interview

Paul Teng over zijn Klaagzang van de verloren Gewesten

Na twintig jaar wachten is het eindelijk zover: Sioban, de eigenzinnige heldin uit de eerste cyclus van de magistrale heroic fantasy De Klaagzang van de verloren Gewesten, is terug. In Lord Heron, het eerste deel van een nieuwe Klaagzangcyclus, laat scenarist Jean Dufaux Sioban opnieuw strijden tegen monsters uit oude legenden, vijandigeclans en verraderlijke familieleden, maar vooral tegen de demonen in haarzelf. Na de tekenaars Grzegorz Rosinski, Philippe Delaby en Béatrice Tillier werd de veel gelouterde Nederlandsestripauteur Paul Teng gevraagd de wereld van de verloren Gewesten tot leven te brengen. Hij doet dat grandioos.

‘Is de liefde vervloekt?’

In het woord vooraf roemt Jean Dufaux jouw talent en professionalisme. Hoe kwam de samenwerking eigenlijk tot stand?
Paul Teng: Dat is fideel van Jean, ik heb het voorwoord nog niet gelezen… Op het feest in Brussel ter gelegenheid van het zeventigjarig bestaan van Lombard nam Yves Schlirf me apart om te vragen of ik geinteresseerd zou zijn om De Klaagzang te tekenen. Ik kon het nauwelijks geloven, maar zei natuurlijk gelijk ja. Ik kende Yves wel al lang, maar we hadden elkaar nooit echt diepgaand gesproken. Hetzelfde gold eigenlijk voor Jean Dufaux. Er ging nog enige tijd overheen, maar toen zijn we bij elkaar gekomen om het project te bespreken, en sprong het licht op groen. Voor Dargaud was het van belang dat ik me aan de deadlines zou kunnen houden, en wat dat betreft hadden ze een goede indruk.

Je werkte vroeger al met een aantal scenaristen, waaronder Jean Van Hamme, heeft Dufaux een andere aanpak?
Nee, dat kan ik eigenlijk niet zeggen. Zijn beschrijvingen van de scenes en personages zijn helder, dat was bij Van Hamme (vanzelfsprekend) ook zo. Soms geven ze een referentie voor een fysiek uiterlijk in de vorm van een acteur of actrice. Maar andere scenaristen verschillen hier weinig van. Misschien dat Van Hamme en Dufaux wat ‘vertellender’ zijn in hun taalgebruik. Overigens werk ik vrijwel helemaal autonoom als ik het scenario eenmaal in handen heb, en de scenarist duidelijk heeft gemaakt wat hij verwacht. Ik draai natuurlijk al een poos mee, dus qua tekenstijl weten ze wat ze kunnen verwachten.

Met deze nieuwe cyclus rond Sioban treed je rechtstreeks in de voetsporen van Grzegorz Rosinski die de eerste cyclus rond haar tekende. Was dat een vloek of een zegen?
Het is natuurlijk vooral een heel grote eer. Qua tekenstijl voel ik me meer verwant met hem dan met Delaby of Tillier, die veel verfijnder werken dan ik. Ik probeer me niet te meten met de anderen, ik heb mijn eigen stijl, en ik hoop dat de lezer die passend zal vinden bij het verhaal en de door Dufaux geschapen wereld. En ik hoop de door Rosinski vormgegeven personages eer aan te doen. Ik heb hem voor het eerst ontmoet toen ik nog aan Shane werkte voor Lombard. Zijn inmiddels overladen vrouw zag mij toen al als kandidaat voor De Klaagzang. De tijd was er nog niet rijp voor, maar dat was wel een enorm compliment.

In je eerdere stripprojecten reisde je onder andere naar het Europa van de vijftiende eeuw met Tristan en het Afrika van de negentiende eeuw met Livingstone, en nu naar een fantasy middeleeuwse wereld. Hoe bereidde je die switch grafisch voor?
De Klaagzang biedt veel meer vrijheid om een middeleeuwse wereld uit te beelden. Ik baseer me op de Keltische en Angelsaksische cultuur, en kenmerken uit Schotse en Ierse landschappen. Dat is een gegeven in de serie. En zolang het plausibel blijft, kun je losjes omgaan met bewapening, kleding en kastelen. Het gaat om de sfeer die het verhaal ademt, dreigend, donker. Berengere Marquebreucq maakt ook van die mooie dreigende luchten in haar inkleuring.

Sioban is natuurlijk een intrigerend karakter. Hoe zou jij haar typeren?
Dat vind ik lastig. Het wordt steeds duidelijker dat ze erg met zichzelf worstelt. Ze is iets ouder nu, en sterker, maar zich bewust van een donkere kant die ze in zich heeft … Ze verzet zich daar tegen. Het blijft de vraag of en wanneer die de boventoon zal gaan voeren. Ook Seamus maakt een grote ontwikkeling door. Hij was bij Rosinski nog vrijwel onaantastbaar, maar hij wordt steeds kwetsbaarder, en hij stelt zich volledig ten dienste van Sioban, als een vaderfiguur bijna. Delaby’s cyclus gaf hem natuurlijk al diepte.

‘Le mal est au coeur de l’amour’
is volgens mij de kernzin van dit verhaal. Mee eens?
Het is de terugkerende bezwering in De Klaagzang. Is de liefde vervloekt, en welke liefde is dat dan? Hoe zal het kwaad zich uiten? Het is het mysterie dat Dufaux opwerpt. Ik ben ook benieuwd hoe dat afloopt!

Op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws via onze nieuwsbrief