden. Pas dan maken we samen deel uit van de canon in deze boeiende, veranderende wereld.

Tenslotte, Mogen we snel een nieuw boek verwachten en kan je alvast een tipje van de sluier lichten?

Ik ben nu een researchplan aan het maken voor mijn derde boek. Ik geef toe: het vraagt veel moed. Want wie wil in godsnaam Nadia Dala lezen? Daar worstel ik constant mee. Maar ik moet me er overheen zetten. En ik moet ook knokken om tijd te vinden. Om de rekeningen te kunnen betalen, combineer ik twee veeleisende jobs. Schrijven is daarom voor in de weekends en tijdens de vakanties. Maar ik kan het wel inplannen. Omdat het moet en vooral omdat ik het wil. De drang is er. Ik heb geen kinderen, misschien laat ik deze wereld enkel rare boeken na. Soms troost ik me met die gedachte.

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief